+ Meer informatie

"De zusters komen uit alle kerken;van oud-gereformeeerd tot Leger des Heils

De diaconessen van Amerongen

20 minuten leestijd

Te midden van een opgezweepte samenleving leiden ze hun toegewijd bestaan. In blauwe uniformen, met smetteloos witte kapjes. Als curieus overblijfsel uit grootmoeders tijd. De dienende diacones is vreemd aan onze consumptiemaatschappij. Toch willen de zendingszusters van Amerongen juist in deze wereld hun licht laten schijnen. Door een leven van overgave aan God en dienstbaarheid aan de naaste. Vanuit het moederhuis op de Amerongse berg verrichten ze zonder ophef hun arbeid. Om zielen te winnen voor het Lam. Bezoek aan een onplaatsbare vrouwengemeenschap.

De locatie van het ZendingsDiaconessenhuis bevat een onbedoelde symboliek. Het complex ligt halverwege de Amerongse berg, boven alle omringende bebouwing. Op de grens van het dorpsrumoer beneden en de ongeschonden stilte van boven. Het typeert het spanningsveld waarin de zusters staan. Een leven van toewijding aan God en dienstbaarheid aan de naaste. Zuster Dorien is de personificatie van dit ideaal. Zestien jaar geleden trad ze toe tot de leefgemeenschap in Amerongen. Tot verbazing van velen koos de levenslustige verpleegster uit het Rotterdamse Havenziekenhuis voor een celibatair bestaan als diacones. Onlangs werd ze bevorderd tot waarnemend besturend zuster van het moederhuis. Met ruisende schort geleidt ze me naar de spreekkamer. Een mysterieuze vrouwengemeenschap ebde weg. Op 28-jarige leeftijd sloot ze zich erbij aan. „Ik was van gereformeerde afkomst en hoorde hier het Woord preken op een manier die ik niet kende. Met aandacht voor persoonlijke bekering. Ik besefte dat ik een keuze moest maken. Eerst dacht ik dat er voor mij een taak op het zendingsveld lag, maar alle pogingen in die richting werden afgesneden. Geleidelijk raakte ik ervan overtuigd dat ik diacones moest worden. Roeping is een moeilijk begrip om uit te leggen. Onze eerste huismoeder zei altijd: het is een geheim tussen God en de betreffende. Maar je bent er zeker van. De overgave gaf me een diepe vrede."

Evangelisatie
Het zendingsdiaconessenwerk ontstond aan het eind van de vorige eeuw vanuit de "Gemeinschaftsbewegung", een opwekkingsbeweging binnen de evangelische kerken in OostPruisen. Jonge vrouwen voelden zich gedrongen tot een leven van navolging en sloten zich aan bij de diaconessengemeenschap van Theodoor Fliedner. In de sociaal gerichte diaconessenhuizen vonden ze niet wat ze zochten. Ze wensten hun leven te besteden in dienst van het Evangelie. Gevolg was de stichting van een gemeenschap van zendingsdiaconessen. Het werk, waarbij duizenden vrouwen betrokken raakten, breidde zich uit over de hele wereld. De Amerongse leefgemeenschap werd in 1935 gesticht door de Duitse zendingsdiacones Johanna Bock. Ze begon met tien meisjes, een startkapitaal van honderd gulden en de vaste overtuiging dat ze Gods weg bewandelde. Door het leven gekneusde en dolgedraaide zielen vonden bij de zusters in Amerongen rust en een luisterend oor. Het evangelisatiewerk kreeg onder meer gestalte in de uitgave van het maandblad "Leven en Kracht", dat op grote schaal wordt verspreid.

Toerusting
In de loop der jaren werd "toerusting en geloofsopbouw" de belangrijkste tak van het werk. Op een steenworp afstand van het moederhuis lieten de zusters het conferentiecentrum Bethanië bouwen. Het wordt bijna continu gebruikt voor conferenties, bezinningsweekends en -midweken, kinderkampen en tienerkampen. Het merendeel ervan wordt door de zendingsdiaconessen zelf geleid. In tegenstelling tot wat hun naam suggereert zijn ze vooral werkzaam onder christenen, van allerlei signatuur. „Maar u weet ook wel dat niet ieder die zich christen noemt, werkelijk de Heer kent", zegt zuster Maria, die belast is met de planning van activiteiten en een stuk voorlichting. Hoewel het Zendings-Diaconessenhuis is aangesloten bij de Evangelische Alliantie, ontbreekt een duidelijke identificatie met een bepaalde kerk of groepering. Wel is er overeenkomst met de Zoeklicht-beweging van Johannes de Heer. Het was geen toeval dat de eerste huismoeder een hechte vriendschap onderhield met de zingende Maranatha-prediker uit Driebergen. De noodzaak van persoonlijke bekering en een leven van navolging staan in de Amerongse gemeenschap centraal. Een uitgekristalliseerde belijdenis ontbreekt. „We willen niet een bepaald stempel opgedrukt krijgen, maar de deur naar alle gezindten openhouden", zegt zuster Dorien. „Zonder daarbij onze eigen identiteit te verliezen. Ons grote doel is zielen winnen voor het Lam."

