+ Meer informatie

Ned. Israëlietisch Seminarium wil school zijn van het midden

Instituut in ballingschap signaleert kwalitatieve groei

4 minuten leestijd

AMSTERDAM (ANP) Het Nederlands Israëlietisch Seminarium, voortgekomen uit het Bet Midrasj Ets Chajiem (leerhuis Boom des Levens), is ai 250 jaar een bolwerk van joodse kennis. Het is niet alleen een bolwerk van Torahstudie, maar ook van kennis over de praktijk, bij voorbeeld ethische kwesties, aldus rabbijn mr. drs. R. Evers, die eind augustus officieel als rector is geïnstalleerd.

Leren als onderdeel van het leven, daar gaat het volgens Rav Evers in het jodendom om. Daarom betreurt hij de ontwikkeling in het westers jodendom waar de rabbijnenopleiding werd geïnstitutionaliseerd. Daardoor kwam die ook afgescheiden van het dagelijks leven te staan. Vroeger leerden leken en rabbijnen samen op de jesjiwa (Talmoedschool). Mensen die zin hadden om rabbijn te worden, werden er dan uit geplukt en liepen een poos met een rabbijn mee.

Instituut van midden

Evers is van mening dat het Seminarium in Amsterdam na de oorlog de oorspronkelijke functie van jesjiwa voor een deel heeft teruggekregen. Onder opperrabbijn A. Schuster, de eerste naoorlogse rector, was het niveau hoog. maar bleef het aantal studenten bescheiden. Evers, die vanaf 1981 aan het Seminarium is verbonden, heeft zich vooral ingespannen om de drempel van het Seminarium te verlagen. Waren er tien jaar geleden nog maar twintig leerlingen, nu zijn er ruim 120. Verder beschikt het Seminarium sinds 1982 over een eigen behuizing, die echter nu al weer te klein is.

Het Seminarium heeft de laatste tien jaar een veel sterkere identiteit gekregen, aldus Rav Evers. Hoewel steeds meer orthodoxen naar rechts opschuiven, is het Seminarium ..het laatste instituut van het midden" gebleven. Dat sluit aan bij het Nederlandse jodendom, dat altijd een jodendom van het midden is geweest.

Toch geniet het Seminarium het vertrouwen van de ultra-orthodoxen. Vooraanstaande personen uit die kring behoren tot het docentenkorps, terwijl er ook nogal wat ultra-orthodoxe studenten zijn. Het Seminarium is een brug tussen een minder orthodoxe en een zeer orthodoxe beleving van het jodendom, zegt Evers.

Kwalitatieve groei

Hoewel het ledental van de Joodse Gemeenten door vergrijzing en emigratie naar Israël lichtelijk achteruitgaat, heeft Evers vertrouwen in de toekomst van het Nederlandse jodendom. Niet alleen komen er heel veel kinderen bij, ook is er sprake van kwalitatieve groei: er komt steeds meer kennis van het jodendom.

Evers schrijft deze groeiende bewustwording van de joodse identiteit toe aan een "'terug naar de wortels"tendens en aan het bestaan van de staat Israël. Voor de oorlog hebben veel joden hun jood-zijn weggedrukt. Daar is dank zij de staat Israël inmiddels veel minder sprake van.

Aanpassing

Toch zijn in Nederland, vooral in Amsterdam, veel joden geen lid van een joodse gemeente. Amsterdam, met naar schatting 10.000 tot 15.000 joden, is geen joodse stad meer. Daarentegen „zindert" het joodse leven in een stad als Antwerpen, waar ongeveer 6000 joden wonen. Die hebben zich ook veel minder aangepast wat betreft kleding, taal, gebruiken en opleiding. Veel van hen, zelf of van oorsprong afkomstig uit Rusland, spreken nog steeds geen Vlaams maar uitsluitend Jiddisch.

De geschiedenis van het Nederlandse jodendom is een geschiedenis van de assimilatie (aanpassing). „Een duidelijk gevaar", aldus Rav Evers. „Maar het houden van de vele voorschriften is nooit een offer. Als je dat in liefde en met vreugde doet, is het een bron van inspiratie".

Drie rangen

Het Seminarium leidt onder meer op tot drie rangen van godsdienstonderwijzer en tot drie rabbinale rangen. Veel aandacht wordt besteed aan een gedegen kennis van het Hebreeuws. Voor voorzangers is dat absoluut noodzakelijk. Veel docenten volgen zelf ook nog lessen.

Vrouwen werden al voor de oorlog tot het Seminarium toegelaten. Bepaalde onderdelen van de rabbijnenopleiding zijn echter alleen toegankelijk voormannen.

De laatste jaren wordt veel aandacht geschonken aan vragen uit medische hoek (ziekenhuishalacha). Rav Evers geeft zelf de cursus joodse ethiek en geneeskunde, die bestemd is voor artsen en anderen die belast zijn met de (geestelijke) gezondheid van patiënten.

De lessen Gemara (een onderdeel van de Talmoed) worden bij oud-opperrabbijn M. Just aan huis gegeven „in verband met de omvangrijke literatuur", meldt de studiegids. Het Boek en de boeken - zij spelen een belangrijke rol in het Jodendom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.