+ Meer informatie

OVER DE VOORBEDE EN DANKZEGGING IN DE EREDIENST VANUIT DE PRAKTIJK VAN EEN „MIDDELKLEINE” GEMEENTE

10 minuten leestijd

Beperking

Het gaat ons bij dit onderwerp om personen of ook wel situaties binnen de plaatselijke gemeente, die met naam en omschrijving in de gebeden in de kerkdienst worden neergelegd voor de troon van Gods genade. Dat is een beperking, want in de gebeden worden ook de volkerenwereld, de overheid, de zending, de christelijke school, de eenzamen, de armen, de weduwen enz. aan de Here opgedragen.

Hierin zal ook weinig verschil zijn tussen de praktijk in een kleine en grote gemeente. Er zou zeker ook wel heel wat te zeggen zijn over de vraag voor welke belangrijke zaken in de wereld en de kerk voorbede gedaan dient te worden.

Bidden we voor de overheid van Zuid-Afrika? Wij doen dat wel, maar we bidden b.v. niet op dezelfde wijze voor de overheid van Rusland of Cuba. We hebben gebeden om Gods zegen over het congres van evangelisten in Amsterdam en niet voor het bezoek van paus Johannes Paulus destijds aan Nederland.

Welke lijnen volgen we hier en welke maatstaven leggen we aan?

De inhoud van dit artikel heeft echter te maken met het mededelingenblaadje dat je, voorgaand in een andere gemeente, door de scriba overhandigd wordt en waarop naast collecten en vergaderdata enz. meestal ook wel de naam van een ernstig zieke staat. Je wilt dan even nader geïnformeerd worden en intussen komt een gemeentelid de consistorie binnen om te zeggen dat hij gisteren vader is geworden en of er „gedankt” kan worden.

Praktijk bij ons

Onze gemeente telt plm. 370 leden. Er zijn veel mutaties en de leden wonen verspreid over een deel van een grote stad. De grote stad brengt met zich mee dat vele leden lang niet alle leden kennen. Het niet zo grote aantal heeft als voordeel dat velen een groot deel van de gemeente goed kennen. Het hangt sterk af van de „meelevendheid” van „kenner” en „gekende”.

Op zaterdagavond, meestal laat, belt de scriba mij op om de mededelingen door te nemen. Onderaan het lijstje is er dan het punt voorbede en dankzegging.

De scriba, die de gemeente ook goed kent, informeert naar enkele zieken. Vaak heeft hij een geboortebericht of kennisgeving van jubileum ontvangen. Hij heeft dus meestal al voorstellen voor dit punt. Ik geef daarop aanvullingen. We overleggen hierover.

De volgende morgen heeft hij de mededelingen keurig op papier inclusief punt: voorbede en dankzegging. We lezen dat voor in de consistorie. Soms heeft een ambtsdrager nog een aanvulling. Aldus vastgesteld worden deze zaken aan het begin van de dienst meegedeeld en worden diverse broeders en zusters met naam en situatie van verdriet of blijdschap de Here opgedragen.

Voor wie wordt voorbede gedaan?

Voor de ernstige zieken thuis. Voor leden opgenomen in het ziekenhuis. Voor hen die langdurig door ziekte of andere redenen de kerkdiensten niet kunnen bezoeken.

Voor hen die door de dood een direct familielid hebben verloren. Voor leden die naar elders verhuizen en ook leden die ingekomen zijn. Voor leden die belijdenis van Christus gaan afleggen en van wie het huwelijk bevestigd zal worden.

Een enkele keer wordt gebeden voor familieleden van leden van de gemeente. Soms voor de kerkeraad als die voor een moeilijke beslissing staat. Soms worden bij ons bekende personen of zaken van naburige zusterkerken of ook wel van verderop (b.v. bij overlijden predikanten) in de voorbede genoemd.

Voor wie vindt de dankzegging plaats?

Voor hen die thuiskwamen uit het ziekenhuis. Vaak nog eens als ze ook weer in de kerk kunnen zijn. Voor geboorten, jubilea. Leden die na langdurig verblijf in het buitenland weer terugkeren.

Zaken van voorbede komen meestal ook in de dankzegging terug, maar met een andere invalshoek.

