+ Meer informatie

De Christinnereis is voor jong en oud

7 minuten leestijd

„Ach”, sprak Christinne, „als het zulke lieden waren, zal ik ze nimmer betreuren; zij hebben mets dan hun verdiende loon en ik geloof dat het maar goed is, dat ze als een teken ter waarschuwing dicht bij de weg zijn terechtgesteld. Zou het niet goed zijn geweest, indien hun misdaden gegraveerd waren in ijzer of in koper en dan hier op deze plaats een gedenkteken ware opgericht om anderen, die even slecht zijn als zij, te waarschuwen? ”

„Dat IS inderdaad geschied”, merkte Stoutmoedig op „zoals gn zien kunt als gij maar eens de muren van naderbij beziet”.

„Neen, neen, dat niet”, sprak Barmhartigheid, „laat hen maar hangen en hun namen vergaan en hun misdaden voor altijd tegen hen getuigen Ik beschouw het als een groot voorrecht, dat zij opgehangen zijn vóór wij hier kwamen. Wie weet wat zij anders ons, weerloze vrouwen, nog hadden aangedaan”. En nu zongen zij het volgende lied:


Zo hangt dan daar, gij drie,
en weest voor allen Een teken, die Gods Waarheid tegen staan,
Gij, die hier komt, zie waartoe zij vervallen,
Die ’t pelgrims moeilijk maken op hun paân.
En gij, mijn ziele, wil u wachten,
voor allen, die de heiligheid verachten.


Zo gingen zij voort tot zij aan de voet van de heuvel Moeilijkheid kwamen, en Stoutmoedig nam deze gelegenheid waar om hun mede te delen wat daar aan de Pelgrim was overkomen toen hij er langs trok.

„Zie”, sprak hij, „dit is de bron waaruit de Pelgrim dronk vóór hij de heuvel besteeg, toen was hij helder en rem, maar nu is het water troebel gemaakt door de voeten van hen, die niet willen dat andere pelgrims zich aan deze bron verkwikken”. Ezechiël 34 : 18,19.

„Deze ongenietbare egoïsten en ruziemakers in de schaapskooi, die ook alles ongenietbaar maken, zegt de Heere van Zijn schapen te zullen scheiden, omdat zij er niet bij horen. Zij horen niet naar de stem van de goede Herder, maar alleen naar de stem van hun eigen gulzige begeerten”.

Daarop zeide Barmhartigheid: „Hoe kan iemand toch zo wangunstig zijn? ”

Nu merkte hun gids op „Gij moet het water er maar uitscheppen in een zuiver drinkvat en het dan een poos laten staan tot het vuil en troebele bezonken is op de bodem, dan zal het drinkbare water overblijven„ Deze raad werd door Christinne en de haren opgevolgd. Zij schepten het uit de bron in stenen vaten en lieten het staan tot het onreine naar de bodem gezakt was en eerst toen dronken zij er van.

Hierna maakte Stoutmoedig hen opmerkzaam op de twee zijpaden waarop Vormelijk en Schijnheilig afgedwaald waren. „Dit zijn gevaarlijke wegen”, zei hij, „en toen de Pelgrim hier langs kwam, is er een tweetal op omgekomen. En hoewel deze paden nu versperd zijn met kettingen, palen en zelfs met een sloot, toch worden er nog altijd gevonden, die het liever hiermede beproeven dan het pad, dat naar boven voert, in te slaan”.

Hier zag en zei Christinne: „De weg der trouwelozen is streng. Het is verwonderlijk hoe zij op die paden kunnen geraken zonder gevaar te lopen de hals te breken”.

„Maar zij willen het toch wagen”, voegde Stoutmoedig er aan toe, „en wat erger is, wanneer één van ’s Konings dienaren hen bespeurt en toeroept dat zij zich op de verkeerde weg bevinden, zeggen zij spottend: „Aangaande het woord dat gij tot ons gesproken hebt, in des Heeren naam, wij zullen naar u met horen, maar wij zullen ganselijk doen al hetgeen uit onze mond is uitgegaan” Als gij nu goed toeziet, zult gij bemerken, dat het op deze weg aan waarschuwingen niet ontbreekt, maar toch verkiezen zij die te betreden”.

„Zij zijn traag”, voegde Christinne er aan toe, „zij willen geen inspanning getroosten en het beklimmen van de heuvel vinden zij onaangenaam. Zo wordt aan hen vervuld hetgeen geschreven staat: , De weg des luiaards is als een doornheg”. Ja, zij zullen liever in een strik lopen dan de steilte op gaan al voert deze weg ook naar de Hemelstad”.

