+ Meer informatie

Milieu-econoom Elbert Dijkgraaf: "We sukkelen wat achteraan, geld verdienen staat hoger genoteerd"

10 minuten leestijd

Milieu en economie lijken voor politiek en bedrijfsleven eikaars tegenpolen. Wetenschapper EIbert Dijkgraaf denkt daar anders over Milieu is voor hem een essentieel bestanddeel van de economie. Een schaars goed, en daarom kostbaar Vooral reformatorische christenen zouden dat moeten beseffen. In de praktijk ziet de groene econoom vaak het tegendeel. Over de prijs van het milieu, de actualiteit van Calvijn, de scepsis van reformatorische ondernemers en de doorwerking van het materialisme. „Ook in de gereformeerde gezindte word je een antiek geval als er binnen een jaar na je trouwdag een kindje is."

Vanuit zijn kamer op de zevende verdieping van het torengebouw van de Erasmus Universiteit overziet drs. EIbert Dijkgraaf een groot deel van nijver Rotterdam. Het vertrek maakt deel uit van het Onderzoekcentrum Financieel Economisch Beleid. Doel van dit jonge instituut is het adviseren van de overheid inzake "beleidsrelevante vraagstukken", zoals dat in ambtelijk jargon heet.
Dijkgraaf is actiefin de sector milieu, met als specialismen afval en energie. De achterliggende tijd hield hij zich onder meer bezig met het vergelijken van de uitstoot van CO2 in de verschillende OESO-landen. Centraal in dit onderzoek staat de verhouding tussen de prijs van de verschillende fossiele brandstoffen en de milieuschade die erdoor wordt aangericht. Het grote euvel is volgens de jonge econoom dat die schade nog steeds wordt verdoezeld. Een struisvogelpolitiek, want de rekening moet toch een keer betaald. Tenzij gekozen wordt voor het aloude parool: Na ons de zondvloed.

Sociale dimensies
Een aansprekend voorbeeld is voor de milieu-econoom de klimaatverandering. Gevolg van het broeikaseffect door de grote hoeveelheid CO2 die wordt uitgestoten. „Wanneer de zeespiegel stijgt, zullen we onze dijken moeten verhogen. De kosten daarvan moet je verrekenen per eenheid CO2. Daarmee is het probleem als zodanig niet weg, maar je hebt wel een reële energieprijs gekregen. Die kant moet het op."
Toen de jonge wetenschapper zijn studie aan de Erasmus Universiteit begon, had hij heel andere idealen. Hij kwam er met de bedoeling register-accountant te worden. Daarin gestimuleerd door het voorbeeld van een buurman, die met de revenuen uit dit beroep een fraai huis en een snelle BMW bekostigde.
Halverwege zijn eerste academische jaar kwam de kentering. „Ik kreeg meer oog voor sociale dimensies. Op grond daarvan heb ik gekozen voor algemene economie, omdat daarin meer aandacht wordt besteed aan sociale problemen. Tijdens mijn werk bij dit centrum kwam ik in aanraking met de milieuproblematiek. In de opleiding economie wordt daar nauwelijks aandacht aan besteed. Nu verandert dat wat, maar het is nog steeds een ondergeschoven kindje."

Welvaartsmaximalisatie
Zowel in het bedrijfsleven als in de politiek leeft breed de gedachte dat economie en milieu elkaars tegenpolen zijn. De keus voor het ene betekent noodzakelijk verraad aan het andere, en omgekeerd. Voor Dijkgraaf is dat een misvatting. Als milieu-econoom voelt hij zich allerminst een schizofrene figuur.
„Milieu en economie zijn heel direct op elkaar betrokken. Een centrale vraag binnen de economie is hoe je schaarse goederen optimaal kunt verdelen over de mensen en de tijd. Daarbij wordt vrijwel uitsluitend aan arbeid en kapitaal gedacht. Dat is aanvechtbaar. Ook milieu is een schaars goed, dat je net als arbeid en kapitaal nodig hebt om te kunnen produceren. De grond waarop je bedrijf staat, de grondstoffen die je verwerkt, de energie die je gebruikt.
Voor de consument kun je min of meer hetzelfde verhaal houden. Binnen een micro-economische analyse is de welvaartsmaximalisatie van belang. Daarbij wordt naar twee elementen gekeken: consumptiegoederen en vrije tijd. Daarin zie je een balanswerking. Wanneer je meer gaat werken kun je meer consumptiegoederen kopen, maar je hebt minder vrije tijd. Als derde element zou ook het milieu meegenomen moeten worden. Je kunt wel vrije tijd hebben, maar als er geen groen is waar je kunt recreëren, of je mag niet naar buiten vanwege de smog, dan is het nut van je vrije tijd gering."

