+ Meer informatie

HOE STAAT HET MET DE VOORBEREIDINGSPREEK?

9 minuten leestijd

Standaard in onze kerken gebeurt het nog steeds: vier maal per jaar of soms ook vaker wordt op de zondag die vooraf gaat aan de viering van het avondmaal een zogenaamde ‘voorbereidingspreek of -zondag’ gehouden. Meestal wordt in die dienst alvast het eerste deel van het avondmaalsformulier gelezen en van tijd tot tijd wordt er ook in een zogenaamde voorbereidingspreek speciale aandacht aan het avondmaal geschonken en aan vragen over b.v. het wel of niet aangaan. Maar wie wel eens buiten zijn of haar eigen kerk heeft gekeken, zowel hier in Nederland als in buitenland, die weet inmiddels dat het er lang niet overal zo toe gaat. Ook in kerken die gereformeerd heten en met wie we verbonden zijn is dat niet vanzelfsprekend. De voorbereidingspreek wordt vaker niet dan wel gehouden.

Wat ons eigen kerkelijk leven betreff, ontkom ik niet aan de indruk dat de ‘voorbereidingspreek’ zowel bij de voorganger als bij gemeenteleden niet altijd even welkom is en ook niet altijd even sterk beleefd wordt. De vragen omtrent de noodzaak en de zin van de voorbereiding en alles wat daarmee samen hangt nemen eerder toe dan af.

Daarmee zeg ik niet dat er geen vragen meer zouden leven met betrekking tot het avondmaal. Zeker wel. Vragen over het eigen persoonlijk geloofsleven en over het wel of niet ‘aangaan aan het avondmaal’ zullen nooit verdwijnen. Maar juist vanuit vrij hoge verwachtingen omtrent de viering van het avondmaal, “hoe alles zou moeten zijn” leven er heel wat vragen en daardoor ook teleurstellingen bij gemeenteleden. Men beleeft eerder een geestelijk tekort dan dat men door het avondmaal wordt verrijkt en gestimuleerd.

Daarom is het goed om in dit artikel in te gaan op de vraag waarom we voorbereiding op de viering van het avondmaal houden en ook hoe we dat zo goed mogelijk zouden kunnen doen.

Formulier

Maar kan dat eigenlijk wel, dat we ons zo sterk door een kerkelijke traditie en dus ook door een formulier laten gezeggen? Moeten we niet de bijbel zelf en de bijbel alleen centraal laten staan in de kerkdienst?

Deze vraag is niet van vandaag of gisteren. Zelfs in de roemmchte tijd van de Nadere Reformatie waren er ook mensen als Koelman die niets van een formulier wilde weten, omdat het alleen maar sleur en doodsheid zou betekenen.

Maar net als de belijdenisgeschriften willen ook de formulieren niet anders dan de Schriften naspreken, een didactische samenvatting geven tot opbouw van de gemeente.

Nodig waren die formulieren zeer zeker. In de middeleeuwse Rooms-Katholieke kerk leefde grote onkunde, ook op het punt van de mis. De ware betekenis van het avondmaal was de mensen onbekend. Daarom zag de kerk zich geroepen om kemachtig vanuit de bijbel onderwijs te bieden. Dr. T. Brienen heeft een aantal jaren geleden gesteld dat onze huidige situatie geheel anders is, met name door de catechese en in zekere zin is dat ook zo. Maar vragen en onduidelijkheid ten aanzien van het avondmaal heeft de huidige kerkganger m.i. niet minder en daarom is een heldere, eigentijdse samenvatting van wat de Schrift ons leert met het oog op de betekenis van het avondmaal in hedendaags Nederlands niet overbodig.

Eenheid

Gebruik van het avondmaalsformulier heeft ook nog een ander doel voor ogen: de eenheid binnen de kerk. Het gevaar is ook vandaag niet denkbeeldig dat we in een subjectieve beleving van het avondmaai terecht komen: elke gemeente en elke predikant heeft haar/zijn eigen voorkeur en eenzijdigheden. Maar als er ergens eenheid moet en mag zijn, dan is dat bij het breken van het ene brood en drinken uit de ene beker. Niet de liturg met zijn opvatting staat centraal, maar de hemelse gastheer.

