+ Meer informatie

De Christinnereis is voor jong en oud

7 minuten leestijd

8

Bij het openen van de deur gaf de deurwachter Barmhartigheid gelegenheid haar hart voor hem uit te storten. Zij wenste begiftigd te mogen worden met de genade des geloofs en vergeving van zonden. Want dan alleen zou zij echt blij kunnen zijn in de Heere.

Als bewijs van zijn genegenheid tot het leven der genade waaruit zij sprak, gaf de deurwachter haar voor de tweede maal de rechterhand der gemeenschap. Voor de eerste maal deed hij dat om haar vanuit haar bezwijming op te heffen. Maar bij het tweede geval werd zij door zijn hand gesterkt om binnen geleid te worden. Te mogen gaan door de enge poort was voor haar een geweldige gebeurtenis vanwege al de bestrijdingen en verdenkingen, die daardoor beschaamd werden. Als een gans verslagen geest, die vanuit de stad Verderf tot aan deze poort door zoveel tegenstand moest heen breken, had zij deze ondersteuning nodig. De Knecht des Heeren was dan ook in deze poort gesteld met de opdracht te spreken naar het hart van deze reizigers.

Terwijl de deurwachter deze jeugdige Sioniet zachtkens naar binnen leidde, sprak hij tot haar: „lk bid voor allen, die tot Mij komen, langs welke weg en door welk middel dan ook. Want in de veelheid der onderdanen is des Konings heerlijkheid. Als een echte werfofficier van de grote Koning was hij daarin biddende werkzaam.

Voor hem lag het zwaartepunt in het komen tot de Heere door de enge poort. En in dat komen door de trekkingen van Gods goedertierenheid is zij zonder het te weten, gedragen op de vleugelen des gebeds. De getrouwe knechten des Heeren zijn biddend werkzaam tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.

De huisgenoten, die zich over de komst van Barmhartigheid mochten verblijden, werd het opgedragen door de deurwachter, iets te halen tot haar verkwikking, opdat zij niet gelijk als zo even zou bezwijmen, ’t Wonder van binnen te mogen komen als een echte Sioniet, kon zij nog niet verwerken in het geloof.

Maar de geur van een bundeltje mirre, dat met de grootste bereidvaardigheid ter hand gesteld werd, was tot versterking. Deze heerlijke geur was voor haar als de reuk van het Evangelie, een reuk des levens ten leven. Haar hart werd er door verblijd met een innige blijdschap in de Heere.

Zo werden nu Christinne en haar jongens, evenals Barmhartigheid, vriendelijk ontvangen door de Heere van de weg, Die minzaam met hen sprak. Hij bewees het met Zijn liefde: „Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”. Naar Zijn beloften werden zij vriendelijk getroeteld. En toch waren zij onder dat alles nog bezwaard en bedroefd over hun zonden. Met de blijken van Zijn liefde en de bewijzen van Zijn goedertierenheid hebben wij geen kwaad meer van de Heere te duchten.

Onder al de blijken van Zijn liefde werd de schuld der zonde des te meer gevoeld. Het hart had behoefte aan verzoening door voldoening. Vervrijmoedigd door Zijn vriendelijkheid, zeiden zij tot Hem: „Wij zijn bekommerd vanwege onze zonden en vragen onze Heere vergiffenis en verzoeken Hem ons te willen zeggen, wat wij moeten doen”.

„Ik schenk u vergiffenis”, zeide Hij. Met woord en daad; met woorden, door de belofte van kwijtschelding, met de daad door de wijze waarop lk die heb verworven. De eerste bezegel Ik u met een kus; het tweede door hetgeen u geopenbaard zal worden”.

Op de weg van de waarachtige bekering zal Gods vergevende liefde in Christus bij het licht van de Heilige Geest met steeds meer klaarheid geopenbaard worden in het hart, tot verheerlijking van de Heere en met een hartelijke vreugde in Hem.

Verheugd door al de vriendelijke woorden, die Hij tot deze reizigers gesproken had in de poort, bracht Hij hen bovenop de poort en toonde hun door welk middel zij behouden waren geworden. En zo zou de Middelaar Jezus Christus op de weg, die zij hadden te gaan, met steeds meer klaarheid aanschouwd worden in Zijn borglijden tot hun vertroosting.

