+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

55.

Vaderlijk voldeed Evangelist aan hetverzoek van de twee reizigers, die hij op verschillende plaatsen bijstand had verleend, eer hij van hen kwam te scheiden.

„Mijn zonen”, zo sprak hij hen aan, „gijhebt gehoord dat het Woord Gods u verzekert dat gij door vele verdrukkingen moet ingaan in het Koninkrijk der hemelen, en evenzeer dat overal banden en verdrukkingen aanstaande zijn. Daarom moet gij niet verwachten dat gij een groot gedeelte van uw pelgrimstocht zult afleggen zonder er kennis mee te maken. Reeds hebt gij enigermate de kracht dezer getuigenissen leren kennen, en ge zult dit nog meer ervaren. Gij hebt, gelijk gij ziet, de weg door deze wildernis bijna afgelegd, en dan zult gij spoedig een grote stad bereiken, waar aan alle zijden vijanden u zullen omringen, die zich er op zullen toeleggen u te doden, en gij kunt er zeker van zijn, dat een van u, zo niet beiden, de belijdenis die gij aflegt, metuw bloed zult moeten bezegelen; maar weest getrouw tot in de dood en de Koning zal u geven de kroon des levens! Hij, die daar zal sterven, al moge zijn dood onnatuurlijk en al mogen zijn smarten vele zijn, zal toch de gelukkigste zijn te achten, niet slechts omdat hij het eerst zalaankomeninde Hemelstad, maar omdat hij ontkomen zal aan de ellenden, die de andere nog zal ontmoeten op het verdere van zijn reis. Maar als gij in de stad gekomen zijt en vervuld ziet wat ik u heb aangekondigd, herinnert u dan uw vriend en gedraagt u als mannen, en beveelt uw zielen Gode als de getrouwe Schepper, met wel doen”.

Nu zag ik in mijn droom, dat toen zij uit de wildernis kwamen, zij niet ver voor zich uit een stad gewaar werden, genaamd IJdelheid. In die stad werd een kermis gehouden, de IJdelheidskermis, omdat de stad, waar zij gehouden wordt, lichter is dan de ijdelheid, en ook omdat al wat daar verkocht wordt of daar vandaan komt, ijdelheid is. Een wijze zegt dan ook van haar: Ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.

Deze kermis is niets nieuws, maar reeds van een oude datum. Ik zal u zeggen hoe zij ontstaan is.

Omstreeks vijfduizend jaar geleden gingen er reeds pelgrims naar de hemelse stad, evenals thans dit moedige tweetal; en toen nu Beelzebul, Legio en hun metgezellen bemerkten hoe de pelgrims de weg insloegen naar de Hemelstad en dat zij door de stad Ijdelheid zouden komen, kwamen zij op het denkbeeld daar een kermis op te slaan en wel een waar allerlei ijdele dingen te koop zouden zijn en die het gehele jaar zou duren. Daarom worden er vele soorten van dingen verhandeld, zoals huizen, landerijen, neringen, ambten, bevorderingen, titels, regentschappen, koninkrijken, begeerlijkheden en vermaken; allerlei zinnelijke en vleselijke genietingen, vrouwen, echtgenoten, kinderen, meesters, dienaren, leven, bloed, lichaam, ziel, zilver, goud, parels, edelgesteenten en wat niet al.

Zoals ik zeide, loopt de weg naar de Hemelstad juist door deze stad, waar zo vrolijk kermis gehouden wordt, en wie naar die stad zou willen gaan zonder zijn weg door de stad Ijdelheid te nemen, zou wel uit de Wereld moeten gaan.

Krachtig en duidelijk, gelijk als de kermis vol ijdelheid en ongerechtigheid dat vereist, heeft de Pelgrim er ons klaarheid in gegeven. Daar wij zijn op een wereld die inhetboze ligt, kan zij niet anders dan ijdelheid en ongerechtigheid voortbrengen. En wat nog erger is dan al die boosheid is wel dit, dat ons verdorven bestaan daarin behagen heeft. Daarom zuchten dan ook de oprechten en klagen: „0 wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars woon”.

