+ Meer informatie

Veel - vervelend - verveling

4 minuten leestijd

Wij zijn zeer rijk. Kijk eens rond in een willekeurig reformatorisch gezin als er een kind geboren is. Het kind ligt in een prachtige babykamer. Het behang en de gordijntjes zijn zorgvuldig afgestemd op de kleur van het dekbed in het ledikantje. In de klerenkast van de pasgeborene liggen tientallen kledingstukken. Sommige daarvan zullen nooit gedragen worden, omdat het kind daarvoor te snel groeit. Op de kast staan dertig knuffels opgesteld. Daarnaast zo'n twintig boeken en boekjes. Schoentjes, laarsjes, klompjes, popjes en allerlei ander speelgoed, alles is er. Op het pasgeopende spaarbankboekje staat ƒ 500,- van de opa's en de oma's. Dit ene kind van drie maanden heeft meer bezittingen dan alle kinderen in een Roemeens weeshuis samen.

Is dit een rijk kind? Misschien, ik weet het niet zeker. Het zou wel eens een arm kind kunnen worden. Stel u voor dat dit meisje gaat spelen met haar knuffels. Ze grijpt er één. Na twee minuten pakt ze de volgende en weer één en weer één. Misschien staat een bepaalde knuffel enige weken in haar bed. Daarna wordt die afgedankt en moet een van de popjes bij haar hoofd staan.
„Niets aan de hand", zegt u. Dat klopt. Nóg niets aan de hand. Er is wel wat aan de hand als dit speelpatroon kenmerkend wordt voor alles wat dit kind onder handen neemt. Ze heeft zoveel, dat ze alles kort aanraakt en dan pakt ze het volgende. Met niets bouwt ze een relatie op. Niets geeft een prikkel van geluk. Alles verveelt snel, omdat er telkens weer wat nieuws opgepakt kan worden. Dit kind geniet ten diepste niet.
Zo gaan toch veel oudere kinderen met hun speelgoed om? De opa's van nu speelden vroeger met hun weinige speelgoed jarenlang. Ze waren tevreden. De kinderen van nu zijn zelfs op het mooiste speelgoed dikwijls snel uitgekeken. Ze zeuren om nog mooier speelgoed of gaan het gewoon zelf kopen.

Is het u nooit opgevallen dat veel jongeren tegenwoordig zo ook studeren of werken? Hun studie bevalt niet. Na een jaar gaan ze de volgende doen. Na weer een jaar proberen ze een derde opleiding. Ze besnuffelen het ene baantje na het andere. Ze zijn zo uitgekeken. Ze bouwen niets op, maar gaan telkens over op iets nieuws. Zelfs de vriendschappen van veel jongeren gaan volgens dit patroon. Veel vriendschappen duren kort. Als de vriend of vriendin niet leuk meer lijkt, wordt aangepapt met een ander.

Ik zeg niet dat het de bovengenoemde baby zo zal vergaan. Ik zeg wel dat de weelde waarin het kind opgevoed wordt, dit gevaar met zich mee brengt. Een kind dat veel heeft, gaat zich vervelen en wordt vervelend. Om toch te genieten gaat het steeds apartere dingen doen. Veel vervelen - vervelend, is meer dan een woordspeling. Het is de werkelijkheid van het verwennen. Van voorspoed word je toch gelukkig? Niet zonder meer. Ouders zijn dom als zij een slechts klein gezin willen stichten omdat ze hun kinderen alles willen geven, „en dat gaat nu eenmaal niet als je een groot gezin hebt!" Dat is onzin. Kinderen die in materieel opzicht alles hebben, lopen een groter risico om ongelukkig te worden dan kinderen die minder hebben. Dit gevaar is trouwens het grootst als materiële welvaart in de opvoeding gecombineerd wordt met emotionele verwaarlozing. Ouders vragen om moeilijkheden als ze hun kind dertig knuffels op de kast geven en geen tijd hebben om zelf te knuffelen met het kind.

Ik kan het gevaar van te veel het beste verduidelijken met het hebben van voedsel. Mensen die te weinig te eten hebben, lijden honger en komen voedingsstoffen te kort om hun gezondheid in stand te houden. Dat is erg. Mensen die veel voedsel tot hun beschikking hebben, eten al snel te veel en schaden zo op een andere manier hun gezondheid. Dat gebeurt in onze samenleving veelvuldig. Dat is ook erg.
Te veel is echt een probleem. Wij zijn alleen zo kortzichtig dat we dat wel geloven als het over eten en drinken gaat - al gedragen we ons er niet naar. We snoepen wat af! Als het over geld en goed gaat, denken wij dat je er niet gauw te veel van hebt. We leven er nog steeds voor. We willen nog steeds meer voorspoed en gunnen onze kinderen die ook. Ik gun ze hun voorspoed ook. Alleen hoop ik dat deze zegen van God in hun leven geen valstrik van de duivel wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.