+ Meer informatie

Kersenroomyoghurt

3 minuten leestijd

3 blaadjes gelatine, klein potje of blikje kersen (zonder pit), 1 dl kersenbrandewijn, 'ü liter slagroom, 3 eetlepels suiker, I pakje • vanillesuiker, 1 liter yoghurt, garnering: chocoladeblaadjes.

Week de gelatine in ruim koud water. Laat de kersen uitlekken. Houd er een paar achter voor garnering en leg de kersen in een diepe glazen kom. Los de gelati^ ne op m het voorverwarmde kersensap, voeg de kersenbrandewijn toe en roer de kersen erdoor. Doe deze massa over in een glazen schaal en laat alles, goed opstijven op een koele plaats. Klop de slagroom met de suiker en de vanillesuiker stijf (houd iets achter voor de garnering). Schep de yoghurt luchtig door de slagroom en schenk de roomyoghurt over de kersen. Garneer met toefjes slagroom, kersen en chocoladefiguurtjes.

80. Evert voelt zich vreelmd in. bet burgerpak. De lange broekspijpen flapperen 'onwennig om zijn benen, en aan de heupen mist hij alle stevigte. Het was een penitentie om het boordje vast te maken, en zijn moeder en hij hebben samen haast een balf uur werk gehad aan het strikken van de das. Het jasje voelt vreemd-licht en slobberig voor iemand, die altijd het stevig Urker buis gedragen heeft. Maar als hij eindelijk klaar is, is zijn moeder trots op hem. „Je Ujkt nou'wel een heertje van de wal," zegt ze, en Evert, in de spiegel kijkend, is ook groots. Hij gaat naar Alie. Onder de wandeling heeft hij het gevoel dat iedereen hem aankijkt en is hij bang dat zijn hoed hem van het hoofd zal waaien. Doch in Bomkes' kamer maakt hij zich zo lang als hij kan. „Vind Je me niet netjesP" vraagt hij aan zijn meisje. Alle kijkt hem lang en keurend aan. ,J7ee," zegt ze op t slot, ,4iee, zo ben jij mijn Evert niet." Zij ziet hem liever in de wtjde broek met de r^ksdaalders op de sluiting; in het strakke zwarte buis, waar het rode dasje met de gouden ring uitsteekt, en met de astrakan karpoets op, waar zijn blonde kuif altijd zo guitig uit kwam kijken. Die Oeuzendracht staat een Urker beter dan de kleren van de wal. „Maar JU wordt straks mijn Evert weer," lacht ze er over heen, „straks, als we vrij zijnt" Bij het afscheid houdt Alie zich best. De laatste weken is ze wel eens zwak geweest. Ze heeft gesid-' derd en gebeefd, toen Evert onder de bedstee van haar ouders weggehaald werd. Zij lag te rillen in haar bed als later de sirene over het eiland gierde. Met kloppend hart heeft ze des zaterdags steeds uitgekeken naar de botters, altijd in spanning of Evert niet van boord gehaald was. In slapeloze nachten heeft ze duizend angsten om hem uitgestaan. Itlaar bij het afscheid is ze sterk. Oeen waterlanders. Ze heeft ook niet veel praatjes. Maar ze omhelst hem zo krachtig en lang alsof ze hem nooit meer los zou laten, en ze fluistert hem in het oor: „Jongen, het ga Je goed; schrijf vaak en wees voorzichtig. En" — hier hapert Alle; ze vindt dit moeilijk, maar ze wil het toch zeggen — „en moge Gk>d Je helpen en bewaren; ik bid voor Joul" Als de postboot wegvaart, wuiven ze zo lang tot voor haar ogen alles op de boot ineenvloeit en voor hem de gestalten op de pier onherkenbaar zUn geworden. ,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.