Milieukosten
Tot nu toe wordt de factor milieu niet in producten verrekend. Als dat gebeurde, was in de ogen van Dijkgraaf al veel gewonnen. Met een simpele grafiek kan hij de logica van zijn verhaal bewijzen. De verticale as geeft de prijs aan. De horizontale as de hoeveelheid geproduceerde goederen. Bij een geringe productie is de prijs per eenheid torenhoog, bij een hoge productie is die minimaal. Dat stimuleert de ondernemer tot het produceren van grote hoeveelheden, die door de lage prijs massaal gekocht kunnen worden. Nu duidelijk is dat ook aan het milieu een prijskaartje hangt, verdient de grafiek volgens de milieu-econoom aanvulling met een curve die de milieukosten aangeeft. Een minimale productie geeft marginale milieukosten. Naarmate de productie en bijbehorende consumptie toenemen, stijgen deze kosten.
Zodra de milieukosten in het product worden verrekend, zal de ondernemer de omvang van zijn productie vanzelf terugbrengen naar het snijpunt van beide lijnen, het economische punt S. Produceert hij meer, dan zijn de kosten hoger dan de opbrengst en is hij een dief van zijn eigen portemonnee. Mogelijkheid twee is dat de overheid de productie reguleert. Wie meer produceert dan de toegestane hoeveelheid, betaalt een boete. Een systeem dat in de melkveehouderij jaren geleden al werd geïntroduceerd.

Mensenleven
Binnen een democratie is het volgens Dijkgraaf uiteindelijk het volk zelf dat, via de volksvertegenwoordigers, punt S moet vaststellen. Het politieke punt S, wel te verstaan. „Als politicus heb je te maken met het krachtenveld van allerlei pressiegroepen. Milieu-activisten, die de normen altijd hoger willen leggen, en het bedrijfsleven, dat steevast afzwakking bepleit, vanwege de internationale concurrentiepositie. De SGP liet in het verleden vrijwel altijd het bedrijfsbelang prevaleren. Momenteel zie je daarin een omslag. Dat is een ontwikkeling die ik positief waardeer.
Ik hoop dat de partij het aandurft om ook in de Kamer openlijk te stellen dat de economie tot op zekere hoogte mag lijden onder de realisering van milieudoelen."
Een praktisch probleem daarbij is dat luchtverontreiniging zich niet aan grenzen houdt. Zo lang de buurman maar raak spuit, heeft het weinig zin om in eigen tuin een druppelende kraan dicht te draaien. Daar komt nog bij dat niet alle milieuschade in geld valt uit te drukken. „Een aantal stoffen veroorzaakt dodelijke ziekten", licht de milieu- econoom toe. „Dat staat inmiddels vast. Je kunt ook nog berekenen hoe veel mensenlevens dat kost. Maar welke prijs hecht je daaraan? Wat is een mensenleven waard? Dat is niet te meten."

Calvinisme
Ook de bevolkingstoename, de vergrijzing en de individualisering belemmeren een effectieve aanpak van de milieuproblematiek. Vooral over de individualisering maakt Dijkgraaf zich zorgen. „Die gaat de gereformeerde gezindte niet voorbij. Dat is een van de redenen waarom het milieu ook onder ons weinig wordt gewaardeerd. Pas de laatste tijd zie je de belangstelling voor het onderwerp in de reformatorische richting wat toenemen. We sukkelen wat achteraan. Geld verdienen staat hoger genoteerd.
Door die houding staven we de misvatting dat het calvinisme, met haar werkijver en groeiideaal, een belangrijke oorzaak is van het milieuprobleem. In zijn commentaar op Genesis 2 vers 15 zegt Calvijn drie dingen. We mogen een vruchtbaar en matig gebruik maken van wat God ons geeft. We moeten erop toezien dat de grond niet door zorgeloosheid uitgeput raakt. En we moeten ons erop toeleggen de grond aan de nakomelingen over te leveren zoals wij die hebben ontvangen. Dat is mijn verhaal van zojuist in een notdedop. Als het calvinisme al schuldig is aan het milieu-probleem, dan is dat niet door de leer van Calvijn, maar door het leven van de calvinisten."

Exploitatie
Die tegenstelling tussen leer en leven ziet Dijkgraaf overigens binnen alle wereldgodsdiensten. „Door de zondeval is het tenietdoen van milieu soms een voorwaarde om te overleven. Je vindt in de Bijbel dan ook geen aanwijzingen voor een zelfstandige beschermwaardigheid van de natuur. Die staat altijd in relatie tot de eer van God en het levensonderhoud van de mens. Door de technologische ontwikkeling heeft de exploitatie van de natuur echter buitensporige vormen aangenomen. De geweldige toename van de wereldbevolking maakt die technologie noodzakelijk om te overleven. De Amish in Amerika kunnen hun levensstijl alleen handhaven omdat het een beperkte populatie is.
Tegelijk moeten we vaststellen dat momenteel op enorme schaal milieu wordt vernietigd zonder dat daar werkelijk een noodzaak voor is. Enkel om onze hang naar luxe te bevredigen. Het bedrijfsleven speelt op die vraag in door masaal luxegoederen te produceren ofte verhandelen. Ten koste van het milieu."

