+ Meer informatie

GEVEN VOOR LEVEN

Orgaandonatie: een levensreddend geschenk

7 minuten leestijd

Tijdens haar werk als verpleegkundige overkwam haar die plotselinge ramp. Als een te sterk opgepompte fietsband knapte één van de slagaders in haar hoofd. Met spoed werd zij geopereerd, maar haar hersenen waren al zodanig beschadigd dat zij in coma was geraakt. Hersendood constateerden de artsen. Slechts 25 jaar oud mocht ze worden. Maanden later vernamen haar ouders hoe de uitgenomen organen van hun dochter het leven hadden gered van een aantal patiënten die al geruime tijd op de wachtlijst voor een donororgaan stonden. Haar geven betekende voor anderen het leven!

DONORREGISTRATIE

Elke Nederlander van 12 jaar of ouder kan zich laten registreren in het landelijke donorregister. Deze mogelijkheid tot registratie is een gevolg van de invoering van de Wet op de orgaandonatie (Wod) in 1998. Wie 18 jaar is geworden en zijn keuze nog niet heeft laten vastleggen, ontvangt het daarop volgend jaar automatisch een brief met het verzoek van deze registratiemogelijkheid gebruik te maken. Landelijk staan op dit moment bijna 5,8 miljoen Nederlanders (29%) in dit donorregister ingeschreven. Daarvan zijn er 3,5 miljoen bereid om donor te worden. Ruim 1,5 miljoen Nederlanders hebben laten registreren dat zij bezwaar hebben hun organen na hun overlijden te doneren. (31 juli 2014)

TEKORT AAN DONOREN

Er is daarom in Nederland een groot tekort aan donoren. Er sterven elk jaar honderden mensen omdat niet tijdig een vervangend orgaan voor hen beschikbaar is. Op de wachtlijst die wordt bijgehouden door Eurotransplant in Leiden staan mo 1039 Nederlanders als ontvanger geregistreerd. Daartegenover staan 706 overledenen die in 2013 hun organen voor donatie beschikbaar hebben gesteld. (1 augustus 2014)

Het aantal beschikbare organen zou aanzienlijk groter kunnen zijn als meer Nederlanders zich zouden laten registreren als orgaandonor. Het zou ook toenemen als familieleden van overledenen toestemming zouden geven voor donatie. In bijna 70% van de gevallen blijft orgaandonatie achterwege omdat nabestaanden bezwaar maken.

De Coördinatiegroep Orgaandonatie (CGOD) dringt al jaren bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan op een ander systeem van orgaanregistratie: het zogenaamde ‘geen bezwaarsysteem’. In principe is dan iedere Nederlander donor, tenzij hij of zij daar bezwaar tegen maakt.

TERUGHOUDENHEID

Vanwaar dan die terughoudendheid van Nederlanders om zich te laten registreren als orgaandonor?

Ik denk dat er verschillende oorzaken zijn aan te geven:

• Allereerst is er het aspect van de vrijblijvendheid. Immers, in het huidige systeem wordt niemand verplicht om zich te laten registreren. Het is zelfs de vraag of het moreel en juridisch geoorloofd is om mensen deze verplichting tot registratie op te leggen. Daardoor blijft het donorregistratieformulier oningevuld in de la liggen of verdwijnt het uiteindelijk in de papiercontainer.

• Het is heel menselijk en ook te begrijpen dat niemand graag geconfronteerd wil worden met de eindigheid van zijn aardse leven. Hoewel er de laatste jaren veel meer openheid is gekomen en het taboe van het zwijgen over de dood is doorbroken, is het nadenken over het eigen levenseinde voor velen toch te ingrijpend en te confronterend. Dat schuif je toch het liefst zo ver mogelijk voor je uit?

• Daarom leggen velen de verantwoordelijkheid voor wat er met het lichaam van een overledene moet gebeuren in handen van de naaste familie. O ja, er zijn steeds meer mogelijkheden om je wensen voor een persoonlijke uitvaart al bij je leven vast te leggen in b.v. een scenario. En gelukkig maken velen daar dankbaar gebruik van. Maar over een eventuele donatie van organen moeten de nabestaanden maar beslissen. Begrijpelijk dat de naaste familieleden deze emotionele verantwoordelijkheid - in de gegeven situatie van een (plotseling) overlijden - veel te zwaar en te belastend vinden. Zij kunnen en willen die verantwoordelijk niet dragen en geven daarom maar geen toestemming voor donatie van organen.

• Wantrouwen en angst weerhouden velen ervan om hun donorcodicil in te vullen. Zullen artsen en verpleegkundigen wel hun uiterste best voor mij doen als ik door bijvoorbeeld door een ongeval ernstig gewond raak en op de intensive care verpleegd moet worden of hebben zij alleen maar belangstelling voor mijn organen?

• Terughoudendheid heeft mijns inziens ook te maken met een gebrek aan goede begeleiding. Wie helpt mij om een verantwoorde afweging te maken? Hoe denkt mijn kerk of levensovertuiging eigenlijk over orgaandonatie? Ik denk dat predikanten en andere ambtsdragers bij het maken van een goede keuze een belangrijke rol kunnen spelen. Zij kunnen in het pastoraat aan gemeenteleden de vragen rondom orgaandonatie bespreekbaar maken. Bovendien zouden zij in de begeleiding van familieleden van overledenen een bemiddelende rol kunnen spelen. De dikwijls onverwachte vraag om orgaandonatie door de behandelende arts of transplantatieverpleegkundige kan dan in alle rust met een eigen vertrouwenspersoon besproken en overwogen worden.

