+ Meer informatie

„We gaan onze orgels zelfs een beetje windziek maken"

Johannus Orgelbouw 25 jaar

15 minuten leestijd

Een elektronisch orgel in een grote Parijse kathedraal, geleverd door een Nederlands bedrijf. Tekent zich een doorbraak af en wordt het pijporgel ook in de kerk verdrongen door de elektronica? Een tochtje naar Parijs en een gesprek met directeur De Weerd van Johannus Orgelbouw maken veel duidelijk. Maar het echte werk moet nog komen. We krijgen straks windzieke elektronische orgels.

Evry, een voorstad even onder Parijs. Daar staat de enige kathedraal die in deze eeuw in Frankrijk werd gebouwd. Een kolossale cilindervormige rooms-katholieke kerk, vanwege haar vorm in de volksmond "de verjaardagstaart" genoemd. Het dak loopt schuin af. Daarbovenop zijn 24 lindebomen geplant. Als reusachtige kaarsen rijzen ze omhoog.

Het gebouw is gemaakt uit 800.000 rode bakstenen. Dik 1300 kerkgangers vinden een plaats in "de kathedraal van de verrijzenis van de heilige Corbinien". Op de orgeltribune staat een Opus 485 uit een Edes orgelatelier.

Via de trappen dalen we af naar het koor, de kerkruimte die zich in dezelfde cilindervorm voortzet als de buitenkant. Het heeft veel weg van een theater met een tempelachtige allure. In de binnencilinder zijn enkele boven elkaar gelegen galerijen in de binnenmuren gemetseld. De lichtinval via het dak wordt gebroken door een immense driehoek. De kolossale tribune is bestemd voor de koren.

Het typische roomse wierookluchtje hangt hier nog niet. Dat kan goed kloppen, want volgend jaar heeft de paus pas tijd dit opzienbarende project in te wijden.

Voorlopige oplossing
De nis die in de cilinder van de tribune is uitgespaard, lijkt geen andere bedoeling te hebben dan gevuld te worden met een majestueus pijporgelfront. Maar het geld daarvoor was opgesoupeerd. Het bisdom van Evry nam daarom zijn toevlucht tot een kolossaal elektronisch orgel.

Het onderste gedeelte van de nis is nu gevuld met een luidsprekerpiramide. De piramide, laag in de nis, is een besluit van de architect. Hij wilde het zo hebben. Kennelijk was hij niet onder de indruk van een tot de nok toe gevulde luidsprekertoren.

Vanuit de kerk is nog net de speeltafel van de Johannus opus 485 te zien. Maar het elektronische orgel van 102 registers is een voorlopige oplossing, zo meldt de in het Nederlands vertaalde folder die de toerist op ontdekking stuurt in dit kerkgebouw. „Het orgel met buizen is voor over een paar jaren", vermeldt het krakkemikkig vertaalde vouwblad met nadruk.

Dus toch over enkele jaren een pijporgel? „Het bisdom is al blij met dit instrument", verzekert ons Jean-Marie Lenglet, de Franse importeur van Johannus Orgelbouw. Hij ontvangt zijn gasten in de kathedraal buitengewoon gastvrij. Dat mag worden gezegd!

„Ten gevolge van het teruglopende kerkbezoek is de kerkmuzikale situatie in Frankrijk slecht", zegt Lenglet, die al 36 jaar in de elektronische orgelmarkt zit. „Er zijn niet zo veel goede organisten, bovendien zijn ze bang om zo'n groot vierklaviers instrument te bespelen. Ze kunnen het gewoon niet. Hier in de kathedraal van Evry zijn drie organisten, maar ze zijn niet in staat deze reus te bespelen.

Daarom heb ik in de hoek van de orgeltribune maar een Johannus 910 geplaatst die ook op het grote piramidefront is aangesloten. Daarmee weten ze wel weg."

Feike Asma
Morsestraat 28, Ede. Het domein van Johannus Orgelbouw bv. In de hal staat een vierklaviers CH 26. Ze kijken hier niet op een klavier of op een handvol stemmen. Aan de wanden hangt driemaal Feike Asma. Boven een dubbele deur vertelt een houtgravure dat de deur toegang geeft tot de "Feike Asma zaal". Ergens in die zaal zit iemand een psalmmelodie te martelen.

