+ Meer informatie

Een Spaanse bijbelvertaler

Casiodoro de Reina

12 minuten leestijd

Leven, geloof en lijden van Casiodoro de Reina zijn onlosmakelijk verbonden met zijn arbeid als bijbelvertaler. De zogenaamde "Berebijbel" was de eerste complete gedrukte versie van de Heilige Schrift in het Spaans. Rechtstreeks vertaald uit de grondtalen. Helaas zijn er vandaag talloze Spanjaarden die deze Bijbel niet kennen. In Latijns-Amerika ligt dat anders. Daar is het levenswerk van Reina voor miljoenen de bron voor dagelijkse meditatie.

Vier eeuwen na zijn dood is het werk van Casiodoro de Reina nog steeds actueel en wordt het verkocht in aantallen die geen enkel Spaanstalig boek haalt: elk jaar ongeveer een miljoen. En dan hebben we het alleen nog maar over complete Bijbels.

Recent verscheen van de "Berebijbel", genoemd naar het handelsmerk van de eerste drukker, een grammaticale herziening, die werd verzorgd door drie rooms-katholieke bijbelkenners. Met recht presenteerden zij het werk als „een van de mooiste, maar ook minst bekende boeken uit onze literatuur. Met de uitgave ervan gaat de wens in vervulling om aan zowel de Spaanse taal als aan de cultuurgeschiedenis van ons land, een van de belangrijkste verloren schakels terug te geven.

Geboorte
Casiodoro de Reina wordt omstreeks het jaar 1520 geboren in Montemolin, een dorpje in het zuiden van de provincie Badajoz. In die tijd behoort het tot het noordelijk deel van het koninkrijk Sevilla. Op een ons onbekende datum trekt hij naar Sevilla, om er te gaan studeren aan de universiteit.

De opdracht voorin het exemplaar van zijn bijbelvertaling dat hij aan de universiteit van Bazel schonk, herinnert aan deze periode. „Casiodoro de Reina, Spanjaard, geboortig uit Sevilla en student aan de beroemde universiteit van die stad."

Later treffen we hem als monnik van de orde van Hiëronymus aan in het klooster van San Isidoro del Campo, dat niet ver van Sevilla ligt. Daar neemt hij met zijn landgenoot Cipriano de Valera en anderen het protestants geloof aan. In dit klooster is hij wellicht ook gaan nadenken over wat de grote passie van zijn leven zal worden: de vertaling, druk en verspreiding van de eerste complete Bijbel in het Spaans (Castiliaans).

Het is een veelomvattend werk, waarbij hij eerst hulp zal krijgen van Francisco de Enzinas en Juan Pérez de Pineda. Later van anderen, in het bijzonder van Cipriano de Valera. Vandaar dat deze oude bijbelvertaling bekend staat als de versie Reina-Valera. Door een betreurenswaardige fout is het werk eeuwenlang uitsluitend aan Valera toegeschreven, die echter de twééde druk bezorgde.

Symbolische verbranding
In 1557 ontvluchten Reina, Valera en andere monniken het klooster en trekken naar Genève. De hoop van de Inquisitie dat ze terug zullen keren, blijkt ijdel. Uiteindelijk wordt besloten hen in het openbaar symbolisch te verbranden.

In Genève ontmoet Casiodoro de Reina verscheidene van zijn vroegere kloostergenoten. Ook Juan Pérez de Pineda, die hij ongetwijfeld al in Sevilla heeft leren kennen. De onderlinge gesprekken van deze vluchtelingen heeft Pérez verwerkt in zijn Troostbrief (1560), een prachtig geschrift, dat tot troost zal worden voor allen die hebben geleden onder de religieuze onverdraagzaamheid in Spanje, de eeuwen door.

In Genève sluit Reina zich aan bij de Italiaanse gemeente. Omdat Juan Pérez lange tijd afwezig is, wordt hij al spoedig erkend als de voornaamste herder van deze kleine gemeenschap, die samenkomt in een kerk die Calvijn haar heeft afgestaan. Onomstreden is Reina niet. Jorge A. Gonzalez, een van zijn biografen, werpt daar het volgende licht op.

