+ Meer informatie

HANDREIKING VOOR EEN HUISBEZOEK

11 minuten leestijd

Tot de belangrijkste taken van het ambtelijk werk behoort het afleggen van huisbezoek. Het kan goed zijn elkaar te helpen met een handreiking voor het afleggen van een huisbezoek. Ik bedoel daarmee enige aanzetten te geven voor de gedachten over een bepaald thema. Als thema voor een huisbezoek zou kunnen dienen de vraag: Heb ik God lief?

Voorbereiding

De zorgvuldigheid vereist dat we ons voorbereiden in twee opzichten. Allereerst is er studie en zelfonderzoek nodig met betrekking tot de vraag: Heb ik God lief? Voor de studie is het onderzoek van de Schrift noodzakelijk over het vele dat geopenbaard wordt over de liefde van God en de volheid van een leven in de liefde tot God. Een concordantie leidt u langs de verschillende bijbelteksten om daarover te mediteren. Daarbij zijn korte bijbelstudies van belang uit boeken die bijbelse woorden behandelen zoals van prof. Versteeg, Bijbelwoorden op de man af, en bijbelstudies van anderen.

We ontdekken daarin dat liefde een relatie aanduidt: er is er altijd meer dan één voor nodig en dat betekent een doorbraak van elke afgeslotenheid en verbergen van onszelf. Mensen zijn het voorwerp van de liefde van God. Er komt een heilig en machtig God op mij toe, die mijn behoud zoekt. Alleen mijn zonde doet dat komen Gods als een bedreiging ervaren. Zo kan soms het huisbezoek als een bedreiging worden ervaren waarbij een verdedigende en afwerende houding wordt aangenomen.

Vervolgens ontdekken we dat liefde niet alleen een gevoelen is, maar een werkwoord, het is een daad. Dat geeft vastere bodem om op huisbezoek over te spreken dan om te spreken over het vluchtige en wisselende van gevoelens. Dat is ongrijpbaar en moeilijk bespreekbaar. Liefhebben is concreet, metterdaad, en de gevoelens zijn zeker niet afwezig. Liefhebben is de daad van en met het hart. Ook al kunt u lang niet alles wat u bestudeerd hebt uit de Schrift kwijt in een gesprek, uw spreken rust op een schat aan bijbelkennis en daaruit moet u kunnen putten.

Het zelfonderzoek houdt ons nederig met het oog op degenen die wij bezoeken. Het brengt onze eigen zonde tegen de liefde van God openbaar en doet ons staan naar de vergeving van Christus en staan naast degenen met wie we willen spreken over de vraag: Heb ik God lief?

Het andere waarop we ons voorbereiden is dat we ons instellen op degene(n) die wij te bezoeken hebben. Het is immers niet een algemene vraag: Heb ik God lief? Ze is heel persoonlijk en dat betekent een zich instellen op de persoon. Is het een jong belijdend lid, een ouder echtpaar, een jong gezin, broeders en zusters van middelbare leeftijd? De vraag klinkt in verschillende gezins-, leef-, werk- en studieomstandigheden.

Nu kan de afspraak gemaakt worden en uit de welwillendheid of afstandelijkheid bij het afspreken ontvangen we al een aanwijzing voor de toon, de tact en de vertrouwelijkheid die nodig zullen zijn.

Uitvoering

We hebben aangebeld, zijn begroet, hebben onze plaats gekregen, zijn voorzien van koffie en hebben kort geïnformeerd naar gezinssituatie en welstand. Dat is het moment om aan te geven als gespreksonderwerp de vraag: Heb ik God lief? In sommige kerken is het gebruikelijk met gebed te beginnen. Het is ook goed mogelijk om met een enkel Schriftwoord te beginnen, bijvoorbeeld uit de eerste Johannesbrief die zo vol is van de tekening van Gods liefde en wat daaruit voortvloeit. In een zekere ordening laat zich een mogelijke ontwikkeling van het gesprek zien langs de volgende vragen.

- Wat is liefde?

Vanuit de voorbereiding laat zich uit de eerste Johannesbrief aflezen van welke aard de relatie is en welke daden horen bij het liefhebben van God. Ik noem 1 Johannes 3: 1 Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook); 4: 21 Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben; 3: 18 Kinderkens, laten wij liefhebben niet met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid; 4: 9 Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld opdat wij zouden leven door Hem. Uit deze laatste tekst blijkt wat de daad van de liefde van God is. De zending, de overgave van zijn Zoon voor onze zonden. In het begin en in het centrum van het gesprek blijve dit onwrikbaar staan dat God de bron, de norm van de liefde is. Hij is Zelf liefde, zo is zijn wezen. Dus in alles wat Hij doet is de liefde de dragende grond, de uiting van wie Hij is. Alleen daarin is Hij te kennen. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft…

Bij de bespreking van het bovengenoemde denken we niet alleen aan welwillend knikkende instemming, maar ook aan de beleving ervan met name in onze reactie op wie deze God is. Hier moet ook gelegenheid zijn om aandacht te geven aan onze situatie als mens die in zonde is gevallen en van nature dood is. Het moet wel gaan om doorleefde kennis en niet maar om een naspreken van een soort geestelijk patroon.