Ooit heette die zeven meter hoge concertruimte het "Auditorium". Het ademt allemaal nog een beetje de sfeer van toen. Johannus Orgelbouw werd gesticht door de voormalige sleepbootkapitein Johannes Versteegt. Zijn denkbeelden hebben inmiddels afgedaan. Het bedrijf wordt nu geleid door president-directeur Gert A. van de Weerd.

Honderden instrumenten verlieten in de afgelopen 25 jaar het Edese atelier. Ook in grootte klommen de produkten op. Vijf jaar geleden, bij het 20-jarig jubileum, werd de feestvreugde opgeluisterd door de levering van een zesklaviers instrument voor een nieuw gebouwde kerk in Korea: de Opus 685. 

Nu, met het 25-jarig bestaan voor de deur, staat de Opus 485 centraal, een vierklaviers orgel, geplaatst in de nieuwe kathedraal te Evry, even ten zuiden van Parijs. Met 102 registers is dit het grootste Johannus-orgel in Frankrijk. Johannus heeft naam gemaakt.

Wilde vaart
De geschiedenis van Johannus Orgelbouw start aan het einde van de jaren zestig. Hans Versteegt was tweede stuurman op de wilde vaart. In de vrije uurtjes maakte hij zijn eerste orgel. Aan de wal reed hij ermee naar meneer Vreeken in Bodegraven. Die zag er wel brood in en zo kwam de Eminent 40 op de markt, gevolgd door de Eminent 60.

„Voor die tijd heel mooie orgels, want Versteegt was een geniaal man, daarover is geen twijfel", zegt Van de Weerd. Het volgende orgel van Versteegt werd de Ri-Ha, genoemd naar de eerste letters van de voornamen Rieneke en Hans Versteegt. Het volgende opus werd de Viscount, een eclatant succes, waarmee Van Doorn International in Veenendaal furore maakte.

Maar Versteegt wilde nog steeds voor zichzelf beginnen. Het eerste eigen ateliertje stond aan de Tuinstraat te Veenendaal. Daar maakte hij vijfentwintig jaar geleden zijn eerste orgel. Versteegt gaf het de naam Johannus, naar zijn eigen voornaam Johannes. Maar dan met een u. „Omdat het een orgel is om "u" tegen te zeggen", vond hij.

Een jaar of vijf later verrees aan de Morsestraat in Ede het huidige pand. Het stormde daar nog wel eens, ook in financieel opzicht. Maar in het begin van de jaren tachtig liep Johannus als een trein. Export kwamen op gang naar Frankrijk, Engeland en Duitsland. Dankzij een overgelopen verkoper van concurrent Rodgers vroeg ook Amerika om Johannus. Containers vol voeren over de oceaan.

In 1985 verkocht Hans Versteegt zijn hele handel voor vier en een half miljoen gulden aan vijf personeelsleden. In 1988 werd G. A. van de Weerd president-directeur. Twee jaar later kwam het eerste digitale Johannus-orgel op de markt, waarna in drie jaar tijd de produktie verdubbelde.

High-tech
Volgens dat digitale principe maakte de Edese fabrikant de Opus 485 voor de kathedraal van Evry. Van de Weerd: „Er staat echter al weer een nieuwe tijd voor de deur. Dat is echt high-tech, het maximaal haalbare. Dat wordt nog beter. Dat wordt zó goed! Die ontwikkeling volg je alleen als je veel omzet en daarom denk ik dat er een aantal kleine fabrikanten in onze branche zullen verdwijnen.

De Opus 1100 uit 1990 heeft mij qua ontwikkeling ongeveer een miljoen gulden gekost. Wat we nu gaan doen kost dik zeven miljoen gulden. Dat betekent dat de kostenfactor zo groot is dat je niet op kleine schaal mee kunt doen." Vier jaar geleden produceerde Johannus één groot orgel in de vier weken. Nu is dat er ruim één per dag.

Huisorgels worden vanzelfsprekend nog steeds geleverd, maar het is vooral de kerkorgelproduktie die ontstuimig groeit. Die verdubbelt elk jaar. Als de nieuwe serie orgels aanslaat, gaat Johannus volgend jaar op een andere plaats in Ede een nieuwe fabriek bouwen, die drie keer zo groot moet worden als de huidige.

