+ Meer informatie

IMPRESSIE VAN DE BESPREKING

6 minuten leestijd

Nadat dr. Loonstra zijn referaat had beëindigd was er gelegenheid om - nog vóór de middagpauze - vragen te stellen. Daarvan werd ruim gebruik gemaakt. Meteen bleek toen al dat het door de referent naar voren gebrachte uiteenlopende reacties teweeg bracht. Enerzijds waren er onder de aanwezigen die veel van hun eigen vragen herkenden en in dat opzicht nog vroegen naar verdere verheldering of concretisering; anderzijds waren er broeders die duidelijk minder ‘uit de voeten’ konden met de gedachten die ze hadden gehoord. Is de Schrift niet het onfeilbare Woord van God en hoe houden we in dit spoor aan die belijdenis vast? En zijn de vragen wel zo dringend en onder ons aanwezig als gesteld wordt?

Wat dit laatste betreft: nog voordat gebeden werd om een zegen voor de middagmaaltijd steide de voorzitter, br. D. Koole, dat men zich wat dat betreft niet moet vergissen; wellicht blijven soms de vragen ‘onder tafel’, maar dat ze er zijn (zowel bij ouderen als bij jongeren) is volgens hem boven alle twijfel verheven. Als er al onbekendheid is met de vragen zoals die vandaag onder woorden worden gebracht, dient men zich af te vragen of men in prediking, catechese en pastoraat niet te veel naar binnen is gericht.

Rond kwart voor twee vulde de kerkzaal zich weer met de broeders en zusters die graag wilden horen hoe de zaken zich rond de gestelde vragen verder zouden ontwikkelen. Daartoe zat achter de tafel voor in de kerk een indrukwekkend forum, bestaande uit - behalve de inleider dr. Loonstra - ds. P. den Butter en de hoogleraren T.M. Hofman, J.W. Maris en H.G.L. Peels.

Enkele vragen die besproken zijn volgen hier:

Uit de zaal was gevraagd naar het meest eigenlijke in de omgang met de Heilige Schrift. Is de kern niet het komen tot en het blijven bij de zekerheid van het geloof? Dat werd door alle forumleden dik onderschreven. Wellicht moeten die dingen in een volgende conferentie weer eens belicht worden. De vragen die vandaag klinken moeten ook niet gezien worden als argument om die zaken naar beneden te halen of van minder belang te verklaren of om daarover twijfel te zaaien (integendeell); ze klinken in de context van het vaste geloof.

Het was goed dat allereerst deze vraag behandeld werd; de hele middagbespreking moest in dàt licht worden bezien.

Gevraagd werd naar de wijze waarop wij ons ‘de hemel’ moeten indenken. Er was ‘s morgens iets over gezegd. Er werd even doorgesproken over de zogenaamde vierde dimensie, die dwars door de drie bij ons bekende dimensies heen gaat en tegelijk voor ons - die immers drie-dimensionaal leven en denken - onbegrijpelijk is (vergelijkt u het maar met het onbegrip dat een twee-dimensionaal wezen heeft t.o.v. ons mensen, voegt ondergetekende er aan toe), maar al snel werd door de leden van het forum onderstreept dat deze kennis ons misschien kan verrijken, maar dat ons belijden toch geworteld moet blijven in dat wat staat in zondag 18 en 19 van de catechismus. Het verstaan van de hemel vergt een kennen dat niet meer ten dele is… en per definitie zullen we het dus pas weten wanneer Jezus terugkomt.

Een forse discussie ontstond over de uitleg van het spreken in de Schrift in de eerste hoofdstukken van Genesis. Hoe moet het spreken van de Heilige Geest daar worden uitgelegd? Historische werkelijkheid (t.o. de evolutietheorie), maar misschien in die historie profetisch-symbolisch geduid? Duidelijk moet dan zijn dat de gebruikte symbolen de feiten niet opheffen (!). Niet iedereen kon zich vinden in de dingen die hierover werden gezegd; toch werd duidelijk dat deze visie (die al in de jaren 70 door onze prof. Oosterhoff op schrift werd gezet) door de generale synode van 1977 bestempeld is als een spreken ‘binnen de kaders van Schrift en belijdenis’.

