+ Meer informatie

De betekenis van Waterink en zijn opvoedingsleer in onze tijd

9 minuten leestijd

„Hoe wij het vraagstuk van de pubers in deze tijd ook bezien, naar mijn mening is er geen enkele reden om op grond van hun gedrag aan de toekomst van de volgende generatie te wanhopen." Dit schreef prof. dr. J. Waterink aan het einde van zijn boek "Puberteit' '. Waterink werd geboren in 1890 en staat daarom plotseling weer volop in de belangstelling. Wie was deze gereformeerde predikant die vooral naam maakte als pedagoog?

Om wat meer van professor Waterink te weten te komen, pakken we een boek, dat nog niet lang geleden in de Kompasserie verscheen. Het is "De betekenis van Waterink in onze tijd", geschreven door drs. D. Vogelaar. ,,Jan Waterink werd in 1890, als zoon van een godsdienstonderwijzer, geboren in het Overijsselse Den Hulst (gemeente Nieuwleusen). Voor zijn gymnasiumopleiding moest hij naar Kampen, waar hij ook aan de Theologische school van de Gereformeerde Kerken zijn predikantsopleiding verkreeg. Tot zijn zesendertigste jaar was hij predikant, achtereenvolgens te Appelscha, Zutphen en Amsterdam. Aangespoord door enkele tuchtzaken in zijn eerste gemeente, verdiepte hij zich in de psychologie. Hij studeerde zelfs enige tijd psychologie aan de universiteit van Bonn. In zijn tweede gemeente kreeg hij de gelegenheid zijn theologische studie af te ronden met een promotie-onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De titel van zijn proefschrift luidde: Plaats en methode van de ambtelijke vakken." De jonge predikant had vooral veel belangstelling voor het geloofsonderricht aan jongeren, en tijdens zijn predikantsperiode schreef hij een catechisatiemethode: Ons catechisatieboek.

Vernieuwend
In 1926 werd Waterink buitengewoon hoogleraar, en in 1929 gewoon hoogleraar in de pedagogiek, de pedologie en de toegepaste psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij was een creatieve wetenschapper, een populaire schrijver, een geliefd spreker, een ondernemende organisator en een vaderfiguur voor velen. Op het protestantse onderwijs, het jeugdwerk en het gezinsleven had hij grote en vernieuwende invloed. De opvoedingspraktijk in gezin, school en kerk kreeg van hem de volle aandacht. Hij richtte het "Laboratorium voor Pedologie" op en in het "Pedologisch Instituut" werden kinderen met leer- en gedragsproblemen geobserveerd en werden behandelingstherapieën ontwikkeld. Waterink was een gevierd opvoeder, vanwege zijn mensenkennis, zijn rake intuïties, en zijn bruikbare adviezen. Onderwijzers en ouders uit alle lagen van de bevolking (tot en met het koninklijk huis) deden een beroep op Waterinks deskundigheid. In het door hem opgerichte oudertijdschrift "Moeder" vinden we van zijn hand vele artikelen, waarin allerlei problemen besproken worden en ouders inzake de opvoeding van hun kinderen goede raad aangereikt krijgen.

Puberteit
Ik zou graag een gedeelte van een artikel overnemen ter illustratie van Waterinks praktische raadgevingen. Helaas is daar geen ruimte voor. Wel wil ik het een en ander citeren uit het boek "Puberteit - de psychologie van de jonge mens in de rijpingsjaren".,,Pubers hebben bij de opvoeding thans meer dan ooit behoefte aan een duidelijk, scherp omschreven inhoud van die normen, die voor hen onmisbaar zijn, en om welker beleving zij eigenlijk ook permanent worstelen. Wanneer de opvoeder zorgt met volle verantwoordelijkheid zich te stellen achter datgene wat de jeugd vraagt, zal hij ontdekken, dat er waardering is voor elk pogen om op begrijpelijke wijze de religieuze en de zedelijke normen des levens aan het volgende geslacht over te dragen (...) Levensovertuiging willen zij ervaren als realiteit waarvoor zij staan. De jeugd worstelt dikwijls met zichzelf en tegen zichzelf en maakt daardoor zo dikwijls de indruk, ook te worstelen tegen het leven en te worstelen tegen God. (...) Niet alleen de naïeve voorstellingsvorm wordt object van twijfel, maar ook hetgeen men zich voorstelde wordt nu een grote vraag. Niet alleen de voorstelling van God, maar ook God Zelf begint object van twijfel te worden. (...) Het kritisch gaan staan tegenover mensen en dingen werkt nu veelszins als een gevaarlijke factor mede. Dominees en ouderlingen, onderwijzers en leiders, ja zelfs vader en moeder, oudere broers en zusters vallen in deze tijd van het voetstuk waarop de kinderlijke verbeelding ze had geplaatst. (...) Heel veel onverschillige woorden, heel veel zinnen vol ruwe hardheid worden er gesproken, die toch in de diepste grond niets anders zijn dan kritiek die ingebracht wordt, dan klachten die geuit worden over het feit dat zij zelf nog niet vinden datgene, wat zij zo graag zouden gevonden hebben."

