+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

6 minuten leestijd

De contra-reformatie

I.

Het zou zeer verkeerd zijn, als men bij deze naam dacht aan een beweging, die zich uitsluitend tegen de Reformatie richtte en deze stroom trachtte te stuiten.' Onwillekeurig doet het woord hieraan denken.

Deze beweging is echter veel meer. Bij Rome spreekt men dan ook liever van Restauratie (— herstelling), n.l. herstelling van eigen gebouw en alzo het vormen van een stevig bolwerk, een uitvalspoort tegen allen, die de eenheid der kerk trachten te breken. In zoverre moet zij ook tegen de Reformatie gericht zijn, haar grondwaarden krachtig tegenstaan. Dat de C.-R. (= Contra-Reformatie) meer is, zal hierna duidelijk blijken.

Het zal dan n.l. blijken, clat cle Kerk (= de r.-k. kerk) nog meer centraal wordt, dat men clit veraanschouwelijken wil in cle absolute macht van cle paus en aanstuurt op het dogma van zijn onfeilbaarheid; clat men de lijn van cle vorige eeuw wil doortrekken en cle krankheid in hoofd en leden, waarvan men toen sprak, wil wegnemen.

Een bijzondere „vroomheid" treedt op; zelfs dé cultuur, met name cle kunst (men denke aan het Barok in cle schilderkunst en bouwkunst waarover later meer) wordt in dit restauratieproces opgenomen. Waarmee wij niet zeggen willen, clat alle cultuur uit den boze is: er is ook een christelijke cultuur, waarvan wij ruimschoots gebruik maken! Maar het centrum ligt weer in cle kamp tegen de reformatorische waarheid. Echter, gelijk Berkhof het zo fijn zegt: „alles doelbewuster, fanatieker, grimmiger."

Laten we het kort typeren: Christus en Zijn Woord van cle troon en cle paus er op.

Ook cle politieke machten zijn daartoe ingeschakeld, eeuwen lang. Ter staving denke men maar, om nu niet meer te noemen, aan onze strijd tegen Spanje. Daartoe heeft Rome's kerk haar mannen van cle daad gekregen, „clie krachtige

roeiers van het schip van Petrus", gelijk eeuwen later een paus het eens uitdrukte. Wij bedoelen de Jezuïetenorde.

Willen wij de beweging der C.-R. behandelen, dan moeten wij beginnen in Spanje. Dat was het leidend land der C.-R. bij uitnemendheid in de 16e eeuw; niet aanstonds Italië, al zetelde hier ook de paus. Nogmaals wijzen we op haar invloed in onze lage landen in die tijd. Spanje was toen het land met een oppermachtige roomse staatskerk en een meedogenloze staatsinquisitie. Enkele reformatorische groepen gingen door haar woeden volkomen te gronde.

Wij wijzen maar op de gruwelijke autoda-fé's, de massa-terdoodbrengingen, waarvan zelfs vorsten een genoeglijk kijkspel maakten.

Ook in Italië zou de C.-R. zegevieren, doch niet geheel. In 't begin van deze 16e eeuw heersten er in de kerk dieptreurige toestanden: Berkhof zegt het zo: „terwijl de kerk op haar grondvesten beefde, leefden de pausen geheel voor de wereldlijke grootheid van de Kerkstaat en tot verrijking van zichzelf en hun verwanten." Het is paus Adriaanjy geweest, de enigste nederlandse paus (hij was de leermeester van Karei V), die getracht heeft, orde op zaken te stellen. De romeinse geestelijken hadden het niet op hem; hij was hun te eenvoudig, te ascetisch, wars van alle weelde. Hij wilde de kerk reformeren in hoofd en leden, misstanden verbeteren of wegnemen, als simonie (= handel met geestelijke ambten), nepotisme (= bevoordelen van familieleden) en aflaat, 't Liep alles op niets uit.

Ook wilde hij een reformatie door een concilie; maar daarvan moest natuurlijk dc curie (= het pauselijke hof) absoluut niets hebben.

Op de rijksdag van Nümberg (1522) liet hij het zondenregister van deze curie eens oplezen en noemde dit de oorzaak van het ontstaan en de voortgang der Reformatie. Eenzaam is hij reeds in 1523 gestorven.

Toch was hij geen hervormer. Hij hield vast aan de roomse leer en onder zijn pontificaat zijn duizenden in Spanje ter dood gebracht.

Na zijn dood ging het te Rome weer op de oude voet voort.

Ook Italië zou de „zegeningen" van de inquisitie ontvangen. Bewerker daarvan was de spaanse kardinaal Caraffa.

Hij wist paus Paulus III, de opvolger van paus Adriaan, in 1542 te bewegen het hele inquisitiewezen onder de pauselijke stoel te brengen, met Rome als centrum.

En het succes was verzekerd.

Ook deze paus was een treurige figuur. Ook hij maakte zich schuldig aan het grofste nepotisme: hij maakte twee, nog jeugdige kleinzonen kardinaal.

Onder zijn pontificaat is ook liet bekende concilie van Trente samengeroepen.

Het concilie van Trente (1545—1563)

Reeds Karei V had telkens weer aangedrongen op het houden van een concilie, om te trachten de strijdende kerkelijke partijen in Duitsland nader bij elkaar te brengen, al was het maar voor de vorm. Niet zozeer uit kerkelijke overwegingen, als wel om politieke redenen. Met een ongebroken Duitsland stond hij sterk tegenover zijn vijanden, de paus inbegrepen.

Maar paus en keizer waren nu eenmaal op politiek terrein eikaars grote vijanden en de paus stelde maar uit.

Maar nu kwam er werk aan de winkel. De inquisitie moest kerkelijk gesanctioneerd worden en daartoe was ook nodig de roomse leer te reviseren, opdat men bij zijn bloedig vervolgen kon aantonen, op welke grond en tot welk doel dit alles geschiedde. In het centrum zou dan ook staan cle versteviging van de leer.

Het concilie werd dan samen geroepen naar Trente, een stad gelegen ten n.-o. van het Gardameer, in Italië dus, maar nog behorende tot het gebied van de keizer.

Later is het concilie, vanwege een besmettelijke ziekte tijdelijk (1547—'49) naar Bologna verplaatst, gelegen in het pauselijk gebied(!)

Het concilie, op 13 dec. 1545 feestelijk geopend, heeft tot 1563 geduurd, natuurlijk met onderbreking.

De perioden zijn 1545—'49, 1551—'52 en 1562—'63. De geest van deze kerkvergadering was unaniem zeer vijandig tegen het protestantisme.

Maar onderling waren er weer de be-kende partijen van cle concilies der vorige eeuw: curialisten en cle conciliaristen. Gelijk bekend wilde de eerste partij cle opperhoogheid van cle paus in de kerk en cle andere de oppermacht van het concilie, waaraan ook de paus onderworpen moest zijn.

De curialisten werkten duidelijk in de richting van het dogma der onfeilbaarheid des pausen.

Dit doel hebben zij cloor de tegenstand der andere partij niet kunnen bereiken. Pas in 1870 is deze leer tot dogma verheven.

Overigens waren de partijen wel zo wijs over verdere verschilpunten binnen de muren cler ekklesia het zwijgen te bewaren. Men begrijpt; om cle eenheid in cle strijd tegen cle gemeenschappelijke vijand niet te doorbreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.