„Al direct na zijn aankomst in Genève verzette Casiodoro zich tegen de gangbare radicale stromingen van die tijd. Hij verweet de Justitie van Genève dat zij Michaël Servet had veroordeeld tot de marteldood op de brandstapel."

Nauwgezet
In Genève kan Reina zich ten volle aan het vertalen van de Bijbel wijden. Het resultaat verdient volgens Juan Guillén Torralba, kanunnik van de kathedraal van Sevilla en professor Oude Testament, tot op de dag van vandaag hoge waardering.

„Casiodoro de Reina had een buitengewoon grote kennis van het Hebreeuws. Hij had steeds drie versies van de grondtekst bij de hand. Zijn kennis van het Hebreeuws weerspiegelt zich in de vertalingen die hij geeft voor plaatsen die heel moeilijk zijn of waarvan de betekenis onzeker is. Zijn nauwgezetheid en trouw aan de originelen dwingen bewondering af. Ik ben ervan overtuigd dat het een man was met een diepe geestelijke kennis van de Heilige Schrift."

Andere bronnen die de Spaanse bijbelvertaler gebruikt zijn, naast de diverse Griekse teksten van het Nieuwe Testament, de Bijbel van Ferrara: de Spaanse versie van het Oude Testament gemaakt door uit Spanje verdreven Joden.

Verder de Latijnse vertaling van Santes Pagnino. Curieus genoeg moet hij zich bediend hebben van de editie die werd verzorgd door Servet. Het laatste deel van de "Berebijbel" (Jakobus tot Openbaring) is een aanpassing van de eerste Spaanse vertaling, gemaakt door Francisco de Enzinas.

Londen
Nadat Elizabeth I de Engelse troon heeft bestegen, keren verscheidene Engelsen die om religieuze redenen naar Genève zijn gevlucht, naar Londen terug. Een aantal ex-monniken uit San Isidoro del Campo, onder wie Casiodoro, volgt in 1558 hun voorbeeld.

In deze tijd zal het eerste literaire werk van Reina gedateerd moeten worden. Het is een soort belijdenis. Vermoedelijk heeft hij ervoor samengewerkt met Cipriano de Valera. Het werkje is diverse malen herdrukt. We geven één kenmerkend citaat.

„Nadat de Heere, alleen door Zijn barmhartigheid, ons deze grote weldaad bewezen heeft dat Hij ons oren gaf om Zijn stem te horen, opdat wij, gerekend zijnde tot het getal van Zijn kleine kudde, Hem zouden volgen als onze enige Herder, is er niets dat wij méér begeerd hebben, dan ons in het gezelschap te bevinden van hen aan wie Hij deze zelfde genade bewezen heeft."

In het begin kan Reina rekenen op financiële steun van Elizabeth I. Hij slaagt erin ook zijn ouders naar Engeland te halen. In 1560 trouwt hij met Ana León, weduwe van een Franse arts.

Zwerver
Gemakkelijk heeft Reina het in Londen niet. De Franse calvinisten blijven hem beschuldigen van sympathie voor Servet en van sodomie. Bovendien wordt hij systematisch achtervolgd door de diplomaten en spionnen van Filips II. Ten slotte verlaat hij Londen en reist naar het vasteland van Europa. Zijn vrouw volgt hem, verkleed als matroos.

Rusteloos zwerft de gewezen monnik door Frankrijk. Hij heeft veel moeilijkheden te overwinnen, ook op financieel gebied. Slechts doordat zijn vrouw Ana zich inzet als fijnnaaister, kunnen ze overleven. In die tijd schrijft Reina naar Parijs de enige brief die van hem in het Spaans bewaard gebleven is. Gericht aan Diego López, die hij een „zeer geliefde broeder in Christus" noemt.

In de brief geeft hij uitdrukking aan zijn zorgen over de pogingen van de vijanden om de verspreiding van Gods Woord te verhinderen. „Verder heb ik nu niets aan u te schrijven, dan u op het hart te binden eraan te denken dat u voor ons tot de Heere bidt. Hem in het bijzonder smeekt, dat ik in dit werk voorspoedig zal zijn tegen alle vijanden die zich aandienen. Want Hij weet dat wat wij met dit werk beogen en tot op heden beoogd hebben, niets anders is dan de verbreiding van de kennis van Hem en de troost van Zijn kerk."

