+ Meer informatie

Commissie kraakt besluit hogere zwartrij-boetes

„Gevolgen zijn uitsluitend negatief"

2 minuten leestijd

DEN HAAG — De commissie Feiten en Tarieven, een adviescommissie van minister Hirscli Ballin (Justitie), heeft het besluit van minister Maij (Verkeer en Waterstaat) om de boete voor zwartrijden in het openbaar vervoer te verhogen, volledig afgekraakt. Dat blijkt uit een reeds enige weken geleden uitgebracht, maar niet eerder openbaar gemaakt advies van die commissie.

De commissie, onder leiding van de Haagse officier van Justitie mr. I. Klopper en samengesteld uit leden van het openbaar ministerie, de politie en andere deskundigen, verwacht uitsluitend negatieve effecten van een verhoging van de boete. De betalingsbereidheid van de zwartrijders zal verder afnemen en de werklast van het openbaar ministerie, de politie en de kantonrechters toenemen.

De commissie pleitte ervoor dat vervoersbedrijven zelf door middel van een civiele procedure de boetes innen. Preventieve maatregelen, zoals conducteurs op de tram en draaihekjes bij de ingang van stations en perrons, zullen volgens de commissie een veel betere bijdrage leveren aan een effectieve bestrijding van het zwartrijden.

„De praktijk heeft reeds geleerd dat dergelijke maatregelen het percentage zwartrijders tot een zeer laag en aanvaardbaar niveau kunnen terugbrengen", aldus de commissie.

Bewijsproblemen

In haar advies wijst de commissie erop dat sinds 1986 in Amsterdam ongeveer 80 procent van de processen-verbaal door het gemeentelijk vervoerbedrijf niet is doorgestuurd naar het openbaar ministerie, omdat de zwartrijder bij de bevolkingsregistratie van de gemeente niet is te traceren. Verder zijn er bewijsproblemen met ontkennende verdachten en perikelen met de betekening (het overhandigen van de dagvaarding) aan moeilijk te traceren verdachten.

Desondanks wordt circa 10 procent van de verwerkingscapaciteit van de rechtbank in Amsterdam besteed aan de Wet personenvervoer, aldus de commissie. Verder wijst de commissie erop dat de NV Nederlandse Spoorwegen door intensievere controle positieve resultaten hebben bereikt. Een groot deel van de treinreizigers aanvaardt de consequentie van hun gedrag. Slechts een deel belandt uiteindelijk in het strafrechtelijk circuit.

Zij wijst erop dat vorig jaar circa 50 procent (ofwel 73.000) van de treinreizigers die werden betrapt op zwartrijden, een valse naam opgaf. In '87 was dit percentage 70 en in '88 bedroeg het 60 procent. De commissie vreest dat de verhoging van de boete tot gevolg zal hebben dat het opgeven van een valse naam weer zal toenemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.