+ Meer informatie

De Christinnereis is voor jong en oud

7 minuten leestijd

35.

Niet lang nadat Stoutmoedig zijn verhaal betreffende Vreesachtig had ten einde gebracht, begon Eerlijk te spreken over een zekere Eigenzinnig. „Deze gaf zich uit voor een pelgrim”, zei hij, „maar ik heb altijd volgehouden dat hij nimmer door de poort, die aan het begin van de weg zich bevindt, is binnengegaan”.

Stoutmoedig: „Hebt gij daarover wel eens met hem gesproken? ”

Eerlijk: „Ja, meer dan eens, maar hij bleef altijd op zijn stuk staan. Hij bekommerde zich om niemands oordeel of overtuiging, maar volgde steeds zijn eigen mening en deed wat hij goed vond en daar bleef het bij”.

Stoutmoedig: „Maar wat had hij voor beginselen? Kunt gij mij daarvan iets vertellen? ” Eerlijk: „Hij was onder anderen van mening, dat wij evengoed de zonden als de deugden van pélgrims mogen navolgen; als wij maar beide deden, zouden wij zeker zalig worden”.

Stoutmoedig: „Hoe is het mogelijk! Als hij gezegd had, dat het voor de besten mogelijk is met zonden bedekt te zijn, die ook andere pelgrims hebben aangekleefd, dan zou hij een waarheid hebben gezegd; want de zonde blijft ons bij zolang wij leven. Maar ik begrijp dat dit zijn bedoeling niet was, hij meende alles te mogen doen, waarin vorige pelgrims gezondigd hebben”.

Eerlijk; „Wel, hij zei dat hij de Schrift op zijn hand had”.

Stoutmoedig: „Maar wees zo goed mij daarvan eens een voorbeeld te geven! ”

Eerlijk: „Gaarne. Hij zei dat David, de man naar Gods hart, overspel gepleegd had, en dat dit hem dus ook geoorloofd was. Salomo, beweerde hij, had meer vrouwen dan één, dit stond hem dus ook vrij! Sara en de vrome vroedvrouwen in Egypte hadden gelogen, en Rachel eveneens, het was hem dus ook niet verboden; de discipelen, zei hij, namen op het bevel van hun Meester eens anders ezel en daarom mocht hij het ook wel doen; Jakob, zei hij, verkreeg de erfenis zijns vaders door list en bedrog, en waarom zou het hem dan niet geoorloofd zijn tot zulke middelen de toevlucht te nemen? ”

Stoutmoedig: „Een fraaie redenering. En zou hij dat waarlijk gemeend hebben? ”

Eerlijk. „Wel, hij zei niet dat iemand zo doen moest, maar hij beweerde, dat ieder, die de deugden der pelgrims uit de oude tijd bezat, zich niet behoefde te verontrusten, wanneer hij in hun zonden verviel”.

Stoutmoedig: „Welk een valse gevolgtrekking! Want het betekent niets minder dan dit: omdat anderen uit zwakheid hebben gezondigd, zouden wij het opzettelijk mogen doen, of omdat iemand in het slijk gevallen is en zich bezoedeld heeft, daarom zouden wij opzettelijk ons in de modder mogen wentelen. Wie zou kunnen vermoeden dat iemand zó verblind kan zijn door vleselijke lusten en begeerlijkheden! Hoe wordt al wederom het Schriftwoord bewaarheid: „Zij stoten zich aan het Woord, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn”. En hoe zou het mogelijk zijn de deugden der godzaligheid te bezitten, als men hen opzettelijk navolgt in hun afdwalingen! Zij, die de zonde van Gods volk opeten, en met hun ziel naar hun ongerechtigheid verlangen, hoe zouden zij in waarheid iets van hun deugden in zich kunnen omdragen? Ik kan ook niet geloven dat iemand, die zo spreekt, waarachtige liefde of oprecht geloof zou bezitten. Maar ik weet, dat gij hem ernstig wederlegd hebt en wat had hij daar tegenin te brengen? ”

Eerlijk: „Wel, hij zeide dan, dat het veel beter is eerlijk voor zijn mening uit te komen dan zo te leven en tegelijkertijd anders te belijden”.

Stoutmoedig: „Een goddeloos antwoord. Want de vleselijke lusten bot te vieren, terwijl wij ze in ons binnenste veroordelen, is slecht, maar te zondigen en die zonde goed te spreken is slechter, en dient slechts tot een bedeksel van eigen schande”.