Beginselpcdagogick
In 1962 nam de zeventigjarige professor Waterink —na een vijfendertigjarig hoogleraarschap— afscheid van de Vrije Universiteit. Hij kon terugzien op een zeer vruchtbaar leven en na zijn dood in 1966 schreef zijn opvolger, prof. dr. G. Wielenga dan ook terecht; ,,Zeer velen hebben zeer veel aan deze éne man, deze oprechte christen, te danken gehad!" Toch komt de naam van professor Waterink niet meer voor in de moderne handboeken van de pedagogiek. Dat is ook geen wonder, want de beginselpedagogiek, de opvoeding die uitgaat van vaste normen en onveranderlijke beginselen, doet het niet meer in deze tijd. Waarom besteden we toch aandacht aan het leven en werk van professor Waterink? Wel, omdat de inzichten van deze man voor opvoeding en onderwijs in de gereformeerde gezindte zeker nog betekenis kunnen hebben. Daar gaat het boek van drs. D. Vogelaar dan ook over. Als we bezig zijn met opvoeding, dan gebeurt er erg veel intuïtief: ons gevoel wijst ons de weg. Toch moeten we ook nadenken over onze opvoedingstaak. Gods Woord vraagt van ons dat wij onze kinderen zullen opvoeden in de vreze des Heeren. Maar hoe moeten we dat doen?

Wedergeboorte
Nu is het helaas zo, dat we Waterinks beginselpedagogiek niet kritiekloos over kunnen nemen. Waterink was een neo-calvinist, een volgeling van dr. A. Kuyper en dat betekent dat we in de opvoeding behalve overeenstemming met gezinspedagogen als ds. Koelman, Wittewrongel en Teellinck, ook verschilpunten aan zullen treffen. De leer van de veronderstelde wedergeboorte kleurt het denken van professor Waterink. Vogelaar:,, Wie veronderstelt, dat hij of zij zelf als wedergeboren christenopvoeder bezig is met het opvoeden van verondersteld wedergeboren kinderen en jongeren, mist maar al te veel in de praktijk van de opvoeding het diepe besef dat hij of zij zonder God niets kan doen, dus ook niet kan opvoeden. Hij of zij mist eveneens ten diepste het besef dat de opvoeding in en tot de vreze des Heeren van nature afstuit op het boos en onbekeerlijk hart van het kind en de jongere. Kortom, de (bijna) vanzelfsprekende wedergeboorte verdraagt zich slecht met een sterk afhankelijkheidsbesef. Vervolgens ligt het ook voor de hand dat reeds verloste christenen alle tijd en aandacht hebben voor de taak en roeping in dit leven. Het tegenwoordige leven staat dan veel minder onder de spanning van het "voor- en toebereid' ' worden voor de eeuwigheid."