Nu togen zij verder en begonnen de heuvel te bestijgen, en zij klommen steeds hoger Doch eer zij bij de top waren, begon Christinne te hijgen en zij bracht met moeite uit: „Dat klimmen is een iiele inspanning en het verwondert mij niet dat zij die hun gemak liever hebben dan het heil van hun ziel, een gemakkelijker pad kiezen”.

En Barmhartigheid zei „lk wil hier gaarne een weinig rusten”. en ook de kinderen begonnen reeds te schreien van vermoeidheid.

„Kom, kom”, zei nu Stoutmoedig, „hier moet gij niet nederzitten; een weinig hoger is een prieél, dat de Koning daar heeft laten plaatsen! ” Met deze woorden nam hij de jongste knaap bij de hand en leidde hem daarheen. Zodra zij dan ook het prieél bereikt hadden, vleiden zij neer om te rusten want de hitte was afmattend.

Toen zei Barmhartigheid; „Hoe liefelijk is de rust voor vermoeiden, en hoe goed is de Vorst van de pelgrims, dat Hij hun zulke rust plaatsen bereidde. Ik had veel van dit prieél gehoord, maar nooit tevoren had ik zoiets aanschouwd. Maar o laat ons toch toezien dat wij hier niet in slaap vallen, want naar ik gehoord heb, heeft de Pelgrim daarvoor duur moeten boeten”.

Nu zei Stoutmoedig tot de knapen: ,Wel beste jongens, hoe gaat het u? Wat zegt gij wel van deze reis? ”.

„Heer”, zei de jongste, „ik had bijna de moed opgegeven maar ik dank u dat gij mij bij de hand hebt gevat toen ik bijna niet meer voort kon. En ik herinner mij wat mijn moeder mij gezegd heeft, dat de weg naar de hemel gelijk een ladder, maar dat die naar de hel als een hellend pad is Maar ik ga liever de ladder op naar de hemel, dan naar beneden om in de hel te belanden”.

Inderdaad, het onderwijs dat deze kinderen genoten van hun moeder is voor het geestelijke leven van grote betekenis Voor jong en oud loopt de weg naar Sion tegen de stroom op. Het is en blijft een worstelen met allerlei tegenheden. Wie het opgeeft en met de stroom mee drijtt, komt als een dode vis in de dode zee van het eeuwige vuur.

Barmhartigheid zei nu „Kent gij het spreekwoord wel: Het is licht werk de berg af te gaan? ”

„Ja”, zei Jakobus (want zo heette de knaap), „maar de dag komt ook waarin het afgaan van de berg het zwaarst zal vallen! ”

„Goed gezegd”, zei Stoutmoedig, „gij hebt het rechte antwoord gegeven! ”

Barmhartigheid glimlachte, maar de knaap bloosde van verlegenheid.

„Kom”, zei Christinne, „wilt gij iets eten om u te verfrissen, terwijl gij hier zo zit uit te rusten? Ik heb een granaatappel, die de heer Uitlegger mij meegaf, en ook een stukje honingraat en een flesje met iets versterkends er in”.

„Ik dacht al, dat hij u iets gaf”, zei Barmhartigheid, „omdat hij u terzijde riep”.

„Dat deed hij”, antwoordde Christinne, „maar het gaat zoals ik bij het begin van onze reis gezegd heb: gij zult alles met mij delen, omdat gij mijn trouwe gezellin zijt! “

Nu gaf zij een deel aan Barmhartigheid en aan de knapen en allen verkwikten zich daarmee. „En”, vroeg Christinne aan Stoutmoedig, „wilt gij ook iets nemen? “ Maar hij antwoordde: „Gij moet uw reis nog vervolgen en ik keer huiswaarts, gij zult zelf wel nodig hebben wat gij nog bij u hebt, en ik heb thuis dagelijks deze spijzen”.

Toen zij dus gegeten en nog wat gesproken hadden zei hun gids tot hen: „De dag snelt voorbij, als gij het goed vindt zullen wij ons gereed maken om verder te gaan”.

Het aangenaam vertoeven van de pelgrims in het welbekende prieél verloopt tot hiertoe heel gunstig. Zouden zij het er werkebjk beter afbrengen dan de Pelgrim'?

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.