+ Meer informatie

UIT DE PRAKTIJK

7 minuten leestijd

34

Vanavond zullen wij niet veel behoeven te spreken, want waar wij nu op tezoek gaan, die man is zo maar niet uitgepraat, zo sprak onze ambtsbroeder, toen wij eens op weg varen voor huisbezoek. Nu ja, laten we dan ook sens een gemakkelijke avond hebben, was ons antvoord, als het dan mag gaan over het werk en de biding des Heeren dan zou het ons zeer verblijden ik heb die man nooit ontmoet, het schijnt dat u hem meer gesproken hebt. Ja dat heb ik, kijk mtar niet vreemd op als je een stroom van woorden hoort, en veel tranen ziet vloeien, hij is zeer jjemoedelijk aangelegd maar ik weet niet wat ik van die man denken moet, je weet hij is een trouw Avondmaalganger en sommigen spreken met grote achting over hem. Alzo sprekende kwamen wij aan zijn woning, en werden vriendelijk ontvangen; het gehele gezin was aanwezig, ook de grotere kinderen. Dit vindt men tegenwoordig niet overal. Veelal wordt er een oorzaak gevonden voor de afwezigheid van de rijpere jeugd.

Met enkele inleidende woorden kwam het gesprek op gang, en kregen wij een verhaal te horen van ’s mans levensloop, en inderdaad ging dat met veel tranen gepaard. In zijn jeugd heeft hij veel omgang gehad met mensen waar over het Woord en de wegen des Heeren gesproken werd, en dus heeft hij veel gehoord en gezien van het volk van God; dit bleek ook uit zijn spreken, daar hij bij Godsvolk gebruikelijke woorden veel bezigde. Volgens zijn verhaal heeft hij veel in moeilijke omstandigheden verkeerd, en ellende is hem niet bespaard gebleven, maar het waren meestal tijdelijke zaken, die de oorzaken waren van zijn moeilijkheden; wij konden niet opmerken dat hier gesproken werd over een bizonder werk des Heeren; de man zelf geloofde dat het wel goed met hem stond; hoe meer hij sprak, hoe minder we het konden overnemen, telkens bleef het staan waar het eigenlijk door moest gaan, en daar wij in ons zelven zeer duister zijn, en gedurig een gemis „aanvoelden” in hetgeen ons verteld werd, zuchtten we in onszelve, of we enig licht mochten ontvangen, want het werd benauwd van binnen, en dat ging gepaard met schuldgevoelens over onze onkunde in geestelijke zaken; men is enerzijds bang om een werk dat uit God zou kunnen zijn aan te raken, en anderszijds door te zwijgen het nabijkomende te steunen; een door God aangeraakte ziel staat naar waarheid en oprechtheid.

Het was inmiddels al meer dan een uur lang, dat we de man hadden aangehoord, en de woordenstroom af te breken viel niet mee, hoewel we het al een paar keren hadden geprobeerd; derhalve verzochten wij hem of wij ook iets vragen mochten; en daar kregen we de gelegenheid toe. Kijk eens vriend, we hebben U nu ruim een uur lang aangehoord, U hebt ons veel verteld. U hebt in allerlei ellende verkeerd; die ellende is menigmaal overgegaan, maar waar heeft dit alles U gebracht? Is U er mee voor God gekomen als een doemwaardig zondaar, want daar alleen kan men het kwijt?

Na een weinig gezwegen te hebben zeide hij: Nee mensen, zover is het niet gekomen, aan die zaak heb ik geen kennis. Door dit korte antwoord werden wij gewaar hetgeen ons de hele avond niet duidelijk was geworden; met alles niet gekomen op de plaats waar men wezen moet zal het wel met ons zijn.

