+ Meer informatie

De horeca schotelt voor

korreltje zout

7 minuten leestijd

„O, Maarten, is dat allemaal voor ons? En... en jij hebt je leven gewaagd om ons dat te brengen!"

Al tweemaal is Maarten onverwacht gekomen, als een redder in nood. Hij heeft haar gekust en ze heeft zijn ogen zien stralen. Lijsbeth werkt in de keuken, maar ze voelt zich in de wolken. 34. Els snikt en huilt. Wat moet vader doen? Hij weet het niet meer. De mam van Hans weet het wel. Zij praat met de pa van Hans. Els blijft bij ons, zegt ze dan. De vader van Els eet bij ons. En hij slaapt thuis. Zij vraagt het aan de vader van Els. Vindt u het goed? Mag Els bij ons? De vader van Els knikt. Dank u, dank u wel, zegt hij. Je hoort hoe blij hij is. Els danst rond. Wat fijn, o wat fijn. Ik blijf hier!

feuilleton
112

Heinz begon met zijn stok van zich af te slaan; in een oogwenk was hij met drie zware knuppels neergeslagen. Een mensenleven was in de lente van 1525 geen penning waard.

Reizigers op de landweg zagen zo nu en dan een vlucht krijsende kraaien en zeiden kalm: „Daar ligt er weer een!" Niemand deed moeite om zo'n lichaam te begraven.

Gyritha liep met asgrauw gelaat in de toren van het ene venster naar het andere. Haar man stond geheel weerloos tegen de muur te snikken als een kind. Zij schudde hem door elkaar en schreeuwde: „Lafbek! red je vrouw! Hu! hu! Hoor ze schreeuwen! Ik wil niet sterven! Schurk, red nu je vrouw!"

„Hoe kan ik ons redden?" steunde hij.

„Wel, ga aan het venster en zeg: „Ik zal mijzelf en al wat ik heb in je handen geven, als je mij op de bondsschoen zweert dat je mijn vrouw ongedeerd laat vertrekken!"

Hij beantwoordde dat mooie voorstel alleen met een klaaglijk gejammer. Zijn vrouw sprong toe en krabde zijn gezicht open. Maar toen slingerde hij haar tegen de muur dat het dreunde; zij ondervond wie de sterkste was.

Zij bevonden zich in de kamerwaar de alchimist gewoond had. Door vk)hannes Dose Uit een van de kasten nam Gyritha een fles met het heldere, sterke vergif dat hij achtergelaten had.

Zij stond het peinzend te bekijken, maar bespeurde plotseling rook. Ontzet ging zij naar het venster. Op Hanna's bevel hadden de boeren hout en pek rondom de toren opgehoopt en in brand gestoken.

De tanden klapperden haar in de mond. Reeds kronkelden de vlammen tot nabij het venster; walm en rook vervulden de kamer. Wanhopig wankelde Gyritha heen en weer.

In die uiterste nood hoorde zij een bevelende stem, die zij meende te herkennen en die boven al het lawaai uitklonk. Was dat redding? Hout en pek werden uiteengeslagen, het vuur doofde, de rook verwoei.

Hans Edel had met drie veldslagen het dorp Almenhausen bezet en zodra hij de burcht betrad, de "Neurenbergerin" met kruit en lood geladen. Dat had de boeren eerbied gegeven; zij durfden zich niet verzetten en moesten afzien van hun plan om de zaak op eigen gelegenheid in orde te brengen.

De aanvoerder riep naar boven; „Ik bied u eerst genade aan! Wilt gij oprecht trouw aan de Twaalf Artikelen zweren en in de

Vroeger kon je nog wel eens het liedje horen zingen: "Wie zal dat betalen? Wie heeft zoveel geld? Wie heeft zoveel ping-ping-ping? Wie heeft dat besteld?" Ik moest daaraan denken, toen ik las van het toenemend aantal wanbetalers in de Horeca-branche. Had men in de eerste helft van 1990 een bedrag te goed van 464.100, in het eerste halfjaar van 1991 is dit bijna verdubbeld tot 780.723.

Een paar vragen dienen zich aan. Hoeveel hebben de horecaffers te goed van (reformatorische) happers en snappers? Dat is geen onwettige vraag. Een boekhandelaar vertrouwde me toe dat ook in onze kringen de mensen gemakkelijker kopen dan betalen. De Horeca is onder ons onder het voorbehoud n.o.z. (niet op zondag) geen onbekende bedrijfstak meer. Hoewel we geen cafébezoekers zijn, lusten wij er ook wat van... niet voorkomen dat men zijn plicht verzaakt. Hoe kun je genieten van wat men serveert en je betaalt niet? Vrijheid van menselijke smaak is onbetwistbaar.

