+ Meer informatie

Verkort verslag van de Synode op woensdag 18 juni 2014 te Barneveld (2)

9 minuten leestijd

Samenstelling moderamen
Preses: ds. J. Roos; assessoren: ds. A. Schultink en ouderling W.A. Barth (’s-Gravendeel); 1e scriba: ouderling J.A. Don (Veenendaal) en 2e scriba/quaestor: ouderling R.A. van der Garde (Opheusden).

De notulen van de vorige vergadering worden ongewijzigd vastgesteld en ondertekend.

Op voorstel van het moderamen wordt een brief voorgelezen voor de heer L.M.P. Scholten, die in de achterliggende jaren zoveel voor het geheel van ons kerkelijk leven heeft betekend. Door afnemende lichaamskrachten is hij echter niet meer in staat de vergadering bij te wonen, hoewel hij met zijn gedachten bij ons zal zijn. Vandaar het voorstel om door middel van een brief het meeleven van de synode te doen blijken. De heer en mevrouw Scholten wordt hierin toegewenst dat de Heere in de avond van hun leven moge betonen de getrouwe Verbonds-God te zijn. In de middagvergadering kwam er een reactie van de heer Scholten, waarin hij zijn gevoelens van erkentelijkheid voor dit medeleven betuigde. Hij besloot zijn antwoord met de woorden van Psalm 122:9: Om des huizes des HEEREN onze Gods wil zal ik het goede voor u zoeken.

Rapporten
Zoals gebruikelijk, brengen de verschillende deputaatschappen en kerkelijke stichtingen aan de synode rapport uit van hun werkzaamheden in het afgelopen jaar. Het grootste deel van de vergadering is hiermee gemoeid.

Kerkelijke Eenheid
Allereerst wordt verslag uitgebracht van de stand van zaken van de gehouden besprekingen tussen het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid (DKE) van de Gereformeerde Gemeenten en de daartoe ingestelde commissie van ons kerkverband. De voorzitter van deze commissie, ds. A. van Voorden, geeft een korte terugblik. Op de synode van juni 2013 werd een gezamenlijke tussenrapportage aangeboden. De bespreking daarvan heeft achter gesloten deuren plaatsgevonden omdat de Generale Synode van de Gereformeerde Gemeenten daarover pas in september 2013 zou vergaderen. Het zou niet gepast zijn geweest wanneer men de inhoud daarvan al in de krant zou hebben kunnen lezen.

Vervolgens schetst ds. Van Voorden enkele punten uit deze tussenrapportage, die door beide synoden is aanvaard. Er is overeenstemming over de onzorgvuldigheden in de behandeling van de kwestie van ds. R. Kok in 1950 en over de kerkrechtelijke fouten tijdens de synode van 1953. Over het leergeschil is wat langer gesproken. Door onze commissie is staande gehouden dat de scheuring van 1953 een gevolg is van een leergeschil. Binnen de Gereformeerde Gemeenten voor 1953 was er al langer een discussie gaande over de leer. Tijdens de synode van 1953 kwam het tot een ontknoping. Onze commissie heeft met pijn moeten vaststellen dat er in publicaties van predikanten van de Gereformeerde Gemeenten uitspraken worden gedaan die duidelijk maken dat er een leerverschil is, waarbij beseft wordt dat veel andere predikanten binnen de Gereformeerde Gemeenten deze uitspraken niet voor hun rekening nemen. Ook is gesproken over wereldgelijkvormigheid en moderne media; onderwerpen die door beide kerken verschillend benaderd worden.

Op 12 mei 2014 heeft opnieuw een gezamenlijke bespreking plaatsgevonden. De Generale Synode van de Gereformeerde Gemeenten hecht eraan, het onderscheid tussen evangeliebeloften en verbondsbeloften te handhaven. Wij zijn echter van mening dat de omschrijving die dr. A. Comrie geeft van de voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften niet hetzelfde is als de invulling die de Gereformeerde Gemeenten geven aan de evangelie- en verbondsbeloften.
Vanuit onze commissie is daarnaast ook aandacht gevraagd voor de inhoud van het proefschrift van dr. M. Golverdingen. Onze commissie heeft zich gesteld achter de recensie hierover van ds. J. Roos in het RD van 6 mei 2014. Het onderzoek is niet objectief genoeg geweest. De promovendus was te veel partij. Mede door de gedachtewisseling over dit proefschrift zijn het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid en onze commissie nog niet toegekomen aan een afrondende rapportage. In het najaar van 2014 D.V. zal het gesprek worden voortgezet. Daarna zal een eindrapport worden opgesteld, waarin ook een beoordeling over het proefschrift van dr. M. Golverdingen zal worden meegenomen.
Het streven is om op de synode van 10 juni 2015 D.V. deze droevige episoden uit de geschiedenis te kunnen afsluiten.

