+ Meer informatie

Voor de jeugd

9 minuten leestijd

BESTE JONGELUI!

Gideon 17 (Richt. 6 : 24)

De Heere had tot Gideon gesproken op een niet mis te verstane wijze Hij had tot Hem gezegd: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven. Dit woord werd door Gideon geloofd. Daar komt het uiteindelijk op aan. Het Woord des Heeren vraagt geloof Ook van ons jonge mensen. En de ouderen niet minder. Doch hoe is het daarmee nu gesteld? We horen het Woord des Heeren, iedere keer weer. Doch wordt dit Woord door ons ook in geloof aanvaard? Hoe menigmaal is het met zo, dat we het wel geloven. We nemen het aan, natuurlijk! Het is het Woord van God Maar wat doen we er mee? Doet dat Woord ons ook iets? Als het alleen maar met een historisch geloof wordt aangenomen, dan laat het ons die we zijn. We worden er met koud of heet van We zijn dan lauw. Vreselijke lauwheid. Heeft de Heere niet eenmaal tegen de gemeente te Laodicea gezegd: „Ik weet uwe werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och of gij koud waart of heet! Maar nu, omdat gij lauw zijt, daarom zal Ik u uit Mijnen mond spuwen. Want gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden, en heb geen dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig en jammerlijk, en arm en blind en naakt.” Op 3 : 15 - 17. Dat is helaas de kwaal van velen Men weet de waarheid. Men gelooft de waarheid, maar men blijft er dezelfde onder. Ja, men kan met een historisch geloof oud worden, en dan aan het eind er toch nog mee verloren gaan.

Dat een ieder zich daarom maar zal onderzoeken, hoe het met hem/haar gesteld is. Want we leven in geestelijk opzicht in zulk een gevaarlijke tijd. Vele predikers willen niet meer de onderscheiding in de „geloven” aanvaarden Het is zelfs wel van kansels verkondigd dat men God dankte, dat de onderscheiding van een historisch-, tijd-, wonder- en zaligmakend geloof aan het verdwijnen was Men komt dan tot de fatale misvatting dat men het histonsch geloof voor het zaligmakende geloof gaat houden. Men waant zich dan een vol-uit christen zonder dat er ooit iets in het leven gebeurd is. Men kan dan in de voorste gelederen staan van het christendom, met een dood geloof. Want een histonsch geloof, al moet het er zijn, is zonder meer toch een dood geloof. Ik hoop daarom, dat de oude en beproefde onderscheidingen ook door onze jonge mensen zullen gehandhaafd blijven. Want anders komen jullie ook te staan in de rij van hen, die menen rijk en verrijkt te zijn en geen dings gebrek te hebben, terwijl je niet weet, dat je ellendig, jammerlijk, naakt, blind en ongelukkig bent. Daar had Gideon iets van geleerd en daar leren al Gods kinderen iets van kennen in hun leven. Want het blijft toch waar, dat als men zijn ellende niet kent, hoe zal men ooit naai verlossing gaan begeren ?

Gideon geloofde het Woord des Heeren Het Woord des Heeren, dat voor hem zo vol evangelie was. En het evangelie is een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft. Dat blijkt duidelijk uit de tekst, die voor ditmaal boven dit stukje staat aangetekend „Toen bouwde Gideon aldaar de Heere een altaar, en noemde het: De HEERE is vrede. Het is nog tot op deze dag in Ofra der Abiézrieten.”

Als Gideon een altaar gaat bouwen, dan is het niet om daarop een offer te brengen, maar ter herinnering aan deze heilige gebeurtenis, dat de Heere zo genadevol Zich aan hem geopenbaard had. Hij noemde het altaar: Jahwe Sjaloom! Zo staat het er letterlijk. Het is een rijke benaming Want het betekent: De HEERE is vrede. De Engel des Heeren, Die aan hem verschenen was, was de tweede Persoon in het Goddelijke Wezen. Hij draagt in de bijbel ook de naam van Vredevorst (Jes. 9 :5) Paulus noemt Hem in het NT „Onze Vrede”, Efeze 2:14. De benaming van het altaar getuigt dus van een diep gelovig inzicht in de heilgeheimen, die de Heere naar Zijn vreeverbond aan Zijn volk bekend wil maken.

Gideon, die eerst vreesde te sterven, mocht nu geloven, dat de HEERE vrede is Dat de HEERE gedachten des vredes over hem had en niet des kwaads. Het kwaad (onheil) wat Gideon verdiend had, dat is gedragen door de Heere Jezus Christus, de Vredevorst. En daarom kon er een verhouding van vrede zijn tussen de HEERE, Die heilig is, en de schuldige Gideon Door dit spreken Gods, ontstond er ook een wonderlijke vrede in het hart van Gideon Hij mocht nu ook geloven, dat de oorlogstoestand, die er met de Midianieten was, zou ophouden. Men zou tot vrede komen ook in het land De Midianieten zouden worden verslagen De HEERE zou Zijn volk het goede weer doen zien De HEERE is vrede. We moeten hier ook letten op de naam HEERE Dat is de verbondsnaam. Dat is de Naam Die zegt, dat de HEERE een onveranderlijk God is. Hij is een getrouw God. Wat ligt er zo gezien in die Naam een troost Het is te begrijpen, dat er in de psalmen staat: Uw Naam is voor het oprecht gemoed, van al Uw gunstvolk goed Want uit die Naam mogen we gelovigen weten, dat ze met een onveranderlijk, trouwhoudend God te doen hebben, Die nooit zal laten varen, wat Zijn hand begon. Hij zal het zekerlijk voleinden. De naam HEERE is eigenlijk een dikke streep onder het woord „vrede” Als Gideon er nog aan twijfelen mocht of het nu waarlijk wel vrede was, dan stond die Naam er garant voor, dat hij zich niet in een droomwereld bevond, maar dat hij met zalige werkelijkheden te doen had. En dat geloofde hij nu, getuige de naam, die hij aan het altaar gaf.