Tweelingen
Van de ruim zestig zendingsdiaconessen is de helft nog in actieve dienst. Allen hebben een vaste taak. De een in de zorgverlening, een volgende in de keuken, een derde in de naaikamer, een vierde in het conferentiecentrum. Maar boven de verscheidenheid gaat de eenheid. Geen van de zusters is uitgezonderd van de Woordverkondiging, in welke vorm dan ook. Tegen het middaguur komen de in Amerongen gestationeerde diaconessen bijeen in de eetzaal. Voor het oog zijn het voornamelijk tweelingen. Gelijk gekleed, gelijk gekapt, gelijk gebrild. Alleen leeftijdsverschil zorgt voor enige differentiatie. Binnen de leefgemeenschap geldt wat geschreven staat van de eerste christengemeente. Allen hebben alles gemeen. De zusters ontvangen uitsluitend zakgeld. Het moederhuis biedt alle faciliteiten die nodig zijn voor het dagelijks bestaan. Kleding wordt in eigen huis vervaardigd en gereinigd. De toko maakt voor de oudere zusters een gang naar de supermarkt overbodig. Warme maaltijden worden centraal bereid en gebruikt.

Hernhutters
Achter in de eetzaal zit de oude generatie, die de levensavond doorbrengt in het aan het moederhuis verbonden bejaardencentrum Elim. Voor mij is een plaats gereserveerd naast de huismoeder, zuster Willy. Vanachter haar microfoon verstrekt ze huishoudelijke informatie en vermeldt de bijzonderheden. De moeder van zuster Dorien is overleden. Een gegons van medeleven trekt door de zaal. Links van me zit Gerda, die aan haar proeftijd bezig is. Ze is nog niet "ingekleed" en valt in haar burgerkleding behoorlijk uit de toon. Binnen de muren van het moederhuis zijn de rollen omgekeerd. Voordat zuster Willy de maaltijd besluit met gebed, leest een bejaarde diacones uit een praktisch dagboekje, waarna we gezamenlijk onder pianobegeleiding een Hernhutterslied zingen. Napraten is er na de warme maaltijd niet bij. De dag is eigenlijk te kort voor het vele werk. Direct na het dankgebed zwermen de diaconessen uiteen. Naar de eigen post, in een vaste orde.

Mengelmoes
Voor een calvinist komt het allemaal wat kloosterachtig over. „In levensvorm zijn er parallellen", erkent zuster Dorien. „Maar we zijn zeker niet vergelijkbaar met de contemplatieve orden. Je bent hier in een behoorlijk hard werkende zustergemeenschap. Soms werken we misschien zelfs te hard. We zouden wel eens wat meer tijd willen hebben voor gebed en meditatie. Laatst zijn we voor een retraite naar een klein klooster geweest. De zusters uit dat klooster komen ook wel hier. Er zijn er aan wie je merkt dat Christus in hun leven centraal staat. Dan voel je verbondenheid. Maar als je ontdekt dat in veel kloosters aan Oosterse meditatietechnieken wordt gedaan, voel je toch weer de kloof Wij gaan uit van één weg, en dat is Jezus. In protestantse kring wordt vaak gevraagd waar men ons moet plaatsen. Dat is wat moeilijk. De zusters komen uit alle kerken. Van oud-gereformeerd tot Leger des Heils. Wat ons verbindt is het centrale punt van het Evangelie: het kruis en de opstanding van Christus."

