+ Meer informatie

TER OVERWEGING

17 minuten leestijd

Prof.dr. W. Albeda, De crisis hoort bij de verzorgingsstaat. Uitg. Kok, Kampen 1992. 120 blz. f 24,50.

Uit de columns die de auteur publiceert in het dagblad Trouw, is een selectie gemaakt rond het thema verzorgingsstaat. Als een opvallende stelling komt naar voren dat de crisis inherent is aan de verzorgingsstaat, De columns, die ongeveer 3 à 4 bladzijden beslaan per item, geven een beeld van de verzorgingsstaat in alle breedte vanaf 1982 tot 1992. Interessant is om de ontwikkelingen te lezen die zich in de afgelopen tien jaar hebben voorgedaan.

Ds. P. Groenenberg, Haar naam is Babylon, over de ‘hoer’ in Openbaring 17.

Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1993. 165 blz. f 26,50.

Deze exegetische studie gaat over een mysterieuze bijbelse figuur, aan wie al veel gissingen en studies zijn gewijd. Centraal staat de vraag hoe wij het beeld van ‘de hoer’ moeten uitleggen. Is zij Rome? Jeruzalem? De wereldmacht of de valse kerk, of is zij misschien het beeld van de verleiding? De auteur zet de verschillende visies en de argumenten daarvoor naast elkaar. Uiteindelijk resulteert dit in een betoog waarin de auteur het beeld van de hoer identificeert. Allereerst is dit boek bedoeld als een studieboek, maar het hoeft degenen die meer van het boek Openbaring willen begrijpen niet te weerhouden het boek aan te schaffen.

Ds. R. Bartlema, Het binnenste buiten. Fragmenten uit de Openbaring van Johannes, verzetsliteratuur van de eerste Christengemeente. Uitg. Kok, Kampen 1992.

62 blz. f 14,90.

Het boek ‘binnenste buiten’ bevat twaalf meditaties over de Openbaring van Johannes. De auteur benadert het laatste bijbelboek als verzetsliteratuur: illegale lectuur voor een gemeente in de verdrukking, geschreven door Johannes, zelf verbannen naar een strafkolonie (het eiland Patmos). De auteur geeft aan dat de taal van Johannes zijn pamflet, zijn troostbrief, uit veiligheidsoverwegingen ook ‘gecamoufleerd’ was, alleen te begrijpen voor de lezers die er de sleutels van kenden. De visie die de auteur heeft op het boek Openbaring is niet de mijne. Benaderen van dit boek als verzetsliteratuur doet af aan datgene wat God ons te vertellen heeft. Te weinig komt de ernst van de brieven aan de gemeenten en de geheimenissen van een heerlijke toekomst aan de orde. Het boekje bevat twaalf korte meditaties. Te kort om enige diepgang te hebben.

E.C. van Balen e.a., Mag ik alternatief geholpen worden. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Leiden 1993. 278 blz. f

De belangstelling voor de alternatieve geneeskunde neemt de laatste jaren sterk toe. In deze uitgave wordt nader ingegaan op de achtergronden die hiertoe geleid hebben. Veel alternatieve geneeswijzen hebben een eigen visie op ziekte en gezondheid. In dit boek komt ondermeer aan de orde of het voor christenen geoorloofd is gebruik te maken van de alternatieve geneeskunde (inclusief de medicijnen). Daarbij wordt uitgegaan van de bijbelse visie en de toepassing daarvan op de middelen en methoden. Wel bekende alternatieve geneeswijzen komen aan de orde zoals: magnetisme, acupunctuur, reflexologie, irisscopie, homeopathie, relatie tussen homeopathie en antroposofie. Veel gemeenteleden binnen onze kerken maken gebruik van deze geneeswijzen (of van de medicijnen). Velen kunnen onvoldoende onderbouwen of het wel goed is wat ze doen. Dit boek geeft daar een duidelijk antwoord op. Daarbij zijn de auteurs niet moraliserend of te engdenkend bezig geweest.

Men heeft vanuit een bijbels-kritische houding en het reëel kijken naar wat zich voordoet ‘op de markt van de gezondheid’, een standpunt ingenomen. Standpunten die overgenomen mogen worden.

Elisabeth Elliot, Hartstocht en reinheid. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Leiden.

