+ Meer informatie

Mag je jezelf wreken?

4 minuten leestijd

In 1 Samuël 15 lezen we dat Israël bevel krijgt van de Heere om Amalek geheel en al uit te roeien. Een meisje stelde in een brief de vraag, hoe dit te rijmen valt met de oproep om niet jezelf te wreken.

Eerst de vraag wat er precies staat in 1 Sam. 15. De Heere komt terug op de vijandschap die Amalek tegenover Israël aan de dag heeft gelegd. Hij geeft bevel om alles wat Amalek toebehoort te verbannen en heel Amalek, dus ook de vrouwen en kinderen, te slaan. Moet Israël zichzelf hier wreken en is dat niet in strijd met andere gedeelten in de Schrift? Roept de Heere in Zijn Woord niet op om juist jezelf niet te wreken en je vijanden lief te hebben? We hebben hier niet te denken aan wraakzucht van Israël. Opmerkelijk is dat de Heere zegt in 1 Sam. 15:2: „Ik heb bezocht hetgeen Amalek, aan Israël gedaan heeft." We mogen ook lezen: Ik ga bezoeking doen Dat zegt de Heere! In Exodus lezen we van de laaghartige overval van Amalek op Israël. Dan zegt de Heere: „Ik zal de gedachtenis van Amalek uitdelgen van onder de hemel." Er is hier sprake van een geding tussen de God van Israël en Amalek.

Gods toorn
Er is al lange tijd verstreken sinds het gebeurde in Exodus 17. Al die tijd heeft Israël zichzelf niet mogen wreken. Maar nu, in de dagen van Saul, na zo lange tijd, zegt de Heere: Ik ga bezoeken. Er is sprake van Gods toorn. Hij laat Zich niet bespotten. Hij laat het ook niet ongestraft voorbijgaan als de Amalekieten, of welke vijand dan ook maar, zich vergrijpt aan Zijn volk. Dat geldt vandaag nog. Inderdaad eist God dat we niet onszelf wreken. Wie de dingen in eigen hand neemt en zichzelf wreekt, hoeft niet te hopen op en te smeken om het werken van God. Dat is ook vandaag een belangrijke les. Amalek heeft zich ten diepste aan de Heere Zelf vergrepen. Vroeg of laat komt de Heere daarop terug. De zaak van de Zijnen gaat Hem zeer ter harte! Zingen we niet van bloed, tranen en lijden die dierbaar zijn in Zijn oog? Vaak klinkt bij zo'n hoofdstuk als 1 Sam. 15 de vraag: straft God hier niet al te zwaar? Dat hoefik met mijn verstand niet te bepalen en te doorgronden. Wie is God? Wie is de hoogste Rechter? Calvijn heeft een behartigenswaardig woord: Gods werken met je verstand beoordelen is met je tanden naar de maan grijpen.

Verwarring
Kan het lezen van zo'n Bijbelgedeelte met alle vragen die het oproept een aanvechting zijn voor iemand? Kun je erdoor in verwarring geraken? Moeten we kort en bondig zeggen: dat is totaal verkeerd om op dit punt verward te worden? Hoe hebben we dat te beoordelen? Wellicht kunnen we hier net iets te vlot en te gemakkelijk opmerken: „Je moet natuurlijk gewoon de Bijbel aanvaarden als Gods Woord en daarmee uit!' Alsof dat zo natuurlijk is! Zo'n vlotte redenering zou wel eens te weinig rekening kunnen houden met de listigheid van satan en de boosheid van ons hart. Welke wegen kan de boze al niet bewandelen om te morrelen aan de waarachtigheid van Gods Woord en de rechtvaardigheid van Gods werken? Wie zal precies bepalen tot welke vragen en tegenwerpingen ons hart in staat is?
Calvijn gaat in zijn uitleg op 1 Samuël uitvoering op bovengenoemde vragen in. Dat geeft op zich al aan dat hier vragen liggen. Daarnaast geeft hij zonder omwegen de gevaren aan die hier dreigen. In alle eerlijkheid mogen we elkaar vragen of het gevaar niet aanwezig is, dat we zonder biddend onderzoek van de Schrift al te gemakkelijk tegenstrijdigheden in de Bijbel menen te ontwaren. En is er niet altijd weer de gruwelijke mogelijkheid dat we de levende God en Zijn werken willen dagen voor de rechtbank van ons denken en overleggen? Of dat we al te nieuwsgierig onderzoek doen naar Zijn oordelen?

Onderzoek
Wat is het biddend, voortdurend en nauwkeurig onderzoek van de Schrift ons als ouderen en jongeren nodig! Dat vraagt tijd en inspanning. Het zal bij onze briefschrijfster niet het geval zijn, maar het gebeurt dat de slordigheid in het Bijbelonderzoek evenredig is aan de bezwaren die tegen de Bijbel worden ingebracht. Wat blijkt ook in het voorbeeld van 1 Samuël 15 hoezeer nauwkeurig Bijbelonderzoek nodig is. „O, dat mensen met verwarring en vragen ( ) toch bedaard voor zichzelf de Bijbel onderzoeken" (Ryle). Wat ook van de grootste betekenis is: het overleggen van de grootheid Gods. Wiens mond is het die hier in het Woord tot mij spreekt? Is het niet de waarachtige Die hier tot mij komt? Wie is met Hem te vergelijken? Bij het lezen van de Schrift is mij nodig iets van het besef van de onuitsprekelijke grootheid Gods. Om het anders en met de Prediker te zeggen: ook hier is het einde van de zaak: vrees God! En de Heilige Geest onderwijst in de vreze Gods! Smeek Hem om Zijn leiding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.