+ Meer informatie

De kerk eim de agrarische sector

12 minuten leestijd

Aanleiding

Aanleiding tot het schrijven van dit artikel vormde een vraag die gericht werd aan deputaten Kerk en Bedrijfsleven. Deze vraag hield in of men zich niet eens bezig wilde houden met de problemen in de landbouwsector. Heel snel wordt bij „kerk en bedrijfsleven” immers gedacht aan bezinning op de ontwikkelingen in fabrieken en kantoren (industrie en dienstensector). Het is echter juist, dat aandacht voor de „groene sector” op zijn plaats is.

Aandacht voor de agrarische sector

Deze aandacht is om verschillende redenen op zijn plaats. Allereerst is en blijft de agrarische bedrijvigheid een essentiële bedrijvigheid voor ons leven. Landbouw en voedsel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ook al komen er steeds meer andere toepassingen, en ook al denken heel wat kindertjes in de stad dat alles uit een fabriek komt en dat de enige boerderij de kinderboerderij uit het park is. Voedsel behoort bij de eerste levensbehoeften van een mens. Iedereen weet, dat de voedselsituatie in de wereld als geheel niet rooskleurig is. Iedereen weet misschien niet hoe die voedselsituatie voor een gedeelte ook samenhangt met de landbouwpolitiek in b.v. Amerika en de EEG. Maar ook voor onszelf blijft gelden: ons eten moet worden geproduceerd, het mag niet te veel kosten, het moet schoon en gezond blijven en we willen ook dat de mensen die eraan werken een behoorlijk inkomen kunnen verdienen.

Daarmee kom ik op de tweede reden om vandaag aandacht te hebben voor de landbouw. Er is namelijk in de meeste deelsectoren van de landbouw heel wat aan de hand. Ook de landbouw heeft te maken met de nieuwere ontwikkeling in de techniek. Te noemen zijn toepassingen van informatietechnologie (computers) waardoor b.v. in de veehouderij of in de kassenteelt hele complexen automatisch gestuurd kunnen worden. Omdat men in de landbouw altijd nog werkt met levend materiaal (planten, dieren) wordt men daarnaast geconfronteerd met de zich vernieuwende biotechnologie (zadenontwikkeling, fokmethoden enz.). Het resultaat is dat, wie bij de tijd wil blijven, veel moet investeren en dat de agro-business (zaadhandelaren, voederleveranciers, verwerkende industrie enz.), die langzamerhand compleet in handen is van grote transnationale ondernemingen, een grote greep op het gebeuren heeft. Dat betekent dus schaalvergroting en intensivering van de produktiemethoden. Tegelijk doemt het spook op van de belasting van het leefmilieu. En niet het laatste probleem is vervolgens dat van de overproduktie.

Achtergrond en vooruitzicht

De achtergrond van de huidige situatie is tweeledig. Enerzijds is al de nieuwere technologische ontwikkeling genoemd. Anderzijds moet genoemd worden de landbouwpolitiek zoals die in de EEG vanaf de laatste wereldoorlog is gevoerd. Dat is een politiek geweest die er simpel gezegd op neer kwam, dat men goed en goedkoop voedsel wilde laten produceren, terwijl de boeren een redelijk inkomen kregen gegarandeerd. Die inkomensgarantie verliep via garantieprijzen. Door het stimuleren van de produktie kwamen er echter langzaam maar zeker overschotten tot stand. De prijzen op de wereldmarkt kwamen onder druk, en de EEG moest steeds meer bij gaan leggen om de boeren hun garantieprijzen te geven. Ondertussen ging er in de richting van de boeren niet direct een remmende werking uit op de produktie. Integendeel, velen probeerden natuurlijk bij lagere prijzen inkomensverlies te compenseren door juist een verdergaande verhoging van de produktie, vooral wanneer men net enorm had geinvesteerd in nieuwere produktiemethoden.