157 blz. f 24,95.

In dit boek gaat Elisabeth Elliot op een pastorale en persoonlijke wijze in op de strijd die het kan kosten om in de verkeringstijd en als alleenstaande rein te leven voor Gods aangezicht. Ze doet dit aan de hand van haar eigen ervaringen als ongehuwde vrouw en jonge weduwe. In 43 korte fragmenten van 4 à 6 bladzijden behandelt ze een ervaring van verlangen naar liefde, eenzaamheid, onzekerheid, hoop, vertrouwen en een onvoorwaarlijk verbonden zijn met Christus. Door haar boeken en lezingen is ze voor vele mensen tot zegen en steun geweest.

Jaarboek 1993 van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland.

303 blz. f 15,75 en

Informatieboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken. 224 blz. f 15,60.

Uitgaven van Buijten & Schipperheijn, Amsterdam.

De onmisbare gidsen voor het kerkelijk leven, resp. in bruine en in blauwe omslag.

Drs. Starreveld heeft het jaaroverzicht verzorgd. Wat minder exacte feiten, wat meer beschouwende beschrijvingen dan in vorige jaren. Een artikel van dr. Maris over ‘Aantrekkelijker dan het geloof van de kerk?’ (de pinkstergroepen), en van ds. H.J.Th. Velema over het deputaatschap tot steunverlening aan de kerken in de drooggelegde polders. Dit deputaatschap is in 1992 opgeheven. De schrijver was de laatste jaren secretaris ervan. Heel nauwkeurig en informatief wordt de geschiedenis weergegeven. Ter afsluiting een gesprek met de kerkelijke pionier in alle polders, broeder G. Visser. Een pracht overzicht van zijn werk en van al het werk.

Er zij enkel kleine wijzigingen aangebracht in de opstelling en de weergave van de gegevens. Dankbaar zijn we voor het werk van de redactie.

Het Nederlands Gereformeerd informatieboekje kent naast de gegevens alleen een jaaroverzicht. Geen artikelen. Drs. H. Algra (Den Helder) verzorgde het overzicht.

Beide boekjes zijn onmisbaar voor wie kerkelijk meeleeft.

Doop en belijdenis. Proeven voor de Eredienst, aflevering 3. 112 blz.

Pas op je tellen. Het gebruik van vragenlijsten bij kerkopbouw. 75 blz. f 13,50.

Uitgaven van Boekencentrum, Zoetermeer.

Het laatstgenoemde boekje verschijnt in de serie Handreikingen voor kerkopbouw. We bespraken onlangs een ander deeltje, namelijk over enquêteren. Dit boekje vertoont een zelfde praktische opzet, met allerlei tips voor het gebruik van vragenlijsten, wat eraan vooraf gaat, hoe je ermee omgaat en wat erop volgt. Ook dit boekje is sterk toegesneden op de situatie in de Nederlandse Hervormde Kerk.

Het eerste boekje geeft formulieren voor doop en eredienst. Met name voor doop en belijdenis, en voor het hernieuwen van de belijdenis. De achterliggende gedachte is dat er een veelheid van belijdenisdaden is, zodat het op de ene belijdeniszondag minder aankomt.

Opmerkelijk vond ik het feit dat er een vrij groot verschil gemaakt wordt tussen besnijdenis en doop. Dat moet, om aan Israël recht te doen. Wie de doop ziet als in de plaats gekomen van de besnijdenis, doet aan het Israël van vandaag tekort. We zien hier de twee-wegen-theologie tot in de formulieren doorwerken. Een liturgisch ontwerp dat geworteld is in een radicaal herschreven dogmatiek.

Dr.C Graafland, Van Calvijn tot Comrie. Oorsprong en ontwikkeling van de leer van het verbond in het gereformeerd Protestantisme. Deel I: De wortels van de gereformeerde verbondsleer. Deel II: Calvijn. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 234 blz. f 37,50.

Na zijn grote boek over de verkiezing is prof. Graafland nu begonnen aan een gelijksoortig boek over het verbond. Het verschil met de studie over de verkiezing is, dat de stof nu in drie banden wordt behandeld. Dat zal verschillende oorzaken hebben. Ik betreur dat; alles in één band leest en studeert gemakkelijker.

