+ Meer informatie

Dag in dag uit

Beslommeringen van Jolanda, een moeder van vier kinderen

3 minuten leestijd

„ O, bent u de moeder van Stefan?" zegt een zichtbaar vermoeide leraar tegen me als ik het schoolplein op kom lopen om Stefan op te halen van zijn hrugklaskamp. Meteen daarna zegt hij op verwijtende toon:„Datfietsje van Stefan is niet veel meer. Dat hebben we op de terugweg achter moeten laten in een dorp verderop."De afgelopen dagen hebben duidelijk hun tolgeè van deze man en ik haast me dan ook om te zeggen dat er al aan gewerkt wordt, maar dat het nog even kan duren omdat mijn man deze week niet thuis is. En daarna maak ik dat ik weg kom, want deze leraar moet nodig tot rust komen. Zodra felle thuis is, krijgt hij het hele verhaal te horen en hij is het helemaal eens met de leraar: er moet een nieuwe fiets komen en wel zo gauw mogelijk. Een schoolfiets welteverstaan, met alles erop en eraan. Meteen gaan we er met z'n drieën op uit. In de winkel zoektJelle een hele mooie sportieve, doch deugdelijke fiets uit en vraagt Stefan wat hij ervan vindt. Maar Stefan vindt hem niet mooi. Er zit te veel op en aan. „Die fiets vind ik wèl mooi", zegt hij, terwijl hij naar een fiets wijst die alleen maart-wee wielen, twee trappers en een stuur heeft.
„Dat is een cróssfiets", zegt felle, „daar kan je niet mee naar school. Er moet m.instens een kettingkast op zitten." „En een bagagedrager voor je gymtas", vul ik aan. Stefan blijft echter volhouden dat hij prima naar school kan op zo 'n kale fiets en dat hij twee rugzakken tegelijk kan dragen en Jelle blijft volhouden dat er een dichte kettingkast op moet zitten in verband met roestvorming. Op een gegeven moment trek ik felle aan zijn jasje en zeg: „Kom alsjeblieft mee naar huis. Stefan krijgt al niet eens meer een nieuwe fiets. Is-ie nu helemaal betoeterd." Behoorlijk aangeslagen komen we weer thuis. Niemand weet hoe het nu verder moet. De volgende dag Jelle is de hele dag naar Limburg voor zijn werk, loopt Stefan steeds maar om me heen te dralen, totdat eindelijk het hoge woord eruit komt. „Ik wil toch wel heel erg graag die fiets hebben die papa uitgezocht had", zegt hij timide „Die vond je toch niet mooi?" antwoord ik weinig toeschietelijk. „ Ik vind hem héél erg mooi" zegt Stefan weer, „maar ik had gisteren een... een... uh... een blackout, ik weet zelf niet waarom.' „Nou, vertel dat morgen maar aan papa", zeg ik, „heel misschien wil hij dan nóg een keer met je naar die winkel." „Als die fiets dan maar niet weg is", piept hij nu benauwd „Dat zou heel jammer zijn", zeg ik, terwijl ik maar vlug de andere kant op kijk, want de spijt druipt aan alle kanten van zijn gezicht af. Even kom ik in de verleiding om die fiets zelf nog met hem te gaan kopen. Maar ik doe het niet. Ook vertel ik hem niet dat ik achter in de winkel nog wel tien van die fietsen heb zien staan. Het is wel goed voor Stefan om eens een poosje in de piepzak te zitten. Toch kost het me de grootste moeite om mijn mond te houden en kan ik bijna niet wachten tot het maandag is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.