Het gesprek, dat van de kant van de ambtsdrager een verkenning is en een gevoelig zijn voor signalen van de gesprekspartner en een gevecht om het behoud van de hem toevertrouwde zielen, probeert te zoeken naar eerlijkheid en openheid van de ander om zich voor dit Woord van liefde tot zondaren samen te verantwoorden.

- Hoe kan ik God liefhebben en waaruit blijkt dat ik God liefheb?

Waar de liefde van God is aangekomen en werkelijkheid voor mij is geworden, daar komt het tot wederliefde van onze kant naar God toe. Dat doet vragen naar en spreken over de omgang met de Here in een persoonlijke relatie. Hoe is het met het spreken tot de Here? Het gebed is het voornaamste stuk van de dankbaarheid. De Here wil ons ontmoeten in de kerk. Wie zal daar wegblijven? Dan moet u echt niet kunnen komen. Eenmalige en ontrouwe kerkgang is een gebrek aan liefde. Gesproken wordt over de verwerking van het gepredikte Woord.

Bij de bediening van doop en avondmaal zien we de liefde van de Here onderstreept en zichtbaar gemaakt. Daar worden we gevoed. Door middel van het Woord komt Gods liefde naar ons toe. Bijbelstudie alleen en in een studiegroep is een goede weg. Dat is een voorbeeld, ook voor onze kinderen.

Verder is er de weg van een gehoorzaam en godvrezend leven zoals we beloofd hebben in de tijd van de eerste liefde bij onze openbare belijdenis.

Behalve het rechtstreeks op de Here gerichte is er ook het leven in de liefde binnen de gemeenschap van gemeente en in het midden van de wereld. Hoe is de reactie op de onderlinge liefde in de gemeente en welke inzet is er? Is men gemotiveerd om met een zieke mee te leven door brief of bezoek, een alleenstaande broeder of zuster te bezoeken, mee te werken aan een actie, op de hoogte te zijn van ontwikkelingen in de zending, de hulpverlening en de evangelisatie? Blijkt de liefde tot God in het verlangen naar eenheid tussen hen die een even kostbaar geloof hebben? Veel wijsheid is nodig om bezwaren en kritiek te horen, er niet direct tegenin te gaan, maar op te sporen waar het eigenlijke pijnpunt zit in de ziel. Vaak is er moeite met allerlei zaken in de kerk omdat er diep verborgen en onbewust iets met mijzelf aan de hand is, dat uitgesproken of beleden moet worden. Ook schijnbare onverschilligheid en mindere betrokkenheid hebben oorzaken die vastzitten op dingen die men zich niet bewust is maar waar in een gesprek naar gespeurd kan worden.

De liefde van God en de liefde tot God worden beleefd in een concrete, maatschappelijke situatie in de wereld. Het is van belang te spreken over de levenspatronen waardoor onze tijd en cultuur worden gekenmerkt omdat ze rechtstreeks verband houden met het leven in de liefde tot God. We kunnen hier niet breed op ingaan. Ik noem de veranderingen in normen en waarden, het consumentisme, de nadruk op jezelf waarmaken, de behoefte aan privacy, het groeiend anoniem zijn, de vanzelfsprekende welvaart. Allemaal zaken waardoor gemeenteleden in mindere of meerdere mate aangeraakt zijn. Johannes zegt: Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Dat is radicaal. Of het een, of het ander. Zoeken wij een compromis? Staan we met één been in de wereld en één been in de kerk? Waar hoort uw hart dan bij?

Het laatste dat niet vergeten moet worden in een gesprek over de vraag: Heb ik God lief? is de aandacht voor de groei in liefde. Met name de apostel Paulus spreekt daarover in Efeze 4: 15 en 16.