Het eerste deel, ongeveer een derde van het boek, behandelt de wortels van de gereformeerde verbondsleer, met een bespreking van Zwingli, Luther en Bullinger. Deel II, Calvijn, vormt de hoofdmoot. Vanuit Graaflands tekening ven de verkiezing wordt nu ook het verbond behandeld en Calvijns verbondsleer onder kritiek gesteld. Calvijn zou eigenlijk de belofte alleen hebben laten gelden voor uitverkorenen. Er zijn wel andere uitdrukkingen bij Calvijn, maar die zijn - om het in mijn woorden te zeggen - voorlopig, voor de eerste aanblik. De echte Calvijn denkt en spreekt anders. Ik heb de indruk dat Graafland hiermee Calvijn toetst vanuit de vraagstelling van de volgende eeuw. De vele vragen die - in vermoeiende herhaling - aan Calvijn worden gesteld, lijken mij een harnas te zijn, waarin Calvijn zich niet kon bewegen, ja waarin hij zich zelfs niet herkende! De consequentie van deze constructieve benadering is, dat Calvijn een soort platoonse godsleer moet hebben gehad. In enkele bladzijden wordt deze tekening op papier gezet.

Het is duidelijk dat Graafland steeds verder gaat in de reconstructie van Calvijn. Naar mijn gedachte meet hij Calvijn aan een maat, die Calvijn vreemd was. Een nog niet gepubliceerd artikel uit een feestbundel voor prof. Locher sluit de bundel af.

Dit boek maakt de lezer nieuwsgierig naar de tekening die Graafland van schrijvers na Calvijn zal geven.

Dr. T. Brienen, Gods ontferming in tijd en eeuwigheid. Bezinning op verbond en verkiezing. Serie Bij-tijds geloven. Uitg. Kok, Kampen 1993. 107 blz. f 24,50.

Kok laat in deze serie onderwerpen uit de geloofsleer behandelen. Er zijn reeds meer dan tien delen verschenen. Ditmaal is het onderwerp verbond en verkiezing aan de orde. Dat is ook de volgorde waarin de beide thema’s ter sprake komen. Na een be spreking van de actualiteit, volgt een hoofdstuk over het verbond der genade, met bijbels-exegetische gegevens, gevolgd door confessioneel-theologische gegevens en afgesloten met een samenvatting. Dezelfde driedeling komt in het derde hoofdstuk over de verkiezing aan de orde. Hier heet de derde paragraaf niet samenvatting, maar ‘uitkomst en lijnen’. En dan een derde hoofdstuk, gewijd aan praktisch-pastorale lijnen. Twee paragrafen over probleemvelden inzake het verbond der genade en inzake Gods verkiezing. Het boek wordt afgesloten met niet minder dan 92 noten. Men kan zien bij wie de schrijver zoal te rade is gegaan.

Er valt over dit boek veel goeds te zegger. Gepoogd wordt op een evenwichtige wijze de Schrift te laten spreken. Ik vind de karakterisering probleemvelden niet zo geslaagd, als de schrijver praktisch-pastorale lijnen trekt. Vooral niet als men ziet dat de laatste subparagraaf de titel draagt: De aanbidding van de God der verkiezing. Dit onderwerp zal toch geen probleemveld zijn.

Uit het ontbreken van de Beknopte Gereformeerde Dogmatiek in de literatuurlijst leid ik af, dat de tekst geschreven is voordat dat boek verscheen. Toch is een jaar lang genoeg om de lezers van Brienens boek op de hoogte te stellen van enkele inzichten in die Dogmatiek. Met name het sluiten van het verbond in het paradijs wordt door dr. Brienen als vanzelfsprekend aanvaard, terwijl er in de Dogmatiek steviger materiaal als onderbouwing voor wordt aangevoerd.

Hoe dit ook zij, het is een boek dat in de problemen inleidt en tracht leiding te geven, waarvoor de lezer de schrijver erkentelijk zal zijn.

Dr. F. van de Pol, Bucer en de Kerk. Serie Reformatiestudies, Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 180 blz. f 49,90.

Dit boek bevat de lezingen die op het Reformatie-congres - ditmaal gewijd aan Bucer -in Apeldoorn 1991 zijn gehouden. Het verschijningsjaar van het boek zal wel 1992 (in plaats van 1991) moeten zijn.

