+ Meer informatie

Op surveillance

3 minuten leestijd

De eerste dag als "gediplomeerde" politieagent vergeet je niet snel. Een op het troittoir geparkeerd staande auto is het "haasje". Met een ernstig gezicht, mét de pet op het hoofd, stap ik uit de politieauto om daar, ten aanschouwe van Jan en Alleman, dit ernstige feit te bestraffen. Een uur later ben ik als eerste ter plaatse bij een verkeersongeluk. Een man van middelbare leeftijd is niet opgemerkt door een afslaande personenauto. Het slachtoffer heeft een gebroken been. Ik ben zo met zijn lot begaan, dat ik vergeet om zijn naam en adres te noteren.
De tweede dag wordt het allemaal wat ernstiger. Er gebeurt iets wat de landelijke pers haalt. Twee mannen plegen een overval op een postkantoor. Mijn collega's rijden op het moment dat het overvalalarm de politiemeldkamer bereikt om de hoek van de straat waar het postkantoor is gevestigd. Als zij met de politieauto de straat in rijden zien ze twee gemaskerde mannen in een auto springen. Onmiddellijk wordt de achtervolging ingezet. Nauwelijks zijn ze een straat verder of een van de overvallers gaat rechtop staan in de vluchtauto. Hij komt met zijn romp uit het open dak. De collega's die met een vaartje van 70 kilometer per uur door de straten van de stad racen, zien tot hun verbijstering dat de overvaller een lang geweer aan de schouder brengt en op hen richt. Met piepende banden komt de politieauto tot stilstand. Achteraf blijkt dat het wapen van de misdadiger geweigerd had. Wellicht was het heel anders afgelopen als de man daadwerkelijk had kunnen schieten. Op redelijke afstand blijven de agenten de vluchtauto volgen. Door een ijlings opgeroepen arrestatieteam wordt de auto een kilometer verder onderschept en de boeven worden ingerekend. De agenten die de achtervolging hebben ingezet, komen even later met bleke gezichtjes aan het bureau. Hoewel ik zelf niet op straat was en een en ander via de mobilofoon op het bureau gevolgd heb, voel ik mij door het hele gebeuren behoorlijk gespannen. Dit stond zo toch niet in de wervingsfolder?
De volgende dag wordt het er niet beter op. Twee collega's, onder wie een wat oudere, doorgewinterde rot in het vak, willen een bestuurder van een bromfiets een bekeuring geven. De man vindt dat echter maar kinderachtig en wil zijn naam niet geven. Tja, dan blijft er maar één mogelijkheid over: hij zal mee moeten naar het bureau. Kijk, en daar had die bromfietser nu net geen tijd voor. Het werd een kloppartij van jewelste. Er moest assistentie worden verleend om de man in de boeien te slaan en over te brengen naar het bureau. Als het hele gezelschap op het bureau arriveert, mag ik de deur openhouden. Er rolt een kluwen gillende en snuivende agenten over de drempel. Als de man, die inmiddels de nodige builen, schrammen en een paar blauwe ogen heeft opgelopen, in de cel is opgeborgen, zie ik de twee collega's zo ongeveer in hun hemd staan. Alle overhemdknoopjes zijn op de openbare weg achtergebleven. Mensenkinderen, waar ben ik in terechtgekomen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.