Johannus Orgelbouw is in Nederland veruit de grootste fabrikant van klassieke elektronische orgels. Hun positie in Europa behoort tot de eerste vijf: Allen, GEM, Viscount, Rodgers en Johannus. Wereldwijd wordt de zaak te ondoorzichtig voor een verantwoord overzicht.

Licht en stilte
Johannus leverde in Frankrijk al zo'n 1200 orgels. Samen met Rodgers en Allen behoort Johannus tot de grote merken elektronische orgels die in Frankrijk furore maken. De grootste Johannus staat nu in de kathedraal te Evry. We maakten de trip naar de Parijse voorstad om de klank van deze elektronica-gigant naar waarde te schatten. Daarvoor moet je het immers gehoord hebben.

Het bisdom van het 80.000 inwoners tellende Evry startte in 1992 het bouwproject voor een nieuwe kathedraal. Het was voor het eerst in deze eeuw dat er in Frankrijk een nieuwe kathedraal werd gebouwd. Rond Pasen 1995 is het door de Zwitserse architect Mario Botta ontworpen gebouw opgeleverd. Botta heeft onder meer ook het Museum of Modern Art in San Francisco op zijn naam staan.

Bij het ontwerp van de kathedraal in Evry concentreerde hij zich op "het essentiële, een ruimte vol licht en stilte die aanspoort tot gebed", zoals hij het noemde. De bouwkosten van de kathedraal bedroegen ruim 20 miljoen gulden, bijeengebracht door giften. Dit immense bedrag gaf in Frankrijk wel aanleiding tot forse kritiek:

„Kan de Rooms-katholieke kerk in een Frankrijk vol dak- en werklozen haar geld niet beter besteden?" Nee, meende kennelijk de paus, want hij gaf speciaal zijn toestemming voor de bouw, als „een gelovig uitzicht op het derde millennium."

Toeristen
Jean-Marie Lenglet zet zich achter de klavieren. Hij kan ermee uit de voeten! Systematisch demonstreert hij het klankbeeld van elk klavier afzonderlijk, uiteindelijk uitmondend in een overweldigende klankenmassa. Lenglet doet er zelfs nog een schepje bovenop door het minuscule knopje van het generaal volume helemaal naar rechts te draaien.

De luidsprekerpiramide davert op zijn grondvesten. De cilindrische tempel heeft een perfecte akoestiek. Toeristen blijven staan, getroffen door de indrukwekkende orgelklanken. „In dit orgel is de nieuwste technologie aangebracht. Maar intussen staat er nog weer nieuwere op stapel", verzekert ons de Franse Johannus-importeur.

„Dit orgel is geïntoneerd naar de Franse barok. Maar in Holland hebben ze daar niet zo veel affiniteit mee." Trots laat hij de Trompette 8 voet van het Pedaal horen. „Die klinkt echt Frans. Zo zouden de andere tongwerken op de manualen ook moeten klinken", zegt hij. In rap tempo zet hij de klank van al die andere tongwerken naast elkaar.

„Zit daar een typische Franse barokklank aan?" De vraag stellen is hem beantwoorden. Bovendien is de toonvorming nogal statisch. Alle tonen klinken gelijk. Natuurlijk klinkende oneffenheden, zoals die bij het pijporgel wel zijn te horen, ontbreken. Het klinkt als het ware gladgestreken.

Maar de grote opus 485 biedt meer. Naast de tongwerken zijn er de prestanten, de fluiten en de strijkers. Afzonderlijk en in combinatie zijn er mooi klinkende geluiden te beluisteren. De opbouw van het prestantenkoor klinkt heel acceptabel. Het ronkende pedaal eronder doet de rest.

Ook de fluiten bieden het nodige aan schoonheid en bij de strijkers valt voldoende te mijmeren in positieve zin. Het volume van elk klavier is afzonderlijk instelbaar, naast het generaal volume. Bovendien heeft ieder klavier een eigen tremulant.

Volle werk
Tot zover kan zonder omhaal van woorden dit Johannusorgel tot de betere in zijn soort worden gekwalificeerd. Anders wordt het wanneer het volle werk steeds meer in beeld komt, maar dat geldt tot nu toe bijna voor ieder elektronium. Hoe meer er wordt bijgetrokken en hoe meer klavieren er worden gekoppeld, hoe minder de klank zich verbreedt. Alleen het volume neemt toe. Het klankspectrum blijft hetzelfde. Het blijft staan.

