+ Meer informatie

ROL EN ROEPING

3 minuten leestijd

De onderaan dit Profiel genoemde studie diende de schrijver tot proefschrift, waarop hij in maart 2009 promoveerde aan de Protestantse Theologische Universiteit. De kern van dit boek raakt de kern van het predikantschap: de roeping tot het ambt. De vergelijking van het roepingsbesef bij aanstaande, beginnende en oudere predikanten maakt nieuwsgierig naar verschillen en overeenkomsten.

Het doornemen van deze studie geeft aan de ene kant herkenning en instemming. Zo blijken aanstaande predikanten zich voor te stellen dat hun toekomstig ambt vooral bestaat uit herder en leraar zijn. In de ambtelijke praktijk van jonge en oudere predikanten blijkt dit beeld ook stand te houden: predikantschap wordt vooral verbonden met prediking, pastoraat en catechese. Wel komt duidelijk naar voren dat jongere predikanten meer dan ouderen bezig zijn met vragen rond geestelijk leiderschap. Opvallend is dat het zich geroepen weten, maar zich niet geschikt achten (zoals in de Bijbel meer dan eens voorkomt, denk bijv. aan Mozes en Jeremia) tegenwoordig maar weinig voorkomt. In de regel achten predikanten zich prima opgeleid voor hun taak (blz. 222). Naast deze grote lijnen zijn er tal van details naar voren gekomen uit het onderzoek dat gehouden werd. Zo gaat de schrijver in op verschillen tussen hervormde en gereformeerde predikanten, tussen mannelijke en vrouwelijke predikanten. In lijn met de uitkomst van het onderzoek, wordt in een laatste hoofdstuk een handreiking gedaan over ambt en leiderschap in de gemeente.

Toch is er ook een andere kant aan dit onderzoek. De ondertitel geeft aan dat het een praktisch-theologisch onderzoek is. Op dat punt zijn wel vragen te stellen. De schrijver begint nl. zijn studie met een beschrijving hoe in de sociologie aangekeken wordt tegen het vervullen van een rol. Zonder veel toelichting wordt gekozen voor een bepaalde sociologische rolopvatting en in het kader daarvan wordt de roeping tot en het uitvoeren van het predikantschap bekeken. Pas nadat deze stap is gezet komen de Bijbelse gegevens over roeping en ambt naar voren. De vraag is nu of hiermee de theologische gegevens voldoende tot hun recht kunnen komen. Zou niet eerst een verkenning moeten plaatsvinden van de specifieke eigenheid van de roeping tot het predikantschap om pas daarna een keuze te maken voor passende sociologische kaders waarin e.e.a. bekeken kan worden? De rolopvatting die nu gehanteerd wordt, kan evengoed op een burgemeester, arts of rechter slaan - terwijl het de vraag is of zij een vergelijkbaar roepingsbesef kennen. Verder bestaat een groot deel van het boek uit empirisch onderzoek. Binnen de praktische theologie wordt daar veel nadruk op gelegd. Het is echter de vraag hoe wetenschappelijk de conclusies zijn die je ontleent aan een onderzoek van zes jaar terug onder slechts ongeveer 100 Personen per groep die in zeer uiteenlopende situaties functioneren (blz. 114-118).

Kortom: een meer theologische insteek en een bescheidener rol voor de statistiek hadden wellicht andere aspecten naar voren gehaald die nu wat onderbelicht blijven.

J. van Holten, Rol en roeping. Een praktisch-theologisch onderzoek naar de rolopvatting van aanstaande, beginnende en oudere predikanten gerelateerd aan hun roepingsbesef. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2009, 373 blz., € 29,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.