Vijanden
Niet ten onrechte rept Casiodoro de Reina over vijanden. De archieven tonen nog steeds de afrekeningen van wat betaald werd aan spionnen van Filips II, die een prijs op het hoofd van Reina had gezet. Men blijkt nauwkeurig op de hoogte te zijn geweest van de activiteiten van de bijbelvertaler.

In de archieven van de Inquisitie zit een brief, tot op heden nooit uitgegeven, die is gericht aan alle inquisiteurs op het Spaanse vasteland, de eilanden en de Spaanse koloniën in Latijns Amerika.

De brief luidt: „Weleerwaarde heren. Wij hebben begrepen dat Casiodoro de Reina, een monnik die vroeger aan het klooster San Isidro Extramuros van Sevilla verbonden was en momenteel in Genua verkeert, een Bijbel in de landstaal het licht heeft doen zien. Het zou een zeer verderfelijke zaak zijn als dit boek onze landen binnenkwam. Daarom gelieve u, zodra u dit schrijven ontvangt, orders te geven om te beletten dat dit boek uw land binnenkomt."

Deze alarmkreet laat de Inquisitie al op 4 juni 1568 vanuit Madrid horen. Het zou nog vijftien maanden duren eer de Bijbel in de vertaling van Reina in Bazel van de drukpers zou komen, maar de vijanden hebben over deze Berebijbel het vonnis al uitgesproken!

Bazel, september 1569. Eindelijk houdt Casiodoro de gedrukte Berebijbel in zijn handen! Het werk is klaar, na twaalf jaren inspanning, reizen, ziektes, tegenslag en bijbaantjes. Reina heeft zelfs textiel en boeken aan de man gebracht om zijn vrouw en vijf kinderen in leven te kunnen houden. 

In een lange "Vermaning aan de Christelijke lezer" biedt hij ons zijn gezegende bijbelvertaling aan, met de bescheidenheid en standvastigheid die zijn hele leven kenmerkend voor hem zijn geweest.

„Als er fouten onzerzijds in dit werk aangetroffen worden (die zullen wij niet ontkennen, hoewel wij ze momenteel niet kennen), dat toch niemand het daarom verachte of belastere. Behalve Satan, wiens werk het is openlijk of onder vrome woorwendsels het goede te belasteren en alles te verderven wat in de wereld kan dienen tot bevordering van de eer van God en de zaligheid van de mensen.

Wij betuigen voor de Heere en al Zijn engelen dat wij met deze bijbelvertaling niets beogen dat niet tot Zijn eer en de opbouw van Zijn kerk zou strekken. Wat aan deze twee doeleinden niet beantwoordt, verklaren wij heden voor niet gezegd en niet gedaan. De kerk zelf zij, naar de regel van ditzelfde Woord van God dat zij bezit en waarnaar zij leeft, onze rechter."

Verspreiding
Uit de opdrachten in de exemplaren die bewaard zijn gebleven, wordt duidelijk dat Casiodoro de Reina zich persoonlijk bezig heeft gehouden met de verspreiding van de Bijbel. Hij verspreidt er een aantal in Zwitserland, Duitsland en Engeland. Het merendeel gaat, dankzij de medewerking van zijn vriend en beschermer bankier Marcos Pérez, richting Spanje.

Op 30 juni 1571 schrijft de Inquisitie vanuit Madrid opnieuw een veroordelende brief. Dat deze bijbelvertaling Spanje niet binnen mag, heeft verschillende en blijvende gevolgen. Ook voor de Spaanse taal en literatuur.

Een hedendaags taalgeleerde schrijft: „De bijbelse geschiedenissen zijn in het Spaanse rijk verboden geweest sinds de 16e eeuw. Als de prachtige vertaling van Casiodoro de Reina en Cipriano de Valera, protestantse Spanjaarden uit de 16e eeuw, kerkelijk goedgekeurd was, zou de geschiedenis van onze taal er anders uitzien dan nu."

