+ Meer informatie

Onweersbui komt nooit terug, al lijkt dat soms wel zo

2 minuten leestijd

In de zeer warme zomermaanden die we achter de rug hebben, kwamen regelmatig onweersbuien voor. De buien waren plaatsehjk zwaar (niet ongewoon bij warm weer) en hielden soms lang aan. "Wanneer een onweersbui enkele uren aanhoudt, hoor je niet zelden beweren: „De bui trok eerst over ons heen, maar kwam later weer terug." Ik zal een poging doen dit wijdverbreide misverstand recht te zetten.

Onweer komt in de zomermaanden vaker voor dan 's winters. Toch is het niet zo dat onweer uitsluitend bij warm weer voorkomt. Juli 1987 begon met enkele weken van warm zomerweer, waarna een fikse terugval in temperatuur optrad, waarbij het vrijwel dagelijks onweerde. Een zelfde terugval met fi-equent onweer kwam ook voor in juni 1980. In de grafiek is het maximale aantal onweersdagen per kalendermaand in Nieuw-Lekkerland gegeven. Over geheel Nederland zullen deze maxima hoger uitvallen, vooral in de zomermaanden.

Hoogtestroming
In het vorige artikel heb ik al terloops opgemerkt dat onweersbuien gewoonlijk met de hoogtestroming meetrekken. En daarmee is het misverstand feitelijk al de wereld uit. De weersystemen op grotere hoogte veranderen soms weken achtereen nauwelijks van plaats. In een situatie waarbij onweer ontstaat is de hoogtestroming vaak zuidelijk tot zuidwestelijk. Wanneer nu de buien meetrekken in deze stroming, maken ze niet plotseling rechtsomkeert.

Toch terug?
Een warme zomeravond. De bewolking begint geleidelijk toe te nemen en in de verte begint het te weerlichten en te rommelen. Langzaam komt de bui dichterbij en wanneer het donker is geworden licht het onophoudelijk en komen zware onweersklappen voor. Dan neemt de bui in intensiteit af, maar na een uur onweert het weer onophoudelijk en zet de regen ook weer in. U zegt: „Ziet u wel, daar komt de bui weer!" Hoewel dit inderdaad zo lijkt, is het toch niet zo. Die eerste bui is naar het noorden weggetrokken, en mogelijk bestaat die bui zelfs niet meer, want de levensduur van buien is hoogstens enkele uren. Als het dus langer dan een paar uur onweert, ontstaan er steeds weer nieuwe buiencellen, die ook weer met de hoogtestroming de vorige bui achterna trekken.

Geen buitenboordmotor
Iemand met wat meer oplettendheid werpt misschien nog tegen dat bij de eerste bui het lichten in het zuiden begon, en bij de tweede bui in het noorden. Dat kan inderdaad zo lijken, maar elektrische activiteit in een bui is altijd grillig verdeeld. Met een eenvoudige bliksemteller is dit na te gaan. Op plaatsen dichtbij elkaar gelegen komen soms grote verschillen voor. Het is dus maar net waar de elektrische activiteit van de bui het grootst is. Mijn weerkundige voorganger in Terdege -wijlen de heer Pelleboerplacht nogal plastisch te zeggen: „Buien hebben nu eenmaal geen buitenboordmotor." En hoewel die spreekwijze discutabel is, voeg ik eraan toe: „Zo is het maar net!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.