Elim
Hoewel de verkondiging van het kruis voor de diaconessen van Amerongen hoofdzaak is, werd het sociale werk niet vergeten. In de glorietijd runden ze een vijftal verzorgingstehuizen. Daarvan resteren nog het verpleeghuis Pniël in Rotterdam en het bejaardenhuis Elim, dat onder meer onderdak biedt aan ruim twintig bejaarde diaconessen in ruste. Onder wie zuster Grietje. Ze draagt nog het oude kapje en representeert de diaconessen van het eerste uur. In 1935 sloot ze zich aan bij de kort daarvoor gestichte gemeenschap van diacones Johanna Bock. „Ja, wat was de reden? Toen ik besefte dat de Heere Jezus ook mijn Heiland was, en daardoor recht op mijn leven had, kwam de vraag: wat wil Hij nou met mijn leven? Tamelijk ongezocht kwam ik in aanraking met deze gemeenschap. Geleidelijk groeide de zekerheid: daar wil de Heer me hebben. Als je je leven in Gods hand stelt, zorgt Hij er wel voor dat je op de plaats komt waar Hij je hebben wil. Dat is niet altijd gemakkelijk. Ik denk dat ieder kind van God in zijn leven moet ontdekken dat het niet altijd van een leien dakje gaat. In het geloof komt het erop aan dat je blindelings de Heer volgt. Hij is getrouw. Uiteindelijk maakt Hij het toch goed. Hij vergist zich niet."

Gevaar
Niet alleen in de zusterkring nemen de bejaarde diaconessen een eigen plaats in, maar ook binnen het bejaardenhuis. Op de tweede verdieping hebben ze hun eigen huiskamer. „Ik zit hier met nog twee anderen met wie ik jaren in Den Haag heb gewerkt", zegt zuster Grietje. „Dan trek je veel samen op. Wat samengegroeid is haal je niet makkelijk uit elkaar." Voor de jonge diaconessen is ze een hchtend voorbeeld. Zonder zich op te dringen probeert ze de trouw aan haar roeping over te dragen op de nieuwe generatie, „ik zeg altijd: de jeugd van tegenwoordig is geboren in een andere wereld dan wij. Wat zul- c len wij daar dan van zeggen? In onze tijd moest je ieder dubbeltje omkeren. Nu is de situatie veel royaler. Toch hadden wij het beter, als u begrijpt wat ik bedoel. Er was meer eenheid. Ik denk dat het er zeker niet gemakkelijker op geworden is om diacones te zijn."

Samenkomst
Maandag 13 april. De dag waarop Nederland schudde op z'n grondvesten neigt naar het einde. De kranten melden het nieuws over de aardbeving. In Amerongen trekt een handvol dorpsbewoners de berg op, voor een uur van overdenking en gebed. Nog enkele dagen en het is Goede Vrijdag. Professioneel gecamoufleerd kunstlicht zet het houten kruis in de kerkzaal van het moederhuis in een zachte gloed. Onder de saamgekomenen is slechts één man. De meeste bezoekers zijn de middelbare leeftijd gepasseerd. Achter het elektronische orgel zit Wim, de dove organist die de samenzang in de wekelijkse samenkomst begeleidt. Voorin staat zuster Greet, overdag keukenprinses en op maandagavond verkondigster van de blijde boodschap. „Laten we beginnen met een loflied", stelt ze voor, terwijl ze een Spaanse gitaar omhangt. „Looft de Here, mijn ziel." Ondersteund door elektronische orgelklanken en snaargetokkel heffen we het gezang van Johannes de Heer aan.

Naprediker
Zonder franje verkondigt zuster Greet het Evangelie. Met zachte stem spreekt ze over drie centrale woorden in de Bijbel: verlossing, wedergeboorte en eeuwig leven. En over de drie levensvragen die in elk mensenhart schuilgaan. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe? „Bij de voorbereiding van deze avond moest ik weer denken aan wat ik op de lagere school al heb geleerd, uit de catechismus. Wat is uw enige troost, beide in leven en in sterven? Dat ik niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben." „Bid dat God u de ogen opent en dat de Heilige Geest u overtuigt van zonde", raadt ze de bezoekers dringend aan. „De Heere wil dat we tot Hem komen in ootmoed en berouw. En wie tot Jezus komt zal geenszins worden uitgeworpen. Als we Hem leren kennen is dat het einde van al ons zoeken en het begin van een nieuw leven, in volkomen overgave. Bent u al een verlost kind van God, of bent u nog gebonden aan satan > en alles wat de wereld te bieden heeft?" Het zou een predikatie vanaf een oud-gereformeerde kansel kunnen zijn. Zoals ook haar gebed vertrouwde klanken bevat. „Wilt U de rijen doorgaan." „Wilt U de naprediker zijn van het gesproken Woord." We besluiten met een gezang. "Hallelujah, lof zij het Lam." Dan keert het gemêleerde gezelschap huiswaarts. Zuster Greet verlaat als laatste de zaal. Door de uitgang waarboven geschreven staat: "Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook

