+ Meer informatie

Duisternis en licht

4 minuten leestijd

Wanneer de Heere de arbeid van de zending zegenen wil, wat kan er dan een grote ommekeer plaats vinden! De vorst der duisternis, die de heidenen zolang als maar kan in zijn satanische greep poogt tc houden, moet het tegen de Sterkere afleggen. En dan kan het wel lang duren, eer het licht in de duisternis opgaat, maar de Heere werkt zo vaak door het onmogelijke heen. Veelal is er geen schijn van kans, dat het Evangelie ingang zal hebben, maar juist, als het voor ons niet meer kan, schittert Zijn macht des te heerlijker uit en zal nimmer een mens de eer mogen ontvangen, die Hem alleen toekomt.

Zo vaak hebben we dat aanschouwd, als we nagingen de moeizame arbeid van verscheidende mensen, die zich gedrongen gevoelden om het Woord Gods te brengen in die streken en onder die mensen, die leefden zonder God in de wereld en die in volslagen blindheid hun aardse leven moesten eindigen. Niet de minste historische kennis hadden ze. Hoe zouden ze die ook hebben? Niemand was er die ze kwam onderrichten. Hoe diep treurig om in zo'11 streek het levenslicht te moeten aanschouwen en daar verder op te groeien, sidderend voor de geesten, die overal rondwaren, naar de overlevering der vaderen.

Hoe gezegend is dan het werk van de zending. Maar ook, hoe groot is dan het voorrecht, dat wij van jongsaf de Schriften geweten hebben, die ons wijs kunnen maken tot zaligheid. Wat is onze verantwoordelijkheid dan groot. Tyrus en Sidon zal het verdragelijker zijn in de dag des oordeels dan ons.

We hebben gezien hoe het werk van Nömmensen grote verandering teweeg bracht in Batakland. Als we even bedenken hoe het gesteld was toen de zendeling voet aan wal zette en wat het gezegend gevolg was, dan moeten we wel zeggen: grote dingen heeft de Heere gedaan.

In 1918 stierf de ijverige en moedige man, te midden van het volk, dat hij lief had gekregen. Een grote menigte mannen en vrouwen was tegenwoordig bij de begrafenis. Van welk gruwelijk bijgeloof waren ze door Nömmensen verlost. Het is goed daar nog even op terug te komen, om des te duidelijker uit te laten komen wat tot stand was gebracht. In Batakland had elk dorp een toverstaf, die dienen moest om de plaats tegen alle gevaren te beschermen. Dat was op zichzelf al erg genoeg, maar het vreselijke was, dat die stok eerst gewijd moest worden op een verschrikkelijke wijze. Uit het dorp werd een jongen genomen, die tot de hals toe in de grond werd gestopt. }e moet er maar voor uitgekozen worden! Het was net als de kinderen, die door het vuur moesten gaan onder Israël. Het arme kind moest specerijen opeten, waardoor een vreselijke dorst onstond. De tong kleefde aan het gehemelte. O, als hij maar eens mocht drinken! Maar dat zou hij mogen. Hoor maar! Hem wordt gevraagd: „Wil je beloven dat je ziel steeds bij ons zal blijven? Zal je ons altijd goed doen en ons beschermen? Als je „ja" zegt, dan mag je drinken."

Het arme kind wil alles wel beloven en vooral als het hoort over drinken. „Ja, " klinkt het van boven de grond. En dan wordt de wens van de knaap vervuld. De lippen gaan open en er wordt gedi-onken. Ach, slechts enkele ogenblikken later is het kind gedood. Het was geen verfrissende drank die gegeven werd, maar... . gesmolten lood! Hoe duivels, hoe onmedogend toch! Er zijn geen woorden voor te vinden. De onverlaten nemen nu de hersens van de gestorven knaap en met die hersens wordt de knop van de toverslag gewijd. Wat betekent dat? Wel, nu woont de ziel van de jongen in de stok en de jongen heeft beloofd, het dorp te beschermen en de inwoners goed te doen. Ze zullen dus gezegend zijn.

In deze omgeving nu, in Batakland, gaan geregeld van de tien mensen er negen naar de kerken, die door de zendelingen zijn gebouwd. Is het geen wonder? Uit zo'n diepe poel van ongerechtigheden opgehaald tot een hoog peil van beschaving! Er zijn in Batakland minder onkerkelijken dan in ons land. En zouden we niet mogen verwachten, dat onder het uitwendige christendom, ook mensen zijn, die inwendig door God zijn geleerd en die reeds juichen voor Gods troon en de kroon voor het Lam zullen neerwerpen?

De eerste zendelingen werden vermoord en opgegeten, maar de zending van Nömmensen, de arme jongen, die geboren werd op een duits Waddeneiland, heeft rijke vruchten gedragen.

Wordt er van ons te veel gevraagd, als we aangezet worden tot bidden en offeren van geld voor het werk der zending?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.