Op een goeie dag kwam een gemeentelid zeer geëmotioneerd verzoeken om dankzegging.

Zijn zoon was als door een wonder gespaard bij een auto-ongeluk. De zoon kenden wij niet, maar de vader wel en de gemeente was blij met hem en heeft God gedankt.

Er zijn hier geen precieze voorschriften te geven.

Een oprecht verzoek om voorbede zal niet gemakkelijk afgewezen kunnen worden. Soms kom je hier aan de rand van wat wel in aanmerking komt en wat niet. Er kan het gevaar zijn dat leden wat erg graag hun naam genoemd willen hebben. De predikant of ouderling mag hier ook enige leiding geven.

Vaker komt voor dat mensen hun naam niet genoemd willen hebben. Soms moet je enige druk uitoefenen. De gemeente mag toch meeleven en meebidden. Het gebed van de gemeente is een kracht.

Er dient, denk ik, altijd van te voren overleg plaats te vinden met betrokkene. Voorbede en dankzegging met naam enz. mag voor de gemeente geen verrassing tijdens het bidden zijn en zeker niet voor degene die genoemd wordt.

Het beste is als erom verzocht wordt. Ook kan het een voorstel van predikant of ambtsdrager zijn. Soms gaat het van een medebroeder of zuster uit.

Twee ambtsdragers

Ik vertelde van de scriba, die de mededelingen opstelt. Het is belangrijk dat niet één persoon deze zaak behartigt en beslist. Uiteraard is het een zaak van de kerkeraad, want er wordt afgekondigd namens die raad. leder mens heeft zijn eenzijdigheden, sympathieën enz. Als er minstens twee ambtsdragers - in een niet vacante gemeente zal de predikant daarbij zijn - deze zaak behartigen, ben je meer verantwoord.

Immers een enkele keer komt de vraag waarom is er voor die gebeden? Is dat nu nodig? Of: waarom is er voor hem of haar niet gebeden? Of nog krachtiger: waarom is er toen en toen wel voor die en die gebeden en niet voor mij of ons?

Dan is het goed dat er een verantwoorde praktijk is. Namelijk er dient een verzoek te zijn en het is niet iets dat één persoon beslist, maar twee stellen voor en de kerkeraad stemt er al of niet mee in. In de persoonlijke sfeer liggen de zaken heel teer. Elk lid hoort „persoonlijk” geteld te worden en te ervaren ik hoor erbij tot in voorbede en dankzegging toe.

Vreugde en verdriet in de kerk brengen

In sommige gemeenten is het gebruik om rouw in de kerk te brengen op de eerstvolgende zondag na de begrafenis. Een hele familie probeert dan aanwezig te zijn en zit soms voor in de kerk. Het verlies en het verdriet van de familie of het gezin wordt verwoord in het gebed. In onze gemeente gebeurt dit zoals de betrokkenen dit wensen. Meestal zit ieder op de eigen plaats en wordt er zo voorbede gedaan.

Bij een jubileum zouden we kunnen spreken van vreugde en dank in de kerk brengen. Goed is het als daarbij kinderen en familie aanwezig zijn. Wie met God en met de gemeente leeft, mag deze dingen tot in de eredienst voor Gods aangezicht beleven. Op deze wijze brengt hij het op de plaats waar de dichter van Ps. 116 zijn dank zingend uit voor de redding uit doodsgevaar.

Bijbels

Voor zover ik weet zijn er in de Heilige Schrift geen voorschriften te vinden dat deze dingen zo moeten gebeuren. De Heilige Geest leidt de gemeente ook tot in haar plaatselijke situatie. Daarom kan het onder leiding van dezelfde Geest plaatselijk toch verschillend zijn in de praktijk. Er wordt veel aan de vindingrijkheid van de gemeente overgelaten en aan haar liefde. Het bidden en danken voor en met elkaar hoort tot het begrip gemeenschap, waarin de gemeente van Hand. 2 : 42 blijft volharden.

Een woord uit de Bijbel dat om de praktijk van voorbede en dankzegging voor elkaar vraagt, is 1 Cor. 12 : 26: „Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde”. De gemeente is een lichaam met verschillende leden. Ogen, orgen, handen, voeten. Het gebed zou ik een gave en opdracht gegeven aan de gemeente, willen noemen. Zo mag de gemeente als lichaam onder haar hoofd Christus de zorgen en de vreugden uiten in het gebed.

