+ Meer informatie

Dweilen met de kraan open

Nationalisme in Sowjet-Unie neemt wereldwijde dimensies aan

11 minuten leestijd

De Sowjet-Unie — hoe lang nog? Het wordt een steeds zwaardere klus voor de leiders van de Sowjet-Unie om hun veelvolkerenrijk bij elkaar te houden. Zedoen hun best, maar ook zij moeten niet meer aan de indruk kunnen ontkomen dat ze dweilen met de kraan open. Bovendien gaat het van kwaad tot erger.

Nog maar net terug van een enerverende missie in Litouwen ziet Gorbatsjov zich geconfronteerd met een eigenlijk niet meer te redden situatie in de Kau. kasus. Dit gebied maakt zijn reputatie van het kruitvat van de Sowjet-Unie volledig waar. Het gevaar is bovendien zeer wel aanwezig dat het geweld zich van hieruit steeds verder verspreidt. Daar zijn aanwijzingen te over.









De nu ontbrande burgeroorlog tussen Armeniërs en Azeri's dreigt niet alleen de elders in de Kaukasus smeulende conflicthaarden opnieuw aan te blazen en tot openlijke vijandschap met de Russen zelf te leiden, maar het Armeens-Azerbeidzjaanse conflict dreigt daarbij ook een internationale dimensie aan te nemen.

Oud zeer








Iran en Turkije voelen zich zeer betrokken bij de gebeurtenissen in Azerbeidzjan en Nachitsjewan, een Azerbeidzjaanse enclave op de grens tussen Armenië en Iran. Het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan vond zijn directe aanleiding in een geschil om de zeggenschap over Nagorny Karabach. Deze autonome provincie maakt formeel nog steeds deel uit van Azerbeidzjan, maar van de ongeveer 188.000 inwoners zijn de meesten, 140.000 mensen, Armeniërs. De overige 48.000 inwoners bestaan voornamelijk uit Azeri's plus nog een paar Russen en andere nationaliteiten. 

De Armeense meerderheid vond dat ze door de Azerbeidzjaanse regering in Bakoe economisch en ook maatschappelijk werd achtergesteld ten opzichte van de Azeri-minderheid. Die ontevredenheid leidde er eind 1988 toe dat de Armeniërs een (hernieuwde) campagne begonnen voor aansluiting bij Armenië. Eigenlijk is het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan al heel oud. Het vindt zijn oorsprong in religieuze en economische verschillen en in het feit dat Moskou nu eens weer de ene, dan weer de andere bevolkingsgroep voortrok. Het is uitermate moeilijk om nu nog te achterhalen wie is begonnen.  

Pogroms

De Azerbeidzjaanse bevolking reageerde echter furieus op de Armeense campagne voor aansluiting van Karabach bij Armenië. Begin 1988 begonnen in Soemgait en Kirowabad (tegenwoordig Gjandzji) de eerste pogroms tegen in Azerbeidzjan levende Armeniërs. Van de in totaal ruim 7 miljoen inwoners van Azerbeidzjan waren er volgens een ruwe schatting voor twee jaar nog meer dan een half miljoen van Armeense afkomst (het is moeilijk precieze cijfers te krijgen omdat dë resultaten van de volkstelling van afgelopen jaar nog niet in hun geheel zijn gepubliceerd). In Bakoe alleen al woonden meer dan 300.000 Armeniërs.  

In de Azerbeidzjaanse steden bezetten de Armeniërs vaak een stevige positie in middenklasse en hogere milieus, hoewel velen ook gewone arbeiders en boeren waren. Sinds de eerste pogroms en het verder oplopen van de spanning in Azerbeidzjan zijn vele honderdduizenden Armeniërs echter weggevlucht. Na de nieuwe pogroms van deze maand in Bakoe is hun aantal nog verder toegenomen. Momenteel zijn nauwelijks Armeniërs meer over in hun buurrepubliek. In Armenië, eén republiek met 3.283.000 inwoners, zijn evenwel ook nauwelijks Azeri's overgebleven. Vorig jaar al zijn ze nagenoeg allen weggetrokken, of eveneens weggedreigd, naar Azerbeidzjan zelf of naar Nachitsjewan. Volgens de regeringskrant Izwestia zitten beide republieken nu opgescheept met vele honderdduizenden vluchtelingen. De openlijke oorlog van de laatste weken heeft hun aantal nog met vele tienduizenden extra doen toenemen. Het blijken vooral de Azerbeidzjaanse vluchtelingen in beide laatstgenoemde gebieden die het conflict in de laatste weken weer opnieuw hebben doen escaleren. In Nachitsjewan, dat zelf een bevolking heeft van 267.000 -van wie er 230.000 Azerbeidzjaans zijn en de rest Armeniërs, Russen en Koerden— is nauwelijk plaats meer voor de toestroom van Azerbeidzjaanse vluchtelingen uit Armenië.  