Gesneden
Haar vriendelijk voUe-maansgezicht is grotendeels bedekt door de antieke witte kap met de kloeke strik onder de kin. Hoewel ze tot de jonge generatie behoort, hield ze vast aan de oude hoofdbedekking. „Ik houd niet zo van veranderen", glimlacht ze. „Dat komt denk ik door m'n achtergrond. M'n ouders lezen thuis preken van de oudvaders." Op 17-jarige leeftijd werd ze als keukenhulp aangenomen in "De hemelse berg" in Oosterbeek, een verpleeghuis van de Amerongse diaconessen. Aan het hoofd stond zuster Grietje, die door haar getuigenis en levenswandel diepe indruk op haar maakte. In 1974 besloot ze toe te treden tot de zendingsgemeenschap. „Ik heb me daartegen verzet, maar moest ervaren dat nee zeggen kracht kost. En ja zeggen gééft kracht. Op een dag ben ik neergeknield en heb gezegd: „Als U mij in Amerongen bedoelt, ben ik bereid om te gaan. Ik weet niet hoe het moet, maar ik reken op Uw genade." Het was of er een last van m'n schouders viel." Haar ouders respecteerden de beslissing. „Dat is nog steeds een wonder voor me. En God heeft Zijn Woord bevestigd. Ik ervaar het als een voorrecht om in deze positie te mogen arbeiden. De Heere Jezus spreekt over gesnedenen om het Koninkrijk Gods. Dat is een geheim en tegelijk een gave van God."

Het begin
Het interkerkelijke van de Amerongse leefgemeenschap ervaart ze als verrijkend. „Je gaat meer op de hoofdlijnen letten. Dat wat ons samenbindt: de Heere Jezus en Die gekruisigd. Als je Hem echt kent en Hem mag dienen, ontmoet je overal broeders en zusters in de Heer. We moeten het allemaal hebben van dezelfde genade." De boekenkast in het sobere kamertje van de diacones weerspiegelt haar opvatting. Bij de voorbereiding van de samenkomsten op maandagavond gebruikt ze even onbevangen Bruce Thompson als Bernardus Smijtegelt. „Ik voel me nog sterk verbonden met mijn achtergrond. Maar ik ben wel ruimer gaan denken. Het Woord van God is niet gebonden. Het nieuwe leven houdt ook niet op met de verlossing, zoals ik vroeger dacht. Als een kind geboren is, zeg je toch ook niet: dit is het einde. Het is het begin. We worden verlost tot een leven in heiligmaking. Al struikel ik keer op keer, in Zijn kracht zal ik weer opstaan. Dat heb ik mogen leren."

Toetreding
Wie toe wil treden tot de gemeenschap van zendingsdiaconessen moet de Bijbel aanvaarden als het onfeilbare Woord van God en weet hebben van een persoonlijke bekering. En van een roeping tot het werk, met alle consequenties daarvan: ongehuwd blijven, het accepteren van de dracht, het leven in een gemeenschap. Na een proefperiode van een halfjaar volgt de intrede als jonge zuster. Gedurende de driejarige opleiding draait zij op alle afdelingen en buitenposten mee. Om praktische redenen is het bijbelonderwijs uitbesteed aan de Reformatorische Bijbelschool in Zeist. In tegenstelling tot de kloosterorden kennen de zendingsdiaconessen geen eedaflegging. „Als die afspraak tussen God en jou er ligt, kun je die niet nog eens versterken door een menselijke formule", zegt zuster Dorien. „Wel wordt bij de overhandiging van de officiële zusterdracht een zegen meegegeven. En we vieren het Heilig Avondmaal. Dat gebeurt bij alle hoogtepunten in het moederhuis. Het wordt bediend door ds. Heidema, een hervormd emeritus predikant die zitting heeft in ons bestuur." Na de leerlingentijd van drie jaar volgen zeven jaren van beoefening. Dan breekt het ogenblik aan waarop de diacones zich in een plechtige samenkomst ten volle aan de gemeenschap verbindt. De beslissing wordt bekrachtigd door handoplegging, waaraan de predikant en de huismoeder deelnemen. Wat niet betekent dat uittreding daarna onmogelijk is. Een deel van de diaconessen breekt, soms na vele jaren, met de gemeenschap.

