+ Meer informatie

Verzoend door Zijn dood Behouden door Zijn leven

5 minuten leestijd

„Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.” - Rom. 5 : 10.

Paulus was een man van Godskennis - zelfkennis - Christuskennis.

De mensen waaraan hij zijn brief schreef, de gelovigen te Rome, wisten daar ook iets van. Zij waren met Paulus op dezelfde school onderwezen. Dat is de school van de Heilige Geest. Daar leert men deze dingen.

Als het goed is, moeten wij op deze school ook een plaats hebben ontvangen. Wij moeten deze drie zaken ook leren. Wij moeten ook Godskennis, zelfkennis en Christuskennis hebben.

Dat Paulus en de gelovigen te Rome daar weet van hadden blijkt uit de tekst.

„Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.”

God is heilig en rechtvaardig. Hij kan met de zonde geen gemeenschap hebben en moet de zondaar straffen. De schuld, die de mens door de zonde gemaakt heeft, moet betaald worden. Dat kan niet anders.

Het ziet er daarom voor de mens maar donker uit. Paulus zegt: - vijanden zijnde -. Hij wil zeggen: Dat waren we en dat zijn we nog van nature. Een mens van nature brengt het niet verder, dan een vijand te zijn van God. Dat is verschrikkelijk. Denk u in, wat dat zeggen wil: Een vijand van God!

Neen, dat gelooft een mens zo maar niet. Dat had Paulus ook nooit kunnen denken. Hij was in zijn onbekeerde staat een vrome man. En beslist geen vijand van God.

Doch hij had dit mogen leren, dat hij een vijand van God was. Daar had de Heere Zelf hem aan ontdekt. Toen zijn ogen daarvoor open gingen zag hij het. Het werd toen voor hem een verloren zaak. Want welke vijand kan het van God winnen? Daar moet iedereen het van verliezen: Want onze God is een verterend vuur en een eeuwige gloed, bij Wie niemand wonen kan.

De gelovigen te Rome hadden daar ook iets van geleerd. Onze tekst zegt het. Want indien wij... In dat woordje „wij” zat Paulus besloten, maar de gelovigen te Rome ook.

Hebt u uzelf daar ook al in besloten leren kennen? Bent u er al achter gekomen, dat u ook een vijand van God bent en blijft in uw bestaan?

Dat valt niet mee. Dan schiet er aan des mensen zijde geen hoop meer over. Dan kan men alleen nog maar uit genade zalig worden. En dan genade door recht.

De tekst leert dit:

„Verzoend met God, door de dood Zijns Zoons”.

God heeft Zijn eigen Zoon gegeven. De Zoon van God heeft Zichzelf gegeven tot in de dood. Onbegrijpelijk liefdesmysterie. En dat voor vijanden. Want voor vrienden zal mogelijk nog een vriend bestaan te sterven. Maar nu is Jezus Christus te Zijner tijd voor vijanden gestorven. Hij heeft de losprijs aangebracht. Hij heeft met ene offerande een volkomen genoegdoening teweeggebracht. God heeft nu niets meer te eisen. Hij is voldaan. Hij kan nu nooit meer toornen of scheiden. Zijn aangezicht is verzoend.

Dat mocht Paulus geloven voor zichzelf. Dat mocht hij ook geloven t.o.v. de gelovigen te Rome. Als vijanden waren zij met God verzoend, door de dood van de Zoon van God. Hij was voor hen gestorven en daarom mochten zij leven.

Verstaat u dit wonder ook? Dit leert men alleen verstaan als men zijn doodswaardigheid heeft leren onderschrijven. N.l. dat we als vijanden van God de dood hebben verdiend. Dit te beleven is altijd nog iets anders dan het met een rechtzinnige mond te belijden. Als men dit beleeft, dan schiet alleen de bede van de tollenaar nog over: O God, wees mij de zondaar genadig. Als men dan door het geloof op Gods Zoon mag zien, het geschenk van Gods liefde, dan is het wonder niet uit te spreken. Leven door Hem, Die te Zijner tijd ook voor mij gestorven is. Dan wordt de ziel omringd door vrolijke gezangen van bevrijding:


Welzalig is de mens, wien ’t mag gebeuren,
Dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren...


„... veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven”.

Christus is gestorven. Maar hij is ook opgewekt. Hij leeft nu, wil Paulus zeggen. Hij is nu in de hemel. Hij is ons ten goede daar. Wij zijn nog op de aarde. Wij zijn elk ogenblik nog in gevaar. De vijanden zijn er nog. Van buiten en van binnen. Als we nu nog aan onszelf overgelaten zouden worden, dan zou het nog verloren zijn.

Maar dat gebeurt niet. Christus leeft en staat er voor in dat wij hier in dit jammerdal niet zullen omkomen. Zijn eeuwig leven is waarborg voor ons eeuwig behoud.

Wat lag hierin een troost voor Paulus en voor al degenen, die met hem een even dierbaar geloof deelachtig waren. Zij waren met God verzoend. Het geloof liet hier voor de twijfel geen plaats open. Zo zeker als nu het een waar was, niet minder zeker, ja veel meer, was nu ook het andere waar: Behouden door Zijn leven. Behouden, voor eeuwig, omdat Hij leeft.

Kent u ook die troost? Benauwen de vijanden u? Wat kunnen die het de ziel angstig maken. Ja dan kan de vrees het hart besluipen, dat men nog eens in de handen van Saul om zal komen.

Doch als men dan door het geloof op de Levende mag vertrouwen, dan wordt aan de uitkomst niet getwijfeld. Dan is het de levende Heere Zelf, Die voor de Zijnen in staat. De poorten der hel zullen Zijn gemeente niet overweldigen. De Heere houdt Zijn kerk in stand.


Dan mag de hel vrij woeden
Gezeten aan Gods rechterhand,
Zal Hij haar wel behoeden.


Wie uit deze geloofswetenschap leven mag, kan getroost zijn weg door dit vaak moeitevolle leven gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.