Landbouwgrond

Vooral aan landbouwgrond is groot gebrek. Dit leidde er toe dat men ten einde raad de afgesloten grenszones bezette om die als extra landbouwgrond te gebruiken. Daarbij werd ook de grens met Iran opengebroken, om eindelijk weer contact te kunnen hebben met verwanten en geloofsgenoten over die grens. In Azerbeidzjan zelf waren het ook weer vooral de verbitterde vluchtelingen die daar samen met extremistische groeperingen binnen het Volksfront de pogroms tegen de Armeniërs op gang brachten en hele massa's meesleepten in een verschrikkelijke geweldshysterie. 

Toen president Gorbatsjov eindelijk besloot het leger in te zetten om de opstandige en moordende Azeri's in het gareel te brengen was het in feite al veel te laat. Nachitsjewan verklaarde zich onafhankelijk en in Azerbeidzjan ging de bevolking massaal in gewapend verzet tegen het binnengevallen Sowjetleger. Maar nadat Moskou het hele afgelopen jaar de Azeri's hun gang had laten gaan, met treinblokkades, stakingen en dergelijke —de schrik van de slachting in Tbilisi zat het leger nog goed in de benen— leidt militair ingrijpen eerder tot nog meer dan tot minder geweld. Ook Azerbeidzjan dreigt zich af te scheiden als het leger niet snel weggaat. Overal wordt felle tegenstand geboden aan de militairen. Azerbeidzjaanse en Georgische soldaten deserteren om het Azerbeidzjaanse Volksfront bij te staan tegen het Sowjetleger.

Na zich massaal tegen de Armeniërs te hebben gekeerd, dreigen de Azeri's hun woede ook te koelen op de Russen in hun republiek. Dat maakt de situatie zeker uiterst explosief. Het gevaar is groot dat als reactie dan een golf van Russische volkswoede de kop zal opsteken. Het geweld vanuit Azerbeidzjan en Armenië spoelt zo verder over de Kaukasus. Hoewel nog niet zo prominent, speelt in het Armeens-Azerbeidzjaanse conflict ook de buitenlandse factor een rol. Die kan in de toekomst alleen nog maar in gewicht toenemen. De Azeri's in de Sowjet-Unie voelen zich sterk verbonden met hun volks- en geloofsgenoten in Iran. Vanuit Iran krijgen ze zowel morele als financiële en militaire steun. Beide groepen zijn sji'iten. Maar steun van Teheran zelf zullen de Azeri's in de Sowjet-Unie waarschijnlijk niet veel krijgen. Het beperkt zich tot individuen. 

Tegenover de geloofsverbondenheid staat dat Teheran evenmin als Moskou veel ziet in al te hartelijke banden tussen de Azeri's aan beide zijden van de grens. Dat zou ook het gezag van Iran over de eigen Azerbeidzjaanse minderheid wel eens kunnen ondermijnen. Turkije echter heeft op termijn waarschijnlijk meer pretenties. De Turken leven hevig mee met het gebeuren in Azerbeidzjan. Ze hebben volledig partij gekozen voor de Azeri's. Van de Armenen moeten ze niets hebben. De Turken hebben altijd nog een pijnlijke Armeense erfenis te verwerken. In Turkije worden de Armenen, ondanks dat de Turken diep bij hen in de schuld staan, nog altijd met de nek aangekeken. In de afgelopen weken trokken de Turken zelfs troepen samen langs de Armeens (Sowjet-)Turkse grens en het panturkisme doet weer sterk opgang en het land van Atatürk. Veel Turken kiezen liever voor een toekomst, een hereniging met de ongeveer 70 miljoen Turkstaligen in de Sowjet-Unie dan met Moskou.

