+ Meer informatie

Pastorale zorg aan alleenstaanden

9 minuten leestijd

De situaties verschillen

Het onderwerp is ons vanuit de praktijk voorgelegd. De zorg raakt hen die ongehuwd zijn en hen die door dood of echtscheiding hun levenspartner hebben verloren.

Wie over dit onderwerp nadenkt, zal spoedig de vraag voelen opkomen of al de moeiten, die met dit onderwerp gegeven zijn, in één artikel besproken kunnen worden. De situaties van de betrokkenen zijn vaak zo verschillend. Denkend aan hen die ongehuwd zijn gebleven, moeten we zeggen dat de een die ervaring heel anders verwerkt dan de ander. Er zijn er die ook zonder levenspartner hun weg goed kunnen gaan. Er zijn er die er altijd moeite mee hebben gehouden dat het niet tot een huwelijk gekomen is. Dat behoeft niet tot bitterheid te leiden. Soms blijft er een gevoel van teleurstelling en van gemis.

Denkend aan hen die gehuwd zijn geweest, moeten we zeggen dat de situaties ook heel verschillend zijn. Wie zijn echtgenoot of echtgenote door de dood verloren heeft, moet door een rouwproces heen. Ik vind het moeilijk om het zo neer te schrijven. Hoeveel verdriet ligt er in de verwerking van het verlies immers niet opgesloten. Een man verwerkt dat anders dan een vrouw, lijkt me. Beiden moeten alleen verder, ook al zijn er kinderen om de achtergeblevene heen, met liefdevolle belangstelling. Zij kunnen de plaats van de overleden partner niet innemen. Als er nog kleine kinderen in het gezin zijn, zullen die beslag leggen op tijd en aandacht. Zij zullen het verwerken van het verlies op een heel bepaalde manier beïnvloeden. Hoe dit ook zij, rouwverwerking betekent ten diepste dat een mens van een wij-ervaring terug moet naar een leven van ik-alleen. Wat tot eeneenheid wassamengegroeid, wordt ontbonden. Zoals ik het eenmaal hoorde zeggen: het is of mijn leven gehalveerd is. Ook als de achtergeblevene door het rouwproces is heengekomen - we moeten daarvoor toch wel anderhalf tot twee jaar rekenen - blijft er het gemis. Dat kan door bepaalde situaties, opmerkingen in de omgeving en onverwachte ervaringen, heel scherp op iemand afkomen. Gebeurtenissen in het leven van kinderen, geboorte van kleinkinderen, feest van vrienden die ongeveer tegelijkertijd getrouwd zijn en dergelijke ervaringen kunnen iemand overvallen en verlammen. Je dacht dat je het verwerkt had, en dan is er ineens het gemis, de leegte, het alleen zijn, geen - als ik het zo mag zeggen - „praatpaal” te hebben in die smartelijke ervaring. Je gaat er ook niet zo maar mee naar een vriendin of vriend. Soms is het om wanhopig te worden, en niemand of slechts een enkeling die er iets van begrijpt. Hun leven gaat verder, en het mijne, zo voelt iemand dat, is geschonden, gebroken. Soms wordt heel gemakkelijk gezegd: ik begrijp uw verdriet wel. Zo’n opmerking versterkt het verdriet meer dan dat zij het verlicht.

Op nog weer andere wijze ervaren gescheidenen dat. Er wordt tegenwoordig in verband met echtscheiding ook wel van een rouwproces gesproken. Dat is terecht. Uiteraard zullen omstandigheden ook hier heel verschillend zijn, mede afhankelijk van oorzaak en achtergrond. Naast verdriet en moeite om (met de kinderen) alleen verder te gaan, kan er ook diepe verontwaardiging zijn over het in de steek gelaten zijn, het bedrogen zijn! Ontrouw mee te maken doet een mensenziel op haar grondvesten schudden.

