+ Meer informatie

'M'n leven is merkwaardig geleid, je kiest je eigen loopbaan niet'

Burgemeester Kret nog wekelijks op de kansel

9 minuten leestijd

Op bezoek bij de burgemeester van Sassenheim, terwijl het gesprek meer over kerkelijke dan bestuurlijke zaken gaat. De edelachtbare heer A. J. Kret, sinds 1974 burgervader van deze gemeente in de bollenstreek, ging in 1953 als weleerwaarde heer, pas getrouwd, de hervormde pastorie van Krimpen aan de Lek in. Diverse omstandigheden brachten hem er toe het actieve predikantschap vaarwel te zeggen en te kiezen voor een bestuurlijke baan.Toch blijft zijn 'radicaal' „eervol ontheven predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk met de rechten als van een emeritus". Dit betekent voor deze burgemeester dat hij bijna iedere zondag nog op de kansel staat.

Het is geen alledaagse zaak, dat een kerknieuwsredacteur een burgemeester tegen het lijf loopt, die ook nog dominee is en een uitzonderlijke en tevens veelzijdige loopbaan had. Het leek goed over het hoe en wat eens meer aan de weet te komen.

Roepingsbesef 
Als jongeman koos Bram Kret bewust voor de studie theologie. Zijn vooropleiding was daarop ook gericht. Al van z'n kindse jaren sprak hij erover dat hij dominee wilde worden. Het is niet zo geweest dat er een welbewust roepingsbesef geweest is; op de wijze van toen wist ik het zeker. Het is als een onverklaarbare vanzelfsprekendheid z'n hele leven met hem meegegroeid. De jonge Kret was al vroeg bij het zondagsschool- en jongerenwerk betrokken in zijn geboorteplaats Leiden. Reeds in de studententijd kwamen er verschillende nevenfuncties en -activiteiten op hem af. In de loop der jaren tot op vandaag zouden er nog heel wat volgen. Zowel op het kerkelijk als op het politieke vlak. Terwijl de amateuristische kunstbeoefening ook al vele jaren zijn belangstelling heeft. Wat hem ook een aantal bestuurlijke functies opleverde.
Na een leervicariaat in de hervormde gemeente van Zeist en na beëindiging van de studie in de theologische faculteit aan de Rijksuniversiteit te Utrecht werd in 1953 het beroep naar Krimpen aan de Lek aangenomen. Deze gemeente zou gediend worden tot 1961. Al spoedig werden voor de jonge predikant twee dingen erg duidelijk. Hij ging graag met de jongeren om en gaf graag catechisatie en het was zijn lust en zijn leven om te preken, soms wel vier keer per zondag. „Eigenlijk pleeg je dan roofbouw, maar ach, ik was jong". De huisbezoeken die 's zondags afgelezen werden, met het vaste verloop van een gesprek, een stukje lezen uit de Bijbel en een gebed, spraken hem minder aan. „Als er zorgen waren in de gemeente, als er bijvoorbeeld een ernstig ongeluk gebeurde of als er ernstige zieken waren, dan was ik er en konden ze op me rekenen."

Duidelijker
Wel werd het voor hem steeds duidelijker dat hij eigenlijk meer een docent dan een pastor was. Dit is ook wel gekomen door een part-time benoeming als leraar godsdienst aan het christelijk Lyceum te Gouda van 1955 tot 1961. „M'n leven is eigenlijk merkwaardig geleid en je kiest je eigen loopbaan niet, dat is voor mij duidelijk geworden". In deze periode kwam er meer en meer een losweken van de gemeente.
Er zijn twee dingen geweest in het leven van burgemeester Kret, die bepaald hebben en die er uiteindelijk ook toegeleid hebben dat de weg ingeslagen werd naar het ambt, dat hij nu bekleed. Dit is echter ook weer niet bewust gedaan, maar omstandigheden waren hiertoe wel de aanleiding.
In Krimpen aan de Lek raakte de toen nog jonge ambitieuze predikant betrokken bij de problematiek van de ophoging van de dijken, na de watersnoodramp van 1953. Deze dijkophoging in verband met de Deltawerken ging gepaard met veel nevenproblemen. Mensen die in dat gebied woonden of er hun bedrijf hadden kregen met allerlei drastische maatregelen te maken. Als pastor werd hem toen duidelijk, als er over bepaalde personen op de kerkeraad gesproken werd in verband met allerlei problemen die er waren, dat de wezenlijke achtergrond de verplaatsingsproblematiek betrof.
„Ik ben toen helemaal de „ins" en „outs" van de sector openbare werken en de volkshuisvesting terechtgekomen. In m'n preken heb ik er de mensen toen ook op gewezen wat de bedoeling was van alle activiteiten rond de dijkverhogingen en hen gezegd dat actievoeren geen zin had. Er was naar mijn mening te weinig met de mensen overlegd. Deze hele gang van zaken daar is mede bepalend geweest voor mijn verdere leven."