Crises
Zuster Greet maakte een keuze voor het leven. „Vooral in het begin was het voor mij onbegrijpelijk dat zusters uittraden. Je moet toch trouw zijn aan je roeping, zoals God getrouw is? Door de crises die ik heb meegemaakt, ga je daar milder over denken. Je doet in zo'n gemeenschap ook teleurstellingen o op. Dan komt de vraag op je af: wat doe ik hier? We bhjven mens en het is genade als God je vasthoudt." De drempel om toe te treden is in de loop der jaren alleen maar hoger geworden. Een jonge diacones is anno 1992 een curiositeit. Toch werd de stap door zuster Aly genomen. Niet omdat ze te kwetsbaar was voor de buitenwereld. Zielig of zweverig is de hervormde aannemersdochter allerminst. Na een loopbaan in het onderwijs en bij de christelijke blindenbibliotheek in Ermelo kwam ze naar Amerongen, omdat ze niet anders kon. Vastberaden trok ze na haar proefperiode de jonge-zusterdracht aan. De driejarige leerlingentijd zit er nu bijna op. Binnen afzienbare tijd zal ze het lichtblauwe uniform verwisselen voor het gestippelde donkerblauwe gewaad.

Malle beslissing
„Verstandelijk bezien was het een malle beslissing. Ik woonde op mezelf en had een eigen leven opgebouwd. Je laat alles los. Maar ik wist dat het de weg was die ik moest gaan. Al jarenlang zat ik met de vraag: wat wil God met mijn leven. Naarmate m'n relatie met de Heer groeide, kwam dat steeds meer op me af Vroeger had ik het standaard beeld voor ogen. Uit huis, op kamers, trouwen en dan kinderen krijgen. Toen ik ouder werd liepen de dingen anders. Het is niet zo makkelijk om dan Gods bedoehng met je leven te ontdekken. Je krijgt geen briefje waarop staat wat je moet doen. Wel merkte ik dat m'n gedachten zich steeds meer concentreerden op het Zendings-Diaconessenhuis. Heel concreet. „Als ik straks in Amerongen zit, moet ik m'n eethoek wegdoen." Op een gegeven moment heb ik gezegd: Heer, ik wil gaan en als het een vlucht is, wilt U me dan onrustig maken. Dat is nooit gebeurd. M'n vader kon het vrij gemakkelijk accepteren, maar m'n moeder heeft het er erg moeilijk mee gehad. „Alles is goed, maar dit! Moet je nu nog in zo'n jurk lopen, met zo'n muts op?" Dat hoorde je van meer mensen. Dat je in dienst van de Heer gaat is tot daaraan toe, maar om dat nu in zo'n gemeenschap te doen en met z'n uniform aan. Ik kan me die reactie wel voorstellen. Maar voor mij stond vast dat dit mijn plek was."

Spanningen
Vooral aan de strakke organisatie van de gemeenschap moest ze wennen. Het leven van de zusters verloopt uiterst gedisciplineerd. „Je moet op tijd aan tafel zijn. Alles is geprogrammeerd. Het kan niet anders met een grote groep, maar het kost best tijd om daar op een goeie manier mee om te gaan. Op een gegeven moment heb je het idee dat je geleefd wordt. Het vloog me wel eens aan. Moet dit nu levenslang? Houd ik dat vol? Nu weet ik heel zeker dat God dit voor mij bedoelt. Dat is de enige grond om hier te zijn." De privacy van de diaconessen is beperkt. Ze hebben een eigen slaapkamer, maar daarbuiten delen ze hun hele leven met anderen. „Af en toe heb je best momenten dat je denkt: de deur dicht en effe niet zeuren", erkent de jonge zuster. „Je moet leren dat de Heere Jezus de deur ook niet dicht deed. Waarbij je er wel voor moet opletten dat je jezelf niet voorbij rent. Het is een kunst om daarin het juiste evenwicht te vinden. Natuurlijk geeft het leven in zo'n gemeenschap wel eens spanningen. Je hebt elkaar niet uitgekozen. Als de Heer je hier roept, krijg je er een aantal zusters bij cadeau. Met de een klikt het beter dan met de ander. Dat geeft ook niet. Maar wil een werk als het onze goed kunnen functioneren, dan moet je problemen direct uitpraten. Dat is een absolute vereiste als je zo dicht op eikaars lip zit."