Op wereldschaal doet zich nu het vreemde verschijnsel voor, dat er een overproduktie is aan granen, zuivel en vlees, terwijl er vele mensen honger lijden. Daar kunnen de boeren niks aan doen. Elke boer (ondernemer) probeert binnen zijn eigen wereld een zo goed mogelijk resultaat te behalen. Dat is in zijn perspectief het enig juiste dat hij kan. Het is een kwestie van politiek. En toch heeft het wel zijn weerslag op de levens van de individuele boeren, zowel hier als in sommige Derde-Wereldlanden. In Amerika zijn onder de boeren al grote klappen gevallen. Daar bestaat niet een systeem van een bepaalde inkomensgarantie. Tal van mensen hebben daar in een aantal jaren hun gehele wereld zien instorten. Niet omdat ze niet goed zouden kunnen produceren, of omdat ze geen modern bedrijf zouden kunnen leiden, maar gewoon omdat het niet genoeg opbracht. Daar moet men niet te gering over denken. Het gekke doet zich voor dat hetzelfde kan gebeuren in landen als b.v. India, omdat toch ergens die wereldoverschotten moeten worden verkocht, maar dan wel tegen dumpprijzen. Ook kleine plaatselijke boeren in zulke Derde-Wereldlanden hebben te lijden van deze lage prijzen, waarmee lokale markten worden ontregeld.

En bij ons in Europa is het duidelijk, dat de druk om overproduktie te beperken steeds groter wordt, omdat het de EEG miljarden aan geld kost. Men zoekt het dan niet in contingenteringen (afspraken over hoeveelheden die geproduceerd mogen worden), maar in „meer markt”, zoals dat heet, en „minder subsidie”. Het systeem van garan-tieprijzen zal in de jaren ‘90 zeker worden afgebouwd, terwijl de kosten in een aantal deelsectoren door stringentere milieubepalingen zullen toenemen.

De kerk een zorg?

In de eerste plaats is de vraag: wat heeft de kerk met dit alles te maken? Welnu, de kerk mag zijn: die groep mensen die zich weet te leven voor Gods aangezicht, niet alleen in de eeuwige dingen, maar ook in de tijdelijke dingen, als daar al op deze manier een onderscheid in te maken is. In de kerk mogen we ons hele leven doordenken vanuit Gods bedoelingen, sterker nog: we worden ertoe geroepen. Maar in de kerk mogen we ook naaste zijn voor elkaar in diaconaat en pastoraat. Dan mogen wij elkaar helpen in concrete moeilijkheden. En wij mogen elkaar helpen, als allerlei dingen van ons leven het zicht op de Here God verduisteren of vervormen. In het bijzonder zijn ambtsdragers in de kerk geroepen om daar gestalte aan te geven, om daarin voor te gaan en om anderen daarin te stimuleren. In noem dus drie dingen: opinievorming in het licht van Gods bedoelingen met ons leven (toerusting en bezinning vanuit Gods Woord over alle dingen van ons leven), diaconaat (concrete materiële hulp waar dat nodig is), en pastoraat (mensen helpen vanuit een juist zicht op God te leven).

Niet principieel, maar wel belangrijk is dat vele mensen op het platteland, werkzaam in het boerenbedrijf, horen bij een kerk. Misschien loopt dat, wat er zich echt afspeelt in de agrarische sector, niet zo in het oog binnen het geheel van de maatschappelijke ontwikkeling. Ondanks het feit dat de exportwaarde van de agrarische produktie enorm is, zit landelijk gezien maar zes procent van de betaalde arbeid inde landbouw. Voor de kerken in ons land (maar dat geldt voor heel Europa en ook voor Amerika) kan dat echter anders liggen. Ik denk dat dat ook voor onze kerken opgaat.

Opinievorming

Wat is dan de taak van de kerk? Moet de kerk zich gaan mengen in kwesties van landbouwpolitiek? Hierin speelt natuurlijk mee welke visie men heeft op de verhouding kerk en politiek. In ieder geval kan het de taak van de kerk als kerk niet zijn om mee te doen in de actuele politieke discussies rond het meest gewenste landbouwbeleid voor de toekomst. Anderzijds is vanuit een bijbels en gereformeerd standpunt bezien duidelijk, dat christenen zich niet moeten onttrekken aan meedenken en meedoen waar dat mogelijk en wenselijk is, en dat bezinning blijvend belangrijk moet worden geacht. De kerk mag haar leden daartoe stimuleren en hen daarbij ook behulpzaam zijn. Met „de kerk” bedoel ik dan in dit verband in het bijzonder de ambtsdragers. Het op zich nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid en het nadenken daarover in het licht van de bijbel komt ook in de christelijke gemeente meestal niet zomaar uit de lucht vallen. Het behoort tot de taak van ambtsdragers dat te stimuleren en te begeleiden.

