+ Meer informatie

Vóór het maatschappelijk werk uit.

3 minuten leestijd

Wanneer het in diakonale gesprekken gaat over actuele taken hoort men nog al eens de mening verkondigen dat het accent van het diakonale werk meer en meer komt te liggen op de immateriële hulpverlening. Allerlei sociale voorzieningen hebben immers tot gevolg gehad, dat de materiële hulpverlening veel minder aandacht is gaan vragen. Voor de verzorging van de „armen” is dikwijls weinig tijd en weinig geld meer nodig. Hoogstens hier en daar nog eens een bijzonder geval, waarin incidenteel wat bijstand zeer welkom is en dat voor het overige naar bepaalde voorzieningen kon worden verwezen of met dat éne duwtje in de rug volledig uit de moeilijkheden is.

Immateriele hulpverlening dus voortaan de hoofdzaak. Gaarne akkoord. Maar toch tegelijk even deze waarschuwing: Laten we dan bij die aanduiding toch vooral niet denken, dat we de verantwoordelijkheid voor deze immateriele hulp volledig kunnen inlossen door ons met alle diakonale draagkracht en verdere capaciteit te werpen op wat we gemakshalve als „het maatschappelijk werk” aanduiden. Dat wil zeggen: ijlings toetreden tot een instelling voor sociale dienstverlening. Fluks een afgevaardigde benoemen in het bestuur van dit orgaan en getrouw een evenredige bijdrage fourneren in de dekking van de jaarlijks stijgende tekorten.

Wanneer een diakonie aldus gedaan heeft — en het is goed dàt hij het doet — heeft hij haar verantwoordelijkheid voor de immateriele hulpverlening nog maar voor een deel op zich genomen. Dan heeft zij zich alleen nog maar verzekerd van de medewerking van deskundigen in geval van moeilijkheden. Het maatschappelijk werk is er namelijk voor die gevallen, waarin iets gaat schorten aan de relatie tussen mens en medemens, aan de verhouding tussen de enkeling en zijn sociaal milieu. Wanneer die relaties gestoord zijn komt er een taak voor het maatschappelijk werk.

Wanneer een diakonie aandacht wil schenken aan de immateriele dienstverlening liggen er even belangrijke taken op die plaatsen waar nog niet van een gestoorde relatie sprake is. Attent zijn op immateriele behoeften binnen de gemeenschap van de kerk betekent vooral ook: zorgen, dat het in de kring waar men ambtelijk verantwoordelijkheid voor draagt niet zo ver komt, dat alleen nog maar via de maatschappelijk werker hulp geboden kan worden.

In het G.S.A.-maandblad „Konvooi” werd onlangs aandacht gevraagd voor: voorkoming en bestrijding van vereenzaming, integratie van personen en gezinnen in de kerkelijke gemeenschap, bevordering van de onderlinge dienstverlening door de leden van de kerk, opbouw van een „dienstgemeenschap”. Op deze terreinen is nog werk te over. Breng de mensen tot elkaar, verhinder dat bepaalde leden teveel op zichzelf aangewezen raken, verwijs mensen die ergens mee zitten naar een op dat gebied competente zuster of broeder. De Goede Herder kent zijn schapen alle bij name, weet van hun eigenaardigheden, hun moeilijkheden. Dit voorbeeld verplicht de ambtsdrager die kring van zijn eigen gemeente tot in kleine bijzonderheden te kennen. Voordat iemand om hulp roept moet hij eigenlijk al weten dat er iets loos is, er al over hebben nagedacht en een weg kunnen wijzen.

Wie als diaken ernst wil maken met de immateriële hulpverlening dient het maatschappelijk werk „achter de hand” te hebben, maar tegelijk alles op alles te zetten om storing in de relaties tussen mensen te voorkomen. De diakonie behoort het maatschappelijk werk zoveel mogelijk vóór te blijven …

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.