Vluchten
Uiteindelijk trok het docentschap toch harder dan het predikantschap en volgde in 1961 een full-time benoeming aan het christelijk Lyceum Dr. W. A. Visser 't Hooft te Leiden. Het was toch weer de geboortestad Leiden geworden. Dit hield mede verband met een studie aan de Leidse Universiteit. „Gelukkig denken we daar nu wel anders over", aldus de burgervader, „maar toen begrepen velen niet wat ik ging doen. Men zag dat als een vluchten uit de pastorie of noemde het ook wel de toga aan de kapstok hangen. Als je in de pastorie zat was je alleen maar een echte dominee. Collega's hebben me toen ook wel gewaarschuwd, ze zagen het toch wel als een loslaten van het ambt."
In deze Leidse periode kwam er rond Kerst 1965 nog een beroep van de hervormde gemeente te Amsterdam. „Ik preekte er toen en ook nu nog vrij veel. M'n preekrooster vermeldt ook nu nog tussen de twintig en dertig morgendiensten in Amsterdam. Na het vertrek van ds. G. Lans indertijd kon er gezien de financiële toestand geen predikant meer beroepen worden. In de periode 1964 - 1966 heb ik daar bijstand in het pastoraat verleend. Door huiselijke omstandigheden heb ik dat beroep tóch niet aangenomen", aldus Kret.
Voor deze periode in Amsterdam was er nog een bijstand in het pastoraat geweest voor de hervormd-gereformeerden in Zaandam, die toen in het kerkje aan het Hazenpad hun diensten hielden. In deze periode is het er van gekomen dat de Gereformeerde Bonders één dienst per zondag mochten beleggen in een van de andere hervormde kerkgebouwen van Zaandam. Een regeling die nog steeds van kracht is.
Ook in Leiden werd hiervoor het nodige gedaan. Van 1961 tot 1970 was docent Kret secretaris afdeling Leiden van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Tot op vandaag prijkt zijn naam onder de emeriti-predikanten van het adresboekje van de Gereformeerde Bond.