Georgië

Binnen de Sowjetgrenzen, in Georgië kan de smeulende onrust ook weer elk moment in volle hevigheid losbarsten. Het gegeven dat Georgische deserteurs de Azeri's helpen tegen het Sowjetleger is een veeg teken. De verhouding van de Georgiërs ten opzichte van Moskou is al lange tijd slecht. In het bijzonder na het gewelddadige ingrijpen van het Sowjetleger bij de nationalistische betogingen in april 1989 in Tbilisi is de verstandhouding in rap tempo achteruitgegaan.  

Afgelopen najaar vond een en ander zijn voorlopige hoogtepunt in de onwettigverklaring van de Russische "annexatie" van hun republiek in de jaren twintig. De Georgiërs streven steeds openlijker naar onafhankelijkheid van hun 5,5 miljoen inwoners tellende republiek. Maar terwijl de nationalisten zelf wel een onafhankelijke republiek willen, gunnen ze de Adzjaarse, Abchazische en Ossetische minderheden binnen hun grondgebied liefst helemaal geen rechten, getuige hiervan het onverdraagzame, nogal panische optreden tegenover de aanspraken van deze bevolkingsgroepen. Mede hierdoor kwam het in de autonome republiek Abchazië en in de autonome provincie Zuid-Ossetië tot flinke botsingen tussen Georgische nationalisten en zich door hen onderdrukt voelende leden van minderheden. De Abchaziërs maken trouwens sowieso weinig kans om ooit een zelfstandige Abchazische republiek te krijgen. Van de 518.000 inwoners zijn er nog maar 16 procent van Abchazische afkomst.

Knellend

De Russen en Georgiërs maken met respectievelijk 20 en 41 procent het grootste deel uit van de bevolking. Dan maken de Zuidossetiërs heel wat meer kans. Zij ijveren voor de aansluiting van hun autonome provincie bij de grotere Noordossetische autonome republiek (deel van de RSFSR). 

In het zuiden van Georgië beginnen zich in de laatste tijd ook de Adzjaren in hun autonome republiek te roeren tegen Tbilisi. Dan hebben de Georgiërs nog eens te maken met de Mesjketen-Turken die in de oorlog door Stalin vanuit Georgië naar Centraal-Azië, zijn gedeporteerd en nu, vooral na de bloedige rellen tegen hen in de Oezbeekse Fergana-vallei, terug willen. Van de in totaal 400.000 Mesjketen leven er nu 10 procent in Georgië, en dat vinden de Georgiërs al meer dan genoeg. Omdat men de grenzen heeft gesloten voor hen zijn er inmiddels ruim 40.000 in Azerbeidzjan terechtgekomen (beide volken zijn islamitisch, de Georgiërs evenals de Armeniërs christenen). Daar maken zij de reeds knellende vluchtelingenproblematiek nog erger. Ten slotte gedragen de Georgiërs zich ook vrij vijandig tegenover de enige tienduizenden tellende Azerbeidzjaanse minderheid die vooral in het bergachtige Marneuli-regio leeft. De Georgiërs hebben op hun grondgebied heel wat minderheden, maar toch is het niet overdreven te'constateren dat de Georgiërs zich nogal xenofoob gedragen (als vreemdelingenhaters).   De hoofdoorzaak hiervan is hun ongerustheid over de dalende eigen bevolkingsaanwas, tegenover de snelle toeneming van de omringende volken. Ze vrezen dat hun volk uiteindelijk helemaal zal worden verstikt door hen, dat er geen raszuivere Georgiër meer overblijft.  

