+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

We moeten even de stukken over „Gideon” onderbreken, om jullie in het kort te doen horen, wat er op de ontmoetingsdag van „De vrienden van Bewaar het Pand”, te Dordrecht, door ons gezegd is. Want niet een ieder heeft deze dag kunnen bezoeken. En die er geweest zijn, zal het niet verdrieten het nog eens te lezen.

Wij zouden spreken over „De kwaadsprekende profeet.” Wie is dat toch wel geweest? Sommigen van jullie zullen het mogelijk geraden hebben, terwijl het voor anderen een vraag gebleven is, totdat het hun duidelijk werd uit 1 Kon. 22: 8, dat het niemand anders is geweest dan Micha, de zoon van Jimla. Dit is de enige plaats in de bijbel, behoudens 2 Kron. 18, waar dezelfde geschiedenis verhaald wordt, waar over deze profeet gesproken wordt. Hij behoort dus niet tot de meest bekenden in de bijbel.

Hij leefde in een verschrikkelijke tijd. Het volk Israël, de oud-testamentische kerk, was in tweeën uiteen gevallen. Over het ene gedeelte, het 10 stammenrijk, regeerde de goddeloze koning Achab, terwijl over het andere deel, het 2 stammenrijk, de vrome koning Josafat regeerde.

Deze beide koningshuizen zijn met elkaar in een familierelatie terecht gekomen, daar de zoon van Josafat trouwde met Athalia, de dochter van Achab. Deze beide koningen, hoe is het mogelijk, sloten met elkaar een verbond. Toen Josafat aan zijn bondgenoot een bezoek bracht, stelde Achab voor, om Ramoth in Gilead eens te gaan veroveren. Want dat behoorde altijd nog tot het 10 stammenrijk. De koning van Syrië had, dit volgens belofte, al lang terug moeten geven, maar dat was tot op heden nog niet gebeurd. Op de wereld kun je ook niet aan!

Josafat bewilligde in het voorstel van Achab, maar wilde voor deze onderneming toch eerst het aangezicht des Heeren zoeken. Dat is altijd een „goede” zaak. Ken Hem in al uwe wegen. Of het ook altijd „goed” gedaan wordt, is een andere zaak. In dit geval bepaald niet. Want Achab, die niet anti-godsdienstig was, al was hij anti-goddelijk, liet 400 profeten aanrukken, die om strijd hem allemaal een goede afloop van de strijd voorspelden. Doch Josafat vertrouwde de zaak niet. Hij vroeg om een „echte” profeet. Die was er nog wel, maar hij werd door Achab niet bemind. Integendeel!

Doch terwille van z’n bondgenootschap met Josafat, kon hij het toch moeilijk weigeren. Hij moest daarom maar komen. Toen hij kwam, sprak hij Achab naar de mond. Doch dat zinde Achab ook niet. De wereld wil bedrogen wezen. En als ze bedrogen wordt, dan is ze kwaad. Micha werd bezworen om de waarheid te zeggen. En de waarheid is hard. Het kon in dit geval niet anders zijn dan „kwaad” voor Achab. Hij moest hem z’n ondergang voorzeggen. En dat zinde hem ook weer niet. Micha kwam nu wel weer echt voor de dag, zoals Achab hem altijd gezien had. Een man, die niets anders dan kwaad profeteerde. Hoe kon het ook anders. Die kwaad willen tegen God, hebben niets anders dan kwaad te verwachten van God.

Dat moeten de dienstknechten van God, dan ook zonder meer vertellen. En wie wil dat nu horen? Micha werd door zijn collega-profeet Zedekia, (maar dat was een valse) op het kinnebakken geslagen, en Achab liet hem in de gevangenis werpen. Micha moest ten deze de voetstappen drukken van de Heere Jezus Christus, en ervaren wat van Hem gezegd is: Gij zult van allen gehaat worden, om Mijns Naams wil.

Daar zit in deze geschiedenis, die jullie maar eens aandachtig na moeten lezen, ontzaggelijk veel lering.

Want we mogen, wat de tijd betreft, eeuwen bij deze geschiedenis vandaan staan, de principes, waar men toen uit leefde, zijn nog niets veranderd.

Je zoudt Achab een horizontalist kunnen noemen. Hij wenste alleen te leven voor de tijd. Eten, drinken, zijn rijk uitbreiden, ook nog een beetje eigenwillige godsdienst er bij — dat was zo zijn leven. Zo is het nu ook met de massa! Men leeft op het horizontale vlak. Men vraagt alleen maar naar de dingen die van beneden zijn, en niet naar de dingen, die van boven zijn.