En Angel Alcalá heeft erkend dat een groot gebrek van de Spaanse spiritualiteit is, dat zij niet in de Heilige Schriften wortelt. Niet tien jaar, niet een eeuw, maar tweehonderd jaar lang heeft de kerk van Rome het Spaanse volk belet het Woord van God in het Spaans te lezen. Als ze al lezing in de eigen taal toestond, dan schreef zij -met kwaadwillige opzet- versies voor die uit het Latijn vertaald en zeer duur waren. Pas 375 jaar later kwamen vertalingen vanuit de grondtalen beschikbaar.

Samenvatting
De Berebijbel is het belangrijkste en beste legaat dat Reina ons heeft nagelaten. Hij hield zich ook met ander literair werk bezig, dat echter weinig bekend geworden is. We noemden al zijn Geloofsbelijdenis. Verder publiceerde hij onder meer een in het Latijn geschreven commentaar op het Evangelie van Johannes.

Verder vertaalde hij de Belijdenissen van Augustinus in het Frans en schreef een Catechismus in het Latijn, Frans en Hollands. Ook stelde hij statuten op voor een "Maatschappij tot ondersteuning van behoeftigen die vervolgd worden om des geloofs wil".

Dankzij dr. Antonio Garnica, professor in de Engelse taal en letterkunde aan de Universiteit van Sevilla, kunnen lezers in hedendaagse taal kennis nemen van hoofdstuk 3 van Reina's Commentaar op Johannes, een oud en vergeten boek. Ik neem enkele zinnen over.

„Hier hebt u, Christelijke lezer, de samenvatting van het gehele Evangelie, inclusief de Wet en de Profeten. Niemand kan die tot zich nemen indien de Geest van God ze hem niet openbaart. Hij is het Die de kracht van de rede opvoert tot het begrip van een zo verheven mysterie. Als u deze samenvatting onderhoudt met geheel uw hart en met al uw krachten, houd het dan voor zeker dat u de hoogste wijsheid hebt verkregen. U ontbreekt nog slechts, dat u zichzelf onderzoekt of u in uzelf de vruchten waarneemt die deze hemelse wijsheid voortbrengt in hen die haar verkregen hebben. Daarmee volgt u de raad van de Apostel, zie 2 Korinthe 13 vers 5, die wil dat gij uzelf onderzoekt of gij in het geloof zijt, tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt."

Afgelost
Na jaren van omzwerven vestigt Reina zich in Frankfort. Hij is daar predikant van de Franssprekende Vlaamse gemeente. Tot God op 15 maart 1594 onze bijbelvertaler van zijn aardse taak aflost en hem tot Zich roept in Zijn heerlijkheid. Reina's oudste zoon, Marcos, volgt hem op als predikant.

In de 17e eeuw heeft deze zoon, samen met zijn moeder, verscheidene exemplaren van de eerste bijbeleditie in omloop gebracht. De exemplaren zijn voorzien van een nieuw titelblad. De inmiddels bekende beer is vervangen door de "pegasus", het mythologische paard met vleugels.

Van de editie met dit titelblad hebben niet veel exemplaren ons bereikt. Wel hebben wij er een kunnen bekijken (met dezelfde ontroering die zich van de directeur meester maakte toen wij hem inlichtten) in de universiteitsbibliotheek van La Laguna op het eiland Tenerife.

De taalkundige en geestelijke schat die ons is overgeleverd in de Berebijbel, is niet alleen tot zegen van de Spaanssprekende wereld geweest. Uit het Spaans werd het Nieuwe Testament in de 17e eeuw in het Portugees vertaald en in de 19e eeuw in het Pangasinan. Dat betekende dat nóg eens vier miljoen mensen in Amerika, Afrika en Azië hun eerste gedrukte Bijbel in handen kregen dankzij de arbeid van Reina.

Mannen en vrouwen hebben in zijn vertaling de gids voor hun geloofsleven gevonden en de goede tijding van de grote liefde en vergeving van God. Volkomen terecht heeft Casiodoro de Reina op het voorblad van de Berebijbel in het Hebreeuws en in het Spaans Jesaja 40 vers 8 geciteerd: „Het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.