Het gebed is niet een munt in een automaat en er komt „automatisch” wat uit. Het is wel een kracht en het geeft de zekerheid dat de verhoogde Heer weet wat zijn gemeente bezighoudt. Hij wéét niet alleen van de zijnen, Hij zòrgt ook voor hen. De voorbede mag niet dwingend zijn, maar wel smekend en pleitend op grond van het werk van Hem die zieken genas en zonden vergaf, toen Hij op aarde bij de mensen was.

Vragen en mogelijkheden in dit verband

- In een grote gemeente is een mededelingenblad, waarin zieken enz. met korte aanduiding van b.v. operatie en ziekenkamer, erg zinvol. De mededelingen bij dit punt zouden te veel worden en alle namen te noemen in het gebed bijna onmogelijk.

- Bij de mededelingen namens de kerkeraad worden de namen van zieken enz. genoemd om echt „mee te delen”. In de kerk voor deze leden bidden en danken, vraagt ook om het bidden en danken thuis. Hen opzoeken en een kaartje sturen. Meedelen om mee te delen in de zin van meeleven. Gedeelte smart is halve smart en gedeelde vreugd is dubbele vreugd.

- De zeer langdurig zieken en ouderen die niet meer in de kerk kunnen komen, worden bij ons twee keer per jaar in een dienst waarin het Avondmaal wordt gevierd, met name genoemd. Zij raken soms zo pijnlijk in de vergetelheid.

- Vaak zijn er personen en zaken die best wel eens bij de voorbede en de dankzegging aan de orde zouden kunnen komen.
Ik denk aan organisten, koster, commissies, leden die zware posten in de maatschappij bekleden, die werkeloos zijn, in de WAO lopen. Leden met langdurige kwalen en fobieën. Het zou teveel zijn alles te noemen.
Bij bid- en dankstond kunnen vooral ook groepen van mensen in bijzondere situaties worden genoemd. Tevens is er bij ons in één zondagmiddagdienst per maand bijzondere voorbede voor een bepaalde groep leden. Bijvoorbeeld leden die werken in de gezondheidszorg, of in het onderwijs of voor alleenstaanden.

- Voor elke Avondmaalszondag komt een aantal leden bijeen in een gebedssamenkomst. Van tevoren wordt besproken voor wie en waarvoor wordt gebeden. Elk der aanwezigen legt om de beurt in eigen woorden de genoemde noden voor de Here neer, waarna wordt besloten met het gemeenschappelijk Onze Vader en het zingen van een lied.

- We bidden voor zieken, maar we zouden nog veel meer moeten bidden voor hen die de weg des levens verlaten. Leden die uit onverschilligheid en liefde voor de wereld niet meer meeleven. We bidden voor hen „in het algemeen”. Het is te „pijnlijk” om hun namen te noemen. Toch is het zo dat die leden van het lichaam er het allerergst aan toe zijn. Hoe kunnen we voor hen voorbede doen?
Door op de kerkeraadsvergadering ook reëel aan voorbede te doen. Naar aanleiding van verslagen huisbezoek is het goed even voor het dankgebed van de vergadering ook te overleggen voor wie in het bijzonder gebeden wordt.
In de eredienst zou zo nu en dan een moment van stil gebed kunnen worden gehouden, waarin ieder voor zich voor een lid van de gemeente bidt, dat hij of zij terugkeert tot God en zijn gemeente. Het zou b.v. ouders, die in dit opzicht vaak zo’n verdriet hebben, kunnen sterken, doordat ze voelen dat velen met hen bidden.
De procedure van de censuur, in deze situatie terecht meestal niet toegepast, spreekt immers ook heel uitdrukkelijk over de voorbede.

Ons bidden mag niet zijn een dwingen als de Baäipriesters op de Karmel. We moeten wel heel goed beseffen tot Wie en voor wie en waarvoor we de naam des Heren aanroepen.

Verlevendiging van de gemeente kan niet zonder verlevendiging van het gebed tot Hem, die op datzelfde moment ons ziet en hoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.