+ Meer informatie

De wonderen des Allerhoogsten

5 minuten leestijd

(vervolg)

Om verder enig inzicht te geven in de inhoud van het boek schrijven we hieronder een en ander af: Blz. 313: Plichten van de Bestuurders des lands: Daartoe is nodig, dat de regenten toezien, dat niemand tot de regering en aanzienlijke ambten toegelaten worde, dan die de waarheid belijden, liefhebben en voorstaan, zover men uit alle tekenen kan oordelen.

Blz. 315: Het Evangelie waardig leven: Er is nog één zaak over, die door ons, zoals wij zeiden, betracht moet worden, zullen wij Gods waarheid verheerlijken en betonen daarin onze eer te stellen, namelijk, dat wij waardig het evangelie leven, Phil. 1 : 27, door de heilige waarheid Gods in onze wandel en in onze omgang uit te drukken.

Blz. 318: Inzonderheid de leraars: Allen die de Heere liefhebben, moeten zich immers daarvoor ten hoogste wachten; gelijk hun gebed is dat Gods Woord en Naam verheerlijkt en geheiligd worden, zo moeten zij dit door hun leven trachten uit te werken. 2 Thess. 3 : 1. Matth. 6 : 9. Inzonderheid moeten de herders en leraars van de gemeente hierin uitmunten. Zij hebben deze schat der heilige waarheid ontvangen in aarden vaten en het evangelie van Christus is hun toevertrouwd. Hun grootste zorg moet zijn om het evangelie te versieren en luister te geven.

Blz. 325: Leraars behoren Godzalig te leven: Het is vooral nodig, dat die leraars het woord der prediking versieren, dat is, dat zij hun leer met hun leven bekrachtigen; zijn moeten tonen een heilig zout, een hemels licht te zijn; zij zelf moeten de gelovigen een voorbeeld zijn in woord, in wandel, in liefde, in de geest, in geloof, in reinheid. 1 Tim. 4 : 12.

Blz. 329: Ook de overheden behoren in Godzaligheid voor te gaan: In de tweede plaats moeten dit de overheden en regenten doen. Want zo iemand gelegenheid heeft om de waarheid te verheerlijken en te versieren, het zijn diegenen, die God macht en aanzien in deze wereld gegeven heeft.

Blz. 336: Onze huisgezinnen als kleine gemeenten: Nu, gelijk in het grote algemene huis van de republiek de regenten de godzaligheid moeten bevorderen, en zal het ons welgaan in de heilige leer hun eer stellen, zo moeten dit ook de huisvaders in hun huisgezinnen doen; zij moeten de heilige leer trachten te versieren, en niet alleen hun kinderen en huisgenoten in de fundamenten van de godsdienst onderwijzen, maar hen, naar de vermaning van de apostel in Efeze 6, steeds tot alle christelijke deugden vermanen en opwekken. Blz. 340: Verschillende vermaningen: Bijzonder moet een ieder daarop letten, dat hij zo wandelt in Christus, gelijk hij Christus Jezus de Heere heeft aangenomen, Coll. 2 : 6, zonder zichzelf vrijheid te geven over de geboden des Heeren te beschikken, hetzij ze de eerste of de tweede tafel van Gods wet, hetzij ze de inwendige of de uitwendige mens betreffen, of dat ze zien op onze bijzondere of algemene roeping.

Blz. 347: Het Godsvertrouwen van onze vaderen en de vrucht daarvan: Er is geen twijfel aan, of, indien zo het hart der vaderen eens bekeerd werd tot de kinderen, wij zouden ook de zegeningen van onze vaderen erven; en inplaats, dat de Heere ons afbreekt, zoals nu reeds vele jaren geschiedt, zo zouden wij doorgaans groter worden. Ofschoon zich enige zwarigheden mochten opdoen, de Heere zou Zijn volk toch niet verlaten; maar dan zouden wij moedig kunnen zijn als een jonge leeuw, en op de Heere, de verwachting van onze vaderen, vertrouwen, gelijk zij vertrouwd hebben en daarmee betonen, dat niet enige menselijke hulp, maar God hun toevlucht was. En waarlijk, indien enige deugd van onze vaderen een heldere glans gegeven heeft, het is dit vertrouwen op de Heere, hetwelk in de door ons verhaalde zaken van Nederland duidelijk gebleken is.

Blz. 371: Een hartelijke wens en gebed: Daarom (om te besluiten) zo wij in deze recht willen werkzaam zijn, en gelijk onze vaderen ons vertrouwen op de Heere willen vestigen, zo moeten wij ook het godzalig leven, de deftigheid en de achtbaarheid van onze voorouderen navolgen, die, zoals gezien is, niets hoger geacht hebben dan Gods heilige waarheid, voor welke zij alles opgezet hebben en wier wandel tot overtuiging is geweest van hun vijanden. Indien wij met hen de heilige leer waarderen, en in het belijden en beleven van de waarheid onze eer stellen, dan zal onze God ons niet alleen in geen noden verlaten, maar zal ons bovendien met alle zegeningen verrijken, en door en om Zijn Woord weldoen. Willen wij zo de heilige leer versieren, zo zullen wij „groeien en tot grote sierlijkheid komen,” Ezech. 16 : 7; ja ons land zal dan een sieraad van alle landen zijn. Met één woord, indien wij onze God groot maken, zal ook onze God ons ten hoogste groot maken en verheerlijken; en ons, volgens Zijn belofte, „omhoog zetten, tot lof en tot een naam, en tot heerlijkheid, zodat de heidenen onze gerechtigheid zullen zien en alle koningen onze heerlijkheid.” Wel, de grote en goede God neige onze harten tot de hef de en vreze van Zijn Naam, opdat wij in Zijn wegen mogen wandelen, en zo alle welstand en voorspoed in dit leven genieten en hiernamaals de eeuwige zaligheid be-erven, naar de rijkdom van Zijn genade in Jezus Christus, onze Heere. Amen, het zij zo.

Er zou meer van dit werk zijn te zeggen, maar we menen genoeg naar voren gebracht te hebben. Daardoor kan men enigszins een inzicht krijgen in de waarde van dit boek. Het heeft nog zijn betekenis in onze dagen.

We willen besluiten met een paar opmerkingen. Op blz. 55 wordt gesproken over Willem Tell, een kloek en standvastig man. Deze heeft vermoedelijk nimmer werkelijk geleefd. Op blz. 161 staat: Met verwoestend karakter van deze zonde. Dat moet zijn: Het...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.