In het voorgaande heb ik getracht met enkele woorden iets aan te geven van het verdriet, de moeiten die mensen ervaren, als zij alleen blijven of komen te staan. Ik heb dat zo sober mogelijk gedaan. Wie deze ervaringen zelf niet heeft meegemaakt, moet zich wachten voor veel en voor grote woorden. Misschien mag ik zeggen dat ik in mijn boekje „Kennen jullie elkaar? Over huwelijk en relaties” (Boekencentrum, Den Haag) over het verwerken van rouw en van echtscheiding iets meer heb geschreven.

Een taak van allen

Wat is nu de pastorale zorg van de kerk? Hierover te schrijven is niet zo eenvoudig. Omstandigheden kunnen verschillen. Mensen verwerken het op hun eigen wijze. De een stelt prijs op enige aandacht, de ander vindt het niet prettig als een „aparte categorie” (een ongelukkige uitdrukking!) te worden beschouwd en behandeld. Bovendien is de een in het verwerken veel verder dan de ander. Daarom kunnen we ook maar enkele dingen zeggen in een artikel dat een algemeen karakter draagt.

De pastorale zorg wordt meestal als taak toegeschreven aan de ambtsdragers. Het is goed te zeggen dat heel de gemeente verantwoordelijkheid heeft voor elkaar. Dat betekent dat ieder lid van de gemeente zich moet afvragen wat haar of zijn taak is. Belangrijk lijkt het me, dat in de voorbede zondags degenen over wie we nu schrijven, een vaste plaats hebben, zij het niet altijd met dezelfde woorden, en vooral met sobere aanduidingen. Zo duidelijk dat zij zich herkend weten en de gemeenteleden op hun moeiten attent gemaakt worden. Deze gemeenschappelijke voorbede in de kerkdienst moet worden tot een voorbede in het gezin of het persoonlijk leven. Wie voor de ander bidt, gaat zich ook afvragen of hij voor de ander iets kan doen. Dat doen hoeft niet altijd te bestaan in het praten over het verdriet. Het kan ook bestaan in het betonen van hartelijke belangstelling en het aanbieden van hulp - de geste en de gezindheid zijn belangrijk.

Niet loslaten

Voor de ambtsdragers ligt het iets anders. Vooropgesteld moge worden dat het betrokken zijn bij sterven of bij echtscheiding een contact geeft, dat voortgezet moet worden als de feiten zich hebben voltrokken. We denken aan de pastor en aan de wijkouderling. Laat het gezin, de man of de vrouw die achterblijft na verlies door de dood of na echtscheiding, niet los. Soms hoort men in een gemeente de opmerking: Direct bij het sterven was er belangstelling. Toen de begrafenis voorbij was of de echtscheiding een feit geworden was, liet men zich niet meer zien. Dit lijkt mij een pastorale misser. Zeker, de predikant of de ouderling heeft veel werk. Hij kan het alles niet bijhouden zoals hij wil. Dat is begrijpelijk. Toch kan men met dit excuus niet volstaan. Er moet een zekere regelmaat blijven in het bezoeken. Naarmate de verwerking vordert, kan de frequentie verminderen. Men kan de intensiteit van het contact wat gaan afbouwen. De mensen over wie het gaat moeten op steun kunnen rekenen. Het feit dat de dominee of de wijkouderling met een zekere regelmaat langskomt, is iets om naar uit te zien; ook iets om zich aan op te trekken. Als de predikant daarvoor de tijd niet heeft, moet hij de wijkouderling of zusterhulp dan wel bezoekzusters inschakelen!

Soms is het belangrijk om mensen met eenzelfde probleem in een gespreksgroep bij elkaar te brengen - uiteraard op basis van vrijwilligheid. Zij hebben dezelfde ervaringen, gelijke emoties, en kunnen aan elkaar wat kwijt en van elkaar leren.

„Hoe kan ik van dienst zijn?”

