+ Meer informatie

VOOR ANKER GAAN * (over huwelijk, huwelijksproblemen en hulpverlening)

13 minuten leestijd

U kent vast wel het bekende christelijke lied: ’t Scheepje onder Jezus’ hoede. De arke der verlossing, die dobbert op de wateren van deze wereld. De ark van God, het is een geliefd beeld waarmee de kerk tot uitdrukking wordt gebracht.

Op zee kan het stormen. Het kan noodweer worden. Maar al „zweept de storm ons voort, wij hebben Vaders Zoon aan boord en ’t veilig strand voor oog”, aldus het lied. De kerk, zij zal de veilige haven bereiken. Ook al mag zij hier op aarde soms haast tot niets zijn geworden. Zij zal er zijn en blijven en de bruiloft wordt een feit. Christus en de kerk, de bruidegom en de bruid, zij zullen in alle heerlijkheid op de jongste dag verenigd worden. Zo spreekt God over de kerk en haar toekomst. Wat dan te zeggen van het huwelijk? Dat immers een afbeelding is van de verhouding tussen Christus (de bruidegom) en zijn gemeente (de bruid).

Het huwelijksbootje

„In het huwelijksbootje stappen”, die uitdrukking zult u wel kennen voor „in het huwelijk treden”. Sommigen denken dan aan een soort plezierjacht. Met een en al passie aan boord. De praktijk is zoveel anders. Het huwelijksleven is vaak een hard bestaan. Getuige het hoog aantal echtscheidingen en de veel voorkomende ernstige huwelijksproblemen, waar de partners samen niet meer uitkomen. Velen blijken er niet meer tegen opgewassen te zijn. Het aantal echtelijke schipbreukelingen is een ernstige nood.

In het bestrijden van die nood is „Het Anker” opgericht. Om hulp te verlenen bij huwelijksproblemen. Een voortreffelijk initiatief.

Maar ook zal het getij beïnvloed moeten worden. Zodat de betekenis en waarde van het huwelijk in dit geseculariseerd leven weer aan kracht gaat winnen. Daarover eerst het volgende.

Wanneer een jongen en een meisje voor elkaar hebben gekozen, met elkaar in zee willen, dan is er het huwelijksbootje.

De jongen en het meisje zijn het eens geworden. Die eenheid willen ze graag ook helemaal beleven. Dus ook in lichamelijk opzicht.

Ze willen, zo voelen ze dat in die periode aan, altijd wel bij elkaar blijven. En daarvoor staat hun dan het huwelijk ter beschikking. Niet in de zin van: je kunt er wel of geen gebruik van maken. Het bootje ligt er, maar je kunt evengoed over land gaan met elk een fiets of samen een tandem.

Nee, wil je als jongen en meisje, als man en vrouw samen door het leven, dan wil God dat je dat ook voor het léven doet. Daartoe heeft Hij het huwelijk gegeven, ingesteld zelfs. Als een verbond tussen twee mensen, omgeven met rechten en plichten. Het karakter van dat verbond wordt zelfs nog hechter als we bedenken dat het huwelijk een afbeelding is van de verhouding tussen Christus en zijn gemeente, waar ik het zojuist over had.

Het huwelijk is voortgekomen uit Gods scheppingsorde.

Vervolgens stelde God de overheid aan als zijn dienaresse, om namens Hem onder meer de samenleving te ordenen, te beschermen en in stand te houden.

De gemeentelijke overheid heeft het daarom ook terecht als haar plicht gezien een huwelijksafspraak tussen man en vrouw rechtsgeldig te verklaren. Het tot een wettelijke verbintenis te maken. Het huwelijk wordt ten overstaan van de overheid, in tegenwoordigheid van getuigen, voor het aangezicht van God voltrokken. Daarna wordt het trouwboekje, onder meer als bewijsstuk, aan het bruidspaar overhandigd. Uitgedrukt in termen van de scheepvaart kunnen we dan zeggen: het bruidspaar zit in de boot. Ze beginnen aan een gezamenlijke levenstocht. Het vaarbewijs (trouwboekje) verleent hun die bevoegdheid. Dat is geen bewijs van bekwaamheid. Zoals een rijbewijs dat is. Een bewijs van te kunnen varen, om het beeld nog maar even vast te houden, is niet geleverd. Er zijn er die dat in de vorm van samenwonen - voorafgaand aan het huwelijk - willen beproeven. Het bewijs garandeert evenmin een behouden vaart. Een veilig aankomen in de haven. Toch willen beide partners met hun „jawoord” daarvoor garant staan. Die belofte van trouw, dat is geen geringe zaak. Die trouwbelofte tegenover de ambtenaar van de burgerlijke stand en in het bijzijn van getuigen uitgesproken is een handeling die metterdaad voor Gods aangezicht voltrokken is. Ook al is het zo dat de naam van de Here bij die eed van trouw niet werd genoemd. Juist omdat dat eraan ontbrak, wordt later in de gemeente een zogenaamde huwelijksdienst gehouden.