Grote steun
In overleg met besturend zuster Willy werd beslist dat zuster Aly de driejarige opleiding aan de Reformatorische Bijbelschool zou volgen. „Eerst werd ik daar ingeschat als een meisje van het keukenpersoneel", lacht ze met gevoel voor zelfspot. Welke taak de leiding van het moederhuis voor haar in gedachten heeft, weet ze niet. De tijd zal het leren. Ondanks de vergrijzing van de gemeenschap gaat ze de toekomst met vertrouwen tegemoet. „Zou God deze dienst niet meer zinvol vinden in deze tijd, dan zou Hij die vanzelf uit laten sterven door niemand meer te roepen. Maar Hij heeft mij geroepen. En Geri. En nu Gerda weer. Dat is voor mij een grote steun."

Verzakelijking
Hoewel de zendingsdiaconessen zich niet mee willen laten voeren door de maalstroom van de moderne maatschappij, ontkomen ze er niet volledig aan. Ook in Amerongen deed de computer z'n intrede. De verzakelijking van de gezondheidszorg maakt het voor de diaconessen steeds moeilijker om leidinggevende posities te behouden. Met name in het verpleeghuis in Rotterdam zijn aanpassingen van de organisatie vereist. „Het is niet bol te werken", constateert zuster Dorien spijtig. „De gezondheidszorg wordt zo ongewikkeld dat je bijna academici aan de leiding moet hebben. Dat is wel ingrijpend hoor. Als directie bepaal je toch in grote mate de identiteit en de sfeer van een tehuis. Zelfs in het verzorgingshuis zie je de verzakelijking toenemen. Je moet vandaag in de eerste plaats manager zijn. Dat staat voor mijn gevoel toch wat haaks op de arbeid van de diacones. Je wilt er graag voor de mensen zijn. Naast ze staan als ze iets moeilijks doormaken. Maar daar is eigenlijk geen tijd meer voor."

Medezeggenschap
Ook de tijd dat de huismoeder volkomen autonoom kon bepalen waarheen een diacones had te gaan, is voorbij. De hedendaagse overheid stelt voorwaarden, eist diploma's en houdt geen rekening met individuen die nog rekenen met begrippen als roeping. Het democratisch denken, dat de hele samenleving als een zuurdesem doortrekt, heeft in Amerongen geleid tot de vorming van een zusterraad. „Het kan niet anders in deze tijd", stelt zuster Dorien berustend vast. Onverdeeld gelukkig is ze er niet mee. „Vroeger werd je gezonden en moest je geloofsstappen durven maken. Dat liet je veel met God beleven. Nu is het allemaal meer geformaliseerd." Als waarnemend huismoeder moet ze zich zelfs bezighouden met het 'verkopen' van de gemeenschap. Ze wordt daarin bijgestaan door zuster Maria, die PR in haar takenpakket heeft. „Vroeger was het bedrijven van PR uit den boze. Vandaag ontkom je er niet aan. Er is heel veel te koop op evangelisch gebied. Ook voor ons geldt de wijsheid: geen contracten zonder contacten."

Beslissende vraag
Zuster Grietje slaat de veranderingen vanuit Elim met gemengde gevoelens gade. In haar kamer is het verleden tastbaar aanwezig. Op de boekenkast staat een foto van zuster Johanna, de eerste huismoeder. De overleden huisvader ds. Kaastra en huismoeder Francine kregen een plaats op het theemeubel. Maar voor alles wordt de blik getrok en naar een schilderij van ministeck. Een afbeelding van de lijdende Christus, gekroond met doornen. De bejaarde diacones is ervan doordrongen dat er alleen in Hem toekomst is voor het zendingshuis. „We zijn erg blij met onze jonkies", zegt ze op de valreep, terwijl haar gerimpelde hand al in de mijne ligt. „We bidden ook voor ze. Dat ze staande mogen blijven. En dat God de zaak bij elkaar houdt en de Heiland in het middelpunt staat. Daar gaat het toch om? Als dat verwatert hebben we geen recht van bestaan meer. De wereld om ons heen verandert, maar de Bijbel niet. Alles staat of valt met de vraag: wie is Christus voor je?" Haar handdruk wordt sterker. Onderzoekend kijkt ze me aan. Dan stelt ze de vraag die ze al zo veel in haar leven heeft gesteld. Omdat het de vraag is die in het gericht van beslissend belang zal zijn. „Kent u Hem ook?" <\

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.