Schone processen
De Rotterdamse econoom, belijdend lid van de gereformeerde gemeente in Ommoord en voorzitter van de SGP-kiesvereniging in Rotterdam-Alexanderpolder, heeft niet de indruk dat reformatorische ondernemers zich op dit punt onderscheiden. „In persoonlijke gesprekken en interviews in de bekende media binnen de gereformeerde gezindte ontdek ik bij hen geen opvallend milieubesef Vaak wordt zelfs vrij schamper gedaan over milieuonderzoek en de beslissingen die de politiek daaraan verbindt.
Deels heeft de overheid dat aan zichzelf te danken. De laatste jaren is een ad hoc beleid gevoerd. Er komen voortdurend nieuwe regeltjes bij. Zo kan een ondernemer niet werken. Als die tot een milieu-investering besluit, moet hij weten wat voor de komende twintig jaar het beleid is.
Aan de andere kant zie je dat veel ondernemers milieumaatregelen die meer geld kosten dan ze opleveren per defmitie negatief waarderen. Als het overleven van hun bedrijf ervan afhangt, heb ik daar begrip voor. Niet als de winst van 8 naar 6 procent zakt. Juist een christen-ondernemer, en de calvinistische ondernemer in het bijzonder, zou vanuit z'n bijbelse visie op miheu en economie voorop moeten lopen in het ontwikkelen en invoeren van milieubewuste productieprocessen. Of, als het een handelsonderneming betreft, het stimuleren daarvan."

Voortrekkersrol
„Het eerste wat je van een christen-ondernemer mag verwachten, is dat hij de milieudruk binnen z'n bedrijf zo laag mogelijk houdt. Door een zo efficiënt mogelijk gebruik van grondstoffen en energie, als het even kan de overstap naar milieuvriendelijke grondstoffen en duurzame energie, en door de invoering van schone processen en technieken. Ook als de winst daardoor geringer wordt."
Werkgeversorganisaties als de VRCL en de werkgeverssectie van de RMU zouden daarin volgens Dijkgraaf een voortrekkersrol moeten vervullen. „Die zit vaak in heel simpele dingen. Inventariseer eens wat er aan milieukennis is, ook binnen de eigen achterban. Breng die mensen bij elkaar. Organiseer een congres waar ondernemers deze mensen kunnen bevragen. Kortom, open kanalen waardoor vragers en aanbieders bij elkaar komen. Dan zal ook duidelijk worden dat veel milieu-investeringen zichzelf op termijn terugverdienen.
Puur economisch gezien genereert een strenger milieubeleid bovendien een markt voor nieuwe producten. Zonnepanelen, energiezuinige apparaten, noem maar op. Het kenmerkende van een nieuwe markt is dat je er veel geld kunt verdienen. Mits je voorop loopt."

Kinderen
Hoewel hij ook de ondernemer graag wat milieubewuster zag, is het gedrag van de consument voor de reformatorische milieu-econoom bepalend. „Recent kreeg ik een nieuwsbrief van een stortplaats in Brabant. Vijftien procent van het gestorte afval waren wegwerpluiers. Vijftien procent. We hebben een dochtertje van zeven maanden, daar gebruiken we bewust katoenen luiers voor. Ook daar zie je overigens dat economie en milieu prachtig samen gaan. Je bespaart pakweg 2500 gulden. Ga je uit van gemiddeld vier kinderen in onze gezindte, dan steek je 10.000 gulden in je zak.
Het punt is dat voor het wassen van luiers bij velen de tijd ontbreekt. Ook in de reformatorische richting zijn we zo materialistisch geworden, dat man en vrouw samen moeten werken. De baby in de crèche, of bij opa en oma: het verantwoorde alternatief 's Middags draven naar de winkel, 's avonds nog koken, zaterdag druk om de boel aan kant maken, zondag suffend onder de preek en tussen de diensten plat. Om in de zomer naar Kreta te kunnen. Het is onvoorstelbaar hoe snel dat patroon onder ons wordt overgenomen. Leeftijdgenoten uit onverdachte kring zeggen me openlijk dat er voorlopig geen kinderen kunnen komen, omdat eerst de kop van de hypotheek moet. Ook in de gereformeerde gezindte word je een antiek geval als er binnen een jaar na je trouwdag een kindje is."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.