NAASTENLIEFDE

‘Te weinig christenen zijn orgaandonor’ heeft het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) geconstateerd. Uit onderzoek van dit instituut is namelijk gebleken dat kerkmensen meestal geen besluit hebben genomen over het afstaan van hun organen. Veel christenen zijn terughoudend en hebben geen beslissing genomen over het al of niet beschikbaar stellen van hun organen na hun dood.

Uit onderzoek blijkt ook dat vrijwel alle - in de Nederlandse samenleving breed aanwezige - religies en levensbeschouwingen in principe niet afwijzend staan tegenover orgaan- en weefseldonatie. Zij beschouwen orgaandonatie als een daad van naastenliefde.

Over naastenliefde gesproken: in de Bijbel klinkt regelmatig de oproep om Jezus Christus na te volgen en daarbij de naaste liefte hebben als jezelf. Dat deze liefde en bewogenheid soms heel ver kunnen gaan zien we bij mensen als Mozes en David. Zij hebben hun leven aangeboden, om daarmee anderen te kunnen redden. Denk bovendien aan Jezus Christus. Hij gaf zijn leven en was zo de Redder van zondaren. Christenen zijn gered om te redden. Zij zijn geroepen om hun naaste liefte hebben als zichzelf. Terecht is de opdracht om de naaste lief te hebben een van de belangrijkste motieven voor orgaandonatie!

De enige tekst in de Bijbel die soms in verband gebracht wordt met het doneren van organen is Galaten 4:15. Paulus leed aan een oogaandoening (zijn doorn in het vlees?) en liet daarom zijn brieven grotendeels door anderen schrijven. De Galaten zouden hun eigen gezonde ogen wel hebben willen geven aan Paulus. ‘Als oogtransplantatie al mogelijk zou zijn geweest, zou Paulus er volgens die tekst geen bezwaar tegen hebben gehad’ - mw. dr. A.B.F. Hoek-van Kooten (in: Kerkblad voor het Noorden, 27/01/2007).

Dezelfde apostel maakt ons duidelijk dat ons lichaam niet van onszelf is. Het is een geschenk van God. Ook ons lichaam hebben we aan Hem te danken. Daarom wil Hij dat we verantwoord met ons lichaam zullen omgaan. Paulus schrijft dat we ons lichaam moeten stellen ‘tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer’ (Rom. 12:1). Met dat lichaam mogen we de HERE én de naaste een ‘offerdienst’ bewijzen. Wie daarom - na zijn dood - zijn organen doneert doet dat uiteindelijk uit liefde tot God en zijn naaste.

VOORWAARDEN

Maar orgaandonatie moet dan wel aan bepaalde voorwaarden voldoen:

• Bij het hanteren van criteria om bij iemand hersendood vast te stellen zal uiterste zorgvuldigheid moeten worden betracht.

• Donatie moet noodzakelijk zijn voor patiënten die wachten op een transplantatie. Vaak zal voor hen het ontvangen van een donororgaan levensreddend zijn.

• Er mogen geen experimenten uitgevoerd worden met organen of weefsels die uitgenomen worden.

• Op geen enkele manier mag er sprake zijn van fmancieel voordeel voor degene die zijn organen afstaat. Dit is ook vastgelegd in de Wet op de Orgaandonatie (1998); het zou in strijd zijn met het ‘gave-karakter’ van een donatie.

• Verder moet iedereen die het besluit neemt om orgaandonor te worden dit vrijwillig en zonder dwang kunnen nemen. De overheid kan orgaandonatie wel onder de aandacht brengen van haar burgers, maar hen daartoe niet dwingen.

• De wensen van de overledene dienen door de nabestaanden altijd gerespecteerd te worden. Hierbij zouden predikanten en andere ambtsdragers een begeleidende pastorale rol kunnen spelen.

• Niet alle organen komen in aanmerking voor orgaandonatie. Organen die onze ‘eigenheid’ bepalen, zoals hersenen en geslachtsorganen, moeten van donatie worden uitgesloten.

TENSLOTTE

Ook na het sterven dienen we eerbied te hebben voor ons lichaam. Maar het lichaam is stof dat vergaat, tot de dag van Christus’ wederkomst. In leven en in sterven mogen we, waar we kunnen, God en de naaste dienen. Orgaandonatie is een vrijwillige keuze waarbij de liefde tot de naaste het belangrijkste motief is. Een christen zal biddend een verantwoorde keuze willen maken. Hij mag zich daarbij laten leiden door het volgende woord van de HERE: ‘Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden’ (Jak. 1:5).

Ds. J.K.C. Kronenberg (1952) is emeritus-predikant van Haarlem en woont in Leeuwarden. In juli 2002 ontving hij – na een acuut lever- en nierfalen – een donorlever.

Aanbevolen literatuur:

Dr. W.H. Velema, Wet en Evangelie (Kampen 1987)

Ds. J.H. Velema, Veelvuldig vragen naar de weg, deel 5 (Kampen 1990)

Dr. R. Seldenrijk, Organen en weefsels op reis (Leiden 1993)

Drs. A.A. Teeuw, Wilt u donor zijn? (Heerenveen 1998)

Verder:

www.transplantatiestichting.nl, www.donorregister.nl, www.uitdekroonjespen.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.