Prof. Van ’t Spijker hield een gedegen referaat over ‘De Kerk en Bucers oecumenische streven.’ Datzelfde deed prof. Neuser (uit Münster) over Bucers betekenis voor kerk en theologie vandaag. Minder diepgaand dan de vorige bijdrage, maar wel boeiend. Drs. Selderhuis tekent, tamelijk summier, de relatie van Bucer en Zwingli. Tenslotte een bijdrage van drs. B.J. Spruyt over de Gulden Brief van Bucer. De remonstranten hebben deze brief in de 17e eeuw gepubliceerd om te bewijzen dat zij Bucer aan hun zijde hadden. Heel de polemiek daarover wordt met kennis van zaken weergegeven.

Tenslotte wordt deze brief in facsimile afgedrukt, alsmede de drie brieven van Uytenbogaert. Deze facsimile’s maken dit boek tot een kostbaar bezit. Het is al een rijk boek door de voordrachten. Wel is de prijs vrij hoog. Men krijgt er iets unieks voor dat uiterst kostbaar is.

C. den Boer, Oriëntatie in het Nieuwe Testament. Serie Theologie in reformatorisch perspectief. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1993. 124 blz. f 22,50.

Dit is het vierde deel in deze reeks. Ds. Den Boer wil een doorkijk geven door de boodschap van het Nieuwe Testament. Hij behandeld aan de hand van vier kernbegrippen “Enkele bijbels-theologische hoofdlijnen’ (de ondertitel). Aan de orde komen: Het Koninkrijk van God - Verlossing - Gerechtigheid - Eindtijd.

Het is op zichzelf een goede gedachte om via enkele kernbegrippen de boodschap van het Nieuwe Testament te ontvouwen. De keus van de onderwerpen is enigszins willekeurig. Ik kan me indenken dat andere kernwoorden niet minder passend geweest zouden zijn.

Telkens wordt in de paragrafen op het onderwerp dieper ingegaan. Het valt op dat de aanpak van de hoofdstukken enigszins verschillend is. Ook ontbreekt verwijzing in de tekst naar bepaalde boeken, die wel in de literatuurlijsten worden genoemd. Inderdaad, literatuurlijsten in het meervoud. Daarvan is veel werk gemaakt.

Er is geen sprake van een zogenaamde ‘Theologie van het Nieuwe Testament’, maar wel van een waardevolle introductie langs hoofdlijnen. Meer een studieboek dan een leesboek.

J.F. Schultema, De prediking doordacht. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1993. 107 blz. f 19,90.

Een studie over de preek, geboren uit de praktijk. Na behandeling van ‘De kracht van het Woord’, wordt besproken ‘De prediker en zijn hoorders’ (met aandacht voor de prediker en voor de prediker en zijn gemeente). Dan ‘De tekst dichter bij’, vervolgens ‘Tekst en situatie’, en tenslotte ‘De opbouw van de preek’. Aan het slot treffen we een schets aan over I Samuël 22:1-5, een actualiserende uitleg van dit Schriftgedeelte, in messiaans perspectief. Opvallend is dat het boek Samuël gedateerd wordt in de Babylonische ballingschap. De opbouw van de preek is een verhaalvorm met allerlei toespitsingen naar de gemeente van vandaag.

Zoals de preek, zo is ook de homiletische schets in dit boekje. Boeiend, aandacht spannend, hier en daar flitsend, maar geen duidelijk homiletisch kader. De schrijver kan daarom veel auteurs met instemming citeren, terwijl hij het met sommigen tamelijk oneens zal zijn, lijkt me.

Ik kan me voorstellen dat predikers dit boekje als een stimulans ervaren om over hun eigen preekwerk na te denken.

Dr. D. Martyn Lloyd Jones, Toon mij Uw heerlijkheid.

Over de noodzaak van opwekking. In de serie Opwekking vroeger en nu.

Uitg. Groen, Leiden 1992. 327 blz. f 39,95.

Dit boek bevat 24 preken (ze worden in de Inleiding verhandelingen genoemd) ter gelegenheid van de honderdjarige herdenking van de opwekking in1859.

Het werk van Lloyd Jones wordt in Nederland meer en meer vertaald en bekend. Denk aan beide delen preken over de Bergrede.