De voorzitter, ds. J. Roos, gaat nader in op de dissertatie van dr. M. Golverdingen, ”Vernieuwing en verwarring. De Gereformeerde Gemeenten 1946-1950”. Helaas heeft dit boek de verwarring groter gemaakt. Door het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid is tijdens de laatste bespreking opgemerkt dat dit proefschrift geen kerkelijk standpunt verwoordt. Dit is uiteraard juist. Het is echter wel een wetenschappelijk boek en zal daarom de geschiedenis ingaan als een standaardwerk over die periode in de geschiedenis van de Gereformeerde Gemeenten. Men mag ervan uitgaan dat een dergelijk werk gebaseerd is op de juiste feiten en bronnen. De reacties in het RD op onze recensie zijn bekend. Opvallend is dat deze reacties wel op mijn persoon gericht waren, maar niet op de vraag of de aangedragen punten inhoudelijk juist of onjuist waren. Spreker heeft op deze recensie een netjes getoonzette brief van dr. Golverdingen ontvangen, waarin deze aangeeft dat de zeven kritische noten de moeite van het overdenken zeker waard zijn.
Het is voor ds. Golverdingen een stimulans om zo objectief mogelijk te schrijven. De correspondentie over deze punten tussen dr. Golverdingen en spreker is nog gaande zodat hij hier nu niet verder op ingaat. De gedachtewisseling vindt op waardige wijze plaats en spreker hoopt dat dit zo blijft; hij is er ook verblijd mee dat deze briefwisseling plaatsvindt. Hopelijk zal deze correspondentie ertoe leiden dat dr. Golverdingen zelf met een aanvullend artikel naar buiten treedt. Spreker heeft zich afgevraagd of hij er in De Wachter Sions ook aandacht aan zou moeten schenken. Op dit moment heeft hij daarvan afgezien, om van het kerkblad geen strijdblad te maken.

Hoewel er op de classis Barneveld van 1 juni 1948 overeenstemming was bereikt tussen ds. G.H. Kersten en ds. R. Kok, is het ook algemeen bekend dat ds. Kok tot aan zijn dood is blijven doorgaan met het uitdragen van zijn verbondsvisie: De beloften van het genadeverbond worden aan iedereen beloofd.
Een mens gaat uitsluitend verloren omdat hij Christus niet aanneemt. Het evenwicht tussen Wet en Evangelie werd door ds. Kok niet gehandhaafd. Ook ds. C.J. Meeuse spreekt in dit verband in zijn recensie in het RD over een ’levensgevaarlijke verwarring’.
Het onderscheid tussen evangelie- en verbondsbeloften is in 1986 officieel door de Gereformeerde Gemeenten als kerkelijk standpunt vastgelegd. Het moeilijke is dat er binnen de Gereformeerde Gemeenten hieromtrent verschil in visie is. Het lijkt erop alsof men met dit onderscheid een tussenweg heeft willen maken tussen enerzijds de visie van ds. Kok en anderzijds die van ds. G.H. Kersten/dr. C. Steenblok. Spreker vraagt zich af hoe dit onderscheid vanaf de kansel kan worden verkondigd. Uiteraard moeten de evangeliebeloften aan allen verkondigd worden, maar dit betekent niet dat de beloften ook voor iedereen zijn. Er zal in de weg van ware schuldontdekking plaatsgemaakt moeten worden voor de beloften.

