+ Meer informatie

Karakterveranderingen van Huinen en Veenhuizerveld

8 minuten leestijd

sen uit Veenhuizerveld. De Voorthuizerstraat doorsnijdt de kleine kernen; vanuit Voorthuizen ligt Huinen links en Veenhuizerveld rechts. Aan deze drukke straat staan ook de winkels, een stuk of vijf.

Winkels

Er zijn twee kruideniers, de ene is tevens bakker, de andere bezorgt kruidenierswaren in de omtrek. „Dat wordt nu wel minder", zegt men, „want de mensen gaan meer naar het dorp. Ze hebben een auto en kunnen daar in de grote supermarkten goedkoper terecht. Verder lopen de zaken goed hoor, vooral in de Zomer als er hier vakantiegangers zijn". Dan is er nog een zaak voor huishoudelijke artikelen en tenslotte de uit zijn jasje gegroeide woninginrichting. Deze zaak vervult een streekfunctie.

Wat afgelegen, niet aan de Voorthuizerstraat, zit rijwielhersteller A. Kleyer, maar hij heeft toch werk genoeg. „Ze weten me wel te vinden." Hij doet veel voor de vakantiegangers en heeft veel vaste klanten in Putten zelf, meest jongeren die vanouds in Huinen woonden en gedwongen naar het centrumdorp verhuisden. Bovendien heeft Kleyer veel laswerk. Zijn zaak draait dermate goed, dat hij in de zomer hulp heeft.

Veenhuizerveld, 850 inwoners, heeft een driemansschool met rond de tachtig leerlingen.

De dorpen verschillen tamelijk veel. Huinen is vanouds een welvarend boerengehucht met goede landbouwgrond. De Huinenaars zagen neer op de Veenhuizervelders, die doorgaans tot de arbeidende stand behoorden, armer waren, schralere grond bezaten en minder vee. Dat was wel eens vechten! Nu is dat veranderd, maar het heeft wel te maken met een van de huidige problemen.

Toen in het begin van de zestiger jaren de belangstelling voor wonen op het platteland toenam, was eerst Veenhuizerveld aan de beurt. De boerderijtjes waren kleiner, de mensen armer, terwijl bovendien de gunstiger ligging tegen het Veluwemassief een woordje meesprak. Gevolg is dat er al meer dan tien jaar tamelijk veel „buitenstaanders" wonen. In Huinen is het eigenlijk een probleem van de laatste drie jaar.

Boeren

De boeren moeten hier niets van hebben. De heer Van de Mheen uit Veenhuizerveld gaat grotelijks tekeer. Heftig vaart hij uit: ,,De import is funest voor de boerenstand. Er zitten zoveel nieuwelingen, dat je bijna niet kunt uitbreiden, want je krijgt bijna geen hinderwetvergunning. Het hele dorp verandert. Over een poosje kunnen we niet meer boeren". Rustiger zet veehouder Van de Brink (36) uit Huinen zijn standpunt uiteen, „Als boer zie je de nadelen van de komst van stedelingen haast iedere dag. Uitbreiden - wat noodzakelijk is in deze tijd wordt steeds moeilijker. De grondprijs ligt hoog. Gaf ik vier jaar geleden voor een hectare grond ƒ20.000, nu al is het ƒ80.000. Mensen uit de stad hebben een oud vrouwtje al ƒ 90.000 voor Hier hebben ze in goed overleg iets op gevonden, zodat de lasten hopelijk draaglijk zullen zijn.

Cil zoekt het in de intensieve mesterij. Hij heeft mestkalveren (180) en varkens (640) mejt daarnaast 1000 kippen. Zijn vijf hectare grasland leek hem niet voldoende om een rendabele melkveehouderij te beginnen. Nu verbouwt hij er aardappels of suikerbieten. Makkelijk heeft hij het niet, zegt hij zelf. Toch is hij nuchter. ,,Ook al waren de grondprijzen de helft van nu (ƒ40.000 per ha) dan zou een jonge boer nog niet zelfstandig kunnen beginnen. Mogelijk zou het gaan met mesterij en dan contractwerk. (Dok dan zijn de investeringen hoog. Misschien is het wel vooral een zaak van vertrouwen dat het zal gaan."

Eerlijk gekocht
CU van de Brink is dit voorjaar als zelfstandige boer begonnen in Huinen. een bunder land geboden. Zij zijn het vooral die de prijs opdrijven.

Een ander gevolg van de hoge koopprijzen is dat men bijna geen grond meer durft te verhuren. Dan heeft men immers recht op koop, maar voor een veel lagere prijs. Gevolg is dat meerderen slechts een paar pony's of zo op hun land jagen, wat niets opbrengt. Door stijging van de grondpijs brengt het toch zijn rente wel op. Maar op deze manier benut men de grond niet juist.

De eerste jaren zijn de nieuwkomers wel vriendelijk, maar al gauw beginnen ze moeilijk te doen over stank en dergelijke. Vooral bij uitbreiding kunnen ze het in het kader van de hinderwet moeilijk maken. De mensen uit de stad zijn anders. De meesten werken op zondag. Dat past niet in deze vanouds christelijke streek, waar ook de weinige onkerkelijken de zondag in ere houden. De meesten van hen hebben geen contact met de buurt, zodat het karakter van de streek verandert.