Bij pakweg dertig registers krijg je het gevoel het daarmee wel gehad te hebben. Bestudering van de technische specificaties geeft eigenlijk het antwoord. Voor de 85 gesampelde stemmen (de overige 17 registers zijn speelhulpen) zijn 26 versterkers beschikbaar. Wanneer we de dispositie van deze 85 "sprekende" stemmen nagaan en alle koren (van de vulstemmen) daarbij optellen, dan levert dat als som: 118 rijen "sprekende pijpen". Daarvoor zouden dus even zoveel afzonderlijke generatoren en versterkers beschikbaar moeten zijn.

Wanneer, zoals bij een pijporgel, elke rij pijpen nog eens in een c- en cis-opstelling gedeeld zou worden, zouden er in theorie bij deze Johannus 236 kanalen via aparte versterkers separaat tot klinken moeten worden gebracht. Al met al zouden er dus minimaal 118 sets generatoren moeten zijn. Er zijn er "slechts" 26.

Het is duidelijk dat, wanneer Johannus aan deze werkelijkheid had moeten voldoen, deze opus heel veel duurder zou zijn uitgepakt. Nu is de prijs-kwaliteit-verhouding navenant. Dat betekent geen diskwalificatie van deze 485, want in de kathedrale ruimte van Evry zorgt het voor de nodige allure, daarbij tal van concurrenten achter zich latend.

Maar de stap naar een overtuigende pijporgelklank gaat nog even verder. Het wachten is op de door Jean-Marie Lenglet aangekondigde nieuwere technologie.

Uitgeknepen
In het Edese atelier reageert president-directeur Van de Weerd: „Een pijporgel dat de allure zou hebben waar die kathedraal van Evry om vraagt, zou minstens vijf miljoen gulden gaan kosten. Als je zo'n grote kathedraal bouwt, dan zou ik ook kiezen voor een pijporgel. Laten we wel wezen!

Ik pretendeer niet dat ik de gebroeders Van den Heuvel kan vervangen. Nu nog niet. Waar wij mee kampen, is het volgende: Binnen een kerkbestuur wordt serieus gesproken over de aanschaf van een pijporgel. Dat ding moet dan zeg maar een miljoen gulden gaan kosten. Vervolgens wordt vastgesteld dat men zoveel geld niet heeft.

Dan komen ze bij Johannus met de boodschap dat ze iets moeten hebben van veertigduizend gulden. Terwijl we in die ruimte pas iets moois kunnen maken voor tachtigduizend gulden. Als dat orgel van veertigduizend er staat, komt er een journalist, die zegt: „'t Is toch geen pijporgel." Zo is dat in Parijs ook gegaan. Uitgeknepen tot op het bot. Dat orgel is een standaardorgel van ongeveer zestigduizend gulden. Ik had dat graag anders gezien."

Windziek
Van de Weerd toont zich meer dan enthousiast over de toekomst van het elektronische klassieke orgel. Het statische, niet-dynamische klankkarakter, van ouds het grote euvel van de elektronica, is overwonnen, zegt hij.

„Wat is de charme van een pijporgel? Dat is het dynamische karakter van elke orgelpijp. ledere pijp geeft een andere klank, met andere windbewegingen en een verschillende interactie. Uiteindelijk hebben we het dan over negatieve effecten die het pijporgel gemaakt hebben tot wat het is. Kleine minuscule verschillen maken een orgelpijp tot een levend geheel.

In de neo-barok is wel geprobeerd om die negatieve effecten van een orgelpijp uit te bannen, met als gevolg dat de klank steeds statischer werd. Het neo-barokorgel was bijna volmaakt, en daarom was dat niet mooi. Dat was fout. Daarop richten wij ons nu, op die negatieve effecten. We gaan onze orgels zelfs een beetje windziek maken.

Als je meer registers toevoegt, gaat de toon een fractie dalen, zodra je de toets indrukt. Dat kun je heel extreem maken, dan heb je een amechtig pijporgeltje, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Op dit moment is het echter wel zo dat, wil je in deze branche succes boeken, een elektronisch orgel 'pijpiger' moet klinken dan een pijporgel. Anders vinden de mensen het elektronisch.