Desgevraagd geeft ds. Roos ook nog een toelichting op de lezing die dr. Steenblok in 1944 gehouden heeft over de algemene genade. De zienswijze die dr. Steenblok hierin naar voren brengt, is in overeenstemming met het standpunt van ds. Kersten hieromtrent. Dr. Steenblok erkent eveneens dat het profetisch en koninklijk ambt van Christus niet los staan van de algemene genade. Alleen Zijn priesterlijk ambt beperkt zich uitsluitend tot de uitverkorenen. Als men deze lezing doorneemt, zal men tot dezelfde conclusie moeten komen.
Tot op de dag van vandaag leeft bij velen de gedachte dat bij ons het evangelie niet gebracht wordt. De wet zou gelden voor een onbekeerd mens en het evangelie alleen voor Gods volk.
Dit heeft dr. Steenblok echter nooit geleerd.
Hij heeft er wel op gewezen dat we een verdoemelijk mens voor God moeten worden; anders krijgt het evangelie geen waarde.

Ds. Roos benadrukt dat, als er eenmaal strijd is over een bepaald onderwerp, we ons moeten hoeden voor het innemen van uiterste standpunten, bijvoorbeeld over het aanbod van genade. Door de huiver voor de ene kant, het misbruik hiervan, kan ook worden doorgeslagen naar de andere kant. Gods knechten hebben de hoorders op te roepen zich tot God te bekeren en in Christus te geloven. Ds. Mallan hield ons altijd voor om dan geen punt te zetten, maar een komma, want de mens in zijn vijandige natuurstaat zal nooit naar God vragen. Juist daarin ontsluit zich het Goddelijke welbehagen, als de Heere Zelf die mens met Zijn opzoekende zondaarsliefde van dood levend maakt en plaats maakt voor Christus als de enige Zaligmaker van zulke verloren zondaren.

Ouderling Van Heukelom (Nieuwerkerk) pleit ervoor dat de gesignaleerde onjuistheden en nadere bronnen toch gepubliceerd worden. Ds. Roos antwoordt dat hij nu liever eerst de uitkomsten van de correspondentie met dr. Golverdingen wil afwachten. Overigens verlopen ook de besprekingen met het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid op een constructieve wijze.
Ouderling Barth (’s-Gravendeel) vindt de uiteenzetting zeer boeiend en leerzaam, maar ziet toch graag dat na publicatie van het eindrapport er een punt achter gezet wordt.

Ds. Van Voorden licht nogmaals toe dat in het eindrapport over de gebeurtenissen rond 1950 en 1953, ook het proefschrift van dr. Golverdingen zal worden meegenomen. Het is van belang dat er een zorgvuldig en compleet eindrapport wordt opgesteld, waarna inderdaad deze discussie moet worden gesloten. Gelet hierop blijft het huidige embargo op het in 2011 aan de kerkenraden uitgebrachte rapport nog van kracht. Dit geldt ook voor de tussenrapportage.
Ds. Roos sluit hiermee de rapportage en gedachtewisseling over dit gevoelige onderwerp af.

De morgenvergadering wordt door ouderling J.A. Don afgesloten met gebed, waarin tevens een zegen wordt gevraagd voor de broodmaaltijd. Ds. A. Geuze sluit de maaltijd af met het zingen van Ps. 27:2 en het lezen van Zacharia 2. Hierna gaat hij voor in gebed en vraagt tevens een zegen voor de middagvergadering.

Deputaatschap Algemene kerkelijke zaken (Akz)
Ds. J. Roos brengt als voorzitter van dit deputaatschap verslag uit. Het achterliggende jaar hebben diverse zaken de aandacht gevraagd.
De belangrijkste zijn de aanscherping van de ANBI-regels en de gevolgen daarvan voor ons kerkelijk leven, en de vraag naar de noodzaak tot vaststelling van een kerkelijk statuut.

Kerkelijk statuut
Op grond van Boek 2, artikel 2, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hebben kerkgenootschappen en hun zelfstandige onderdelen van rechtswege rechtspersoonlijkheid. Zij worden geregeerd door hun eigen statuut. Reeds meermalen is aan de orde geweest wat met ’hun eigen statuut’ wordt bedoeld. Ook vanuit de ANBI-commissie is deze vraag gesteld. Met name voor officiële (overheids-) instanties is het van belang om over een document te beschikken waarin dit is vastgelegd, en welke juridische bevoegdheden de verschillende deputaatschappen hebben om aan het rechtsverkeer te kunnen deelnemen.
Op dit moment wordt onderzocht hoe dit statuut gestalte zou moeten krijgen. Het streven is om op de synode van 2015 D.V. met een uitgewerkt voorstel te komen.
(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.