+ Meer informatie

DE SCHAT DER KERK

5 minuten leestijd

De Geest onmisbaar.

Tot welk een geweldige taak wordt een predikant geroepen. Wie veel zijn lastbrief leest, moet belijden:


Wie is tot deze last bekwaam,
Om in Zijn heil’ge Naam
Aan God gewijd
Zijn Woord, vol majesteit,
Zijn vloek. Zijn zegeningen
De mensen aan te dringen?
Wie is bereid?


De Lastgever, Die roept, blijft getrouw. Hij maakt Zijn Woord waar: „Ik zal raadgeven. Mijn oog zal op u zijn”. Die getrouwheid van Hem blijkt op de studeerkamer, wanneer een predikant zich buigt over het Woord. Zij schittert ook als men geroepen wordt tot het verkondigen van het Woord. Wie nu door de genade van God dienaar van het Woord mag zijn en wil zijn, mag ook in het vertrouwen werken, dat de God van het Woord zegen zal geven. Gods Woord keert nimmer ledig tot Hem weder. Het Woord keert niet met lege handen tot God terug. Het zal ook doen wat Hem behaagt. Het zal volbrengen, waartoe Hij het zendt. Uit de Schrift wordt ons nu duidelijk dat er is èn verschillende werking, èn verschillende vrucht. Niet een ieder, die het Woord hoort, gelooft het Woord. In veler hart is geen zaligmakende werking van het Woord aanwezig. Er zijn zondaren, die geroepen worden, doch de kracht van het Woord niet kennen. Zij geloven het Woord niet. Anderen geloven het voor een tijd. Zij ontvangen het Woord met blijdschap, doch missen de levenswortel. Ook zijn er, die onder het Woord en bij het lezen van het Woord de hemelse gaven smaken, aan de Heilige Geest deel krijgen, de krachten van de toekomende eeuw ondervinden en toch afvallig worden. Het zaad van het Woord moet vallen in een bewerkte, toebereide aarde, zal er blijvende, zal er eeuwigheidsvrucht zijn. Jezus tekent ons dit duidelijk in de gelijkenis van het zaad. Onder de aarde verstaat Hij dan het hartvan de mens. Van nature is dat hart niet goed. Veel wordt er in de Heilige Schrift gezegd van het hart. Het is boos vanaf het begin. Het is gesloten naar Gods zijde. Het is geopend naar de kant van de wereld. Er is voor alles plaats in het hart, behalve voor de Heere en Zijn heil. Gods Woord zegt ons ook dit, dat de mens zelf dood is door de misdaden en de zonden. Er moet een wonder in zijn leven gebeuren, zal het anders worden. De mens moet vernieuwd, wedergeboren worden. Dit geschiedt door de Heilige Geest. Door die Geest alleen verkrijgt men kennis van de God van het Woord, van de Christus der Schriften en de Geest van het Woord. De Heilige Geest geeft dus kennis van God, van Zijn rechtvaardigheid en heiligheid. De Geest overtuigt ons er van, dat we bij God in de schuld staan. De Geest leert amen zeggen op hetgeen wat de Heere in Zijn Woord zegt van de mens. Dat hij een verlorene is. Dat hij is zonder God in de wereld en geen hoop heeft. De Heilige Geest verbreekt het hart. Door de Heilige Geest is er het hartelijke berouw. Het oprecht belijden. De droefheid naar God. De hartelijke begeerte om de Heere te dienen en te vrezen. De Geest leert roepen uit de diepte om genade. De boete-, de klaag-, de smeekspalmen worden overgenomen en geuit voor de Heere. De Geest geeft kennis van de Christus der Schriften. Het oog wordt geopend voor de in de Schriften geopenbaarde Christus. Zijn rijkdom en Zijn heil wordt ontdekt. Innerlijk wordt men er van overtuigd, dat door Hem redding en vrede is. Verzoening met God. Zijn Naam is immers Jezus en Hij wil Jezus zijn, dat is Zaligmaker.


Hij heelt gebrokenen van harte,
En Hij verbindt z’in hunne smarte.
Die, in hun zonden en ellenden.
Tot Hem zich ter genezing wenden.


Door de Geest bewerkt is er een komen tot Hem, een aanhouden bij Hem. Door de Geest de vereniging met Hem. Het omhelzen van Hem. Door Hem de belijdenis: Hij is de Mijne, ik ben de Zijne, door tijd noch eeuwigheid te scheiden. Door de Geest worden de woorden van Christus bevestigd en verzegeld, zodat men van harte kan belijden: niet gekocht te zijn door goud of zilver, maar door het bloed van Christus.

Door de Geest is er kennis van de Geest. Hij wordt gekend als de Toepasser van het heil, van de zaligheid. De Geest wordt gekend als Verzegelaar. Hij verzegelt het kindschap en doet stamelen: Abba, Vader. Hij wordt gekend als Trooster. Hij troost met Zijn nabijheid, met Zijn inwoning. Hij troost met de beloften van het Evanglie. Hij verzekert, dat alle beloften Gods in Hem ja en amen zijn. Hij overtuigt van deze rijke zaak, dat mijn zaligheid vast ligt in God door Christus.

Door de Geest is er liefde tot God. Een leven uit Christus. Een belijden van de Naam des Heeren. Een voortdurend aanroepen van de Naam des Heeren. Een pleiten op de Naam des Heeren. Een verwachten van de Heere tot zaligheid. Van dit alles spreekt ons het Woord. Zal nu dit alles realiteit zijn in mijn leven, dan moet de Geest in mij werken, mij daartoe bewerken.

Om Die Geest en Zijn werk mag gesmeekt worden.

Jezus zegt: Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven degenen, die Hem bidden. Hebt u de Heilige Geest nodig? Hebt u de Heilige Geest ontvangen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.