+ Meer informatie

Lamenwerking met andere J.V.'s?

5 minuten leestijd

Hoe moeten we staan tegenover het verzoek om contact en samenwerking: met andere J.V.'s van Gereformeerden huize?

Er zijn verenigingen, die gaarne in „Daniël" de mening van het Hoofdbestuur hierover willen vernemen. Welnu, laat ik beginnen met u te zeggen, dat het Hoofdbestuur hier beslist afwijzend tegenover staat. Het voornaamste motief is:

Zolang onze gemeenten dit contact met andere kerken niet zoeken, ligt het niet op de weg van. onze J.V.'s om dit wel te doen. Onze J.V.'s stellen zich geheel, zonder enig beding, onder kerkelyk toezicht.

Dit motief moet voor ons afdoende wezen. Maar ik kan me zo voorstellen, dat er een groot aantal tegenbedenkingen oprijzen, hetzij van onze eigen jeugd, hetzij van de zijde van hen, die pogen onze jeugd te betrekken in het interkerkelijk contact. Laten we enkele van die bedenkingen met elkaar onder de .ogen zien.

Allereerst wordt er gewezen op het zondige van de kerkelijke verdeeldheid. Heeft niet de Heere Jezus zelf gebeden: .......opdat zij allen één zijn"? Is het dan niet onze plicht om tot elke prijs die eenheid te zoeken en te bevorderen?

Zeker, die gedeeldheid in het kerkelijke leven is iets, dat ons met grote droefheid moet vervullen. Dat mag ons piet onverschillig zijn. En het zou ons tot grote blijdschap moeten stemmen, als we langs de rechte weg weer allen vereend werden in onze oude Vaderlandse Kerk. Maar voor die rechte eenheid moet eerst een grondslag zijn: éérst moeten we één zijn, voor we eenheid tot openbaring kunnen brengen. En dan kan die eenheid niet gezocht wordefl tot elke prijs. Als het zou gaan ten koste van de waarheid, is de prijs te duur! Voorts zij men toch voorzichtig met het zo vaak genoemde woord uit het Hogepriesterlijk gebed. De eenheid, waar de Heere Jezus daar om bidt is de eenheid van al Zijn Volk in Hem als het Hoofd. Die eenheid Is er, omdat Hij het wil.

Verder voert men aan: Wij hebben toch allen dezelfde belijdenisschriften; kan dat geen grondslag bieden voor de openbaring van een kerkelijke eenheid?

Inderdaad moest dat zo zijnl Maar de practijk is nu eenmaal anders en daarmee hebben we te rekenen. Het eou tenslotte zo moeten zijn, dat alleen reeds de erkenning van de Bijbel als het Woord Gods voldoende grondslag moest bieden voor de openbaring van kerkelijke eenheid. Maar daar elke ketter (ook al zegt hij Gods Woord te erkennen!) zijn letter heeft, zijn er gekomen de belijdenisschriften, waarin de kerk positie kiest tegen de dwalingen, die telkens weer de zuivere leer dreigden te verdringen. Doch — ook met die belijdenisschriften in de hand kunnen de grofste dwalingen (zij het ook in verfijnde vorm!) verkondigd worden. Vergun mij, dit even nader aan te djzen. Het is U bekend, hoe onze belijdenisschriften met name sterk positie kiezen tegen de dwalingen der Remonstranten, die eigenlijk alle voortvloeien uit deze grond-dwaling: het loochenen van de doodsstaat van de mens. Maar toch zal niemand durven beweren, dat overal waar men deze belijdenis ondertekent, het Remonstrantisme nu ook in de practijk (bijv. in de prediking) uitgebannen is. Men kan de doodstaat van de mens belijden, er zelfs over spreken en ze nochtans in de practijk loochenen. En dat treft men waarlijk niet alleen aan bij hen, die de leer van de veronderstelde wedergeboorte drijven. Zo hoorde ik eens iemand, die deze leer heftig bestreed, beweren: „In het werk der bekering moet de mens 1 % 'doen, dan doet God 99 %!" En die persoon had „Calvjjn" nog Wel in de hand!

Laten we ons gehoor scherpen, opdat we dit verfijnde Remonstrantisme leren onderkennen, ook bij hen, die een Gereformeerde Belijdenis hebben! Dat ook onze vrienden in Indië zich daarvoor hoeden. Luister steeds of alle gronden in de mens'worden afgebroken; dan alleen kan er plaats zijn voor een volkomen Zaligmaker.

We zien dus, dat het hebben van dezelfde Belijdenis op zichzelf ook al niet voldoende grondslag biedt voor eenheid. Het komt in de eerste plaats aan op de praktijk.

Tenslotte heeft men nog een argument om tot contact tussen J.V.'s te komen, door te zeggen: Het gaat er ons niet dadelijk om, om tot eenheid te komen, maar we kunnen toch wel eens kennis nemen van elkanders werk ? Dan kunnen we nog wat van elkander leren.

Het klinkt mooi. En ik wil grif toestemmen, dat an-

dere J.V.'s ons ver voor kunnen zijn in zeer vele opzichten, in organisatie, in methode van werken en wat al niet meer. Maar —ik weet ook zeker, dat er op andere J.V.'s dikwijls practijken heersen, waarvan we allen overtuigd zijn, dat die bij ons niet thuis horen, omdat

— we beter zijn? Neen, omdat we beter weten! Laten we dan maar niet bij anderen in de leer gaan, maar liever een beetje tobben en voor achteraankomers doorgaan, doch de lijnen strak houden!

Ook de waardering van het J.V.-werk is bij ons zo anders. Ik las laatst een verslag van een ringvergadering - . Het was een heerlijke middag geweest. „We waren nader tot elkander gebracht, — maar ook nader tot God". Kijk, als ik zoiets lees, dan vraag ik me af: Is dat Gereformeerd? Of is dat een massabekering op de manier van het Leger des Heils.

Al met al: geen samenwerking of contact met andere J.V.'s. Laten wij onder biddend opzien in eenvoudigheid ons werk verrichten en daarbij zoveel het kan elkander tot een hand en een .voet zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.