Wethouder
In het jaar 1970 volgde van de ene dag op de andere een benoeming tot wethouder stadsontwikkeling en verkeer te Leiden. Vanaf 1966 werd al deelgenomen in de Raad. De politiek ging hem in de hieraan voorafgaande jaren steeds meer interesseren. Voor de CHU was de heer Kret in de periode van 1946 tot 1949 lid van het Leids jeugdparlement. Van 1956 tot 1962 lid college van advies van de ARP. Van 1962 tot 1966 voorzitter AR kiesvereniging te Leiden. Van 1966 tot 1975 voorzitter AR kamercentrale Leiden. Van 1966 tot 1975 lid centraal comité (later partijbestuur) van de ARP. Van 1974-1975 tenslotte nog lid van het algemeen bestuur van het CDA. Deze functie werd met alle andere politieke functies bij aanvaarding van het burgemeestersambt beëindigd.
Mede op aandrang van „politieke vriendjes" is het er uiteindelijk toch van gekomen dat gesolliciteerd werd naar het ambt van burgervader te Sassenheim. „Bodegraven en Naaldwijk waren al eerder vacant geweest", zo vertelde burgemeester Kret. "Maar ik kreeg geen duidelijk antwoord op mijn vraag of ik 's zondags zou kunnen blijven preken, daar stond of viel voor mij de hele zaak mee."
Rond de benoeming is dit ook nog een punt van extra overleg geweest met de commissaris van de Koningin mr. M. Vrolijk en de toenmalige minister van binnenlandse zaken mr. W. F. de Gaay Fortman. De eerste zei preek maar zoveel als je wilt als je het maar niet in Sassenheim doet, dat kon natuurlijk niet. De minister kon het mij staatsrechtelijk niet verbieden hij was er geen voorstander van, hij vond het een te zware belasting.
Het is er toch van gekomen, en zo moet burgemeester Kret naast zijn vele verplichtingen die hij heeft via zijn ambt en nevenfuncties, wekelijks ook tijd vrijmaken voor de voorbereiding van z'n preken. Hij gaat nooit met een oude preek op stap.
Toch nog weer terug naar het predikantschap in het gesprek dat we in Sassemheim voerden. Van 1967 tot 1969 was er nog een jeugdpredikantschap te Leiden. De opdracht was het leiden van jeugddiensten, jeugdpastoraat en leiding geven aan het open jeugdwerk.
Desgevraagd stelde onze gastheer dat hij begrip heeft voor die predikanten die zeggen: geen aparte diensten voor de jeugd, ze moeten er in de preek  bij betrokken worden. Ik ben wel voorstander voor diensten voor de jeugd. Niet voor jeugddiensten waarin alles anders moet gaan dan in de gewone diensten. Ik ben voor diensten met jongeren waarin een koor mee kan werken of waarin ze zelf Schriftlezingen verzorgen. Je krijgt de jongeren die gewend raken aan die bijzondere diensten nooit meer in de normale kerkdiensten.

Minder argumenten
Tijdens het gesprek bleek dat dominee Kret, z'n zondagse naam, steeds minder argumenten over gehouden heeft om alleen maar Psalmen te laten zingen in de erediensten. Het gebruik van de Nieuwe Vertaling is voor hem geen punt. Als een kerkeraad hem vraagt de Statenvertaling te willen gebruiken zal hij daarvan ook geen punt maken. Aan de vrouw in het ambt vooral in een stad als Amsterdam is volgens hem ook niet meer te ontkomen. De mannen zijn er gewoon niet. „En laten we wel wezen", zo verduidelijkt hij, „dames afkomstig van de Veluwe, die nu in Amsterdam wonen, worden daar opgenomen in de kerkeraad, iets wat op de Veluwe ondenkbaar is."
Met hem zijn veel van zijn studiegenoten net zo gaan denken: „Kijk maar naar de Bonders die uitgeweken zijn en nog uitwijken naar de confessionele gemeenten."
Op bezoek bij de burgemeester, die nog wekelijks preekt, zo lang het nog kan en zijn gezondheid het toelaat. Hij werkt nu niet meer met mensen maar met stukken. Contact met collega-predikanten is er nauwelijks meer. Voor studie, wat de theologie betreft blijft geen tijd over. Toch, stelt de burgemeester, weten ze in Sassenheim wie ik ben. Als mensen hier met problemen bij mij komen ga ik niet op de evangelisatietoer. Naast de mensen gaan staan, daar blijft meer van over dan de mensen bepreken. Hij gewaagt van de goede contacten die hij in deze periode gehad heeft met de plaatselijke geestelijken van verschillende kerken. Korte tijd is hij betrokken geweest bij het pastoraal beraad.

Veel zou nog te schrijven zijn over de vele nevenfuncties en nevenactiviteiten, die dominee, burgemeester A.J. Kret van 1953 tot heden vervuld heeft. Zijn naam werd verbonden aan het Christelijk nationaal sportfonds waarvan hij de oprichter was in het land wel bekend als het „plan - Kret". Dit sportfonds werd opgericht toen de sport-toto zijn intrede deed, waartegen van bepaalde zijde terecht bezwaren waren.
„In de loop der jaren is mij wel duidelijk geworden", aldus de heer Kret, „dat er heel wat organisaties uit traditie christelijke zijn maar dan wel op één voorwaarde dat het niet te veel kost. Een principe is best, zo wijst de praktijk uit, maar dan moet het geen geld kosten."

De heer Kret heeft ten slotte nog een aantal publikaties op zijn naam staan. Zowel op politiek als op theologisch gebied.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.