+ Meer informatie

CHRISTUS DE DEUR

7 minuten leestijd

Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden.

Joh. 10:9a.

„In mijn rijk kan ieder zalig worden op zijn wijze”.

Dit woord werd uitgesproken door Frederik de Derde, koning van Pruisen. In zijn rijk waren roomsen, die vasthielden aan hun kerkleer. In zijn rijk waren er ook, die leefden bij de lijnen, getrokken door de reformator Calvijn. In zijn rijk waren er ook, die leefden bij de rede. Nu was Frederik de overtuiging toegedaan, dat ieder via zijn eigen geloofsweg zalig kon worden. Vandaar zijn uitspraak: „In mijn rijk kan ieder zalig worden op zijn wijze”. Deze uitspraak is een leugen. Een waarheid volkomen in strijd met Gods Woord. Dat Woord leert ons duidelijk, dat er maar één mogelijkheid is. Die éne mogelijkheid wordt ons ook door Jezus in Zijn prediking gewezen. Die éne mogelijkheid is Hijzelf. Vandaar Zijn belijdenis: „Ik ben de Deur”. Door Hem alleen komt men het koninkrijk der hemelen binnen. Hij is niet één van de vele toegangen tot het rijk der genade. Dat rijk heeft slechts één toegang. Slechts één deur. En die deur is Christus. In de belijdenis van Christus ligt een waarschuwing voor de mens. Een waarschuwing ook voor U en mij. Immers staande buiten het paradijs proberen we ons een toegang te verschaffen tot het rijk der genade. Op alle mogelijke manieren kan dit geprobeerd worden. We kunnen in de overtuiging gaan leven een deur gevonden te hebben. Een deur in onze vroomheid. In onze goede werken. In het zijn in het verbond van God. In ons gedoopt zijn, In ons belijdenisdoen. In ons avondmaal vieren. In onze kerkgang. In onze plaats in de gemeente. In onze ijver voor de Heere. In ons belijden van de Heere. Op zichzelf zijn dit goede zaken, maar we misleiden onszelf wanneer het genoemde onze deur is. We kunnen zelfs menen van Jezus te zijn. We kunnen belijden Zijn eigendom te zijn voor leven en sterven en dat we toch Zijn genadekracht niet kennen. We leven dan niet bij het wonder, dat er een deur is. Het oog is dan nog gesloten voor de werkelijkheid, dat we, van huis uit, staan voor de deur van het Godsrijk. Voor die werkelijkheid gaat ons ook open, wanneer Gods Geest in het leven gaat werken. We zien onszelf dan niet achter de deur staan, maar voor de deur van het rijk Gods. Voor die deur staan we door eigen schuld en zonde. Door onze val en moedwillige ongehoorzaamheid staan we buiten het Gods rijk. We staan voor een gesloten deur. En die deur kan door niets van onze kant opengaan. Gebogen wordt voor Gods recht. Het recht dat spreekt van altoos buiten te moeten staan. Van harte wordt ingestemd met de belijdenis der Kerk: „aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er enig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen”. De genade om in te gaan in het rijk van God. Die genade wordt nu in het Evangelie geproclameerd. De genade verkondigt Christus Zelf. Hij getuigt: „Ik ben de Deur”. Het rijk van God is door de zonde een gesloten rijk. Een rijk, waarin niemand kan komen. Maar nu is Jezus Christus naar Gods welbehagen de deur tot dit rijk. Die deur heeft Hij uitgedacht en geplaatst in het Gods rijk. En die deur is niet een gesloten, maar een geopende deur. Die deur staat open, omdat aan Gods gerechtigheid is genoeg gedaan. Dit heeft Christus gedaan door Zijn lijden en sterven. Daartoe is Hij ook in de wereld gekomen. In Zijn bitter, smartelijk lijden was er voor Hem geen geopende deur. De deur naar Zijn Vader was voor Hem gesloten. Oordeel en vervloeking waren Zijn deel. Hij aanvaardde het van harte, dat er voor Hem was een gesloten deur, maar Hij heeft door Zijn arbeid verdiend, dat de toegang ontsloten werd tot de gemeenschap met God. De ingang geopend werd tot het koninkrijk van God. Naar Gods welbehagen en door