Diaconaat

Toch ligt in het kader van deze bijdrage de eigenlijke spits niet bij de bezinning. Ook niet bij het diaconaat, hoe belangrijk dat in sommige gevallen kan zijn. Wanneer een boer met zijn onderneming werkelijk in de financiële problemen komt, is daar immers nauwelijks tegenaan te gaan staan met onze beperkte diaconale middelen. Wel kan er b.v. bij langdurige ziekte hulp geboden worden, vooral als men het al moeilijk heeft en het zich b.v. financieel niet kan permitteren om (permanent) gezinshulp te ontvangen (eigen bijdrage). In een agrarisch gezin kan zoiets urgenter zijn, dan wanneer een kostwinner een 38-urige werkweek heeft. Ook bij een werkelijk afbouwen van een bedrijf zou er geholpen kunnen worden bij het zoeken naar ander werk enz. Maar vaak heeft men dan ook wel andere kanalen om deze dingen te regelen.

Pastoraat

Voordat problemen openbaar komen, gaat er echter meestal veel aan vooraf. Daarom is de eigenlijke spits van deze bijdrage: het pastoraat. Als het waar is, dat in de nabije toekomst ook in Europa de landbouwmarkt verder geliberaliseerd zal worden en de EEG steeds minder steun zal geven, dan betekent dit dat de onderlinge concurrentie toe zal nemen in een situatie die al gekenmerkt wordt door overcapaciteit. Dat kan niet anders dan uitlopen op een afvalrace. Dat gaat betekenen, dat inkomens onder druk komen en dat in toenemende mate bedrijfsbeëindigingen aan de orde zullen zijn. En wat betekent dat concreet? Dat betekent in de meeste gevallen, dat een hele lange weg wordt afgegaan, voordat men daadwerkelijk het bijltje erbij neerlegt. Een lange weg van spanningen. Een lange weg van zorg. Een lange weg van financiële problemen en (relatief) minimaal inkomen meestal.

Onderlinge situatie verschillend

Belangrijk om in de gaten te houden, zo heb ik begrepen, is het feit, dat er enorme verschillen zijn. De problemen in de zuivel zijn weer anders dan die in de akkerbouw (granen, suiker), intensieve veeteelt ligt weer anders, de markt van pluimvee en varkens verschilt. Er zijn ook sectoren waar de problemen zich niet voordoen (siergewasteelt, snijbloemen, bloembollen en tuinbouw), terwijl het gevaar voor de hand ligt dat steeds meer mensen juist die sectoren dan gaan opzoeken. Ook liggen er verschillen in de aard van het bedrijf. Op de Veluwe vindt men vele kleine bedrijfjes, in Groningen en Zeeland ligt het weer anders. In Brabant liggen de problemen (b.v. mestoverschot-ten) anders dan in Holland en Friesland. Ook binnen één sector zijn er verschillen. Mensen zijn verschillend in hun ondernemerszin. Je hebt behoudende en vooruitstrevende mensen in dat opzicht. Voorlopers en mensen die het niet bij kunnen benen. De aspiratieniveaus kunnen ook anders liggen. Karakters die verschillen. Waar de één al snel alles moeilijk ziet, kan voor de ander een uitdaging liggen. Mentaliteitsverschil kan een rol spelen, vooral in die situaties waar geldt: de één zijn dood is de ander zijn brood.