De generale synode heeft een deputaatschap de opdracht gegeven om de formulieren wat betreff taal en stijl in hedendaags Nederlands te bewerken. Dat is een goede zaak: zonder afbreuk te doen aan bepaalde klassieke uitdrukkingen moet de boodschap wel in begrijpelijk Nederlands blijven klinken. Het zou ook te wensen zijn dat we in de toekomst variatie zouden hebben in de thema’s die het formulier aandraagt, zodat niet altijd alles in één keer gezegd moet worden, maar in elke dienst ook een zekere variatie kan worden aangebracht en een bepaald aspect wat meer naar voren kan komen, zoals: de verzoening, de wederkomst, de gemeenschap met Christus en de onderlinge eenheid.

En dan nu de voorbereiding?

Vanzelfsprekend is de voorbereiding op de viering van het avondmaai niet. In de Oude kerk is een week van voorbereiding niet terug te vinden. Zelfs de reformatoren Luther en Calvijn hebben we in deze zaak niet zonder meer aan onze kant. En hoeveel aandacht de Heidelbergse Catechismus ook schenkt aan het avondmaai, over voorbereiding wordt er niet gesproken.

Een Nederlands Gereformeerde collega gaf aan, dat in zijn kerken op dit punt inderdaad niet zo die gewoonte bestaat zoals dat in de Christelijke Gereformeerde Kerken wel het geval is. Meerdere ‘oorzaken’ zijn daarvoor aan te wijzen. In het algemeen is er een minder sterk gevoel voor liturgie, zo leeft b.v. ook het kerkelijk jaar veel minder. De verwantschap en bekendheid met de Nadere Reformatie is ook lang niet zo sterk. Verder is er ook op tal van andere zaken een zekere nuchterheid, waardoor men niet zo ‘bevindelijk’ leeft en zich ontwikkelt.

Oorsprong

De oorsprong van onze voorbereiding moeten we zoeken in de tijd van de Nadere Reformatie en het Engelse Puritanisme. Binnen de Nadere Reformatie werd steeds meer aandacht geschonken aan de ‘rechte’ of ‘juiste’ viering van het ‘heilig’ avondmaai. Terwijl de doop werd ondergewaardeerd, werd het avondmaai overgewaardeerd. Sterke nadruk werd gelegd op het persoonlijk geloofsleven, lees: gemoedsleven.

Daamaast werd ook het huisbezoek afgestemd op de viering van het avondmaai. Deze bepaling is nog terug te vinden in onze huidige kerkorde.

Bijbels gezien

Voor de noodzaak en de verdediging van een zekere vorm van voorbereiding op het avondmaai kunnen we wijzen op wat Paulus schrijft in I Korinthe 11. Het aantal leden dat met dit schriftgedeelte angst is aangejaagd mag aanzienlijk verminderd zijn, het blijft noodzakelijk de strekking van dit gedeelte steeds weer opnieuw aan de gemeente duidelijk te maken. Paulus is er niet op uit de leden van de gemeente van het avondmaai af te houden, maar hen op te roepen en uit te nodigen deel te nemen aan de maaltijd des Heren. Maar dan wel op de rechte wijze, dat is: met de juiste levenshouding: “Maar ieder beproeve zichzelf en efe dan van het brood en drinke uit de beker”.

Uitgestoken hand

Voorbereiding op het avondmaai is de pastorale hand die uitgestoken wordt om naar het avondmaai te leiden. Bijbels gezien is dat goed te verdedigen: David, Zacheüs, de verloren zoon, Paulus, maar ook de Grieks-sprekende weduwen in de eerste christelijke gemeente en later de gemeente van Jeruzalem zelf, hoe verschillend zij ook mogen zijn, zowel pastoraal als diaconaal steekt Christus zijn nodigende hand uit. Voorbereiding is diezelfde uitgestoken hand van Christus die ook vandaag in onze concrete situatie over de drempel van Gods ontferming heen wil helpen.