Een nieuwere schrijver zou spreken van een groei in spiritualiteit. U vindt in deze twee verzen van de apostel Paulus de prachtige verbinding van de liefde van elk gemeentelid afzonderlijk naar de groei van het lichaam van de gemeente als geheel naar het Hoofd Christus toe. Het gezin of de alleenstaande waar we op bezoek zijn, is een onmisbare bouwsteen in de opbouw van het lichaam. En ieder bewijst zijn kracht door de (liefde)- dienst die elk lid op zijn wijze oefent. De overdenking en de bespreking van deze verzen laten prachtig zien hoe voor ieder een leven in het groeien in liefde beloofd wordt. Het huisbezoek kan toegespitst worden afhankelijk van wat u constateerde in het gesprek op een concrete en duidelijke vermaning en bemoediging voor het gezin om te groeien in het lichaam van Christus naar Christus toe, terwijl we ons aan de waarheid vasthouden. Er is een welsluitend geheel waar je in past en uw concrete dienst wordt gevraagd om het lichaam bijeen te houden.

Afgesloten zou kunnen worden met het lezen van 1 Korinthe 13 waar de liefde de hoogste gave van de Geest genoemd wordt, zelfs van eeuwigheidsbetekenis. De liefde vergaat nimmermeer. Geloyen en hopen komen tot aanschouwen en vervullen, de liefde blijft.

Afronding van het bezoek

Ik had eens een spannend huisbezoek bij iemand die boordevol agressie was tegen een familielid vanwege een onrechtvaardige behandeling. Meer dan één keer was deze zaak aan de orde geweest in verschillende gesprekken. Een diepe onvrede leefde in het hart van degene die ik bezocht en die onvrede nam alles in beslag. Heel haar leven werd erdoor verziekt. Voor een buitenstaander was de kwestie op zichzelf onoplosbaar. Wie kan rechter zijn in een familiekwestie? Ten einde raad Steide ik voor samen uit Gods Woord te lezen. We sloegen 1 Petrus 2: 18-25 op en we lazen het indrukwekkende woord over het navolgen van de voetstappen van de Here Jezus, die als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Dien, die rechtvaardig oordeelt. Tot mijn blijde verwondering en verbazing bewerkte het samen lezen en samen bespreken van dat woord een verandering in gezindheid bij degene die ik bezocht, zodat ik het gevoel had: er werd helemaal niet verwacht dat de zakelijke dingen besproken zouden worden, er werd uitgezien naar een verlossend woord in een situatie van onvrede met God, met zichzelf en met andere mensen. Ik heb dat ervaren als een door de Heilige Geest geschonken gelegenheid waar wij mensen aan het eind zijn, dat Gods Woord echt werkt.

De afronding van onze huisbezoeken is gewoonlijk met Schriftlezing en gebed. Het hoort erbij. Laten we gevoelig voor het wonder en de verwondering blijven dat degenen die wij bezoeken precies het Woord dat gelezen wordt, nodig hebben en ernaar uitzien als een Woord van God van de andere kant dat vastgelopen gedachten en vastgelopen situaties doorbreekt.

Het kan zinvol zijn een huisbezoek naast de Schriftlezing en het gebed af te sluiten met het voorlezen van een lied of een gedicht. Bij voorbeeld het volgende of een ander:

Heer, uw licht en uw liefde schijnen,

Waar u bent zal de nacht verdwijnen.

Jezus, licht van de wereld, vernieuw ons.

Levend Woord, ja, uw waarheid bevrijdt ons.

Schijn in mij, schijn door mij.

Staan wij oog in oog met U Heer,

Daalt uw stralend licht op ons neer.

Zichtbaar, tastbaar wordt U in ons leven.

U volmaakt wie volkomen zich geven.

Schijn in mij, schijn door mij.

Kom, Jezus, kom,

Vul dit land met uw heerlijkheid.

Kom Heil’ge Geest, stort op ons uw vuur.

Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard’ vervullen.

Spreek, Heer, uw woord dat het licht overwint.

Na een huisbezoek blijft een indruk achter zowel bij u die bezoekt als bij het gezin dat bezocht is. Positief of negatief. In die indruk zit een beoordelend element. Een beoordeling van onszelf en een beoordeling van het bezochte gezin. Hoe ging het met het gesprek, hebben we de juiste toon getroffen, liet men zich kennen, was er vertrouwen en vertrouwelijkheid? Vervolgens waarderen we het bezochte gezin in meelevendheid, in openheid naar de wereld, in belangstelling voor geestelijke zaken, in de groei en de stand van het geestelijke leven met de Here. We houden wel de regel vast: over de harten kunnen wij niet oordelen.

We brengen daar verslag van uit op de kerkenraad en leggen onze ervaringen kort vast voor een volgend huisbezoek of voor onze opvolger. Daarbij stellen we ons voor ogen het woord van de apostel Petrus: En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk (1 Petrus 3: 8).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.