Zijn Middelaarsarbeid is Hijzelf de deur. Op grond van recht en gerechtigheid kan en mag Hij proclameren: „Ik ben de Deur”. Dit zelfgetuigenis laat Hij horen tot op de grote dag, de dag des Heeren. Maar Hij zegt er iets bij. En ook dat woord moet ter harte genomen worden. Uit Zijn mond vernemen we: „Indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden”. Dit woord bevat een waarschuwing. Bevat een zaak tot ernstig zelfonderzoek. Want gelijk Hij zelf laat horen in het tekstverband is het van elders inklimmen in onze tijdsbedeling mogelijk. Men kan zich voordoen als een schaap, maar voor de Heere een geveinsde zijn. Men kan zijn een dief. Een moordenaar. Men kan zich uitgeven een herder te zijn, maar voor de Heere is men een huurling. Zelfonderzoek is een geboden zaak. Zelfonderzoek bij het licht van Gods Woord. Alleen degenen, die door Hem ingaan, worden behouden. Door die deur gaan nu allen, die weten dat zij buiten staan en tevens verlangen naar de gemeenschap des Heeren. In en door het geloof wordt tot Hem de toevlucht genomen. Buiten de Deur „Jezus Christus” ziet men geen mogelijkheid meer om zalig te worden. Het oog is gericht op de enige deur. De voet plaatst zich op de weg, die leidt tot deze deur. Het hart begeert door deze deur in te gaan. Als zondaar, beladen met schuld, komt men tot Hem, van Wie men weet, dat Hij van God geschonken is tot wijsheid, tot rechtvaardigheid, tot heiligheid, tot een volkomen verlossing. De wil is er om door Hem alleen zalig te worden. De overtuiging is aanwezig, dat men door Hem kan zalig worden. Dat men door Hem zalig zal worden. De mogelijkheid van zalig worden doet tot Hem uitgaan en de overtuiging van te zullen zalig worden, wordt ondervonden. Hij maakt waar, wat Hij zegt. Men wordt zalig. Men wordt behouden. Behouden voor eeuwig. Men is voor eeuwig gebracht in de stal der schapen. Men is voor altoos een burger van het Gods rijk. Men is en blijft een levend lid van ’s Heeren Kerk. Welk een heilszaak. Men kan niet meer verloren gaan. In het leven is men een behoudene. In het stervensuur is men een behoudene. Op de grote oordeelsdag is men een behoudene. Satan en wereld kunnen vele pogingen ondernemen om de heilsstaat te vernietigen, maar het zal niet gelukken. De zondekracht kan de genadeheerschappij niet breken. Men is behouden. Behouden uit kracht van de eeuwige liefde Gods. Men is behouden door de losprijs, die Christus heeft betaald door Zijn bloed. Men is behouden door het geloof in Hem. Men is behouden door Zijn genade en leiding. Men is behouden door het werk van de Heilige Geest. Niets zal kunnen scheiden van de liefde Gods in Christus. Het woord van Jezus blijft gelden. Welk een vastheid ligt daarin. Hij zegt het ook zo nadrukkelijk, met klem: „die zal behouden worden”. Gelijk men veilig was achter de poort van de vrijstad, zo is men veilig achter de Deur Christus. Lezer, lezeres, alleen door het ingaan door de Deur Christus zult U behouden worden. Als de Deur predikt Hij nog Zichzelf. Hij wijst nog op Zichzelf als de Deur. Als de Deur, de enige Deur, wordt Hij U getekend in het Evangelie. Gelooft U, dat U van nature buiten het Gods rijk staat? Neemt U van harte de belijdenis over, dat U naar recht voor altijd buiten dit rijk, buiten de schaapskooi des Heeren moeten blijven? Hoort het heilswoord van Christus: „Ik ben de Deur”. Hoort Zijn heilswoord, hetwelk tevens een nodiging voor U inhoudt: „die door Mij ingaat, die zal behouden worden”.

U mocht komen zoals U bent. U behoeft niets mee te brengen. Want boven de deur staat geschreven:

’t Behoeftig volk, in hunne noden, In hun ellend’ en pijn.

Gans hulpeloos tot Hem gevloden, Zal Hij ten redder zijn, Wie tot Hem komt, wordt niet uitgeworpen, maar behouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.