Met het badwater van al te gesystematiseerde prediking moeten we niet het kind wegwerpen van de prediking die ook pastoraal leiding geeft aan vragen die binnen net geheel van de gemeente leven. Tijd en ruimte ontbreekt de predikant misschien wel, maar voorbijgaan aan deze vragen maakt de kloof naar het ‘meebeleven’ van het avondmaal alleen maar groter, zodat het avondmaal inderdaad steeds minder diep beleefd wordt.

Ook al gebeurt het veelal enkel als formaliteit, ook het houden van ‘censura morum’ binnen de kerkenraad heeft deze intentie. Om te voorkomen dat heel ons leven in een wazig grijs gebied blijft steken, moeten we zo vrijmoedig zijn ook de zwarte dingen van ons leven en van ons hart ter sprake te brengen, met het doel onszelf en de ander in de lichtkring van Gods concrete vemieuwende genade te trekken.

Drieslag

Het formulier zelf schenkt aandacht aan de vragen die cirkelen rond de drieslag: eilende, verlossing en dankbaarheid. Op het eerste gezicht lijken het afgesleten vragen, clichés. Menigeen verzucht mogelijk: ‘ik zou wel eens wat anders willen’.

De kracht van een goede voorbereidingspreek moeten we niet zoeken in iets nieuws, maar in het ‘nieuw’ verwoorden, actualiseren van deze bekende drieslag. Welke vragen heeft en kent de hedendaagse mens als hij de zonde misschien wel niet zo diep, zo intens beleeft? Maar dat betekent toch niet dat de zonde er vandaag niet zou zijn? Of wat te denken van de kloof tussen de zondag en het dagelijks leven in de week als het gaat over de zonde?

Tegen alle ‘ervaringen’ die men wel of niet heeft of denkt te moeten hebben vandaag is het de taak van de prediking om te wijzen op het feit dat de vastheid en de kern van het geloof niet in onze eigen gevoelens maar in de ‘vaste belofte’ van God ligt. Bovendien worden deze beloften ook in het avondmaal uitgetekend en verzegeld. Zo mag de voor-bereidingsdienst pastoraal heenleiden naar het concreet vastgrijpen van die belofte of dat geschenk dat God de gemeente voorhoudt.

Op het punt van de dankbaarheid kunnen we niet concreet genoeg ingaan. Er is geen zekerheid in het geloof zonder heilig leven, zonder leven in de dankbaarheid.

Op deze manier komen we ook tegemoet aan de kritiek waarom er wel bij het avondmaal een voorbereidingspreek gehouden wordt en niet bij de doop. Deze kritiek getuigt van een al te formele benadering van deze materie alsof het louter om het voldoen aan kerkordelijke voorwaarden zou gaan. Hoe praktischer en concreter in de voorbereidingspreek op vragen omtrent het avondmaal wordt ingegaan, hoe meer dit bezwaar en deze vraag komt te vervallen.

Praktisch

- Het verdient aanbeveling binnen de kerkenraad de viering van het avondmaal en de voorbereidingszondag aan de orde te stellen. Speelt met name de prediking werkelijk in op wat er leeft in de gemeente? Hoe kan verbetering bereikt worden?

- Het zou een goede zaak zijn een gemeente-avond te beieggen waar de viering van het avondmaal aan de orde wordt gesteld. Laat de gemeente kennis nemen van de bijbelse gereformeerde visie en inventariseer hoe dat binnen de gemeente leeft en verbeterd zou moeten worden.

- Waak ervoor dat avondmaalszondagen en de vieringen zelf een te algemeen en daardoor te vlak karakter dragen. Het is belangrijk de preek en de liturgie toe te spitsen op één van de verschillende aspecten van de maaltijd des Heeren.

- Het verdient aanbeveling om, wanneer het eerste deel van het avondmaalsformulier gelezen wordt, dat in ieder geval vóór de preek te doen zodat het in de verkondiging een meer geïntegreerde plaats kan krijgen. Het is ook mogelijk delen van het formulier in de preek een plaats te geven.

- Net als elders geldt: hoe meer wij investeren in de voorbereidingsdienst, hoe meer deze dienst ook oplevert.

Ds. C.A. den Hertog is predikant te Apeldoorn-Centrum.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.