+ Meer informatie

Geen makkelijk baantje"

Herman de Vries neemt afscheid van Houtribsluizen

3 minuten leestijd

In 1965 heb ik het schip verkocht en daarvoor in de plaats heb ik toen een 500-tonner gekocht, een zogenoemde Kempenaar. Daar hebben we op gevaren tot 1971. Toen zijn we omwille van ons gezin op de wal gaan wonen". De Vries begon toen zijn loopbaan als sluiswachter bij de Krabbersgatsluis in Enkhuizen.

Toen in 1975 de Houtribsluizen bij Lelystad gereed waren, begon De Vries daar als hulpsluismeester. „In het begin was het wennen. Altijd eigen baas geweest te zijn en dan weer een chef boven je te hebben, dat is wel even anders". Het is echter duidelijk zichtbaar dat De Vries van zijn werk geniet. Op de een na laatste dag van zijn loopbaan pakt hij nog eens de verrekijker, om te zien wie eraan komt varen. „De beide schepen waar ik zelf op gevaren heb, komen hier ook regelmatig langs, daar geniet ik van". De Vries ontkent niet dat hij dan wel eens in stilte wenst nog eens een tijdje zelf te kunnen varen.

Gesneden koek

Daar heeft hij echter een oplossing voor gevonden. „Ik ben nu een verwoed watersporter. Met ons motorjacht gaan we elke zomer op vakantie. En dan kunnen we alle kanten uit: Duitsland, Maastricht en noem maar op. Dan heb je gemak van je vroegere werk. Waar doorsnee watersporters mee zitten te tobben, is voor ons gesneden koek".

Maar ook op het werk bij de sluizen blikt De Vries tevreden terug. „Ik houd ontzettend van het uitzicht", zegt hij, wijzend in de richting waar je op een heldere dag Urk kunt zien liggen en in westelijke richting, waar je onder goede weersomstandigheden Noord-Holland kunt ontwaren.

„Verder heb je in dit werk goed contact met de schippers en ik heb al heel wat afgelachen zo nu en dan, wanneer ik het gekriemel bekeek van die kleine bootjes in de zomer. Ja, in het vakantieseizoen bestaat ons werk niet uit schutten alleen. Je moet die recreanten beslist goed in de gaten houden. Sommigen verstaan soms maar nauwelijks de kunst om af te meren, en dan moet je toch uitkijken dat je de deuren niet dicht doet als er nog wat tussen zit of dat je de brug niet te vroeg laat zakken". Grote calamiteiten heeft De Vries in zijn loopbaan als sluismeester niet meegemaakt. „Wanneer je bekijkt hoeveel boten en bootjes er varen, dan gebeuren er relatief toch maar heel weinig ongelukken. We hebben hier wel eens wat beknellingen gehad. Ooit verloor iemand zijn duim omdat hij bekneld raakte. Alle medewerkers hier hebben hun EHBO. We verlenen dus als het nodig is eerste hulp. maar dat gebeurt niet vaak".

Calamiteiten

Dat wil niet zeggen dat het sluiswachterswerk een makkelijk baantje is. „Soms is het best moeilijk. In een topmaand passeren hier meer dan tienduizend schepen. Dat betekent dat de brug nogal eens omhoog moet, maar het verkeer houdt er nu eenmaal niet van te moeten stoppen. En onze bomen werken niet volautomatisch, dus dan kun je begrijpen dat het niet altijd meevalt om de verkeersstroom op tijd te stoppen als dat nodig is.

Daarnaast zijn de Houtribsluizen het centrale meldpunt in geval van calamiteiten op het IJsselmeer, dat betekent dat de diensten hier volcontinu zijn, en dat is ook niet altijd prettig. Maar ach, daar staan weer een heleboel aangename dingen tegenover. Zo is het bij voorbeeld goed om te horen dat schepen graag de Houtribsluis passeren. We staan goed bekend, want er wordt hier vlot geschut".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.