+ Meer informatie

Vier vermisten bij drama op oceaan

Schip kapseisde plotseling

5 minuten leestijd

SCHIPHOL — Twaalf uren heeft eerste stuurman Portengen, een boom van een kerel uit Halfweg, vrijdag in het koude water van de oceaan gedobberd, zich vastklampend aan wat wrakhout, voor hij totaal uitgeput werd opgepikt door een Russisch schip.

Hij was de laatste van acht gered;ide schipbreukelingen van de kustvaarder Telana uit Rotterdam, dat vrijdagochtend om 5 uur zestig mijl ten zuidwesten van Landsend in de tuurt van de Scilly-eilanden plotseling pakseisde en na twintig minuten zonk. Vier opvarenden, die niet konden zwemmen, kwamen in de golven om. De andere acht werden gered en in Brest aan wal gezet.

Twee van hen moesten daar wegens opgelopen verwondingen in een ziekenhuis worden opgenomen. De zes overigen kwamen zondagavond op Schiphol aan, waar zij werden ontvangen door directeur W. Vermaas van de Verenigde scheepvaartbedrijven uit Rotterdam, waaraan het schip toebehoorde.

Op Schiphol stond een invalidewagentje gereed voor de eerste stuurman Jol uit Capelle aan de IJssel, wiens voet in het gips was gezet. Hij was het zwaarst getroffen lid van de bemanning, want hij verloor bij deze scheepsramp zijn vrouw. Officieel wordt zij als vermist opgegeven, maar zij kon niet zwemmen en daarom wordt aangenomen dat zij is verdronken. Haar 9-jarig zoontje wist zich met zijn vader, met de kapitein en met nog vijf andere opvarenden te redden.

Verdronken

Op Schiphol deelde directeur Vermaas mede, wie de vier vermiste opvarenden zijn. Gevreesd moet worden dat zij alle vier zijn verdronken. Het zijn de eerste machinist L. R. van Hilst (34) uit Eindhoven, de echtgenote van de tweede stuurman, mevrouw B. G. Jol (31) uit Capelle aan de IJssel, de 39-jarige matroos C. F. Lopez en de kok Gomez Fereira (54) beiden uit Portugal.

De 1200 BRT metende'Telana had in Workington bij Liverpool spoorrails geladen en was op weg naar Lissabon. Het is niet bekend waardoor het schip is gaan kapseizen. De mogelijkheid dat de lading is gaan schuiven wordt niet uitgesloten.

Slagzij

„Ik lag vrijdagochtend om 5 uur te slapen", vertelde de kapitein van het schip, de 40-jarige A. C. van Thiel. Hij werd wakker doordat het schip hevig slagzij maakte, hoorde veel lawaai en geschreeuw aan boord en rende in zijn onderbroek naar buiten. Daar klapte hij meteen tegen het dek aan, worstelde zich naar de stuurhut, die reeds door de eerste stuurman was verlaten. Deze bleek met de eerste machinist en een matroos bezig te zijn om een dinghy overboord te zetten.

Er viel niets meer te redden. De kapitein werd door de golven uit de stuurhut gespoeld en kwam in zee terecht. „Ik zag de masten op mij afkomen en ik zwom hard weg", vertelde hij op Schiphol. „Ik ontdekte een van mijn matrozen, die een reddingsboei om had, maar hij kon niet zwemmen en had al zoveel water binnen gekregen dat hij toch is verdronken."

Opzij van het zinkende schip waren andere opvarenden bezig om in de reddingsboot, die zichzelf opblies, te klimmen. Door de stroming van het water werd de kapitein naar de andere kant van het schip gedreven zodat hij de reddingsboot uit het oog verloor. Enkele minuten later verdween de Telana in de golven en toen zocht de kapitein tevergeefs naar de reddingsboot. Deze bleek tot zijn verbazing te zijn gezonken. ,,Wij weten hoe dat kwam", vertelde hij. „De radarantenne was bij het opblazen door het zeildoek heengegaan, zodat het bootje prompt weer leeg liep en zonk."

Met de gewonde tweede stuurman, diens zoontje en nog twee andere leden van de bemanning wist de kapitein tenslotte op een houten vlot te kruipen dat gebruikt wordt om vanaf het water de scheepswand te teren. In de verte zagen zij twee andere drenkelingen op een plank wegdrijven. Eerste stuurman Portengen was minder gelukkig. Hij zwom lange tijd geheel alleen rond en dankt zijn leven aan een stuk wrakhout, waaraan hij zich vastklampte. berde op het water. Wij zagen de gereedschapskist drijven en hebben ons vletje, met de handen peddelend, er naaf toe gevaren. In de kist vonden wij zowaar vuurpijlen, rookbommen en wat glucosevoedsel. Daarvan zijn wij geweldig opgeknapt. Eerst heb ik om een uur of acht een vuurpijl afgestoken, maar die heeft niemand gezien. Hoe laat ik de tweede heb gebruikt weten wij eigenlijk niet want geen van ons had een horloge om. Ik stak er een af toen we in de verte een jacht zagen, maar de vuurpijl werd kennelijk niet gezien. Weer een uur later kregen we een vreselijke domper, want toen kwam er een groot schip op korte afstand langs en hoewel ik twee vuurpijlen afstak zagen zij ons niet."

Redding
's Middags om drie uur kwam er tenslotte redding. Drie Russische schepen, die daar zeebodemonderzoek verrichten, kregen dankzij de vuurpijlen en rooksignalen de drenkeUngen wel in het oog. Zij pikten eerst de vijf schipbreukelingen van het vletje op en gingen daarna op zoek naar de drie anderen. Eerst vonden zij het tweetal op de plank en het allerlaatste, pas om vijf uur 's middags, werd de uitgeputte stuurman Portengen, die bijna geen kracht meer over had om zich aan het wrakhout boven water te houden, opgevist.

De Russische schepen waarschuwden de Franse autoriteiten, die hun verzoek om een marineboot te sturen inwilligden. Buiten de haven van Brest werden de Nederlanders op dit marinevaartuig overgezet, dat hen vervolgens aan land bracht. Twee opvarenden moesten in een ziekenhuis worden opgenomen, de overige zes keerden zondagavond naar Schiphol terug. De twee gewonden zullen volgens de kapitein mogelijk over een dag of acht ook naar huis terugkeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.