+ Meer informatie

„Nare" herinneringen aan het jaar 1974

Voorzitter Landbouwschap

3 minuten leestijd

DEN HAAG — In zijn nieuwjaarsrede heeft ir. C. S. Knottnerus. voorzittervan het Landbouwschap, gisteren gewezen op het uitzonderlijke jaar 1974,waaraan velen „nare" herinneringen zullen overhouden. De heer Knottnerus noemde de miserabele prijsontwikkeling in de vleessector, de voorthollendeinflatie, de zeer moeilijke ontwikkelingen in de EEG, de energiecrisis en deuitzonderlijke weersomstandigheden.

Hij was er blij mee, dat, ondanks de problemen in de EEG, het vrije goederenverkeer grotendeels gehandhaafd bleef. Dat een goed werkende markt voor de Nederlandse land- en tuinbouw van grote betekenis is blijkt opnieuw uit de geldwaarde van de agrarische uitvoer, die in 1974 tot boven de 17 miljard gulden steeg. Toch heeft de landbouw in het afgelopen jaar de ene klap na de andere moeten opvangen. Behalve de reeds eerder vermelde narigheden noemde de heer Knottnerus nu ook het verdwijnen van de revaluatiecompensatie.

De bruto-produktiewaarde in guldens van de land- en tuinbouw kon op hetzelfde peil blijven als het voorgaande jaar, maar door de enorme kostenstijgingen daalde het arbeidsinkomen, terwijl de koopkracht van de gulden ook nog met 10 procent daalde. Voor het tweede achtereenvolgende jaar ging het inkomen in de landbouw ten opzichte van het gemiddelde Nederlandse inkomen achteruit. In het oogstjaar 1972 was het nog 105 procent van dat gemiddelde inkomen, in 1973 en 1974 was het tot resp. 85 en 67 procent gedaald.

Ir. Knottnerus herinnerde aan de onrust onder de agrarische bevolking in het afgelopen jaar en aan het bedrag van ƒ 115 miljoen waarmee de Nederlandse regering, na de massale bijeenkomst in het Galgewaard-stadion in Utrecht, over de brug kwam. Dat bedrag is de afgelopen weken uitgekeerd in de vorm van toeslagen, terwijl het landbouwschap een uitkering via de BTW had willen hebben. Allerlei klachten over de toeslagregeling moet men nu niet bij het landbouwschap indienen, waarschuwde de voorzitter, want ze ihoren thuis bij het ministerie van landbouw.

Voor de tussentijdse verhoging van de EEG-landbouwprijzen had voorzitter Knottnerus wel waardering. maar hij vond ook dat ze te laat van kracht is geworden omdat vele produkten al waren verkocht.

1975
Het herstel van een verbrokkelde Euromarkt. zo meende ir. Knottnerus. zal in 1975 met alle kracht ter hand moeten worden genomen. Nationaal is een verbetering van de fiscale en sociale positie van de zelfstandige ondernemer nodig.
Het landbouwbeleid zal moeten worden verbeterd en aangepast aan de gewijzigde omstandigheden. De vraag rijst of voor bepaalde groepen agrariërs verdere aanvullende maatregelen genomen moeten worden en een andere vraag is of de schaalvergroting niet te snel gaat. Voor de financiering van een goed en moder bedrijf zal de agrarische ondernemer meer eigen vermogen kunnen vormen. Speciaal voor jonge agrariërs worden door het financieringsprobleem afgeschrikt. Hun vraagstukken zijn nu in studie bij een breed samengestelde commissie van het landbouwschap. Ir. Knottnerus rekende erop dat deze commissie spoedig in een rapport concrete maatregelen zal voorstellen. Bij de minister van Landbouw, de Tweede Kamer en de Europese commissie lijkt de politieke wil om iets te doen aanwezig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.