Men heeft profeten - dominees genoeg ter beschikking, om hen in hun dwaze mening te staven, als zou de hemel op aarde te bereiken zijn. Zij zijn hieraan te kennen, dat zij wel spreken „in de Naam des Heeren”, terwijl zij „het woord des Heeren” krachteloos maken, door in de bijbel ik weet niet hoeveel vraagtekens te plaatsen, daar dit alles, waar zij een vraagteken achter zetten, in strijd met de wetenschap heet te zijn. Onder die valse profeten - dominees zijn er ook nog velen, die zich met de naam „gereformeerd” willen dekken, en zeggen dat de bijbel geen wetenschappelijk boek is. Je moet hem niet met de wetenschap op één lijn plaatsen, want dan kom je in botsing. En botsingen moet je zien te vermijden. Het resultaat is, dat je de bijbel maar in de kerk moet laten en het in de week maar met „de wetenschap” moet doen. Dan houdt men z.g.n. de bijbel nog in ere, maar in de praktijk, buiten het leven.

De consequentie hiervan is, maar die volgt later pas, dat men aan een bijbel, waarmee men'niet in het leven staan kan, niets heeft.

Hoe Godslasterlijk zijn deze gedachten jegens de Auteur van de bijbel, daar Deze, nota bene, „de God der wetenschappen” is. Doch dat schijnt minder erg. Men heeft liever geen „botsing” met de wetenschap. Doch men riskeert er een „botsing” door met God.

Wanneer men op deze wijze Gods woord van z’n „gezag” beroofd heeft, dan is daarmede tegelijkertijd de baan vrijgemaakt, voor allerhande menselijke normen, die uit zijn Gode vijandig bestaan voortkomen, die „vleselijk” zijn en niet „geestelijk”.

Men gaat dan horizontaal leven, het op deze aarde zoeken, bij brood en spelen. Een zich uitleven „naar het vlees”. Men noemt dit dan, met een bijbelse term: „geestelijke vrijheid”.

Een zodanige geestelijke vrijheid vindt bij de vleselijke mens een gretig oor. Doch het einde is vreselijk.

Hier mogen de Micha’s, dat zijn degenen die het Pand onvervalst wensen te bewaren, niet zwijgen. Doch zij vormen maar een kleine minderheid. Het is een verachte hoop. Het zijn mensen, die in de ogen van de „progressieven” achter lopen. Ze zijn helemaal niet wetenschappelijk gevormd. Ze geloven nog, dat het allemaal letterlijk gebeurd is, wat er staat in Gen. 1 - 3 en dat men de hele bijbel serieus moet nemen tot Openbaringen 22 toe.

Beste vrienden, zo liggen in grote lijnen de verhoudingen vandaag.

Het moet ons een eer zijn, al worden we uitgelachen, ook op de scholen en daar, waar we ons werk moeten verrichten, dat we nog onverkort wensen vast te houden aan het woord des Heeren en dat we daar nog naar willen luisteren en leven.

Wat geeft het dan, al zegt de wereld: Die dominee is maar een kwaadsprekende kerel, een zwartgallige man. Hij verstaat z’n tijd niet en heeft altijd wat, omdat hij niet van toegeven weet, naar des Heeren woord, aan het vleselijke begeren van de zondige mens.

Wat geeft het, jongens en meisjes, al moet je dan alleen in de wereld staan, omdat je met de stroom van de wereld niet mee kunt gaan. Niet met de openbare goddeloze wereld, maar ook niet met de vrome wereld, die het „compromie” zoekt.

Je kunt duizendmaal beter alleen in de wereld staan, met God aan je kant, zoals Micha, dan dat je door de wereld moet zonder God, al heb je dan 400 dominees aan je kant, net als Achab. O zeker, alleen te moeten staan en alleen te moeten gaan, door dit leven, het valt niet mee voor het vlees. En zeker niet, als je dan nog in de gevangenis belandt, net als Micha. Zo ver is het hier nog niet. Maar wie zegt, dat het nooit zo ver komt?

Ik weet ook dat er veel aantrekkelijks in is voor het vlees, om aan de kant van de massa te staan en de massa op je hand te hebben. Dan ben je hier de gevierde man en vrouw — jongen en meisje.

Doch het „einde” trekt alles recht, wat we hier vaak met ons verstand niet recht hebben kunnen krijgen.

De geschiedenis van Achab laat het ons zien. Hij wilde naar die kwaadsprekende profeet niet luisteren, en daarom is het kwaad hem overkomen. Hij is omgekomen, in de strijd tegen de Syriërs, in de strijd tegen God.

Zo vergaat het allen die hier aan zijn zijde staan en gaan.

Terwijl Micha voor rekening van God de gevangenis inging. En het met God in de gevangenis zijn, deed voor hem die gevangenis een voorportaal van de hemel zijn. Daarom:

Let toch, en zie op vromen en oprechten;

Want, wat men denkt van d’uitkomst hunner paân,

God kroont met vreê het einde Zijner knechten. Maar, durft men stout des Heeren wet versmaân, Dan zal Gods wraak den berg van hoogmoed slechten,

En ’t boos geslacht, ten grond toe, doen vergaan.

De hartelijke groeten van jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.