Heel dwaas. Maar wel waar. Er komt echter een moment waarop het elektronische orgel geheel zijn eigen weg zal gaan inslaan. Daar zitten we nu dicht tegenaan. Ik denk dat het binnen vijf jaar zover is."

                             ------------------------------

Ontwikkeling van het orgel

Het orgel werd eeuwenlang tot iets van hogere sferen gerekend. Alleen bruikbaar in de kerk. Slechts in deze gebouwen van respectabele afmetingen ruisten majestueus de orgeltonen, voortgebracht door ambachtelijk gebouwde instrumenten, vaak van even respectabele afmetingen.

Maar van lieverlee kwam het echte orgel dichterbij. Het veroverde een plaats in de riante huiskamers van de gegoede burgerij. Het zag er uit als een kabinet. Een juweel van een ladenkast met toetsenbord en pijporgelfront; helaas voor de doorsnee burger onbetaalbaar. Maar daar bleef het niet bij.

Vanaf het midden van de vorige eeuw kwam het harmonium in horden de huiskamers binnenmarcheren. Het fungeerde als betaalbare oplossing voor orgelbehoeftigen. Het gezin schaarde zich eromheen en wie zingen kon, werd opgeroepen mee te zingen. Buitenstaanders en relatieve insiders bedachten schampere benamingen als "psalmenpomp" of "cirkelzaag des geloofs".

Moderne invloed
Al vele tientallen jaren geleden heeft het geliefkoosde traporgel zijn plaats moeten afstaan aan de elektronica. Het was het resultaat van moderne ontwikkelingen in die sector Het is steeds moderner geworden.

Eerst waren het buizen die een poosje moesten opwarmen voordat er een op een orgel gelijkend geluid uit de luidsprekers kwam. Later werden het transistoren. In combinatie met elektronische akoestiek ging het steeds meer op de pijporgelklank lijken.

Nu brengen chips ongehoorde effecten te weeg. We beschikken nu in onze kleine huiskamers over de muziek en de akoestiek van een kathedraal. Daar bleef het niet bij. Het elektronium vond zijn weg naar de kerk, als surrogaat voor het pijporgel.

Te vuur en te zwaard verdedigde het organistendom zich tegen deze ontwikkeling. Kerkmusici werden afgeschilderd als puristen. Het grootste bezwaar maakten zij tegen de geluidskwaliteit. Die van het elektronische orgel bleef immers ver achter bij die van het oorspronkelijke instrument, het pijporgel.

Die kritiek was, zeker in het begin, terecht. De opmars was echter niet te stuiten. De elektronicabonzen bleven intussen met man en macht aan het surrogaat sleutelen. Het werd steeds beter en het kreeg steeds meer weg van de echte pijporgelklank. In dat traject heeft Johannus Orgelbouw uit Ede vijfentwintig jaar zijn sporen meegetrokken.

                              ------------------------------

„De verkramping is minder heftig"

De markt van elektronische orgels heeft jarenlang gelegen onder een spervuur van kritiek van de zijde van de liefhebbers van het pijporgel. Men zou maar oeverloos imiteren en doen alsof een elektronisch orgel hetzelfde zou kunnen bieden als het pijporgel.

Wanneer erkend zou zijn dat de elektronische orgelmarkt een nieuw instrument van déze eeuw zou leveren, wanneer niet altijd zo krampachtig de relatie was gelegd met de grote broer, dan had dat toch allemaal veel vriendelijker gekund?

G.A. van de Weerd, president-directeur van Johannus Orgelbouw: „Dat is een terechte opmerking. Er is altijd al geroepen dat het elektronische orgel het kwaliteitsniveau van het pijporgel dicht benadert, zo niet evenaart. Misschien was de wens wel de vader van de gedachte. Die verkramping ervaar ik al lang niet meer zo heftig als voorheen.

Maar niet ontkend kan worden dat het klassieke elektronische orgel natuurlijk wel heel sterk blijft aanleunen tegen het pijporgel. Als je in dit vak zit, dan moet je wel helemaal weg zijn van een orgelpijp. Je moet er eerlijk gezegd een beetje "vakgek" van zijn. Anders red je het niet."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.