Zijn de vragen zoals ze vandaag klinken op zich al verkeerd en te veroordelen? Nee, zo waren alle forumleden het eens; maar, zo voegde één van hen er aan toe: het komt er wel op aan welke antwoorden op die vragen worden gegeven. Dat kunnen ook andere zijn dan die welke dr. Loonstra gaf.

Het verschil tussen tekstkritiek en Schriftkritfek werd uitgelegd: tekstkritiek is de theologische discipline die via vergelijking van handschriften wil doordringen tot de meest zuivere overgeleverde bijbeltekst. Als zodanig al vele decennia in Apeldoorn onderwezen en voor Studenten en dominees verplicht. Van Schriftkritiek dienen we verre te blijven: dan laten we buiten-bijbelse criteria beslissen over wat er in de Heilige Schrift staat; dat móet wel tot. ongelukken leiden. Als voorbeeld werd de serie ‘Het verhaal gaat…’ van ds. Nico ter Linden genoemd. Wat vandaag onder ons gebeurt, heeft met Schriftkritiek niets van doen, en zo hoort het ook.

Op een andere wijze kwam dit nog terug toen gesteld werd dat we verschil moeten maken met vragen die de buiten-bijbelse wetenschap stelt aan de bijbel (zij moet haar grenzen in deze goed kennen) en de vragen die opkomen bij bestudering van de bijbel zèlf, bijv. in de verschillende weergave van gebeurtenissen in het OT en NT. Daar mag gezocht worden naar de genoemde ‘menselijke factor’, waarbij dan steeds nog weer de vraag moet zijn: waarom heeft het de Heilige Geest behaagd het ons zó te zeggen? Of, zoals één van de forumleden het zei: God wilde dat die woorden er zo zouden komen te staan. Wie dat niet in het oog (en in het hart) houdt, loopt gevaar de onfeilbaarheid van de Schrift op de tocht te laten staan.

Ook is niet zo dat de vragen zoals ze vandaag klinken ‘te pas en te onpas’ op de kansel moeten doorklinken. Daar is immers de opdracht van de dienaar van’ het Woord: de boodschapper van Godswege te zijn om de mensen op te roepen tot bekering en geloof. Daarbij is van belang geen principiële vragen bij de tekst te hebben. Door gebed, meditatie en beproeving (naar M. Luther) mag de prediker Gods geheimen van het heil in Christus uitdelen. En hij zal dat ook met volle overtuiging, uit zijn hart, doen! Er mag, ook bij het stellen van de onder de aandacht gekomen vragen, niets van de kracht van Gods gebod worden afgehaald (bijv. t.a.v. samenwonen zonder gehuwd te zijn). In alle eerlijkheid moet wèl gevraagd worden: wat betekent nu wat toen, in de Schrift, gezegd is? Dan kan er bnder ons verschil in uitwerking zijn, in de wortel echter zijn we één, zo Steide de inleider nog eens.

De voorzitter bracht alles als volgt onder woorden aan het eind van de bespreking: de heilige God komt met de woorden van de Schrift in onze werkelijkheid op de wijze die daar verstaanbaar was. God sloot aan bij hun belevingswereld; zo maakt Hij - de Heilige - zich klein. En zo wil Hij met diezelfde woorden óns bereiken.

De hoogleraren vulden deze gedachte nog aan met de stelling dat de bijbel wel tijdbetrokken (ingaand op de tijd toen en daar, met woorden toen en daar verstaanbaar) is, maar niet tijdgebonden (zodat we de woorden naast ons neer zouden kunnen leggen). Het komt er op aan een werkelijk principieel gereformeerde koers te varen tussen aan de ene kant verwarring en aan de andere kant verstarring in (het laatste komt voor in het zogenaamde biblicisme).

Een grote taak is daarin weggelegd voor ‘Apeldoorn’ en ‘Kampen-ll’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.