Moldavië

Het kan eigenlijk best opvallend worden genoemd dat de vele kleine volkeren met hun autonome republiekjes, provincies en districten in de noordelijke Kaukasus -deel van de RSFSR- bij al de onrust even aan de andere kant van de bergen, nog zo rustig blijven. Het Kaukasische gebied is echter niet het enige met gevaarlijke nationalistische brandhaarden. In het Westen van de Sowjet-Unie concentreert de onrust zich vooral in de Moldavische republiek, het vroegere Bessarabië. De Moldaviërs zelf, ze maken 64 procent uit van een totale bevolking van 4.341.000, willen uiteindelijk ook toe naar onafhankelijkheid, of misschien naar een of andere vorm van samenwerking met Roemenië. De Moldaviërs zijn familie van de Roemenen en ze spreken dezelfde taal. Alleen heeft Stalin na de annexatie van Bessarabië het schrift gewijzigd. Voorlopig echter streven de Moldaviërs naar meer autonomie en rechten voor de eigen taal. Maar zelfs al tegen dit streven bestaat heftige tegenstand van de 14 procent Oekraïeners en 13 procent Russen die er ook leven. Die zien zich nog niet direct Romaans leren en vrezen dat de nationalistische eisen hen in een ondergestelde positie zal brengen. Een andere minderheid bovendien, de Gagaoezen, wil niet alleen onafhankeklijker worden van de Russen, maar ook van de Moldaviërs. Nu leven ze gewoon binnen Moldavië, maar ze willen met hun slechts 3,5 procent van de bevolking naar een eigen status van unierepubliek toe en ook willen ze erkenning voor de eigen taal.

Tussen de Moldaviërs enerzijds en de Gagaoezen, de Russen —verenigd in conservatieve bewegingen als Interdwizjenië en Edinstwo— en de Oekraïeners anderzijds vinden regelmatig botsingen plaats. In de Oekraïne is ook een nationalistische beweging actief, Roech. Maar die stelt zich nog relatief gematigd op. De meeste nationalistische onrust doet zich voor in de West-Oekraïne, met name rond Lwov. Dit is een gebied dat vroeger lange tijd onder Pools beheer heeft gestaan. Maar toch is het hier niet in de eerste plaats puur nationalisme, maar het streven naar erkenning van de Oekraïens Katholieke Kerk de gemoederen in beweging brengt. In de OostOekraïne leeft het nationalisme veel minder omdat dat gebied al heef sterk gerussificeerd is.

Het Balticum

In de Baltische republieken doet zich relatief weinig onrust voor, hoewel het nationalisme er des te sterker is. De Baltische republieken streven welbewust, maar ook zeer beredeneerd, koelbloedig en tot nog toe zonder noemenswaard geweld aan op onafhankelijkheid. Hooguit vinden er wat gevechten tussen jongeren plaats. De Litouwers staan het sterkst in hun streven. Zij maken in eigen land ongeveer 80 procent uit van de bevolking. In Estland maakt de inheemse bevolking 61 procent uit en in Letland 52 procent. In beide laatste landen leeft een sterke Russische minderheid die het onafhankelijkheidsstreven stevig in de weg kan staan. Voor de toekomst maken veel Russen zich ernstig zorgen over Centraal-Azië en Kazachstan. Tot nog toe hebben daar nog nauwelijks nationalistische rellen van betekenis plaatsgehad. De rellen van afgelopen zomer in de Fergana-vallei tussen Oezbeken en Mesjeten-Turken, in Nowi Oezjen in Kazachstan, Nebbit-Dag in Kirgizië en de rellen langs de Tadzjieks-Kirgizische grens vonden voornamelijk plaats vanwege economische oorzaken. Maar de inheemse volken hier worden steeds zelfbewuster, in Oezbekistan is zelfs al een volksfront gevormd, en de eigen bevolking groeit in recordtempo.  De voornamelijk islamitische bevolking kent een toeneming die te vergelijken is met die van een Afrikaans ontwikkelingsland. De Slavische bevolking begint zich door dit alles steeds minder op zijn gemak te voelen en trekt al weer sinds vele jaren massaal weg uit Centraal-Azië richting de RSFSR. Alleen al door immigratie uit de islamitische republieken heeft de RSFSR de afgelopen 10 jaar er ongeveer 2 miljoen inwoners bij gekregen en de immigratiestroom neemt nog steeds toe. Van een samenvloeien van de volkeren, ooit zo'n verheven leus van de communistische leiders, is tegenwoordig weinig sprake meer. Men rent eerder hard van elkaar weg.









Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.