Eerlijk: „Er zijn er velen, die er evenzo over denken als hij, al missen zij ook zijn bespraaktheid en dat is de oorzaak dat er zo velen laag neerzien op het leven van een pelgrim”.

Stoutmoedig: „Dat is waar en dan ook te betreuren; maar hij, die het om de goedkeuring van de Heere te doen is, laat zich daardoor niet afschrikken”.

De pelgrim, die niet door de enge poort op de weg naar Sion is gekomen, is en blijft eigenzinnig. Hij heeft niet leren buigen voor de majesteit van het Woord. Leeft niet uit het Woord, het zaad der wedergeboorte is hem niet dierbaar. Hij is wel godsdienstig, doch naar eigen zin en mening.

Maar wat is voor ons innerlijk leven nu het bewijs dat men door de enge poort is gekomen op de weg naar Sion? Want dat is een zaak van blijvende aard. Het is maar de vraag of de enge poort der waarachtige bekering leeft in ons hart, ons recht dierbaar is. Het is toch een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en dezelve hoe langer hoe meer haten en vlieden. Een hartelijke droefheid, die door de dierbare werkingen van de Heilige Geest steeds meer diepgang bekomt in het hart. En dat ook na het smaken van Gods vergevende liefde in Christus. Nooit kan de oprechte ziel zichzelf de zonden vergeven, al zijn zij ook door de Heere geworpen in de zee van eeuwige vergetelheid. En dat is het kenmerk van een gezond geestelijk leven. De enge poort strekt zich in de grond der zaak uit tot aan de poort des hemels.

Maar bij deze hartelijke droefheid over de zonden is het hart ook vervuld met een hartelijke vreugde in God door Christus. Steeds groter wordt het wonder van Gods vergevende liefde voor ons hart in de enige en algenoegzame offerande van Jezus Christus. In deze leer hebben wij te doen met de zuivere mening van de Heilige Geest.

Christinne: „Er zijn heel wat vreemde meningen in de wereld. Zo heb ik eens iemand horen zeggen, dat het tijd genoeg is zich te bekeren als het op sterven aankomt”.

Stoutmoedig: „De zodanigen geven geen blijk van veel verstand te bezitten. Wat zouden wij zeggen van iemand, wie een week wordt gegeven om tien uur af te leggen en die het afleggen voor die weg moedwillig verschoof tot het laatste uur? ”

Eerlijk: „Ach, wie zal ze tellen, die zich pelgrims noemen, en toch die regel volgen! Ik ben, gelijk gij ziet, een oud man, en wandel reeds vele jaren op deze weg, zodat ik al vrij wat gezien heb. Velen heb ik zien aanvangen, die de wereld schenen te zullen bewegen en wier ijver na korte tijd verflauwde, terwijl ze stierven in de woestijn, zonder het beloofde land ook maar van verre aanschouwd te hebben. Weer anderen zag ik, van wie in den beginne weinig te verwachten scheen, en die het geen dag schenen te zullen volhouden en die toch uitnemende pelgrims zijn geworden. Weer anderen zag ik, die in den beginne de schoonste verwachtingen uitspraken en die later even vermetel hun ongeloof beleden. Weer anderen hadden eerst de mond vol van een heerlijk leven hiernamaals en later beweerden zij, dat er noch hel, noch hemel bestaat! ”

Zie, alle verandering vloeit niet voort uit de innerlijke vernieuwing des harten. Te volharden in het geloof is alleen mogelijk vanuit de inlijving in Christus door een oprecht geloof. Daar wij van nature uit Adam leven is het niet mogelijk de Heere lief te hebben en aan te kleven. Vanuit die boom geen vrucht in der eeuwigheid. Vanuit het Woord wordt het ons betuigd dat de vrucht van het geloof uit een Ander is. Laat ons tot het geestelijk kennen van die zaak het Woord des Geestes biddende onderzoeken, want dat is het zwaard tot onze afsnijding van Adam en de inlijving in Christus. Vanuit die inlijving komt de onberouwelijke keus de Heere te vrezen, op. Verkrijgt het hart de droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Daar velen aan hun godsdienst genoeg hebben, stappen zij over deze zaken heen. Men doet nieuwe wijn in oude lederzakken, terwijl de Heere zegt: Maar nieuwe wijn moet men in nieuwe lederzakken doen”, om ware bruiloftskinderen te worden.

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.