Dichterbij
Wat hebben we dan aan Waterinks bijbelse opvoedingsleer? De neo-calvinistische Waterink staat veel dichter bij ons dan de pedagogen van tegenwoordig. Als we bewust willen opvoeden en onderwijzen naar bijbelse principes, dan kunnen we beter kritisch gebruik maken van de denkbeelden van Waterink, dan dat we klakkeloos allerlei moderne ideeën overnemen. Enkele denkbeelden zullen we noemen. Waterink vindt —en wij met hem- dat het zwaartepunt van de opvoeding bij de ouders ligt. Kinderen moeten worden verzorgd en opgevoed binnen het gezin. Opvoeden houdt in het overdragen van normen en waarden. Om dat te kunnen bereiken, is een geordend gezinsleven nodig. En waar vinden we dat? Binnen de gebondenheid van het christelijk huwelijk en met erkenning van het ouderlijke gezag. Ouders mogen gehoorzaamheid eisen van hun kinderen, zoals Gods Woord aangeeft. Zo gaat de ouderlijke zorg over de hele levensweg van het kind tot de volwassenheid toe. Maar opvoeding houdt nietO alleen verzorging in; opvoeding houdt zich ook bezig met de morele en maatschappelijke vorming -het is vooral gewetensvorming. Kinderen moeten in de maatschappelijke toekomst keuzes kunnen maken tussen goed en kwaad, en ze moeten als christenen leren te staan te midden van de sociale verbanden waarbinnen ze gesteld zijn. Daarbij mogen ouders dankbaar gebruik maken van de steun van de school. Zorg en verzorging komen als het goed is voort uit de christelijke liefde. Waarden en normen worden ontleend aan Gods liefdewet, en zo staat het geheel van de christelijke opvoeding dan ook niet los van God en godsdienst. De kern van de christelijke opvoeding wordt gevormd door de godsdienstige opvoeding. Deze en andere gedachten uit het werk van professor Waterink zouden kunnen dienen als bouwstenen voor een gereformeerde opvoedingsleer.

Onderwijs
Drs. Vogelaar gaat in zijn boek verder in op het schoolleven, op de verhouding tussen onderwijs en opvoeding, op de mogelijkheid of onmogelijkheid van een christelijke didactiek, op alleriei vakken in het onderwijs en dergelijke. Maar:,, Wie in de school nadenkt over de kern van zijn of haar taak, komt ontegenzeggelijk bij de opvoeding uit, komt daarbij dus ook uit bij het gezin.'' Waterink zag de school als veriengstuk van het gezin. Volgens drs. Vogelaar heeft de school echter een zekere eigen verantwoordelijkheid. School en gezin moeten wel levensbeschouwlijk een eenheid kunnen vormen, eikaars situatie kennen via onderling contact, en begrip en wederzijds respect hebben voor elkaar. Soms zijn er tegenvallende leerresultaten, die blijken samen te hangen met de opvoedingssituatie thuis. Wie kan echter opvoeden zoals het behoort te gebeuren? Niemand! Opvoeden is een onmogelijk werk... ,,De falende gezinsopvoeding blijkt -aldus drs. Vogelaar- samen te hangen met het afnemen van de krachtige invloed ("beslag van de Waarheid" wordt dit wel genoemd) van de gereformeerde levensovertuiging op de gewetens van mensen. Worden "gezag, liefde en trouw" ook in onze gezinnen niet steeds meer uitgeholde begrippen? Ook hierin gaat dus het levensbeschouwelijke fundament aan de pedagogische basis van het gezinsleven vooraf."

Fundament
,,Het losweken van een christelijk patroon van leven en denken begint vooral in de gezinnen en krijgt daar ook zijn beslag. Van Waterink kunnen we dit leren: de godsdienstige opvoeding mag en moet voorop worden gesteld! De volle breedte van de opvoeding ontvangt vanuit de godsdienstige opvoeding levenskracht en wordt van daaruit gewijd tot eer van God en dienst aan de naasten, zodat gesproken kan worden van een totale christelijke opvoeding. In levenswijze, in levenshouding en in levensbeginsel zal bij opvoeder en opvoedeling openbaar komen, of gebouwd wordt op hèt Fundament dat gelegd is: Jezus Christus! Het opvoeden in de vreze des Meeren, ook tot de vreze des Heeren, is ten diepste geen werk van mensen. Toch blijft de opdracht gelden: "Voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren!" Meer nog, ook de belofte blijft gelden: ,.Zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden.'' Zo eindigt drs. D. Vogelaar zijn boek:,,De betekenis van Waterink in onze tijd —het streven naar een gereformeerde opvoeding en onderwijskunde." Het boek is uitgegeven in de Kompasserie bij uitgeverij Den Hertog; het telt 133 pagina's en kost ƒ 19,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.