Hij bespreekt vooral Genesis 26: 17-18; Jozua 4: 21-24; Handelingen 2: 12-13; Exodus 33:4-23; Jesaja 63:1 - 64:1.Het zijn overwegingen over deze teksten onder het gezichtspunt van opwekking. Er worden waardevolle aanwijzigingen vanuit de Schrift gegeven, zoals verootmoediging, schuldbelijdenis, gebed, gemeenschap, zich richten op de kerk. Ds. W. van Vlastuin leidt het boek in en signaleert een tekort aan aandacht voor de klacht uit Romeinen 7:14. Overigens heeft hij waardering voor dit boek.

De waardering deel ik. Wel moet mij van het hart dat de schrijver nogal breedsprakig is en in herhaling vervalt. De voorbeelden uit de geschiedenis gaan vooral terug op Engeland en Amerika. Ondanks deze lichte bezwaren kan men veel uit dit boek leren en er ook persoonlijk geestelijk goede uren aan beleven.

Pat Alexander, Encyclopedie van de Bijbel. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1993 (herziene uitgave; oorspronkelijk 1980). 352 blz. f 59,90.

Deze herziene uitgave is een uitbreiding vergeleken met die uit 1980. Het is een prachtig geïllustreerd, goed opgezet boek. Men vindt er 12 hoofdstukken in. Alle aspecten van de Bijbel (inhoud, aardrijkskunde, archeologie, namen van personen en plaatsen, sleutelwoorden, eredienst, landen en volken) vindt men hier beschreven. Soms is de formulering van begrippen niet geheel zuiver (bijvoorbeeld het Avondmaal). Hier en daar vindt men een beperkte inbreng van het historisch-kritisch onderzoek van de Bijbel. Wie hierop bedacht is en kritisch leest, zal niettemin veel uit deze goedverzorgde encyclopedie kunnen opsteken.

Een boek om herhaaldelijk mee bezig te zijn. In betrekkelijk kort bestek vindt men hier een kwart van een bibliotheek bijeen.

C.A. van Peursen, Verhaal en werkelijkheid. Een deiktische ontologie.

Uitg. Kok Agora. Kampen 1992. 226 blz. f 39,90.

Dit is een knap en een moeilijk boek. Het is gewijd aan de taal, het ontstaan van de taal, een filosofische interpretatie van de taal. Er worden uit vroeger eeuwen en uit onze tijd heel wat filosofen geciteerd. Hun opvattingen worden besproken.

Het boek is tevens een poging om de samenhang van de werkelijkheid, het zijn (de ontologie) en de taal te doorlichten. De conclusie op de laatste bladzijden (men vindt haar ook op de achterflap) is dat verhalen van religie, mythe, geschiedenis, wetenschap en het dagelijkse leven explosies zijn van zeggingsrijke gebeurtenissen.

Taal is exponent van en verwijzing naar een werkelijheid die pas in dagelijkse beslissingen en in allerlei verhalen, myten, en in waardeoordelen de meest oorspronkelijke blijkt te zijn. De werkelijkheid kan niet zonder taal. Taal verwijst naar de werkelijkheid, verstaat en verklaart haar.

Om deze stelling te adstrueren is wel wat erg veel historisch, wijsgerig materiaal nodig. Twee hoofdstukken zijn reeds eerder gepubliceerd.

M. Verduin, Cantium Canticorum. Het Lied der Liederen. Een onderzoek naar de betekenis, de functie en de invloed van de bronnen van de kanttekeningen bij het Hooglied in de Statenbijbel van 1637. Uitg. De Banier, Utrecht 1992. 861 blz. f 95,--.

Dit boek is prachtig uitgegeven. Het heeft ook een voortreffelijke inhoud. Het is een dik boek, al staat er minder in dan men verwacht, lettend op de 861 bladzijden. De tekst is breed gedrukt. Er komen veel vergelijkende tabellen in voor.

Het gaat om de herkomst van de uitleg, die de kanttekenaren van het Hooglied hebben gegeven. De uitleg blijkt terug te gaan op de Oude Kerk, op joodse exegeten (Hippolytus, Origenes), op middeleeuwse theologen.