De in dit verband gebruikte term „huwelijksbevestiging” leidt nogal eens tot het misverstand als zou er van een tweede bevestiging sprake zijn. Het idee is dan deze, dat wanneer je volstaat met een huwelijkssluiting op het stadhuis, het nog geen echt huwelijk is. Een gelovige zou pas werkelijk getrouwd zijn, als hij in de kerk zijn jawoord gegeven heeft.

Ik stel deze zaak vooral hierom nogal uitvoerig aan de orde, omdat wij in de hulpverlening bij huwelijksproblemen hiermee te maken krijgen.

Door God samengevoegd

In een huwelijk vol conflicten gaan de partners zich op een gegeven moment afvragen waardoor hun huwelijk bepaald is. Wat, wie bracht hen samen en waar hebben ze zich nog aan te houden? Het gebod „wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet” wordt vaak nog wel erkend. Maar, zo vraagt men zich af: Hééft God ons wel samengevoegd? Zij die in de kerk met de gemeente de naam van de Here aanriepen over het beginnend huwelijk, hoorden de dominee uitspreken: „Weest ervan verzekerd, dat God de Here u samengevoegd en u door Zijn genade tot deze heilige staat van het huwelijk geroepen heeft……”, Even later knielt het echtpaar „voor het aangezicht des Heren” (zie huwelijksformulier). De gemeente bidt dan o.a. deze woorden met en voor het bruidspaar: „Barmhartige God en Vader, die deze bruidegom en bruid tot elkaar gebracht heeft en door de band van het huwelijk verenigd hebt…….”,

Daar en toen werd in duidelijke taal door het echtpaar de belijdenis uitgesproken dat God hen samenvoegde. Er zijn er die later zeggen: „Dat is toen wel zo gezegd, maar toch kan dat niet juist zijn. Want, ik liet me door mijn gevoel leiden, m’n hartstocht; door getrouwd te willen zijn, bang anders te zullen overblijven (o.i.d.). God heeft ons niet samengebracht, nee ik ben mijn eigen weg gegaan, door met hem in zee te willen.

En daar heb ik nu grote spijt van. Wij zijn dan wel in de kerk getrouwd, maar ja…… dat deed je nu een keer”.

Hoe de weg naar het huwelijk dan ook mag zijn geweest, de weg in het huwelijk vraagt om trouw aan het eens gegeven jawoord. Het is daarom goed bij dergelijke vragen erop te wijzen wat er in werkelijkheid gebeurd is. En waar men zich dientengevolge aan heeft te houden.

Zo ook ten aanzien van hen - om het zo nog maar even te zeggen - die niet in de kerk getrouwd zijn, om wat voor reden dan ook. Krijgen zij het te kwaad in het huwelijk, dan kan de gedachte rijzen dat het toch maar een soort tweederangs huwelijk is geweest. Buiten God om. De verleiding tot scheiding neemt daardoor toe.

Voor Anker gaan

We komen bij het punt: voor anker gaan.

Is de boot goed aan, dan wordt het tijd het anker uit te werpen, voor anker te gaan. Bezinning heeft veelal plaats gevonden. Er moet nu wat gebeuren. Gelukkig komt het nogal eens voor dat men de dominee of een ouderling daarbij te hulp heeft geroepen. Ik hoop daar straks nog wat van te zeggen.

Het Anker is het Chr. Geref. bureau voor hulpverlening bij huwelijksproblematiek. Samen met collega Corrie Krämer mag ik dit werk, uitgaande van uw vereniging, doen. De doelgroep, de categorie mensen voor wie wij dit werk doen, is beperkt, nl. de gehuwden.

Zij die bij ons aanklopten, kregen het adres meestal via de predikant of ze hadden het zelf ergens gelezen.

Het bureau heeft de naam „Het Anker” gekregen, het symbool van de hoop. Hoop ingegeven door het geloof. Verankerd in Gods beloften. Vanuit die hoop, in dat vertrouwen doen we ons dagelijks werk: hulp verlenen aan echtparen die in de moeite, in de knoei zitten.