Nu weten zij wat het is te komen tot deze poort, te kloppen aan deze poort, geleid te worden in de poort en gesteld te worden op de poort om met klaarheid te blikken in de verzoening door voldoening.

Daarop liet de Heere van de poort hen een poos vertoeven in een zomerhut beneden en nu begonnen zij met elkander te spreken van hart tot hart.

„O Heere”, riep Christinne uit, „hoe dank ik U dat wij hier gekomen zijn!” Haar hart jubelde in de Heere van verwondering. Het was voor haar een staan in de vrijheid, waarmede de Heere haar had vrijgemaakt, door haar te verlossen uit de greep van zonde, satan en ongeloof.

Maar Barmhartigheid heeft nog veel meer reden om op te springen van vreugde, zoals zij kwam op te merken. Voor haar was het wonder van het komen in de poort wel zo groot!

„Eerst dacht ik”, vervolgde Christinne, „een ogenblik toen ik aan de poort stond, (omdat ik klopte en niemand antwoordde) dat al ons pogen vergeefs was, vooral toen wij dat vreselijk geblaf van die hond hoorden”.

„Maar mijn ergste vrees kwam”, zei Barmhartigheid, „toen gij binnen werd gelaten, en ik alleen achtergelaten. Nu, dacht ik, wordt het woord vervuld, dat geschreven staat: „Twee vrouwen zullen tezamen malen in de molen, de één zal aangenomen, de andere zal verlaten worden”. Ik moest mij inhouden om het niet uit te schreeuwen: Verloren, verloren! En ik had niet de moed andermaal te kloppen, doch toen ik zag wat boven de poort geschreven stond, vatte ik moed. Ik dacht: ik moet kloppen of ik moet omkomen. En zo klopte ik nog eens, maar ik weet zelf niet hoe ik het deed, want mijn geest zweefde tussen leven en dood”.

„Weet gij niet hoe gij klopte?” vroeg Christinne. „Ik kan u verzekeren, dat uw kloppen zo dringend en krachtig was, dat ik er van opschrikte. Mij dunkt, nog nooit heb ik iemand zo luid horen kloppen. Ik dacht dat ge met geweld had willen binnenkomen en het Koninkrijk stormenderhand had willen veroveren”.

„Ach”, zo merkte Barmhartigheid op, „ieder zou in mijn geval hetzelfde gedaan hebben. Gij zaagt toch, dat de deur reeds gesloten was en in de nabijheid zich een vreselijke hond ophield. Wie, die even als ik, op het punt was te bezwijken van angst en vrees, zou niet uit alle macht hebben aangeklopt? Maar zeg mij, wat zei de Heere wel van mijn onstuimig kloppen? Was Hij vertoornd op mij?”

„Neen, gelukkig niet! Integendeel! Toen Hij uw vreselijk geweld hoorde”, vertelt Christinne, „glimlachte Hij op de minzaamste wijze, ik geloof, dat uw doen Hem welbehagelijk was, want Hij toonde in ’t minst geen ongenoegen”.

„Maar het verbaast mij, dat hier zulk een hond is. Indien ik dat eerder had geweten, de moed zou mij hebben ontbroken om mij hier te wagen. Maar nu zijn wij binnen en mijn hart is vol blijdschap”.

Wat Barmhartigheid bij het komen tot de poort en bij het staan voor een gesloten poort nog steeds geheel verborgen was, is haar nu geopenbaard. De Heere heeft haar beproefd en nu is het gebleken dat haar keus echt en haar hart recht werkzaam was in het komen tot de Heere. En zo is door de beproeving haar innerlijk leven tot wasdom gekomen. Maar die verschrikkelijke hond is voor haar nog een ergernis. „Ik zal, zo sprak zij, „zodra de Heere tot ons wederkeert, eens vragen waarom hier zulk een gevaarlijke hond rondloopt op Zijn grond. Hij zal mij, hoop ik, die vraag niet ten kwade duiden”.

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.