Maar die toenemende schuld is een laffe zaak. Ik heb ontdekt dat het groot verschil maakt, hoe men iets opdist. Een kop soep van de dag plus een portie patat met mayonaise met een bal gehakt en ijs toe kost in een snackbar (en wij kunnen snacken!) een tientje. Dat zelfde menu kost in een restaurant, opgediend door obers in een tenue dat in een consistoriekamer niet zou misstaan, met strakke gezichten met soms een beroepsglimlach, al gauw vijfentwintig gulden. In plaats van "Per persoon" staat er dan vaak bij "Per couvert". Waarom? Wel, op de menukaart staat alles deftig in het Frans, de taal van de cultuur en de haute couture.

Ontmoetingsavonden op zaterdag "in eigen sfeer" hebben een ander karakter dan de ouderwetse gezelschappen. Voor zover ik me herinner, werd daar nooit cola en nog minder Heineken of Amstet geschonken en gedronken, al deed die laatste naam wat domineesachtig aan. Deze opvang van jongeren draagt bij aan een behoorlijke omzet, die contant afgerekend wordt. Daar zal het probleem niet zitten.

Het hierboven vermelde etentje in de snackbar krijgt in het restaurant plotseling allure! Potage du jour avec poularde; pommes frites arrondis avec sauce blanche du mayonaise; viande hachis avec gout d'oignon; glacé a la vanille. Als je zo'n menu ziet, denk je "Asjemenu". En als de rekening komt, inclusief aperitief (dat is het drankje vooraf', dat welwillend wordt aangeboden, maar dat aardig prijzig is), dan zegt menigeen: „Zo, zo! Lust Voorts is het "buiten de deur eten" je nog peultjes?" ons ook niet vreemd meer, al stuntelen we nog wel 'ns met vork en mes. Ook zijn recepties in onze kringen "happenings", waar men in grijs, stemmig blauw en licht zwart gemeenschappelijk tot oude of jonge "klaarheid" komt. En dat zullen de horecamensen ons betaald zetten. Staan die rekeningen open? Dat kan ik nauwelijks geloven. Wie betaalt het gelag, omdat eters en drinkers wel de lust, maar niet de last willen? Het mag toch onder ons christelijke bond der boeren treden?"

Nu had Gyritha haar spraak terug. Zij schreeuwde uit het venster: „Driemaal twaalf artikelen willen wij met tien eden bezweren! Wij komen onder de vaan van de bondsschoen! Alle beden en herendiensten zijn afgeschaft als u ons lijf en leven waarborgt. Heer schoonzoon! Heer schoonzoon! Help me, dan zal ik u zeggen waar Barbara is!"

Een ruwe stem viel haar in de rede; „Houd je mond! Ik ken geen vrouwe Von Berlepsch! Wij zijn hier niet om vrouwengeklets aan te horen!"

„Bravo, hoofdman!" juichten de boeren. „Branden moeten ze! Branden!" Zij rakelden het vuur weer op.

Gyritha sleurde haar man aan het venster. „Spreek dan!" beval ze.

„Hoogedele, edele heer! heer Von Hund! Waarde, beste neef — neef! - U - bent ook van - van adel! Bescherm - bescherm ons te- tegen - tegen die boeren!"

Dat beroep op Hans Edels afkomst was olie in het vuur.

„Oude dwaas! Jij bent met een verschrikking van een vrouw getrouwd! Ik heb de schande niet dat ik familie van je ben!"

De boeren grinnikten van genot en begonnen het vuurtje te stoken. Enigen zongen:

De Horeca-branche lepelt natuurlijk allerlei argumenten op om zich te verdedigen tegen kritiek op gepeperde nota's. Men doet verstandig om eerst te informeren of de klanten die aan hun trekken willen komen, solvent zijn. Men kan in plaats van uitsmijters te serveren uitsmijters bij de deur van het restaurant posteren. Dan kan het ronduit en onbezorgd klinken: "Eet smakelijk!" Cumgra Nosalis Naam nieuw abonnee: Dhr./Mevr. Adres; Nr. Postcode: Plaats: .. Tel.: .... I wenst: • J een kwartaalabonnement voor ƒ 77,65 I (2 weken gratis) ! J een jaarabonnement voor ƒ 304.60 ' (2 weken gratis)

een kennismaklngsat>onnement ! van drie weken voor ƒ 6.00 Naam Q kool(wei

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.