Zij die onze hulp inriepen, voor anker gingen, deden dat merendeels met het zicht op de haven. Van pastorale zijde werd vooraf nogal eens het nodige gedaan het schip in die koers te leggen. Men is op relatieherstel uit. Omdat de gesprekken met de pastor niet de gewenste veranderingen in de relatie brachten, verwees men het echtpaar door.

Men vraagt weleens, waar kun je nou als ambtsdrager aan zien dat mensen huwelijksproblemen hebben. Je wilt wel helpen, maar hoe signaleer je dat er problemen zijn, dat er nood is?

Een paar dingen kan ik er over zeggen.

- Men voelt zich in zijn eigen huis niet op z’n gemak bij elkaar. Men ontloopt elkaar. Alleen over het hoognodige dat besproken en geregeld moet worden bijvoorbeeld m.b.t. de kinderen wordt gepraat. Man en vrouw zijn niet vaak samen thuis. Als ze ’s avonds of in de weekeinden thuis zijn, gaat ieder zijn eigen gang. Men laat zich weinig aan de ander gelegen. Belangstelling en interesse in elkaar zijn ver te zoeken. Dat persoonlijke in de contacten, het knipoogje, een gebaar met de hand ontbreekt vrijwel geheel. Beiden verkeren in een emotioneel isolement.

- Men luistert slecht naar elkaar, praat in verwijtende en beschuldigende zin. Er is veel verschil in inzicht dat voortdurend geëtaleerd wordt.

- Als de ander onder een aanhoudende morele druk verkeert door het dwingende van de één. In de geest van: als je van me houdt dan doe je niet zus of zo.

- Een te sterke afhankelijkheid is op den duur ook een bron van veel ellende. De ander wordt steeds meer gespaard. Conflicten of ruzies zullen ze samen niet zo veel hebben. Voor het oog lijkt het heel aardig. Toch zal men duidelijk het gevoel krijgen niet zichzelf te kunnen zijn. De onvrede wordt op een indirecte wijze geuit. Niet rechtstreeks, dat wordt als te bedreigend ervaren, maar bijv. via klachten die zich gaan ontwikkelen: hoofdpijn, angsten, fobische klachten, depressiviteit e.d.

- Zijn er echtelijke problemen dan zijn kinderen daar nogal eens de dupe van. Doordat o.a. de ouders via het kind contact met elkaar onderhouden. De ouders ruziën met elkaar door hun kind in dat conflict op te nemen. Door verschillend op het kind te reageren bestoken zij elkaar. Bijv. vader straft het kind en moeder neemt het voor het kind op. Anderzijds levert het kind maar al te vaak een actief aandeel in het geheel. Vanwege zijn afhankelijkheid van zijn ouders zal het ernaar streven beiden bij elkaar te houden. En de aandacht van het echtelijk conflict af te leiden. Door ongehoorzaam te zijn, zich afwijkend op te stellen of klachten te ontwikkelen. Zó noodzaakt hij zijn ouders ertoe zich met hem te bemoeien. Hij dwingt hen dan als het ware tot gezamenlijk overleg en tot een gezamenlijke aanpak.

Dat kan ertoe leiden dat de ouders bij het adviesbureau De Brug aankloppen voor hulp voor hun kind. Blijkt in de gesprekken met De Brug dat de kern van de problematiek in de relatie tussen de ouders ligt, dan komt het voor dat De Brug hen, na hulpverlening t.b.v. het kind te hebben gedaan, verwijst naar Het Anker.

Het pastoraat en de hulpverlening

We zouden nog iets zeggen over het pastoraat m.b.t. hulpverlening aan echtparen. Signaleert een ambtsdrager huwelijksproblematiek of wordt hij erbij geroepen, dan is het zijn bijbelse taak helpend bezig te zijn. Hij zal zijn oor te luisteren leggen. De mensen laten praten. Corrigerend optreden. Aandringen op verandering. Conflicten zal hij proberen te beslechten. Hij zal moed inspreken. Zonodig vermanen en adviezen geven.

Bij een geopende bijbel zal gewezen worden op rechten en plichten die partners elkaar verschuldigd zijn. Misschien neemt hij nog eens het huwelijksformulier met het echtpaar door, met bijzondere verwijzing naar het geloof in de beloften Gods (in de weg van het geloof in die beloften fundeerde Hij immers het huwelijk en wil Hij er duurzaamheid aan geven).

