+ Meer informatie

Ierse non leeft als kluizenaar

8 minuten leestijd

Volgens de overlevering trok Sint Patrick, patroonheilige van het Ierse volk, zich in het jaar 441 voor veertig dagen terug bovenop 's lands hoogste bergtop, om er te bidden en te vasten. Pas veel later begint Groag Patrick als nationale heilige berg pelgrims aan te trekken. Aan de voet van de zuidelijke wand van de berg woont sinds enkele jaren zuster Irene. Ver van de bewoonde wereld verkeert de frêle non vele nachtelijke uren in gebed. Met ongelooflijke taaiheid maakt ze daarnaast lange werkdagen om haar bouwvallige onderkomen leefbaar maken.

Op weg naar Drummin, het dichtstbijgelegen dorpje, krijg ik een lift van een huismoeder met haar opgroeiende kinderen. „O, je gaat naar die non", grinnikt ze en haar kroost lacht vrolijk mee. „Nou, wij hier nemen haar niet zo serieus. Om eerlijk te zijn denk ik eigenlijk dat ze van lotje getikt is.

Ze leeft van een uitkering. En ik heb horen zeggen dat ze een wasmachine heeft. Die hebben niet veel mensen hier. Hoe komt zij er dan aan? En ze krijgt altijd mensen zover om haar te komen helpen, zonder ervoor te betalen."

Ik tref Irene teruglopend van de dorpskerk, waar ze de mis heeft bijgewoond. Ze is in het begin nogal wantrouwig, en stelt me pittige vragen over God, de Kerk en Rome en waarom ik van zover naar haar toe ben gekomen. Maar als we haar prachtig gelegen hermitage bereiken, krijg ik meteen een kopje thee. En het wordt weer een stukje beter als ik een probleempje oplos waar ze zich het hoofd al dagen over aan het pijnigen was.

Morgen zal er een vrachtwagen komen vol met knielbanken, een altaar en andere kerkelijke gebruiksvoorwerpen, geschonken door een sympathiserend convent. Het meubilair moet worden opgeslagen in een schuurtje waar haar vijf kippen tot nu toe hun tehuis hadden. Ze weet zich geen raad, dus ik timmer gauw wat aan elkaar van rondslingerende planken en een stuk oud gaas.

Veel leren
Er gaat geen dag voorbij of zuster Irene kampt met duizend-en-een praktische problemen als deze. „Het kluizenaarsleven is niet zo gemakkelijk. Het is echt niet alleen maar bidden, je moet zoveel leren."

Het huisje heeft jarenlang leeg gestaan en had nauwelijks voorzieningen toen ze kwam. De bijbehorende grond is drassig en zit vol stenen. Na een flinke bui overstroomt het bergriviertje het hele erf. Gelukkig heeft ze pas een bruggetje kunnen laten aanleggen. Daarvoor was het telkens behelpen met oversteken.

Het logboek dat ze bijhield sinds haar intrek, is een aaneenschakeling van tijdrovende en vaak frustrerende verbouwingswerkzaamheden. Soms komt een buur, vriend of familielid wel eens een handje helpen. „Maar het is wel eens deprimerend allemaal", bekent ze. „Vooral als de mist blijft hangen en het almaar blijft regenen. Dat wil hier aan deze kant van de berg nog wel eens voorkomen."

Ze wil graag horen wat de vrouw die me een lift gaf, tegen me had gezegd. De opmerking over haar uitkering blijkt een tere plek te raken. „Ik heb er zelf al lang een gewetensconflict over. Maar de gemeenteambtenaar zei dat het geen enkel probleem is en dat ik er gewoon recht op heb. En geloof me, ik kan het goed gebruiken."

Irene schiet in de lach als ik haar ook maar de afgunst over de wasmachine meld. Ze is sinds haar komst hierheen wel wat gewend aan onbegrip en opmerkingen van dorpelingen. Maar ze zullen haar nooit ergens van kunnen weerhouden. Dat kan niemand.

Karthuizers
Tot vijf jaren geleden was Irene nog een reguliere Benedictijnse non in een klooster in het zuiden. Hoe hard ze het ook jarenlang had geprobeerd, ze kon uiteindelijk niet langer tegen het autoritaire kloostersysteem. „Alles was tot in de kleinste details in regeltjes vastgelegd. Hoe je moest zitten of lopen, tot zelfs hoe je je brood moest snijden toe.

En de abdis deed niets anders dan constant op mij en de andere jonge nonnen te vitten met negatieve, afbrekende kritiek. Wat ik ook deed, het was nooit goed. Ik verloor steeds meer het contact met mezelf Alle gevoel van eigenwaarde verdween. Ik moest gewoon weg, anders zou ik gek worden." 

Ze vertrok en verbleef drie maanden bij Karthuizers in Italië. „Hun levensstijl lijkt erg veel op die van de woestijnvaders en de eerste Ierse monniken." Irene hervond zichzelf. „Eindelijk was ik vrij, en ik wist weer: Het gaat alleen maar om jou en God. En Hij houdt van je zoals je bent."

Toen ze las in de Nieuwe Code van de Canonieke Wet (1982) dat het heremieten-bestaan door Rome officieel weer werd toegestaan, stond haar besluit vast. Dit was de weg die ze wilde gaan. Er volgde eerst een tijd van omzwervingen, op zoek naar een juist plek.