Overigens maakt Cil de „import" geen verwijt. Hij meent dat ze hier niet op een oneerlijke manier zijn gekomen en het recht hebben hier een huis te kopen als ze dat willen. Daarmee zijn de allochtonen het roerend eens: „We zijn toch ook Nederlanders? We hebben de grond toch eerlijk gekocht? De verkopers zijn er goed'mee geweest. Ze zeggen dat we hier niet thuishoren, maar waarom verkopen de inwoners zelf dan huizen aan ons?" Dit vraagt de heer M. G. W. Rekke, eigenaar van een bedrijf in Soest, in Veenhuizerveld zich af, gezeten in zijn witbeschilderde huis in het landelijke Veenhuizerveld.

Hij meent overigens dat het best meevalt. Volgens hem is hij goed geaccepteerd bij de dorpelingen. „We praten gewoon met de mensen, je groet iedereen hier. Op zondag doen we geen gekke dingen hoor, want we houden zelf ook van rust. We zijn niet tegen de agrarische bedrijven. Laat ze maar aanstinken. Wij doen het zelf ook. Och, ik weet het wel, we gaan niet dagelijks met de mensen hier om, maar dat is moeilijk want de interessesfeer en het peil is anders. Ik zou niet altijd over de boerderij kunnen praten", aldus de heer Rekke.

Volgens Van Wijngaarden, chirurg in een ziekenhuis te Ermelo, die hier pas sinds dit voorjaar woont, accepteJe ziet de lija steeds duidelijker. Wat je drie jaar geleden niet zag, zie je nu. Het landelijke karakter gaat er af. Een gedeelte gaat door, op de andere plaatsen is stilstand. Vooral voor de jonge boereq wordt het moeilijk", aldus boer Van de Brink.

Jonge boer

Zo'n jonge boer is Cil van de Brink (27), die dit voorjaar is begonnen zelf- ,. standig te boeren. Hij komt uit een ge- " zin met zeven kinderen, maar was (gelukkig) de enige met aspiraties in het boerenvak, zodat hij de boerderij van zijn vader kon overnemen. Als hij zelfstandig een nieuw bedrijf zou moeten opbouwen, zou het bijna ondoenlijk zijn. Wel zit hij met het probleem van de erfenis later. Immers zijn broers en zusters zullen ook een deel van het geld van de boerderij willen hebben. ren de Veenhuizervelders de nieuwkomers wel. „De verstandhouding is goed, we komen over en weer bij de buren, wel niet in huis, maar we praten toch genoeg. Ik weet het wel, over de zondag heb ik andere gedachten dan de oude bevolking. Ik werk graag voor ontspanning in mijn tuin. De mensen vinden het niet leuk, maar ze zeggen er niets van. Overigens ga ik toch mijn eigen gang, of ze het leuk vinden of niet. De plaats zelf verandert ook. De jongeren krijgen nu overal ontspanning, er wordt veel gedronken, van de vroomheid blijft niet veel over bij de jongeren. Dat zie je gebeuren."

Verleidelijk bod

Het is inderdaad waar, dat de buurtbewoners vaak hard schelden op de mensen van buiten, maar er wel van profiteren als ze de kans krijgen. Dit is vooral het geval als ze ouder worden, minder goed kunnen, hun huis voor veel geld van de hand kunnen doen en naar een bejaardenhuis willen. Oudere mensen krijgen dan ook regelmatig een verleidelijk bod op hun stolp, soms van vijf ton.

De (vrijgezelle) gebroeders Doppenberg (70 en 73 jaar) in Huinen hebben al genoeg kansen gehad hun boerderijtje te verkopen, maar ze gaan niet. Tenminste voorlopig niet. Er zijn wel plannen om het iets rustiger aan te doen, want een boerderij met bijna vier bunder grond en veel gebouwen eist veel werk en dat gaat ze steeds moeilijker af. ,,We hebben het wel over verhuizen gehad, naar het midden van de Veluwe, Garderen, Elspeet of zo iets. Je kunt niet je hele leven blijven werken. We hebben ook wel geld geboden gekregen. Waarom zouden we niet veel mogen verdienen aan onze eigen boerderij?" zeggen de gebroeders vastbesloten in hun sobere keukentje.

Nog iets ouder is vrouw M. van de Hoorn in Veenhuizerveld. Ze woont. helemaal alleen in een piepklein huisje De boerderij van de gebroeders Doppenberg is erg in trek bij de mensen uit de stad. Herhaaldelijk hebben ze geld geboden gekregen, maar ze wilden niet zeggen hoeveel A. Kleyer, fietsenmaker in een landelijke omgeving. en doet met haar drieëntachtig jaar nog alles zelf. „Nee ik ga niet weg", zegt ze. Ik kan gelukkig nog goed wer-*^ ken". Over de vreemdelingen: „Ik bemoei me nergens mee, ook niet met hen. Je kan er verder toch ook niets aan doen als ze komen.''

Botsing

Het blijkt, dat de kleine kernen met veel moeilijkheden te kampen hebben; de gemeenschapszin gaat verloren, het karakter verandert, ook in christelijk opzicht. Iedereen meent dat de kleine kernen in deze betekenis van het woord bewaard moeten blijven. De belangen botsen echter. Boeren en andere autochtonen staan tegenover ouderen die hun huisje willen verkopen en stedelingen die zich hier willen vestigen. Mag men die laatste groep belemmeringen in de weg leggen, vraagt men zich af.

Zoals we in het vorige artikel hebben uiteengezet, meent het provinciaal bestuur van Gelderland dat rigoureuze maatregelen op zijn plaats zijn. Het gemeentebestuur van Putten is wat terughoudender, terwijl velen - ook ingezetenen het vrije marktstelsel verkiezen. In een volgend artikel hopen we de geboden oplossingen te belichten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.