Actief pastoraat

Vaak is het met bedrijfsbeëindigingen of faillissementen zo, dat men er b.v. in de kerk pas van hoort, als het al zover is. Begrijpelijk: een mens loopt niet graag te koop met zijn problemen. Toch is het vanbelang om er aandacht voor te hebben. Het is heel wat om jaren achtereen te maken te hebben met een afkalvend inkomen. Het kan diep in-grijpend zijn wanneer een bedrijf wordt overgenomen of wordt verkocht. Een boer en zijn gezin woont er ook meestal en leeft er. Voor velen is het iets dat komt uit de familie, van geslacht op geslacht. Er ligt een geschiedenis. Het is nog iets anders dan een baan verliezen en werkloos worden, hoe ingrijpend dat al kan zijn. Welnu, hoe werkt het door in verhouding met ouders, kinderen, tussen echtgenoten? Hoe kan het bedrijf of naderende ondergang de gedachten zo in beslag gaan nemen, dat er geen tijd en ruimte meer is voor andere dingen. Hoe gespleten kan een mens worden als hij maar heel lang naar buiten toe dapper doet. Hoe moeilijk is het, wanneer men altijd vrij was, om nu onder een baas te moeten werken.

Het is helemaal niet de bedoeling om in dit artikel nu eens de boer en zijn gezin tot een bijzonder voorwerp van kerkelijke zorg te bombarderen of tot een categorie van (potentieel) zielige mensen uit te roepen. Maar wij mogen als gemeenteleden en in het bijzonder als ambtsdragers acht hebben op elkaar. Dan zullen we naar alle kanten erop moeten letten hoe concrete zorgen een mens met zijn geloof en al kunnen doen vastlopen. Wanneer mensen er niet over willen of kunnen praten is het wat anders, maar als ze op de één of andere manier signalen uitzenden, zullen we die binnen de kerk moeten opvangen. Dat vergt een bepaalde fijngevoeligheid om in de contacten die er zijn, zulke eventuele signalen ook werkelijk recht te doen. !n ieder geval dient het besef aanwezig te zijn, dat net doen alsof zulke dingen niet in een pastoraal gesprek of bij een huisbezoek thuishoren, onjuist is.

Een goede basis kan zijn om iemand niet alleen in zijn thuissituatie, maar ook eens in zijn arbeidssituatie op te zoeken. Een landbouwer of veehouder kan makkelijk opgezocht worden in zijn bedrijf. Een gewone rondleiding kan de basis zijn voor een gesprek over wat er gaande is in de landbouwwereld en hoe iemand daar individueel in staat. Daarnaast is een goede mogelijkheid om van tijd tot tijd eens een bericht over de agrarische ontwikkelingen te lezen. Contact met mensen die actief zijn in landbouworganisaties (b.v. CBTB) kan soms instructief zijn voor datgene wat in de eigen streek de gemoederen bezig houdt. Zo kan men aandacht ontwikkelen voor wat in de levens van individuele mensen binnen de gemeente speelt.

Wanneer iemand door te proberen heel lang de dingen in zijn eentje te verwerken niet alleen met zijn werk/bedrijf vastloopt, maar ook in zijn gezin en met zijn geloof en in zijn zicht op de Here God, dan kan er een schade ontstaan die niet meer zo snel is te verhelpen. Schade in de zin van verbittering, teleurstelling, chronisch wantrouwen, on-verschilligheid, schuldgevoelens, psychische problemen, lichamelijke klachten enz.

In het onderlinge pastoraat mag de gemeente van de Here Jezus Christus oog hebben voor al die dingen in mensenlevens die het leven met God en met elkaar onder druk zetten. Wij dienen daar een goede antenne voor te ontwikkelen. Om er dan ook op in te kunnen gaan, als mensen dat willen. Wat kan het dan goed zijn b.v. om prestatie èn mislukking in het licht van wat een mens werkelijk tot mens maakt eens te relativeren. Wat kan het dan goed zijn om God en lot niet zomaar op elkaar te laten rijmen. Wat kan het goed zijn om mensen te helpen op een vruchtbare manier met hun problemen om te gaan. Niet verbitterd te raken, maar eventueel gelouterd te worden. En dat alles vanuit het geloof, dat als wij in de Here onze arbeid doen het niet tevergeefs is, ook al weten we dat er nog andere machten in onze wereld werkzaam zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.