De uitleg is allegorisch. Hooglied ziet op de gemeenschap van Christus en Zijn kerk en met de individuele gelovige. De allegorische uitleg heeft oude papieren. Luther gaf er een heel eigen verklaring van. Hij ziet vooral kerk en staat, Woord en overheidsgezag in de tekst naar voren komen. Verduin spreekt van Luthers breuk met de traditie. Ook latere uitleggers (Van der Meiden, Oosterhoff en Peels) worden besproken.

Telkens worden de auteurs uit vele eeuwen onderling vergeleken. Dat is boeiend, soms ook door de herhaling vermoeiend. Men krijgt een geweldig stuk informatie. Kroongetuige is Udemans. De kanttekenaren hebben hem geplunderd, om het wat kras te zeggen. Verduin laat zien uit welke bronnen - vaak ongenoemd - Udemans geput heeft. Hij laat ook zien waar de kanttekenaren Udemans niet gevolgd zijn.

In de kanttekeningen steekt de theologie van de Reformatie. Ze hebben zich van rooms en joods materiaal bediend. Daarheen moeten we terug, nu protestantse exegeten de allegorische uitleg afwijzen. Ik ben onder de indruk van de speurzin en de volharding van dr. Verduin. Dit boek verdient bestudeerd te worden. Men kan het niet achter elkaar uitlezen. Eén ding spijt me, namelijk dat een tekstregister op Hooglied ontbreekt.

Daaraan zouden met name predikanten veel kunnen hebben.

Een prachtig boek, in tal van opzichten.

Dr. J. Hoek, Geloven de twijfel te boven. Een reactie op Kuitert. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1993. Tweede, gewijzigde druk. 276 blz. f 39,50.

Over de eerste druk van dit boek is veel te doen geweest. In deze tweede druk zijn 60 bladzijden weergave van Kuitert eruit gehaald. Toegevoegd zijn gespreksvragen achter elk hoofdstuk, en een soort evaluerend hoofdstuk ‘Op de driesprong’. Hierin wordt nog eens samengevat, wat de fundamentele bezwaren tegen Kuiterts boek zijn. Ook wordt het apostolicum geformuleerd naar de geloofsvoorstelling van Kuitert.

Het boek zelf is mild geschreven, tegelijk duidelijk aanwijzend waar Kuitert zich tegen de Schrift keert. Elk hoofdstuk bestaat uit een A- en een B-deel. Het eerste is vooral analyserend, het tweede is positief belijdend op pastorale toon. In de tweede druk is Hoek ook ingegaan op de discussie Versnel - Kuitert. Het bevreemdt me een beetje dat de 60 bladzijden konden worden weggelaten, zonder dat er aan de oorspronkelijke tekst veel is veranderd.

Dit is voor het meelevende gemeentelid een verhelderend boek. Hier en daar had de toon wel iets scherper mogen zijn.

Prof. dr. Riet Bons-Storm, Pastoraat als bondgenootschap. Aanzet tot vernieuwing van de kerkelijke praktijk vanuit het vrouwenpastoraat. Uitg. Kok, Kampen 1992.170 blz. f 34,50.

Mevrouw Bons-Storm is in Groningen hoogleraar vrouwenstudies met betrekking tot het pastoraat. Haar inaugurele oratie heeft veel stof doen opwaaien. Het lijkt me dat dit boek daarvan een uitwerking is.

Centraal in dit boek staat het ladder-denken, symbool voor de machtspositie van de man. Die positie moet worden afgebroken. Daarvoor is dit boek geschreven. Zelfs God blijkt dit ladder-denken te dekken. Er wordt geen geringe kritiek op deze God gemaakt. Vanuit dit ladder-denken worden de situaties beoordeeld. Dat gebeurt bijzonder eenzijdig. Wie niet als de schrijfster denkt, maakt zich schuldig aan miskenning en onderdrukking van vrouwen. Theologen als Vergote (rooms-katholiek) en Van Gennep vallen onder dit oordeel.

Pastoraliteit is het trefwoord van de schrijfster. Dat is aandacht voor de vrouw als vrouw. Werken aan de bevrijding van de vrouw is het echte pastoraat. De hele dogmatiek moet worden herschreven, de theologie geherstructureerd. Het geloof is alleen nog doen! Het boek maakt op mij de indruk van zeer eenzijdig te zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.