„O wee mij, hoe blijf ik staande in het geloof? O wee mij, hoe is het mogelijktevolharden in de vreze des Heeren? O wee mij, hoe zal ik de wereld met al haar boosheid overwinnen om ingang te verkrijgen in de Hemelstad?”

En terecht, onzerzijdsisdattotaalonmogelijk. Maar de Heere weet het hoe ons hart onder dat alles zucht en klaagt. Had Hij de weg niet gebaand, de kracht der genade niet verworven en de overwinning behaald, het ware niet mogelijk hier te blijven staan in het geloof dat door de liefde werkt. Wat onzerzijds totaal onmogelijk is, is mogelijk in Hem, daar Hij over de wereld met al haar begeerlijkheden kwam te triomferen. Hoor maar: „Zelfs de Koning der koningen, toen Hij hier vertoefde, ging door deze stad naar Zijn land, en als ik mij niet vergis, is Hij door Beelzebul, de voornaamste van de hele kermis, uitgenodigd om van zijn ijdelheden wat te kopen; ja, hij wilde Hem wel tot heer van die kermis aanstellen, als Hij hem bij het doortrekken der stad maar zekere hulde had willen bewijzen. En omdat Hij zulk een aanzienlijk persoon was, leidde Beelzebul Hem van de ene straat tot de andere en toonde Hem in een ogenblik tijds al de koninkrijken der wereld om, zo het mogelijk was, die Gezegende te kunnen verlokken een bod op zijn koopwaar te doen en iets van zijn ijdelheden te kopen. Deze echter wilde van al die koopwaar niets hebben en verliet dus de stad zonder een penning er voor te besteden. Gij ziet dus wel, dat deze kermis zeer oud en zeer groot van omvang is.

In de kracht van Christus isonzevolharding, vanuit Zijn overwinning kan en wil Hij ons te hulp komzn. Leeft u in het besef van uw afhankelijkheid en hulpbehoevendheid, dan is Hij u recht dierbaar.

Gedachtig aan de vrouw van Lot en steunend op de kracht van Christus, zagen deze oprechte pelgrims niet naar Sodom heen. De IJdelheidskermis was voor hen in het geloof niet meer dan een opeenstapeling van ijdelheden.

Zoals ik u reeds zeide, waren onze pelgrims genoodzaakt er door te trekken. Dit deden zij dan ook, maar nauwelijks hadden zij er de voet gezet of aller ogen waren op hen gevestigd en ’t was als brachten zij de gehele stad in opschudding. En daarvoor waren verschillende redenen, want in de eerste plaats waren de pelgrims gekleed op een wijze, geheel verschillend van die, waarop de kooplieden, die zich daar bevonden of degenen die er kwamen om te kopen, zich gekleed hadden. De mensen staarden hen dan ook met de grootste verbazing aan. Sommigen zeiden: „Het zijn dwazen”, anderen: „Zij komen uit het krankzinnigengesticht” en nog anderen: „Zij komen uit een vreemd land”. Even verbaasd als zij waren over hun kleding, evenzeer verwonderden zij zich over hun taal, en zeer weinigen konden verstaan wat zij zeiden; want zij spraken de taal van Kanaan; maar de kooplieden en de mensen op de kermis waren lieden dezer wereld. Om die reden beschouwden zij de pelgrims dan ook als barbaren. En dan was er nog iets, waarmee de verkopers zeer de spot dreven, en wel, dat de pelgrims niets schenen te verstaan van de hoge waarde vandetentoongesteldezaken. Zij keken er zelfs niet naar om, en als men hen aanspoorde tot kopen, stopten zij de vingers in de oren, zeggende: „Wend mijn ogen af, dat ze geen ijdelheid zien”, terwijl zij naar de hemel blikten om aan te duiden dat hun burgerschap en wandel in de hemelen waren.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.