+ Meer informatie

MIJN WOORD BEWAARD

5 minuten leestijd

(samenvatting van de rede op de Ontmoetingsdag te Dordrecht op 8 april 1972).

Dit onderwerp zal voor de meesten van ons niet onbekend klinken. Het is samengevat in woorden, die niet van onszelf zijn of van welk mens ook beneden. Eenmaal hebben deze woorden geklonken uit de mond van de verhoogde Christus in de brief uit de hemel gegeven aan de gemeente van Filadelfia. „ . . . want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard en hebt Mijn Naam niet verloochend.”

Deze gemeente is aangenaam in de ogen van de-Koning in de hemel. Zelfs valt zij op temidden van de zeven Klein-Aziatische gemeenten, tot wie de Heere spreekt. Naar wat voor ogen is zouden wij haar niet als de beste hebben uitgekozen. Zelf zou ze dat nog minder gedaan hebben! Genade geeft zichzelf geen voorrang.

Allereerst was de gemeente niet in een aanzienhjke stad. Meermalen was Filadelfia verwoest door aardbevingen. Alleen door steun van anderen kon de stad herbouwd worden. En dan de gemeente zelf? Allerminst deed deze bijzonder aan. Klein was het getal van de leden. Maatschappelijk waren ze niet in tel bij de omgeving. Gering waren de middelen, waarover ze te beschikken hadden. Zij waren inderdaad niet vele wijzen, niet vele edelen, niet vele machtigen. In eigen schatting waren zij onwaardig en onbekwaam.

De verhoogde Koning oordeelt anders. Hij rekent niet met wat voor ogen is. Hij noemt Zichzelf aan het begin van deze brief de Heilige en de Waarachtige. Hij heeft andere maatstaven dan de mens van beneden en voor Hem geldt, wat waarheid is van binnen in en door Zijn eigen werk. En Hij noemt hier Zelf wat Hij in FiladeLfia ziet: „ . . . Gij hebt Mijn Woord bewaard...”

* * *

Misschien zegt U: is dat nu zo bijzonder? Het spreekt toch haast vanzelf, dat een gemeente dat doet. Als dat er niet meer is dan is die gemeente de naam van gemeente niet eens meer waard. Vergeet echter niet, dat het hier niet gaat enkel over het uiterlijk bewaren van de waarheid zonder meer. Het valt op, dat de Heere dit van geen enkele gemeente zo zegt als van deze. En dan: tot tweemaal spreekt Hij van het bewaren van Zijn Woord. Lees eens wat verder, hoe Hij zegt: „omdat gij het Woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt . . .” Het Woord Zijner lijdzaamheid moet hier goed verstaan worden in zijn betekenis. Velen verklaren dit enkel als het volharden van de gemeente in de trouw aan Gods Woord. Onze Statenvertalers en anderen geven hier — wij denken van terecht — een andere verklaring. In de kanttekeningen kunt U dit vinden: „Alzo wordt het Evangelie genoemd omdat het ons het lijden en de lijdzaamheid van Christus voorstelt en ons doorgaans tot lijden en lijdzaamheid vermaant”. En juist dat Woord was in Filadelfia bewaard.

Door Gods ontferming was dat Woord aan hen gepredikt. In de verlorenheid van hun bestaan was door middel van dat Woord de enige gerechtigheid ten leven in de lijdende Knecht des Heeren hun geboodschapt. Voor het natuurlijk hart is dat Woord een ergernis en dwaasheid. De verdienste van de mens wordt daarin terneergeworpen. Het spreekt van vrije genade in de gerechtigheid van een Ander. God had Zelf door Zijn werk in Filadelfia het hart geopend voor dat Woord. We horen hier van een sprekende naam, die Christus Zichzelf geeft nml. „die de sleutel Davids heeft”. Hij beheerst de deuren van het Godsrijk. Hij heeft de toegang van hun harten geopend en plaats gemaakt voor het Woord. Hij heeft dat Woord rijk geopend in deze gemeente. En nu was er door Zijn genadebewaring van het Woord der lijdzaamheid geweest.

* * *

Grote vijandschap had die kleine kudde van Filadelfia ontmoet. De wereld was er zoals overal. Een andere vijand was veel erger. In dit gedeelte wordt gesproken van de synagoge van de satan. Daar vergaderden de Joden, van wie hier gezegd wordt: die zeggen dat zij joden zijn en zijn het niet, maar liegen. Vanuit dat bolwerk van vijandschap tegen het Woord van vrije genade worden de pijlen afgeschoten op deze gemeente. De hel is gebrand tegen het Woord der lijdzaamheid. Alles wil de vorst der duisternis doen om dat Woord maar tegen te staan.

Maar nu temidden van de vijandschap het wonder: „Ik weet uwe werken... gij hebt Mijn Woord bewaard.” Geen vijand had hen van dat Woord der lijdzaamheid afgekregen. Door de strijd des geloofs heen hadden zij het als de grote schat bewaard. In belijdenis en wandel was dat uitgekomen. Naar binnen en naar buiten. Niets hadden zij aan dat Woord af en toe gedaan. Het had gesproken in zijn geestelijke kracht en in oefeningen des geloofs.

Het is daarom niet gering, wat van deze gemeente gezegd wordt. Ver is het er vandaan om hier alleen te denken aan een uiterlijk bewaren van Gods Woord. Niet voor niets staat hier telkens het woord „Mijn”. In hun bewaring ontmoet Christus Zich Zelf. Hij wordt er door verheerlijkt en als Borg en Zaligmaker grootgemaakt. Hij getuigt het ook van hen, omdat Hij in Zijn eigen werk verheerlijkt wordt.

Daarom, al prijst Hij hun werken, is het toch geen prestatie, die voor God kan gelden. Het is voluit gratie, dat zij het Woord Zijner lijdzaamheid bewaren. Anders niet dan alleen het werk van God Zelf. De grote Sleuteldrager had hen bij Zijn Woord bewaard. Alles wat in Filadelfia gevonden werd staat onder het Woord dat Hij aan het begin spreekt. Al moesten zij nog zoveel vijandschap ondervinden om dat Woord, al werden zij erom bespot . . . het droeg vrucht daarin, dat zij al meer werden uitgedreven naar de hemelse Koning om door Zijn genade dat woord te bewaren.

Nu was Filadelfia’s gemeente niet rijk voor het oog van de mensen rondom. Niet groot voor het oog der wereld. Doch zij was rijk in de schat, die zij had in dat Woord der lijdzaamheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.