De kracht van het pastoraat ligt, denk ik, in de persoonlijke omgang van het ambtelijk optreden. Schouder aan schouder helpt hij de partners, vaak ook biddend in de strijd tegen de macht van de zonde, o.a. wijzend op de trouwbelofte verankerd in het geloof, vanuit een bijbelse visie op de mens en het huwelijk. Deze visie: De mens die door de zonde van nature tot geen gemeenschap in staat is, in ongebondenheid wenst te leven. Geneigd God en zijn naaste te haten. De band met God en zijn naaste te ontwrichten om er zelf beter van te worden. Huwelijksgemeenschap, ze ontstaat niet van nature, groeit niet vanzelf.

Zijn kracht ligt in het openbaar maken van Gods genadegaven. God die als een trouwe Vader geloof, hoop en liefde en niet in het minst trouw door zijn Heilige Geest bewerkt,

God duldt het niet dat zijn genade het wegens ontrouw bij de mens zou moeten afleggen tegen de machten van de zonde.

Het wezenlijke van de hulpverlening vanuit Het Anker lijkt me de bijbelse basis waarop het gefundeerd is. Als christelijke hulpverleners verstaan we de vragen, die mensen rond het bestaansrecht van hun huwelijk krijgen. Ongelovigen weten daar vaak helemaal geen raad mee. Het normatieve spreken van de bijbel over het huwelijk is ons bekend en dierbaar. We weten iets van feitelijke huwelijken af. Hoe zij functioneren, disfunctioneren, tot bloei kunnen komen, maar soms ook voortijdig worden beëindigd. De kracht van psychosociale hulpverlening is deze, dat ze gezonde mogelijkheden in en tussen partners weet te ontdekken waar anderen het vaak al af hebben laten weten. Echtpaarbehandeling wil zeggen dat die mogelijkheden op een bepaalde wijze worden aangewend ter verbetering van het functioneren van zowel de partners afzonderlijk als de relatie die ze samen vormen. Eventuele belemmeringen die gewenst gedrag tegenhouden, kunnen dan opgespoord en bestreden worden.

Niet elke behandeling leidt tot een positief resultaat. Ook wij zijn maar mensen. Soms wordt de behandeling afgebroken doordat een van de partners tot scheiding overgaat. Ook komt het voor dat nog niet tot behandeling kan worden overgegaan, omdat de man of de vrouw niet volledig wenst te breken met een derde die in het spel is.

Ik moet u tot slot ook nog wijzen op een gevaar. Deze gespecialiseerde hulpverlening bergt het gevaar in zich dat het ten koste gaat van de pastorale arbeid aan echtparen. Dat ambtsdragers gaan denken dat hun werk niet meer van zo groot belang is. We hebben nu immers er een apart bureau voor?

Ik hoop in het zoeven geschetste over pastorale arbeid en psychosociale hulpverlening duidelijk te hebben gemaakt dat beide vormen van hulp iets geheel eigens hebben. Wanneer een ambtsdrager in zijn gesprekken tot de conclusie moet komen dat verbetering in de relatie uitblijft, dan doet hij er wijs aan het echtpaar door te verwijzen. Maar daarmee komt zijn pastorale zorg nog niet tot een einde! Het echtpaar zal zijn hulp nog erg nodig hebben. Tijdens de behandeling wordt verandering nagestreefd. Elke verandering, hoe gewenst ook bij de partners, stuit onherroepelijk op weerstand. Het is daarom al een goede zaak dat de ambtsdrager het verloop van de behandeling volgt, hen steunt en bemoedigt.

Ook wil ik het onderling dienstbetoon hierbij niet achterwege laten. De gemeenschap der heiligen. Het is mij herhaaldelijk gebleken dat noch de woorden van de ambtsdrager, noch de aanpak van een hulpverlener iemand op het juiste been kon zetten, maar dat een vertrouwd, persoonlijk gesprek met iemand die de pijn en de last van een falend huwelijksleven aan den lijve had ervaren, dat wel vermocht te doen.

Ik wil eindigen met deze wens:

Dat deskundige hulpverlening, ambtelijke zielszorg, en het onderling dienstbetoon elkaar tot een hand en een voet mogen zijn. Ter leniging van de nood en tot verrijking van het huwelijksleven in eer aan God.

Literatuur:

- D. Koole en dr. W.H. Velema: „Verricht uw dienst ten volle”. Uitg. Kok, Kampen 1985. Blz. 78-102.

- Dr. C. Trimp: „De gemeente en haar liturgie”. Uitg. Van den Berg, Kampen 1983. Blz. 241-266.

*) Verkorte tekst van de toespraak gehouden op de jaarvergadering van „De Stuw”, mei 1987.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.