+ Meer informatie

DOE WEL… MAAR ZIE OOK OM!

3 minuten leestijd

Berichten uit heel de wereld over acute noodsituaties bereiken ons met de regelmaat van de klok. Daarbij gaat het niet zelden om miljoenen mensen van wie de levensomstandigheden ten hemel schreiend zijn. Op ons, rijke Westerlingen, wordt dan via de media een dringend beroep gedaan om te helpen. Vaak zijn dat kortlopende acties, die met veel publiciteit gepaard gaan. Wat mij betreft, prima als we maar niet vergeten dat de hulp die door grote organisaties als het Rode Kruis, Mensen in Nood, ZOA en zo vele andere geboden wordt, structureel van aard is en derhalve voortdurend steun behoeft. En gelukkig zijn er honderdduizenden Nederlanders, niet in de laatste plaats christenen, die maandelijks hun portemonnee trekken…

Toch vraag ik me hoe langer hoe meer af of we juist als christenen wel zo verantwoord bezig zijn in met name die hulpverlening over de grens. Bij sommige vormen daarvan slaat me af en toe de schrik om het hart. Dan denk ik: moet het zó? Weten we wel van elkaar waar we mee doende zijn? Ik denk in het bijzonder aan de Oost-Europese landen, lange jaren door communistische dictaturen onderdrukt, uitgebuit en verpauperd. Al enkele decennia gaan vanuit Nederland vele goederen en gelden naar Roemenië, Hongarije, Polen, Moldavië en de Oekraïne, om maar eens een paar van ‘de ergste gevallen’ te noemen. Sinds de val van ‘de Muur’ is die stroom van hulpverlening niet verminderd en zijn de mogelijkheden om die hulp legaal te bieden alleen maar toegenomen (al moet je als chauffeur van een truck met hulpgoederen niet te gauw schrikken van corrupte douanebeambten, die van onze hulpverlening aan hún landgenoten misbruik maken!).

Maar waar het me nu om gaat, is het volgende. Neem nu de hulp aan Roemenië. Gaandeweg ontdekte ik dat niet alleen een PKN-gemeente uit een naburig dorp periodiek een goederentransport naar plaats Y. in Roemenië verzorgde, maar dat ook een club bewogen kerkmensen uit een dorp verderop met busjes regelmatig op pad was naar ongeveer dezelfde bestemming. Bij verder doorzoeken kwam ik er tot mijn verbijstering achter dat alleen al uit ‘kerkelijk Nederland’ enkele honderden ‘vriendenkringen’, verenigingen, stichtingen en clubjes met karrenvrachten hulp naar Roemenië op weg zijn! Met (gebruikte) rolstoelen, kleren, schoeisel, medicijnen, school- meubelen en wat niet al. En denk nu niet dat ik daar de staf over breek; ik heb van nabij gezien hoe broodnodig al die hulp op zoveel plaatsen is, én vanuit welke bewonderenswaardige inzet die hulpverleners werken. En toch stel ik een paar vragen:

1. Is het zinvol om al die honderden ‘transportjes’ jaar in jaar uit te laten rijden zonder enige regionale of landelijke afstemming op ‘de vraag’ en zonder coördinatie van ‘het aanbod’? Wat gebeurt ‘dubbelop’ en wie heeft weet van corruptie ook bij de hulpontvangers?

2. Wordt het niet tijd meer te investeren in infrastructurele hulpverlening, zeker nu landen als Roemenië begerig zijn zich te kwalificeren voor de Europese Unie en het imago van armoedzaaier kwijt willen?

Ook hulpverlening over de grens doet niet alleen een beroep op ons hart, zéker ook op ons verstand!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.