New Age
Ze verbleef onder andere enige maanden bij Darah Molloy's, een op Keltisch-christelijke grondslag geïnspireerde gemeenschap op de onherbergzame Aran-eilanden. Aanvankelijk voelde ze met hen wel enige geestverwantschap, maar uiteindelijk stoorde hun houding haar.

„Het zijn geen echte christenen", concludeert ze, „maar New-Age-aanhangers, verleid door de Satan. Ze aanbidden de natuur als God. In feite keren ze daarmee terug naar het voor-christelijke heidendom."

Na een moeizame overwintering aan de rand van Drummin in een geleende caravan kon ze van Staatbosbeheer met een bescheiden aanbetaling dit afgelegen huisje aan de voet van Groag Patrick kopen. Binnen een jaar moet dan wel het resterende bedrag op tafel komen. Voor Irene was het ook erg belangrijk dat haar roeping werd erkend door de kerk.

De aartsbisschop van Tuam wilde er aanvankelijk niet aan, maar na herhaaldelijk aandringen van haar kant -met artikel 603 in de hand- stemde hij erin toe haar, als eerste in het land, officieel de Gelofte van Kluizenaars te laten afleggen in een plechtige kerkdienst.

Ze kreeg van hem toen ook de monstrans mee, die, zolang er nog geen kapel voor beschikbaar is, bewaard wordt in een met doeken afgeschermde hoek van haar woon- en slaapkamer. De enige ruimte die een nog een beetje droog en warm is te stoken. Gelukkig heeft ze een flinke voorraad turf.

Gebed
Een complete wand wordt gevuld met een reusachtige boekenkast die tot het plafond reikt, met titels over de meest uiteenlopende heiligen en mystici, van de door haar zo geliefde woestijnvaders tot meester Eckehart, en van Thomas Merton tot de monniken van Athos. „Bij mijn ouders in Dublin staan nog een hoop boeken", zegt ze. „Telkens als mijn moeder op bezoek komt, neemt ze weer een doos mee hierheen."

Ze heeft haar hermitage genoemd naar de berg Thabor. Het gebed staat centraal in Irenes leven. Tijdens het bidden voelt ze zich verbonden met anderen in de wereld die in kloosters of daarbuiten op dezelfde tijdstippen bidden voor het heil van de mensheid.

Vooral 's nachts, als de wereld slaapt en zij opstaat om urenlang te bidden. „Het is wel vaak een hele strijd om op te staan om vier uur 's ochtends", geeft ze toe. „Maar gebed is heel hard nodig in een wereld waar iedere dag zoveel zonden worden begaan. We kunnen niet zonder God, we hebben Hem nodig voor alles."

Bewonderaars
„De meeste mensen hebben nogal een romantisch beeld van het leven van een kluizenaar", legt ze uit. „In werkelijkheid is het erg moeilijk. Je leeft in een voortdurende confrontatie met jezelf. Ik maak soms lange periodes van eenzaamheid door, en ik kan niet uitleggen waardoor of waarom. Geen menselijke aanwezigheid kan die eenzaamheid wegnemen.

Dan lig ik 's nachts wakker en huil ik de hele dag. Dan loop ik buiten rond het huis en de cellen, die in aanbouw zijn. Alles lijkt dan een droom, een spelletje, als van een kind dat kastelen van zand maakt. Dan komen er bezoekers. Bewonderaars, die me komen vertellen hoe geweldig ik wel niet ben. Ze zien me als een heilige. Daar wordt mijn eenzaamheid alleen nog maar groter van.

Ze bedoelen het goed natuurlijk, maar ze hebben gewoon geen idee. Of sceptici die me altijd hetzelfde vragen: Wat ik doe de hele dag en waarom ik niet gewoon werk, zoals ieder ander. Ik zeg dan: Wat ik doe, is mezelf aan God geven."

Brieven
Dagelijks krijgt ze brieven van mensen die vragen om haar gebed of advies bij hun levensproblemen. Opvallend veel mannen met huwelijksmoeilijkheden, vindt ze. En soms ook ellenlange brieven van geestelijk ontspoorde lieden, waar ze geen touw aan kan vastknopen.

Trouw beantwoordt ze elke brief die haar bereikt zo goed mogelijk. Irene vraagt me of ik er deze keer ook een paar voor mijn rekening wil nemen. „Ze merken er toch niks van en jij kunt het net zo goed als ik. Schrijf maar gewoon wat in je opkomt."

Er komen ook wel 's giften binnen, met name sinds de BBC een documentaire over haar leven uitzond. Het is allemaal reuze welkom, want geld heeft ze niet veel. ledere penny gaat op in haar project. Naast de bijstand van staatswege heeft ze bescheiden inkomsten van ikonen en zelfontworpen religieuze wenskaarten die ze op een handpersje drukt.

Uitbreiding
Ze hoopt de hermitage uit te breiden met moderne kluizenaarscellen voor uiteindelijk 12 tot 14 vrouwelijke mede-heremieten, die behalve de gezamenlijke eucharistievieringen in volkomen afzondering van elkaar leven.

„Met als doel in de traditie van de woestijnvaders van het vroege christendom een leven van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid te wijden aan voortdurend gebed." Enkele cellen wil ze open stellen voor mensen die om geestelijk bij te komen zich slechts voor beperkte tijd willen "terugtrekken in de woestijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.