Vanzelf zijn we wat verder met de man gaan praten, en toen bleek ons dat de man van geen begin noch eerdjds wist te spreken. Het maakt in een ontdekte ziel toch menigmaal de strijd uit, of het begin uit God is, of, dat wij zelf maar zijn gaan lopen. Daar zijn tijden in het leven, dat men daar zo over aangevallen wordt, en dat kan zo heet uitgaan; hoe menigmaal word je ingefluisterd: is het maar geen inbeelding, of heb je het zelf niet uitgedacht, want als God een werk in het hart verricht, dan wordt het bestreden, reken daar maar op; maar wat wordt het dan een weldaad en tot bevestiging als de Heere daarover opstaat, en uit deze benauwdheid verlost, en men geloven mag, dat de Heere de Eerste is geweest; dan wordt het weer nieuw en waar.


Ontmoetings dag

VAN VRIENDEN VAN BEWAAR HET PAND

D.V. zaterdag 21 augustus 1971 in het kerkgebouw van de CHR. GEREF. KERK TE ZWOLLE, Thorbeckegracht 37

Aanvang: nnorgensamenkomst 10.30 uur

Opening: Ds G. Blom

Spreker: Ds H. C. van der Ent Onderwerp; Jeugd en Woord

Sluiting: Ds P. Beekhuis

PAUZE

Aanvang: nniddagsamenkomst 14.00 uur

Opening: Ds M. S. Roos

Spreker: Ds H, van Leeuwen Onderwerp: Belijden en beleven

Sluiting: Ds R. Kok

Allen welkom!


We hebben de man voorgesteld hoe een mens kan leven onder overtuigingen, en hoe zwaar en moeilijk men het daar onder hebben kan, maar ook hoe gevaarlijk het is om alleen op een overtuiging te bouwen, de Heere toch maakt Zich vrij, en wel bizonder van een kerkmens die onder de Waarheid mag verkeren; hoe velen hebben wel een klap van de Wet gehad, maar zijn niet tot de Heere bekeerd; daarom vriend kijk alles maar eens na. U sprak zo even over Christus maar hebt u hem wel nodig? Hij is de grootste verborgenheid, die zeker niet te grijpen is maar als het Godsgeschenk geschonken wordt aan een doemwaardig zondaar, en wat zullen wij met Jezus doen, als we ons zelven nog redden kunnen, dan is er geen noodzaak toe. En dit heeft ook betrekking op ons ten Avondmaal gaan; daartoe is toch niet minder nodig dan dat men enige kennis heeft ontvangen van een geopenbaarde Heere Jezus. Mogen wij U vragen waarom U gebruik maakt van de Tafel des Heeren, is daar ook een bizondere oorzaak voor, daar moet toch enige betrekking zijn tot de Persoon die nodigt? Hoe is het de eerste maal gegaan toen U mede aanzat? Ja, die eerste maal; ik weet het eigenlijk zelf niet; ik voelde een drang in mij, maar ik weet niet wat het was, en als ik later de Tafel zag aangericht dan durfde ik niet op mijn plaats te blijven, ik zou er geen vrede mee hebben.

Daar we niet kregen te horen waar het op aan komt, hebben we hem voorgesteld wat toch wel gekend moet worden zal men ten Avondmaal kunnen en mogen gaan; er zal toch enige kennis moeten zijn van die Gezegende Persoon die het Heilig Avondmaal heeft ingesteld; hier mag ook van gelden: onbekend maakt onbemind; heeft men de Heere Jezus niet nodig voor eigen hart en leven, hoe zal men dan gedachtenis stichten van Zijn lijden en sterven. De Heere heeft het Sacrament ingesteld tot versterking van het geloof; als men wezenlijk geen geloof heeft, hoe zal het dan versterkt kunnen worden? Ook in deze zaak hebben we hem geraden om te onderzoeken of deze zaken wel recht zijn en grond hebben, opdat we niet ons zelven zouden bedriegen voor de eeuwigheid.

Toen we huiswaarts keerden, bespraken we hetgeen we deze avond gehoord hadden. We zeiden tot elkander: hoe is het mogelijk, dat men zovele jaren onder een onderscheidende prediking opgaat, en zulk een verkeerde opvatting heeft van hetgeen gekend moet worden tot zaligheid; hoe ver kan het in deze ook gaan, en toch missen wat zo noodzakelijk is. Hoe nodig te onderzoeken of deze dingen uit God zijn, opdat men niet bouwe op een zandgrond, die niet houdbaar is voor de eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.