Het ligt anders in die gevallen, waarin de predikant het ontstaan van het alleen-zijn niet heeft meegemaakt. Niet iedere ongehuwde zal het op prijs stellen aangesproken te worden op de vraag hoe zij of hij de situatie verwerkt. Toch lijkt het me goed, dat een predikant, als hij het vertrouwen gewonnen heeft, voorzichtig nagaat of en hoe hij van dienst kan zijn. Het komt mij als noodzakelijk voor dat predikant en/of wijkouderling met ieder gemeentelid bekend is. Dan zullen bijzondere dingen hun eigen plaats in dat contact krijgen. Als een man of vrouw over deze bijzondere dingen weinig kwijt wil, moet dat gerespecteerd worden. Niemand is verplicht zijn heel eigen verwerking van teleurstelling en verdriet met een ander te delen. Deze ander moet dan wel weten dat de pastor beschikbaar is. Er kunnen momenten komen, dat het gemeentelid (ouder of jonger) van deze beschikbaarheid gebruik wil maken.

Huwelijksbemiddelaar

Een laatste punt is de vraag of de pastor ook „huwelijksbemiddeling” moet verlenen. Een vraag vanuit de praktijk, en om over na te denken. Soms zal de pastor die wat meer van het leven, de persoonlijke ervaringen, emoties en het aanvoelen van gemeenteleden afweet, de wens hebben dat hij twee mensen tot elkaar mocht brengen, om de eenzaamheid op te heffen en elkaar geluk, gezelligheid en dienst te bereiden.

Misschien wordt het soms ook wel eens aan de pastor gevraagd: Kent u niet iemand met wie ik verder zou kunnen. Ik zou deze vraag niet willen diskwalificeren. De eenzaamheid is soms verschrikkelijk benauwend. Als men weet dat er in de omgeving een ander is, die ook de eenzaamheid kent, waarom dan niet samengegaan?

Naar mijn gedachte moet de pastor voor de idee openstaan en tegelijk uitermate voorzichtig, om niet te zeggen terughoudend zijn. Vele decennia geleden waren er in onze kerken trouwe pastores, die zulk een huwelijksbemiddeling als een neventaak zagen, uit goede bedoelingen, met de hoop om te helpen.

De pastor is niet geroepen om twee mensen zich aan elkaar te doen binden. Dat is hun eigen keuze, hun eigen beslissing. Als pastor zou ik op dat punt uitermate voorzichtig zijn! Men forceert al gauw iets. De een is wel aan een huwelijk toe, de ander nog niet. leder moet daarvoor de tijd hebben. Er zijn er, die niet meer trouwen. Dat moet gerespecteerd worden, ook al zou je als meelevend pastor een broeder of zuster het geluk van een (nieuwe) verbintenis van harte gunnen. Het lijkt mij het beste te wachten op het signaal van de ander. Als dat signaal wordt afgegeven, dient de pastor als raadgever van dienst te zijn! Verder dan raadgeving moet hij zijn werk niet uitstrekken. Soms kan hij als bruggenbouwer fungeren. De verantwoordelijkheid voor de keus en de beslissing om te handelen ligt echter bij de betrokkenen. Een pastor moet zich niet belasten met de verantwoordelijkheid dat hij twee mensen op elkaar doet afgaan.

In bijzondere gevallen kan zijn raad eigener beweging gegeven worden. Dan hoeft hij niet op het signaal van anderen te wachten, maar zelfs dit acht ik een uitzondering. Gevoelens van mensen, het bij elkaar komen en op elkaar ingesteld raken van mensen laat zich niet dwingen. De pastor passe er voor op, toch zulke zachte dwang uit te oefenen!

In de gemeente wordt soms met enige verontwaardiging gesproken over hem of haar die na de dood van zijn levenspartner spoedig hertrouwt. Naar mijn gedachte moet men zich van zulk een oordeel onthouden. Men kan in zijn hart vragen hebben. Laat men die niet uitspreken, tenzij de persoon zelf om raad vraagt.

De slotsom van dit artikel bestaat hierin, dat de pastor attent moet zijn op de zorg die hij zou kunnen verlenen. Deze zorg mag niet opgedrongen worden, maar moet er wel zijn als daaraan behoefte is. Het peilen van die behoefte is in dat opzicht een stuk pastoraat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.