+ Meer informatie

Meedogenio zwaaide de slopershamer

3 minuten leestijd

In de 19e eeuw en in het begin van onze eeuw zien we meedogenloos de moker zwaaien; ' vestingwerken en stadspoorten verdwijnen, grachten worden gedempt, bruggen moeten nodig worden „gemoderniseerd" en natuurmonumenten doorsnijden we met karakterloze wegen, dit alles door de nalatigheid van de overheden die daarvoor verantwoordelijk zijn. Al te veel is er in het verleden afgebroken hetgeen aan de unieke sfeer onherstelbaar afbreuk heeft gedaan.

Tot de montmienten die verdwenen zijn behoort de" Mariakerk te Utrecht, de grootste en gaafste kerk uit de Romaanse tijd evenals de abdijen van Egmond (ca. 960) en Rijnsburg (1133). Gothische kerken werden eveneens gesloopt en vervangen door een weinig geslaagde nieuwbouw (Gorinchem, Zierikzee e.a.). Van de renaissance-cultuur uit de 16e eeuw is maar een gedeelte overgebleven. Het slot van de „Winterkoning" te Rhenen en de jachtsloten van Frederik Hendrik te Honselersdijk en Rijswijk bestaan sedert het begin van de vorige eeuw niet meer.

Geen enkele gave stadsvesting met, torens en bolwerken bekroond door molens is meer bewaard gebleven. Van de 18e eeuw zijn slechts verspreide fragmenten der bouwkunst overgebleven. In de 19e eeuw werd veel lelijks gebouwd en veel schoons gesloopt. Het karakter der binnensteden is sinds het laatste kwart der 19e eeuw sterk veranderd.

Alarm

In 1866 toen het kerkbestuur het oxaal van de St. Janskerk te 's Hertogenbosch verkocht, ontstak Victor de Stuers in woede en stortte in zijn vermaard gidsartikel „Holland op zijn smalst" ergernis en spot over dit vandalisme uit. In ons land werd in de 20e eeuw eveneens allerlei oudschoon aangetast hetgeen naast de activiteiten die de De 14e-eeuwse St. Baafskerk te Gent. overheid op dit gebied ten toon spreidt, ook voor de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (1899) en de Bond Heemschut (1911) aanleiding was op velerlei wijze alarmte slaan. In hun acties ondervonden zij daarbij steeds meer steun en instemming van particulieren.

Daarnaast zijn vele landelijke, gewestelijke en plaatselijke instellingen en verenigingen werkzaam om de overheden en de steeds bredere lagen der bevolking er van te overtuigen, dat zij zich moeten aaneensluiten en niet versagen in de strijd voor de schoonheid en leefbaarheid. Nederland is rijk, veel rijker dan menig landgenoot wel beseft. Maar er moet ook bereidheid zijn tot het brengen van offers voor het behoud van schoonheid en harmonie. Men moet zich nauw aaneensluiten om te trachten zoveel mogelijk van Hollands glorie te behouden. We moeten er voor op durven komenl Vooral het stedelijk schoon is geschonden; ongeneselijke wonden zijn toegeËracht. De rij der monumenten van landschap en architectuur, die voorgoed tot het verleden zijn gaan behoren, is bedroevend lang. Maar er zijn ook voorbeelden van behoud.

Prinsenhof

In „De Gids" van 1 oktober 1937 verscheen van de hand van prof. J. Huizinga een artikel, waarin hij de ruïneuze toestand van het Prinsejihofcomplex „een vlek op Delft" noemde. In 1938 kreeg prof. Lansdorp opdracht de restauratieplannen op te stellen. Na een vertraging in de oorlogsjaren werd de restauratie in 1962 voltooid. Een ander voorbeeld: in de jaren 1840-1842 verkeerde men in angst dat de toren van de Oude Kerk te Delft zou instorten. De gemeenteraad besloot de toren tot de galmgaten af

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.