Verstaan wij dit ook door het geloof? Want dat kunnen jonge mensen ook verstaan, mits de HEERE daartoe het geloof in de harten werkt. Ik neem aan dat vooral de groteren, de betekenis van deze heerlijke Naam wel bijgebracht zal zijn We kunnen God kennen uit Zijn namen. De naam HEERE is de Naam, waarmede Hij jullie is tegengetreden, toen je het teken en zegel van de heilige doop ontvangen hebt. Toen is ook jullie betuigd, dat er alleen een verhouding van vrede tussen God en je ziel kan ontstaan, door het geloof in de Heere Jezus Christus, de Vredevorst, Die Paulus dus „onze Vrede” genoemd heeft. Dat is geen betuiging van een mens geweest, maar van de onveranderlijke verbondsjehova. Hoe weinigen zijn er echter, die dit echt gelovig leren verstaan. Ik zou ten deze allen willen aanraden, om de HEERE te vragen, steeds weer dit zo noodzakelijke geloof te mogen ontvangen, om het dan ook te beoefenen. Want dit moet ook nog onderscheiden worden. Men kan het geloof hebben ontvangen terwijl men het toch niet beoefent. Het is ten deze, om een voorbeeld te noemen, net als met een fiets Je kunt een fiets hebben, terwijl je er toch niet op rijdt Zo kun je ook geloof hebben ,terwijl je er toch geen gebruik van maakt. Ook hierin zijn we van de HEERE afhankelijk. Er staat in Fil 2:12b en 13- „ . . . . werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven; want het is God Die in u werkt, beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.” Dat wil zeggen de roeping om te geloven ligt voor rekening van de mens Wanneer hij echter tot de daad van het geloven komen mag, dan is dit Gods werk En Die doet dat naar Zijn welbehagen Zo verheerlijkt de HEERE Zijn eigen Naam En degenen, die de HEERE lief mogen hebben, willen het ook met anders.

Ik hoop, dat er onder jullie zijn, die hier troost uit mogen putten. Ik weet dat er jonge lezers zijn, die rijke dingen van de HEERE, uit eenzijdige liefde hebben mogen ervaren. Die daar in hun leven ook njk van hebben mogen getuigen. Zij hadden vrede in hun hart, omdat de Heere tot hen woorden des vredes gesproken had. Wat is het aangenaam, als men dat door het geloof beleven mag. Doch hoe benauwd kan het worden, als het geloof niet beoefend wordt. Dan is alles donker van rondom. Doch wat is het groot, dat we dan met een onveranderlijk God te doen hebben, Wiens naam HEERE is. Hij verandert nooit! Ik zou daarom de zodanigen wel toe willen roepen, die nu misschien in het donker verkeren: Denkt eens aan die heerlijke Naam! Want Die zegt, dat al kan God op ons niet aan, wij toch altijd op Hem aan kunnen. O, ik weet, om daar de troost uit te kunnen putten, daar is ook weer geloof voor nodig. Doch dat is bij de Heere te verkrijgen. Hij kan het geven. En dan niet om onzentwil. Ach neen! Dit zij u bekend, o huis Israels, Ik doe het niet om uwentwil, maar om Mijns groten Naams wil. Wat zijn we toch in alles afhankelijk van de vrijmachtige werking des Heiligen Geestes.

De plaats waar Gideon dit beleven mocht, is voor hem een onvergetelijke plaats geworden En zo is het met een ieder, die zulke plaatsen in z’n leven heeft mogen leren kennen. Ze zijn onvergetelijk

Het altaar is nog te Ofra der Abriëzrieten, tot op deze dag. D w.z tot op de dag dat het boek Richteren geschreven werd. Want dat altaar is er nu natuurlijk niet meer Het is door de tand des tijds vergaan Maar de zaken, die er door afgebeeld zijn, blijven bestaan.

Ofra wordt hier genoemd „der Abiëzrieten”, dat lag in het gebied, dat aan de stam van Manasse was toegewezen. Dit ter onderscheiding van een ander Ofra, dat in het gebied lag, dat behoorde aan de stam van Benjamin Zie Joz. 18 : 23. Ook in ons land zijn er meer plaatsen, die dezelfde naam dragen, en onderscheiden worden door de provincie er bij te noemen, waarin die plaats gelegen is Dergelijke onderscheidingen zijn nodig, om te weten waar je woont. Gelukkig dat de Heere de adressen kent. Ook van jullie? Je bent gelukkig als je dit uit ondervinding weten weten moogt.

Ik ga weer eindigen. Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.